Woensdag 27/05/2020

De dubbelzinnigheid als systeem

Thomas Mann. 'Doktor Faustus'

Dirk Van Hulle

"Het kwaad is het verkeerde goede." Die woorden sprak Jürgen Habermas toen Daniel Goldhagen in 1997 de Demokratiepreis kreeg voor zijn werk over de holocaust. Een halve eeuw eerder zei Thomas Mann bijna precies hetzelfde in de toespraak 'Duitsland en de Duitsers' die hij eind mei 1945 hield voor de Library of Congress in Washington: "Het kwade Duitsland, dat is het misgelopen goede." Toen hij die lezing gaf was Mann al twee jaar bezig aan zijn roman Doktor Faustus, die in 1947 verscheen en waarin hij onder meer probeerde na te gaan hoe het zo verkeerd had kunnen lopen met Duitsland.

Zoals de ondertitel al aangeeft, gaat het boek over 'het leven van de Duitse toondichter Adrian Leverkühn, verteld door een vriend'. Die vriend is de brave Serenus Zeitblom, die van 1943 tot 1945 de biografie schrijft van zijn faustische schoolkameraad. Leverkühn wordt in 1885 geboren op een boerderij in het Duitse plaatsje Buchel. De hoogbegaafde knaap wordt al op zijn tiende naar het gymnasium gestuurd in het stadje Kaisersaschern, midden in de Lutherstreek. Daar logeert hij bij zijn oom, die instrumentenbouwer is. Zo raakt hij gefascineerd door de muziek. Ondanks de inspanningen van zijn muziekleraar besluit Leverkühn echter om na het gymnasium theologie te gaan studeren in Halle, waar hij niet alleen met het goddelijke maar ook met het duivelse vertrouwd raakt. Die studie breekt hij plots af om zich in Leipzig dan toch op de muziek en de compositieleer toe te leggen. Maar het componeren leidt algauw tot een impasse omdat de bestaande middelen om zich muzikaal uit te drukken niet volstaan en enkel nog geparodieerd lijken te kunnen worden.

Om een uitweg uit die crisis te vinden sluit Leverkühn een pact met de duivel. In Leipzig komt hij in contact met een prostituee die hij Esmeralda noemt. Ondanks haar waarschuwingen raakt hij besmet met syfilis. De mentale bezegeling van het duivelspact volgt even later wanneer Leverkühn zijn 'strenge stijl' ontdekt - waarvoor Thomas Mann zich baseerde op de twaalftoonstechniek van Arnold Schoenberg. Tijdens een werkvakantie in het Italiaanse Palestrina verschijnt de duivel officieel om de details van het pact te bespreken. Hij belooft de componist de nodige inspiratie, maar daar staat tegenover dat Leverkühn niemand mag liefhebben en zijn ziel na 24 jaar moet afstaan.

Leverkühn trekt zich na zijn reis in Italië terug op een boerderij, waar hij in stilte aan zijn composities werkt. De weinige mensen met wie hij in contact komt en voor wie hij ook maar iets durft te voelen, sterven onherroepelijk. Het hoogtepunt van zijn loopbaan is zijn laatste werk, de cantate Dr. Fausti Weheklag. Wanneer de termijn afgelopen is, nodigt hij nog een laatste keer al zijn vrienden uit om zijn hele leven op te biechten. Daarna wordt hij volledig kinds. Hij sterft in augustus 1940, wanneer Duitsland zich "van de ene wanhoop in de andere stort", zoals zijn biograaf Zeitblom het uitdrukt.

Thomas Mann heeft altijd iets met Duitsland gehad. Vooral in de jaren dertig werd die verhouding erg problematisch. De parallel tussen Leverkühn en Duitsland in de roes van het nationaal-socialisme tekent zich in de loop van het verhaal steeds duidelijker af; Mann legde een rechtstreeks verband tussen de epidemie van übermenschliche overmoed en het faustische verlangen om ingewijd te worden in alle geheimen van het universum.

Dat het 'goede' lutherse Duitsland zo van het ene extreem in het andere kon vallen, had volgens Mann te maken met wat hij de "innerlijkheid" van de Duitsers noemde, waardoor de mens in contact komt met zijn irrationele en zelfs demonische kant, wat zich onder meer uit in een gevoel voor mystiek en muziek. Dankzij die (over)gevoeligheid kan het irrationele des te sneller naar het hoofd stijgen, met "ziekelijk gedweep" en dionysische extase als gevolg. Friedrich Nietzsche was voor Mann de incarnatie van dat proces. Niet zonder enig sarcasme heeft Mann de filosoof die ooit over Wagner schreef dat hij de muziek had verziekt model laten staan voor de componist Leverkühn.

De pervertering van Wagners muziek door de nazi's had Mann al in 1933 (in 'Leiden und Größe Richard Wagners') aan de kaak gesteld en indirect heeft dat zijn emigratie wellicht bespoedigd. Vanaf 1933 maakte het gezin Mann, na een lezingentournee, een grote bocht om het even gehate als geliefde vaderland via Zuid-Frankrijk en Zwitserland, en emigreerde uiteindelijk in 1938 naar de Verenigde Staten. In de wijk van Los Angeles waar Mann zich vestigde was door de emigratie van heel wat Europese kunstenaars een centrum van knappe koppen ontstaan; Stravinsky, Schoenberg, Otto Klemperer, Bruno Walter en Arthur Rubinstein waren buren van het gezin Mann.

Mann kwam er heel regelmatig over de vloer bij Theodor Adorno, die hem als muziektheoreticus alle mogelijke informatie verstrekte om Leverkühn als componist een geloofwaardige positie in het moderne muziekgebeuren te verschaffen. Misschien is zelfs het idee van de verwording van de ratio tot een irrationele kracht door Adorno ingefluisterd of geïnspireerd door de Dialektik der Aufklärung (1947), die Adorno met Horkheimer schreef terwijl Mann aan Doktor Faustus werkte.

Maar waar het om gaat is dat de toen meer dan zeventigjarige schrijver in de eerste plaats openstond voor nieuwe ideeën. Doktor Faustus is het boeiende resultaat van wat hij vervolgens met die ideeën deed, hoe hij Adorno's theorieën over de nieuwe muziek eerder volgens Stravinsky's dan Schoenbergs recept verwerkte en ze naadloos versmolt in zijn eigen idioom: een gezwollen dieventaaltje dat bedrieglijk vooroorlogs aandoet maar waarin hij (met Buddenbrooks, De toverberg en Doktor Faustus) om de kwarteeuw een balans opmaakte van zijn tijd. Zo heeft hij op Beethovense wijze de overgang van de negentiende-eeuwse naar de postmoderne roman voor een groot stuk bepaald. Zijn leven lang heeft Mann geworsteld met wat hij "de crisis van de roman" noemde, een crisis die alles te maken had met de twee wereldoorlogen en de kaalslag die zich op intellectueel gebied vertaalde in een gevoel van steriliteit. In Doktor Faustus is hij niet alleen die crisis te lijf gegaan, maar heeft hij ook een indringend portret geschilderd van een continent dat doordrenkt is van zijn verleden. Die geschiedenis heeft hij in verscheidene onderliggende tijdslagen ook in Doktor Faustus aangebracht, onder meer door middel van opzettelijk ouderwets taalgebruik en door de traditionele schrijfstijl van Zeitblom waarmee Mann zichzelf ironiseert.

Habermas (overigens lange tijd assistent van Adorno) gaf zijn lezing voor Goldhagen de titel 'De geschiedenis is een deel van ons'. Het feit dat dit historische zelfbewustzijn heel wat complexer en problematischer is dan het lijkt (omdat het in een geperverteerde vorm nu juist een hoofdkenmerk was van de naziperiode), heeft Mann op een beklemmende manier duidelijk gemaakt met zijn twintigste-eeuwse Faust.

Het dubbelzinnige van Manns haat-liefdeverhouding met Duitsland is, zeker in de eerste jaren na het verschijnen van Doktor Faustus, vaak verkeerd begrepen. Heel wat Duitse recensenten beschouwden Mann als een soort landverrader die niet alleen gevlucht was, maar nu ook al wat Duits was had bezoedeld. Toen hij in 1947 voor het eerst na de oorlog weer een bezoek bracht aan Europa en Duitsland daarbij links liet liggen, lokte dat verontwaardigde reacties uit. Nog meer opschudding veroorzaakte hij toen hij twee jaar later dan toch naar Duitsland reisde, maar zowel de Sovjet- als de geallieerde zones bezocht. Vanaf dat moment werd er een soort koude oorlog onder critici gevoerd; beide Duitslanden legden beslag op 'hun' Mann, zodat het 'goede' en het 'kwade' Duitsland zelfs in Oost-Westtermen werd geïnterpreteerd. Zo'n totaal verkeerd begrepen tweedeling heeft absoluut niets te maken met de fundamentele ambiguïteit die het werk van Thomas Mann kenmerkt en die, net zoals de muziek voor Leverkühn, "de dubbelzinnigheid als systeem" is. De originele Faust uit de zestiende eeuw werd verdoemd; Goethe schonk hem genade. Mann velt geen oordeel. De twee zielen, ach, in de faustische borst moeten maar zien dat ze leren samenwonen.

Een Nederlandse vertaling van Doktor Faustus door Thomas Graftdijk verscheen in 1985 bij De Arbeiderspers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234