Dinsdag 22/10/2019

Duurzame vis

De duurzaamste vis ter wereld wordt gekweekt in Kruishoutem

Stijn Van Hoestenberghe wil de wereld verbeteren met zijn omegabaars, de duurzaamste vis ter wereld. Beeld Wouter Van Vooren

Tien jaar geleden vloog Stijn Van Hoestenberghe met 3.000 kleine visjes in dozen over van Australië naar Leuven. Die vormden de basis voor de duurzaamste viskwekerij ter wereld. “Ik ontwikkelde vegetarische voeding om de smaak van de omegabaars op punt te brengen.”

“Laat die wereldverbeteraar maar doen, met zijn vegetarische vissen in een bassin.” Stijn Van Hoestenberghe (39), oprichter van viskwekerij Aqua4C, heeft het nooit aan zijn hart laten komen dat de klassieke visserijsector niet meteen wild werd van zijn idee om een duurzame vis te kweken in een gebouw dat op het eerste gezicht even goed een magazijn voor tuinartikelen had kunnen zijn. Al maakt het grote spandoek aan de ingang van de betonnen constructie meteen duidelijk dat hier niet meteen tuinstoelen of barbecues te vinden zijn. “Hier zwemt de vis van morgen”, leest het. 

Als zesjarig jongetje kreeg Stijn Van Hoestenberghe een aquarium cadeau van zijn moeder. Sindsdien hebben vissen hem nooit meer losgelaten. Toen hij als achttienjarige de wereld introk om te kitesurfen en te duiken, raakte hij nog meer verknocht aan de wondere, maar voor de meesten onzichtbare, wereld onder het wateroppervlak. Een wereld die – zonder dat we het voldoende beseffen – steeds kleiner wordt. “Als duiker zie je bij wijze van spreken de biodiversiteit achteruitgaan.”

Een van de grote boosdoeners: de manier waarop wij vandaag onze vis kweken. Van Hoestenberghe werkte zelf enkele jaren in vis- en scampikwekerijen in Zuid-Afrika, Spanje en de Seychellen. Viskweek is volgens de bioloog te veel verweven met de natuur. “Neem nu de zalmkooien in de fjorden in Noorwegen. De uitwerpselen van die vissen komen allemaal in de natuur terecht. De viskweker hoeft zich niet bezig te houden met het afval, terwijl het wel vervuilt.” Bovendien is ook de manier waarop we die kweekvissen voederen allesbehalve duurzaam: “Om een kilo vis te kweken, moet je drie kilo vis vangen. Dat gaat vooral om ansjovis, zandpaling of krill (garnaalachtig zeediertje, FE), voedsel waar ook andere dieren zoals pinguïns en walvissen van leven. Dat is toch absurd?”

Vette vis

Hij besloot een doctoraat te maken aan de KU Leuven om onderzoek te toen naar duurzame viskweek. “We zijn meteen op zoek gegaan naar een soort die duurzaam gekweekt kon worden. Niet een soort die duurzamer is ten opzichte van wat al bestond hé.” Van Hoestenberghe spreekt ondertussen uit ervaring. Het woord duurzaam heeft voor iedereen een andere betekenis. Hij gebruikt het enkel in zijn absolute vorm: “Vis kweken zonder dat de natuur daar last van heeft.” Daarvoor moest hij aan een aantal voorwaarden voldoen.

In de eerste plaats moest de vis zo laag mogelijk in de voedselketen staan. “Een carnivoor zoals de zalm zal je nooit of te nimmer kunnen kweken met vegetarisch voedsel, met een omnivoor kan dat wel.” Daarnaast zocht Van Hoestenberghe naar een warmwatersoort die graag in scholen leeft. Ook die twee vereisten zijn logisch. Indien hij voor een koudwatervis had gekozen, dan zou hij het water in zijn kwekerij constant moeten koelen, wat enorm veel energie zou kosten. Bovendien groeien koudwatervissen trager dan warmwatervissen. “Vandaag worden er veel viscarnivoren gekweekt in kooien in de natuur, maar eigenlijk kunnen ze daar niet goed tegen. Ze ontwikkelen stress omdat ze te dicht op elkaar zitten.” Tot slot moest het om een zoetwatervis gaan. “Met zout water kan je achteraf niks meer aanvangen, terwijl je zoet water nog kan filteren en hergebruiken in andere toepassingen.”

Zijn onderzoek wees een absolute winnaar aan: de Australische tijgerbaars. Die vissoort leeft in zogenaamde billabongs of woestijnrivieren die in extreme droogte de verzamelplaats zijn van vele vogels, vissen en krokodillen.

Maar wie een viskwekerij uit de grond wil stampen met een onbekende vissoort, moet niet alleen een duurzaam, maar ook een kwaliteitsvol product kunnen presenteren. Ook dat bleek reuze goed mee te vallen. “Je kan moeilijk een duurzame vis op de markt brengen als er, zoals bij lotte, maar een vijfde eetbaar is. De Australische tijgerbaars is een witte, vette vis met veel filet. Je zal hem bijvoorbeeld nooit droogbakken en hij is tijdens het bakken gemakkelijk om te draaien in de pan.”

(Lees verder onder de foto)

Die serres van Tomatenkwekerij Tomato Masters vangen achthonderd liter regenwater per vierkante meter op. Dat water komt in een reservoir van 74 miljoen liter terecht, waarvan een deel gebruikt wordt om de bassins van de omegabaarzen te vullen. Beeld Wouter Van Vooren

Alleen qua smaak was Van Hoestenberghe niet meteen overtuigd. “In Australië had de vis een nogal sterke grondsmaak.” Daar paste de bioloog in Leuven zelf een mouw aan. Met de 3.000 kleine visjes die hij in bakken overvloog naar een vervallen pand in Leuven begon hij te experimenteren met de voeding. “Want voeding heeft invloed op smaak, ook bij vissen.” Van Hoestenberghe ontwikkelde een vegetarisch dieet op basis van zeewier, algen en maïs, waardoor de vis rijk is aan omega-3-vetzuren. Dat zijn essentiële vetzuren die ons lichaam nodig heeft, maar niet zelf aanmaakt. “Dat konden we op voorhand niet inschatten, maar is natuurlijk mooi meegenomen.” Uiteindelijk zijn het een aantal chef-koks uit Leuven en Brussel, die als eerste met de vis aan de slag gingen, die de bioloog overtuigen om zijn product de duidelijke naam mee te geven: omegabaars.

Conservatief

“Nu lijkt het alsof alles van een leien dakje liep om dit hier uit de grond te stampen”, zegt Van Hoestenberghe plots, maar dat klopt niet helemaal. Een van de grootste uitdagingen om het hele project te doen slagen: konden de vissen zich voortplanten in gevangenschap? Toen Van Hoestenberghe besloot om in Kruishoutem een viskwekerij te bouwen, was die vraag nog steeds niet beantwoord. “Hadden we toen op zeker gespeeld, dan waren we het momentum misschien kwijtgespeeld en zouden investeerders nooit meer geld in duurzame vis stoppen. Wie de wereld wil veranderen, moet zijn stoute schoenen durven aantrekken.”

De keuze voor Kruishoutem was trouwens niet toevallig. Een viskwekerij heeft per definitie veel water nodig. En dan zijn er maar een paar opties. Grondwater is steeds minder voorradig, en vissen grootbrengen in Scheldewater is ook niet meteen optie. “Je krijgt nooit aan de consumenten uitgelegd dat die vis gezond zou kunnen zijn.” Dus bleef er maar een optie over: regenwater. 

In plaats van zelf regenwater op te vangen, zocht en vond Van Hoestenberghe de ideale partner in tomatenkwekerij Tomato Masters. Die serres vangen achthonderd liter regenwater per vierkante meter op. Dat water komt in een reservoir van 74 miljoen liter terecht, waarvan een deel gebruikt wordt om de bassins van de omegabaarzen te vullen. Het afvalwater, vol vol nitraat, fosfaat en andere afvalstoffen, wordt op zijn beurt weer gefilterd en gebruikt om tomatenplanten te bemesten. Een win-win-win voor Van Hoestenberghe, Tomato Masters en de natuur. Tomato Masters bespaart op die manier 20 procent op de aankoop van meststoffen, terwijl er haast geen water verspild wordt om de vissen te kweken.

Aqua4C doet dan wel grote inspanningen om een duurzame vis op de markt te brengen, het functioneert niet in een vacuüm, maar in een context waar in de eerste plaats marges de agenda bepalen. Van Hoestenberghe probeert ook daar zijn rol als vernieuwer te spelen. “In het begin kwamen vishandelaars onze vis hier ophalen met piepschuim-dozen, maar ik haat piepschuim. Ondertussen werken we met herbruikbare kratjes. Dat brengt extra werk mee voor de handelaars, maar anders kunnen ze niet met ons samenwerken. Gelukkig worden die duurzame verpakking steeds meer de norm.”
 Wie in de Carrefour, Albert Heijn of Spar winkelt, zal daar omegabaars in plastic vlootjes vinden. “Maar ook die gaan er binnenkort uit. We hebben zelf kartonnen verpakkingen ontwikkeld. Normaal gaat Carrefour die vanaf 1 juni gebruiken. Als het van ons afhing, was dat al veel langer het geval, maar alles gaat zo traag.”

Die traagheid frustreert de ondernemer nog het meest van al. “Wat zijn we ongelofelijk conservatief. Vooraleer je mensen iets nieuws kunt laten proeven, moet je eerst door een lange incubatieperiode. Mensen moeten er eerst eens over horen, dan moet een kennis er iets over vertellen en misschien proeven ze dan weleens voorzichtig. Maar dat wil nog niet zeggen dat je de vis daarom wil kopen.” Die terughoudendheid zorgde vooral in de begindagen voor een lastige situatie: aan de ene kant wilde Van Hoestenberghe niet te veel vis kweken, want voedsel kost veel, maar te horen krijgen dat je meer vis had kunnen verkopen, is ook vervelend. “Ik krijg altijd dezelfde reactie: ‘Als ik geweten had dat hij zo lekker was, had ik hem al eerder gegeten.’ Misschien zijn we gewoon wat te futuristisch?”

Op dit moment kan Aqua4C de vraag niet meer bijhouden. Het bedrijf produceert 6 ton per maand en hoopt tegen het einde van het jaar 15 ton per maand te kunnen leveren. Dat is meteen de maximale capaciteit van de viskwekerij in Kruishoutem en vertegenwoordigt net geen 1 procent van de totale Belgische markt, waarin 300.000 ton vis per jaar verorberd wordt. Van Hoestenberghe sluit niet uit dat hij in de toekomst nieuwe vestigingen zal openen, al zal de filosofie op elke locatie dezelfde zijn: “Er moet sowieso een duurzame waterbron zijn.”

Stijn Van Hoestenberghe kijkt uit over het waterreservoir dat zijn bassins van water voorziet. Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234