Donderdag 22/04/2021

De drone die mijn kleinzoon doodde

undefined

Een Amerikaanse drone doodde mijn zestienjarige kleinzoon Abdulrahman - een Amerikaans staatsburger, zijn neef - ook een tiener - en ten minste vijf andere burgers op 14 oktober 2011, toen de jongens in de open lucht aan het eten waren in restaurant in het zuiden van Jemen.

Later bezocht ik de plek waar hij tijdens zijn laatste momenten gezeten had. Mensen ter plaatse zeiden me dat zijn lichaam aan flarden was gescheurd. Ze toonden me het graf waar ze zijn restanten hadden begraven. Ik stond erbij en vroeg me af waarom mijn kleinkind dood was.

Bijna twee jaar later heb ik nog altijd geen antwoorden. De regering van de Verenigde Staten weigert uit te leggen waarom Abdulrahman gedood werd. Pas in mei laatstleden gaf de regering-Obama publiekelijk toe wat de wereld al wist: dat de VS verantwoordelijk waren voor zijn dood. Minister van Justitie Eric H. Holder zei dat Abdulrahman geen specifiek doelwit was, waarmee hij meer vragen opriep dan beantwoordde.

Mijn kleinzoon werd gedood door zijn eigen regering. De regering-Obama moet verantwoordelijkheid opnemen voor haar acties en moet aansprakelijk gesteld worden. Een dezer dagen zal ik een verzoekschrift indienen bij een federale rechtbank in Washington om van de regering te eisen dat ze dat doet.

Abdulrahman werd geboren in Denver. Hij woonde in Amerika tot zijn zevende en kwam daarna bij mij in Jemen wonen. Hij was een typische tiener: hij keek naar The Simpsons, luisterde naar Snoop Dogg, las Harry Potter en had een Facebookpagina met vele vrienden. Hij had een bos krullend haar, een bril zoals ik en een brede, gekke glimlach.

In 2010 zette de regering-Obama de vader van Abdulrahman, mijn zoon Anwar, op de 'moordlijst' van de CIA en het Pentagon van verdachte terroristen die gedood moesten worden. Een drone maakte op 30 september 2011 een einde aan zijn leven.

De regering beschuldigde Anwar regelmatig van terrorisme - hij was ook een Amerikaans staatsburger - maar legde hem nooit een misdrijf ten laste. Geen enkele rechtbank controleerde ooit de beweringen van de regering, nooit werden bewijzen voor criminele activiteiten voor het gerecht gebracht. Hij verdiende het niet dat zijn rechten als Amerikaans staatsburger hem ontnomen werden en om gedood te worden.

Op een ochtend in september 2011 vertrok Abdulrahman thuis in Sana. Hij ging op zoek naar zijn vader, die hij al jaren niet meer gezien had. Hij liet een briefje achter voor zijn moeder waarin hij uitlegde dat hij zijn vader miste en hem ging zoeken, en waarin hij vergiffenis vroeg omdat hij zonder toelating was vertrokken.

Gericht doden

Een paar dagen na zijn vertrek waren we opgelucht toen we bericht kregen dat hij veilig en wel was bij neven in het zuiden van Jemen, waar onze familie vandaan komt. Een paar dagen later werd zijn vader gedood door Amerikaanse drones in een noordelijke provincie, honderden kilometers verderop. Na de dood van Anwar belde Abdulrahman ons op om te zeggen dat hij terug naar huis kwam.

Dat was de laatste keer dat ik zijn stem hoorde. Hij werd twee weken na zijn vader gedood.

Een land dat vindt dat het zich niet moet verantwoorden als het een van zijn eigen burgers doodt, is niet het Amerika dat ik ooit kende.

Ik studeerde in Amerika en werkte daarna als onderzoeker en assistent-professor aan universiteiten in New Mexico, Nebraska en Minnesota.

Terug in Jemen werd ik minister van Landbouw en Visserijen. Ik richtte ook een van de toonaangevende instellingen voor hoger onderwijs in mijn land op, Ibb University. Abdulrahman zei me vaak dat hij in mijn voetsporen wilde treden en in Amerika zou studeren. Het doet verschrikkelijk pijn om aan die gesprekken te denken.

Nadat Anwar op de lijst met doelwitten was gezet, maar voor hij gedood werd, vertegenwoordigden de American Civil Liberties Union en het Center for Constitutional Rights me in een rechtsgeding tegen de bewering van de regering dat ze iedereen mag doden die ze beschouwt als een staatsvijand. Het hof verwierp de zaak met het argument dat ik niet namens mijn zoon mocht procederen en dat het programma van gericht doden hoe dan ook buiten het rechtsgebied van het hof viel.

Na de dood van Abdulrahman en Anwar spande ik een nieuwe rechtszaak aan, op zoek naar antwoorden en aansprakelijkheid. Opnieuw voerde de regering aan dat het programma van gericht doden buiten de bevoegdheid van het gerecht valt. Ik kan moeilijk geloven dat dat wettig kan zijn in een constitutionele democratie gebaseerd op checks and balances.

De regering heeft een zestienjarige Amerikaanse jongen gedood. Moet ze niet op zijn minst uitleggen waarom?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234