Vrijdag 22/10/2021

De droom van de martelaars is een nieuw Egypte

Op 25 januari 2011, exact een jaar geleden, gebeurde wat tot dan toe onmogelijk werd geacht. In dictatoriaal Egypte braken massale protesten uit die uiteindelijk leidden tot de val van Hosni Moebarak. Het jaar dat volgde verliep bijzonder woelig, en de toekomst van het land is onzeker. Terwijl de Tahrir-activisten blijven oproepen om de revolutie 'verder te zetten' en de grote massa hoopt op rust, houdt het leger de touwtjes (voorlopig) stevig in handen.

nzel, enzel!", 'kom naar beneden', roepen de betogers die vrijdag opstappen van de wijk Mohan -dessien naar het Tahrirplein. Het is wat ze bijna een jaar geleden ook riepen, op die inmiddels historische 25 januari. Maar anders dan toen komen de mensen vandaag niet naar beneden. Enkelen zwaaien vanaf hun balkon met Egyptische vlaggen; de meeste omwonenden kijken ongeïnteresseerd toe.

Daags voor de eerste verjaardag van hun revolutie geven de activisten van het eerste uur toe dat ze het voorbije jaar de steun van een groot deel van de bevolking zijn kwijtgespeeld. "We moeten terugspoelen naar 25 januari 2011, de mensen eraan herinneren waar het allemaal is om begonnen", zegt Alaa Abd El-Fattah, de bekende blogger die eind vorig jaar wekenlang in de gevangenis zat, al wandelend. "Daarom hebben we vandaag de 'dag van de droom van de martelaars' genoemd. We moeten de meerderheid en het Tahrirplein opnieuw met mekaar verzoenen."

Daarom hebben de activisten in de aanloop naar deze verjaardag een rist activiteiten bedacht. Zo is er 'salasel el-thaura', de revolutionaire ketting. Mensen gaan langs de kant van de straat staan met eenvoudige maar vooral vriendelijke en niet-agressieve slogans. Bedoeling is om het beeld te counteren dat de staatstelevisie ophangt van de Tahrir-activisten als straattuig.

Harder van toon is 'Askar Kazeboon', of: de generaals liegen. In heel Egypte zijn de voorbije weken mensen de buurten ingetrokken met projectieschermen waarop beelden worden geprojecteerd van wreedheden die door het leger zijn begaan, zoals het beruchte fragment waarin een gesluierd meisje geschopt en uitgekleed wordt door soldaten.

De 32-jarige Muhamad Radwan was aanwezig bij verschillende Kazeboon-acties. Ze zijn een verdeeld succes, zegt hij. "Sommige mensen zijn oprecht geshockeerd; ze hadden de beelden nooit eerder gezien. Anderen zeggen dan weer dat we het verdiend hebben."

Ongeveer de helft van de Kazeboon-acties loopt uit op geweld, zegt Radwan. Hij werd zelf afgetroefd in Mohandessien door wat hij omschrijft als "tuig van de straat". Maar het zou te makkelijk zijn om alles op de rug te schuiven van knokploegen in dienst van het militaire regime. "In de wijk KitKat zijn we door de buurtbewoners zelf weggejaagd toen we ons materiaal aan het opzetten waren."

Het probleem, zeggen veel activisten, is niet dat de meerderheid tegen de revolutie is maar dat de militaire junta, via de staatstelevisie, er telkens weer in slaagt om de schuld voor het geweld bij de betogers te leggen.

Toen in oktober vorig jaar 24 doden vielen bij een Koptische betoging, de meesten doodgereden door pantservoertuigen van het leger, zei de staatstelevisie dat juist het leger was aangevallen. Ze riep de Egyptenaren op om het leger te hulp te schieten. Van de drie soldaten die volgens de staatstelevisie waren gedood is sindsdien niets meer vernomen.

Tijdens de opstand vorig jaar werd de staatstelevisie berucht omdat die doodleuk archiefbeelden uitzond van een leeg Tahrirplein terwijl het er in werkelijkheid zwart zag van het volk. Sindsdien is er weinig veranderd, zegt Shahira Amin, een bekende TV-presentatrice die in februari ontslag nam uit protest tegen de gekleurde berichtgeving van de staatstelevisie. "Vroeger kwamen de bevelen van de president of het ministerie van Binnenlandse Zaken, nu komen ze van het leger", zei Amin in augustus tegen The Guardian.

Het effect van de staatspropaganda is dat er nu twee parallelle Egyptes bestaan. In het ene Egypte, dat van Facebook en Twitter, is de revolutie gekaapt door een militaire junta die zich vastklampt aan de macht, bloggers gevangen zet en betogers doodschiet. In het andere Egypte, waar 40 procent van de bevolking analfabeet is, zijn het leger en het volk nog altijd 'één hand', en wordt de stabiliteit van het land bedreigd door tuig in dienst van de steeds terugkerende 'onzichtbare handen', het eufemisme waarmee het leger steevast waarschuwt voor een vermeend buitenlands complot.

Hoe de twee zich tot elkaar verhouden blijkt uit een opiniepeiling van december: 88 procent van de Egyptenaren staat achter het leger en 91 procent zegt dat verder protest nefast is voor het land. Slechts negen procent vindt verder betogen een goede zaak. "Het huidige conflict in Egypte", zegt professor en activiste Dina Samak, "is tussen de mensen die de revolutie willen afmaken en zij die in de eerste plaats stabiliteit willen."

Muhammad Radwan gelooft nochtans niet dat de mensen echt zomaar aannemen wat de staatstelevisie hen voorhoudt. Daarvoor hebben de Egyptenaren teveel ervaring met staatspropaganda, zegt hij. "De mensen zitten in een ontkenningsfase. Ze willen niet geloven dat het leger tot dergelijke zaken in staat is omdat het leger hun laatste houvast is. Ze zijn bang voor een Libië- of een Syrië-scenario."

Radwan herinnert zich een discussie met een taxichauffeur. Toen ik hem begon te vertellen over hoe het leger zich heeft gedragen tijdens de rellen in december bedekte hij zijn oren. Het is niet dat hij mij niet geloofde; het is dat hij het niet wilde weten.

De 33-jarige Samaher Al-Kady had een gelijkaardige ervaring. Al-Kady is het hoofdpersonage van de documentaire 1/2 revolution, over een groep vrienden die zichzelf hebben gefilmd tijdens de revolutie van vorig jaar. "Na het bloedbad op de Koptische betoging raakte ik in gesprek met een bloemenverkoper nabij het Tahrirplein. Hij hield vol dat het leger niets verkeerds had gedaan. Ik had toevallig mijn videocamera bij met beelden van betogers die worden doodgereden. Hij heeft geweigerd om ernaar te kijken. De mensen willen de waarheid gewoon niet onder ogen zien."

Nochtans broeit er ook bij de staatstelevisie iets. Op dinsdag was er op de negende verdieping van het aartslelijke omroepgebouw langs de Nijl een betoging aan de gang. Journalisten demonstreerden er voor het bureau van Mediaminister Ahmed Anis. Ze waren boos omdat Anis het bevel zou hebben gegeven om morgen op de verjaardag van de revolutie alleen aandacht te geven aan de officiële viering, en eventueel protest tegen de militaire junta te negeren.

Op zondag hadden de journalisten van de openbare omroep al een 'mini-coup' gepleegd: tegen bevel van hogerhand in hadden ze de documentaire Mijn naam is Tahrir uitgezonden. Op Twitter en Facebook stak meteen gejuich op. "De staatstelevisie heeft eindelijk de revolutie vervoegd", klonk het.

Maar Amor Eletrebi, een 23-jarige activist, is sceptisch. "Die documentaire gaat over de revolutie die Mubarak ten val bracht. Niemand stelt die revolutie in vraag, ook het leger niet. Wordt hier niet een stukje theater opgevoerd om ons te doen geloven dat de staatstelevisie nu aan onze kant staat?"

Wat het er niet makkelijk opmaakt is dat ook de spreekwoordelijke 'zwijgende meerderheid' zich begint te roeren. In november en december vonden in de wijk Abbassiya een reeks betogingen plaats van mensen die het leger steunen tegen de betogers van het Tahrirplein. Die betogingen haalden nooit de getallen van het Tahrirplein op zijn hoogtepunt, maar ze werden wel extra in de verf gezet door de staatstelevisie.

Het Abbassiya-protest was een initiatief van Abdelfattah Nasser (42) en Mohamed Ahmed (31), oprichters van de Coalitie van de Zwijgende Meerderheid. Op de betogingen waren buitenlandse journalisten niet echt welkom maar in een koffietent in de wijk Heliopolis blijken Nasser en Ahmed twee vriendelijke mannen te zijn, respectievelijk advocaat en politiek researcher.

"Wij zijn niet tegen de revolutie en we zijn ook niet pro-Mubarak", benadrukt Nasser. "Een aantal van onze leden was zelfs aanwezig op het Tahrirplein maar alleen tot de dag dat Hosni Mubarak is afgetreden."

Mohamed was op 25 januari even op het Tahrirplein. Puur uit nieuwsgierigheid, geeft hij toe. De overige 17 dagen van de revolutie bracht hij, zoals de rest van de zwijgende meerderheid, door met patrouilleren in zijn buurt nadat de politie plots uit het straatbeeld was verdwenen.

Het is de herinnering aan die chaotische dagen die hen motiveert, zegt Mohamed. "Veel van onze leden komen vanuit de angst voor wat er kan gebeuren als het leger ook wegvalt. Kijk naar Irak, Somalië. We moeten het leger op dit moment accepteren, anders eindigt het in chaos."

Militaire dictatuur

Abbassiya en Tahrir willen allebei hetzelfde: veiligheid en stabiliteit, zegt Nasser. "We zijn het alleen oneens over hoe we dat het beste bereiken. Abbassiya wil ook geen militaire dictatuur. Niemand wil dat. Maar we leven in Egypte al een halve eeuw onder een militaire dictatuur, zes maanden kunnen we er nog wel bijnemen. Het beste bewijs dat het leger wel degelijk van plan is om de macht af te staan zijn de voorbije verkiezingen. En wie wilde die verkiezingen niet? Het Tahrirplein, omdat ze niet klaar waren met hun campagne."

De Coalitie heeft zijn betogingen sinds 24 december opgeschort, gelijk oplopend met het Tahrirplein. De voorbije weken hebben ze wel hun eigen campagne gevoerd, geënt op de Kazeboon-campagne van de tegenstanders. "We gaan de wijken in met videobeelden van het straatprotest. We zeggen niet dat die van het Tahrirplein allemaal tuig zijn, wel dat er zich onder de vreedzame betogers agitatoren hebben gemengd die een wig wil drijven tussen het leger en het volk."

Vandaag heeft de Coalitie zijn leden opgeroepen om naar het Tahrirplein te trekken om de revolutie te vieren. De tegenpartij gaat hetzelfde doen maar dan om eraan te herinneren dat de revolutie nog niet voltooid is. Het leger heeft 25 januari tot een nationale feestdag uitgeroepen. Een van de officiële activiteiten is een luchtshow boven Cairo. Dat roept herinneringen op aan vorig jaar, toen gevechtsvliegtuigen laag over het Tahrirplein vlogen om de betogers te intimideren.

Maar de vliegtuigen zullen geen bommen afwerpen, heeft het leger beloofd, wel coupons die de mensen kunnen inruilen voor mooie prijzen. Reageert een activist op Twitter: "Aan jullie de keuze: voorover buigen om de coupons op te rapen, of het hoofd hooghouden en de revolutie voortzetten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234