Woensdag 16/10/2019

Sociale onrust

De economie floreert, maar de loonslaaf merkt daar niet veel van

Charlie Chaplin als noeste arbeider in 'Modern Times' uit 1936. Beeld Bettmann Archive

De sociale onrust sluimert. En dat wereldwijd. Of het nu de Europese piloten zijn bij Ryanair, de textielarbeiders in Bangladesh, tot de stakende loodsen in Antwerpen – het volk mort. De arbeiders eisen hun deel van de koek op.  

Dezer dagen 'vieren' we wereldwijd de herdenking aan Lehman Brothers. De val, tien jaar geleden, van de Amerikaanse zakenbank was het officieuze startschot voor een wereldwijde tsunami die de wereld aan de rand van de afgrond bracht. Met historische brandhaarden tot gevolg, en een miljardendans die de overheden en centrale bankiers in het economische systeem pompten, om de Titanic niet te pletter te laten varen. De erfenis van die financiële crisis is niet min. Maar terwijl de aandeelhouders al lang weer aan het feesten zijn, moet de rest nog even een tandje bijsteken. Langer werken, gestegen armoede, hogere vastgoedprijzen. Hoezo, de wereldeconomie floreert als nooit voorheen?

Marshallplan 2.0

In de Europese Unie werd door de verschillende regeringen zowat 550 miljard euro aan overheidsgeld en waarborgregelingen in kapseizende banken gestoken. Daarbovenop werd voor nog eens zo'n 3.600 miljard euro aan garantiestellingen opgehoest. Ook door die overheden, maar dus eigenlijk vooral door u en ik. In totaal kwam dat neer op ongeveer een kwart van wat we jaarlijks produceren in de hele Europese Unie.

Die bedragen ogen niet alleen duizelingwekkend, ze zijn het ook. Ze doen denken aan het Marshallplan, een omvangrijk materieel plan, dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall na de Tweede Wereldoorlog in gang werd gezet.

Het vergde een mobilisatie van de samenleving, in de vorm van taaie jaren van lastenverhogingen en besparingen om de ontsporende begrotingen binnen de lijntjes te houden. Dat dit van die samenleving én de overheden veel vergde staat buiten kijf. Onder meer professor emeritus Herman Daems (KU Leuven) heeft daar in zijn heldere boek
 De uitgeputte overheid uitgebreid over geschreven.

Champagne op de Titanic

Wie vandaag naar het schip kijkt, kan niet anders dan tevreden zijn van die algemene mobilisatie. Het ziet er patent uit. De economische motor snort tevreden, de wereldwijde recessie is afgewend, overal zien we dalende werkloosheidscijfers, en groeiende economische curves. De Titanic heeft de ijsberg op het nippertje kunnen omzeilen.

Maar terwijl de kapiteins op de brug aan de champagne zitten en zichzelf op de borst kloppen, klinkt vanuit de machinekamer, waar de vele hardwerkende matrozen zitten, gemor op. Zij zijn niet uitgenodigd voor het feest. Sterker zelfs, ze hebben niet het gevoel dat er iets te vieren valt.

De ruime monetaire operatie door de centrale banken heeft geleid tot een explosie aan schulden, en vervaarlijk ogende zeepbellen op huizen-, aandelen- en kunstmarkten. "Symbolischer kan het niet", bijt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, van zich af. "Terwijl de één procent rijksten de kunstwerken die ze van hun bonussen hebben gekocht alleen maar in waarde zien stijgen en de koersen van hun aandelen zich alweer op het peil van voor de crisis bevinden, moeten wij het doen met kortingen op onze pensioenen, hogere zorgkosten, stijgende woonlasten, en dalende levensstandaarden."

In Antwerpen legden de sluiswachters het werk neer, zoals hier in Wijnegem. Beeld Wouter Van Vooren

Engelen, een beetje het enfant terrible van het Nederlandse economenheir, stelt dat dansen op de rand van een vulkaan nog een understatement is. Hij schreef daarover een vlammend essay in De Groene Amsterdammer. "De schuldencrisis van 2008 is ‘opgelost’ door de prijs van schuld scherp te verlagen en banken uit te nodigen alleen maar meer schuld uit te schrijven. Sinds het uitbreken van de crisis is de mondiale schuldenberg met 72.000 miljard dollar gegroeid, naar in totaal 169.000 miljard."

Bovendien lijkt het feestje alweer over. Aan de einder van de woelige wereldzee doemen alweer ijsschotsen op. Handelsoorlogen, groeivertragingen, en andere geopolitieke onheil. Die ganse meuk zou eerder vroeg dan laat een einde maken aan de bloei van de wereldeconomie. Is het dan zo vreemd dat het volk mort? Want de gestegen bedrijfswinsten hebben zich niet laten vertalen in gestegen lonen.

De aandeelhouders daarentegen zijn wel rijkelijk beloond. Voor het eerst in tien jaar sluizen Amerikaans bedrijven meer geld naar het inkopen van eigen aandelen in plaats van naar investeringen. Dat doet de vraag rijzen of er niet te veel gekozen wordt voor kortetermijn-gewin eerder dan te opteren voor langetermijnrendement, vraagt Tom Simonts, Senior Financial Economist KBC Group, zich retorisch af.

"De bedrijven uit de S&P 500-index
(zeg maar de voornaamste aandelenindex, LID) kochten voor 384 miljard dollar aandelen terug tijdens de eerste helft van 2018. Dat is dik 48 procent meer dan een jaar eerder en weerspiegelt de historisch hoge winstgevendheid, meerinkomsten dankzij de verlaagde vennootschapsbelasting én natuurlijk de sterke Amerikaanse economie." Goldman Sachs berekende dat het grootste deel van de cash uitgaven van de S&P500-bedrijven richting aandeelhouders gaat. Tegelijkertijd stegen de bedrijfsuitgaven met slechts 19 procent op jaarbasis.

Prinsjesdag zonder glans

Geert Van Hootegem, directeur bij het onderzoeksinstituut voor arbeid en samenleving HIVA (KU Leuven), zegt dat de analyse klopt. "Het is inderdaad duidelijk uit de wereldwijde statistieken dat er alvast één partij niet beter is op geworden. De voorbije jaren hebben we een zware crisis gekend, met zware bezuinigingen tot gevolg. Dat betekende onder meer op de werkvloer meer werkdruk. Tegelijk kwam er de loonmatiging bij. Dus meer werken voor hetzelfde loon, is eigenlijk een achteruitgang."

Het is exemplarisch, net zoals het wereldwijde koor: van de klagende textielarbeiders in Bangladesh, over de ontevreden Nederlandse arbeiders, tot pakweg de stakende piloten bij Ryanair, of de Antwerpse loodsen.

"De werkenden hebben veel te weinig gedeeld in de economische groei", reageert de FNV, de grootste Nederlandse vakbond van Nederland. Ze verstoorde afgelopen dinsdag 'Prinsjesdag' met een eis voor een loonsverhoging van 5 procent. De hoogste looneis in dertig jaar. De Nederlandse macro-econoom Mathijs Bouman steunde die eis van het FNV in zijn column in het – toch niet meteen linkse – Financieele Dagblad. "Ik wil de FNV feliciteren met hun hoge looneis en ze aanmoedigen geen concessies te doen. De afgelopen twee jaar hebben de lonen de inflatie maar nauwelijks bijgehouden. Terwijl de arbeidsmarkt snel krapper werd, kwamen de reële lonen niet van hun plaats. Dat is geen gezonde situatie", schrijft Bouman . "En neen, dat bedoel ik niet ironisch", zegt de econoom er stellig en voor de duidelijkheid bij.

Jan Denys, socioloog en arbeidsmarktdeskundige, is genuanceerder. "In grote lijnen klopt die analyse, maar je moet opletten met veralgemeningen. Ook in de westerse geïndustrialiseerde wereld zijn er grote verschillen. Zo zijn de lonen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk veel minder gestegen dan de kapitaalwinsten. Bij ons zijn de lonen geïndexeerd. Ik durf te stellen dat de Belgische werknemer zijn rechtmatig deel van de koek krijgt." Al benadrukt Denys wel dat hij het volkomen eens is met het algemeen principe: "Als de productiviteit van een bedrijf stijgt, dan moet ook de werknemer zijn fair deel krijgen van die winst. Men moet uiteraard wel zorgen voor de competitiviteit. België is geen eiland. Daarom viel er veel te zeggen voor de loonmatiging, omdat onze loonkostenhandicap vernietigend werkte."

Loonaandeel in vrije val

Toch is er meer aan de hand, stelt Geert Janssens, hoofdeconoom bij Etion, zoals de werkgeversfederatie VKW nu heet. "In zijn toenemende vraag naar een eerlijk deel van de koek heeft de werknemer zeker een punt. Dat kan je ook aantonen aan de hand van de structurele daling in vrijwel alle ontwikkelde economieën van de arbeidsinkomensquote." Dat is een geijkte economische term voor dat deel van de toegevoegde waarde die we per jaar produceren dat als loon wordt uitgekeerd.

Bengaalse activisten houden een zitactie. De naaiers willen dat Bangladesh een minimumloon invoert. Beeld AFP

"Het loonaandeel in de economie is sinds de jaren 80 structureel aan het dalen", zegt Janssens. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) kwam tot eenzelfde conclusie. Uit hun onderzoek bleek dat sinds 1999 de lonen meer dan 10 procent achterop lopen ten opzichte van de productiviteitsontwikkelingen. Het 'goede nieuws' is dat in de Belgische economie in zijn geheel het loonaandeel met amper 1 procent afnam. Puur op het niveau van de privésector dook het loonaandeel met zo'n 4 procent naar omlaag. Bovendien liep het onderzoek maar tot 2014, nadien kregen we nog een loonmatiging en een indexsprong op ons bord. Dat doet het vermoeden rijzen dat het loonaandeel nog iets meer zal zijn gedaald.

"De voornaamste reden is de globalisatie. De boutade luidt dat er een kopie van jezelf aan de andere kant van de wereld voor een fractie van de prijs hetzelfde werk doet als jij." En de kwaliteit van dat werk is goed genoeg om de andere arbeiders uit de markt te prijzen. Maar, zegt Janssens: "De technologische vooruitgang heeft dat proces nog versneld. Die technologie wordt ingeschakeld in het productieproces, ten koste van de arbeiders, die dus uitgestoten worden."

De lessen van Henry Ford

Henry Ford betaalde zijn personeel voldoende zodat ze zelf een auto konden kopen. Het gevolg: meer winst voor Ford – de middenklasse als verdienmodel. Geert Van Hootegem: "Wat Ford deed, is een doorgedreven organisatie van het productieproces. Hij creëerde vakmanschap op productiehandelingen als systeem. Dat zorgde voor welvaart en de producent werd ook steeds meer consument."

Maar waar Ford alles zelf deed via een sterk geïntegreerd proces, kwam vanaf de jaren 80 de trend van de outsourcing opzetten. "Terugplooien op de kern, en al de rest uitbesteden. Dat zorgde voor een gigantisch uitgestrekte waardeketens, waardoor werknemers ook tegen elkaar uitgespeeld worden", aldus Van Hootegem. Opvallende parallel: sinds de sterke opkomst van de globalisatie is het wereldwijde lidmaatschap van de vakbondsleden afgekalfd.

Nog opvallender, de werknemers helpen zelf een flink handje mee door een consumentenlogica. Van Hootegem: "Ik gebruik daarvoor de term Ryanairisme. Als ik een reis boek bij Ryanair wil ik de laagst mogelijke kostprijs. Maar als ik werk bij Ryanair wil ik zo veel mogelijk loon en arbeidsvoorwaarden krijgen. Die twee komen in conflict. De systematische solidariteit tussen producent en consument kalft steeds meer af." Zegt Van Hootegem nog lachend: "Daarom gebruik ik weleens het woordje consumentendom, met nadruk op dat laatste. Nu als professor heb ikzelf niet meteen last gehad van de crisis. En zo zijn er wel meer mensen die een goede job hebben, met een goed loon, en daar dus geen hinder van hebben ondervonden. Maar het aandeel van mensen uit de middenklasse die het lastiger heeft groeit."

Jan Denys merkt op dat het - opnieuw - bij ons allemaal niet zo somber gesteld is als de internationale context laat vermoeden. "Vergeet niet dat het aspect loon bij ons ingebed zit in een ganse institutionele omkadering. Wat betekent dat bij een crisis de lonen niet echt dalen, maar dus ook omgekeerd, ook niet pijlsnel stijgen als het goed gaat." 

De ziekte van Baumol

Wie hoopt dat het tij zal keren, met dank aan de huidige krapte op de arbeidsmarkt, moeten we teleurstellen. De wet – sommigen noemen het ook de ziekte – van Baumol gooit roet in het eten.

Al in de jaren 60 beschreef de Amerikaanse econoom William Baumol dat proces: Door technische innovatie leveren fabrieksarbeiders steeds meer producten per dag af. Dat maakt dat hun lonen kunnen stijgen. Om werknemers uit pakweg de zorgsector, waar dergelijke grote tijdswinsten niet voor het rapen liggen, toch te kunnen houden, moeten de lonen mee omhoog, waardoor die diensten duurder worden. Veel van deze minder te innoveren diensten worden geleverd door de overheid. Ziedaar een verklaring voor de stijgende belastingdruk. En de druk om de publieke sector steeds verder uit te kleden. Dit heet de ziekte van Baumol.

Duits Ryanair-personeel tijdens hun 24 uurstaking van vorige week. Beeld Silas Stein/dpa

"Bovendien," zegt Geert Janssens, "is de huidige krapte op de arbeidsmarkt ook geen goed nieuws. Het is een bijkomende factor om sneller te automatiseren, en dus op termijn nog minder jobs over te houden."

Stijn Baert, professor arbeidseconomie (UGent), zucht. "Dit is pas echt een moeilijke vraag. In een ideale wereld zijn, ook voor mij, de miljarden die gaan naar aandeelhouders lager en de miljarden die gaan naar werknemers, via hun lonen en tweede pensioenpijlers, hoger. Aandeelhouders nemen een groot risico en dat mag en moet vergoed worden, maar dat mag de arbeid van werknemers ook. Zij laten immers samen de onderneming en de economie draaien." De roep naar een hoger loon is volgens Baert dan ook terecht in de zin van “begrijpelijk” maar ook onterecht in de zin van “beperkt realistisch”. "Een interessanter pad zou mijns inziens zijn om werknemers, die daarvoor open staan, meer dan nu een deel van hun loon in aandelen van het bedrijf uit te betalen. Zodoende profiteren zij meer mee van latere hoogconjunctuur. Ze nemen in ruil ook mee een deel van het ondernemingsrisico op zich."

Geert Van Hootegem: "Opvallend en merkwaardig fenomeen is dat werknemers via de tweede pijler vandaag al aandeelhouder zijn van bedrijven. Maar de syndicale beweging en middenveldorganisaties hebben de flater begaan om daar niet veel meer op te steunen. Duurzaam beleggen zit vandaag in de lift, maar daar is vooral de ecologische beweging mee de katalysator van. Terwijl de arbeidersbeweging daar helemaal niet is in geslaagd."

Geert Janssens zegt dat hij zich zorgen maakt over die maatschappelijke evolutie. "Nog meer de lonen matigen is niet het antwoord. Met loonarbeid wordt het steeds moeilijker om de toenemende kosten te drukken. De winstgevendheid van de bedrijven is gestegen, en dat zou dus ergens wat marge moeten bieden – op korte termijn – voor een loonstijging. Wat de koopkracht ten goede komt, en dus goed is voor de economische cyclus. Maar hoe sneller de lonen stijgen, hoe sneller de incentives er zijn om te automatiseren." 

Het is een vicieuze cirkel. Eentje die weliswaar een waarschuwing inhoudt voor een minder stabiele samenleving. En een minder goed verdeelde welvaart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234