Woensdag 28/07/2021

De doorbraak van een boerenzoon

Toen haar zoon in 1977 voorzitter werd van de BSP, zo verhaalde moeder Van Miert jaren geleden in een uitzonderlijk Humo-interview, werd ze uitgespuwd door de andere leden van de landbouwersgemeenschap van het gehucht Oosthoven bij Oud-Turnhout. Het platteland stemde, bij de gratie Gods, katholiek. Voor andersdenkenden restte enkel onbegrip en excommunicatie. Zo was het in West-Vlaanderen, zo was het in de Kempen. Niet dat ‘de overzijde’ rekkelijker was. Socialisten winkelden enkel bij de Coop en haalden hun medicijnen bij De Voorzorg. Het lijkt een andere wereld, maar het is amper dertig jaar geleden.In de stille omwenteling van de ontzuiling speelt de non-conformistische boerenzoon Karel Van Miert een historische rol. De BSP, waarin hij vanaf het begin van de jaren zeventig als een komeet omhoogschiet, is in die tijd niet alleen een verzuilde en sociaal-conservatieve partij maar ook een unitair Belgische. In de praktijk wil dat zeggen dat de Vlamingen te luisteren hadden naar het woord van de veel machtigere Franstalige PSB-vleugel. “Iedereen sprak er Frans, behalve ik. Om principiële redenen”, schreef Van Miert in Mijn jaren in Europa over de eerste partijbureaus die hij meemaakte. “Mijn Frans was inmiddels meer dan behoorlijk, maar ik vond dat de taal van de meerderheid van de landgenoten gerespecteerd diende te worden.”

Splijtzwam met Cools

Geen wonder dat die unitaire BSP-PSB amper een jaar standhoudt onder het covoorzitterschap van André Cools en Karel Van Miert, die de in 1977 naar de regering-Tindemans vertrokken Willy Claes is komen vervangen. Na het (mislukte) Egmontpact kiest de zelfbewuste Vlaming Van Miert voor een assertieve Vlaamse koers. Tot afgrijzen van de Franstalige PSB’ers en tot afgrijzen van de oudere garde Vlaamse socialisten, die gewend is zich te schikken naar het oordeel van de PSB-bonzen. “De communautaire discussies deden uiteraard geen deugd aan de eenheid binnen de partij”, herinnert generatiegenoot en boezemvriend Freddy Willockx zich. “Maar de echte splijtzwam was het feit dat Karel zich niet kon neerleggen bij de feitelijke machtsverdeling tussen CVP en PSB. Zij legden de regeringskoers vast en regelden onderling de benoemingen. Dat vloekte met Karel zijn gemoed.”Aldus wordt Karel Van Miert in 1978 op 36-jarige leeftijd de eerste partijvoorzitter van de gesplitste Socialistische Partij (SP). Nochtans is hij helemaal niet voorbestemd om partijleider te worden. Als Frank Van Acker de cumulatie van het voorzitterschap met zijn burgemeestersambt in Brugge had zien zitten, zou Willy Claes nooit aan Van Miert als opvolger gedacht hebben. “We hebben dat op een informele vergadering van de partijtop met de voormannen van de Gemeenschappelijke Actie (vakbond, ziekenfondsen en coöperatieven, BE/FR) beslist”, weet Willy Claes nog. “Toen duidelijk werd dat Van Acker zou weigeren, heb ik radicaal gepleit voor de verjonging. De enige aanvaardbare kandidaat was Karel, die zelf overigens niet aanwezig was op de vergadering. Ik heb hem gebeld en bij mij in Hasselt uitgenodigd. Hij heeft aanvaard.”Claes, op de brug tussen de oude garde van Jos Van Eynde en de jongeren à la Tobback, heeft Van Miert natuurlijk al langer in de gaten. Alvorens Van Miert zijn kabinetschef en zijn opvolger als voorzitter wordt, werkt de jonge Kempenaar op de kabinetten van de Europese commissarissen Sicco Mansholt en Henri Simonet. Politiek laat hij voor het eerst van zich spreken tussen 1970 en 1973 als voorman bij de Jongsocialisten. Willy Claes: “Karel was geen gratuite opposant. Zijn kritiek op de partij was verstandig en gefundeerd, en dus gingen ook de nestoren in de partij naar hem luisteren.”Eenvoudig maakt Van Miert het zichzelf niet in die beginjaren. Niet alleen met de Franstalige zusterpartij worden de banden doorgeknipt, ook met de vakbond wordt de verhouding losser. “Karel haalde de partij bijna meteen uit haar sclerose”, vertelt Norbert De Batselier, een jeugdvriend van bij de Jongsocialisten die door Van Miert vanop de studiedienst van het ABVV werd weggeplukt. Van Miert had met Willy Brandt in Duitsland en nog meer met de door hem gekoesterde (en later vermoorde) Olof Palme in Zweden ook krachtige voorbeelden van die volgens hem noodzakelijke verbreding van socialisme naar sociaaldemocratie. De Batselier: “Karel zette de partij op een nieuw spoor, ideologisch maar ook sociaaleconomisch. Bijvoorbeeld op vlak van huisvesting besefte hij als eerste dat de noden in Vlaanderen anders waren dan die in Wallonië. En dus moest ook de partijlijn vernieuwen.”

De Jonge Turken

Nergens wordt dat zo duidelijk als in het Doorbraak-manifest waarmee Van Miert in 1979 uitpakt. Tien jaar na de ‘progressieve frontvorming’ van Leo Collard doet hij een nieuwe poging om de partij te verruimen met de linkerzijde van de christendemocratie. Met LBC-voorman Paul Pataer en priester Jef Ulburghs haalt Van Miert, zelf vrijzinnige uit een katholiek nest, twee symboolkandidaten binnen, maar belangrijker is het signaal van levensbeschouwelijke openheid. “Karel Van Miert heeft de opening naar het katholieke Vlaanderen gemaakt”, erkent Johan Vande Lanotte. “Wat Grootjans en Vanderpoorten bij de PVV deden, heeft hij bij de SP gedaan. Het is niet toevallig dat de SP in die jaren ook voor het eerst het sterkst stond in West-Vlaanderen en Limburg.”Van Miert kan dat omdat hij een uitzonderlijke generatie van politiek toptalent rond zich verzameld heeft. Onder auspiciën van Van Miert kwamen behalve de al genoemde Freddy Willockx en Norbert De Batselier en de wat oudere Louis Tobback ook onder meer Luc Van den Bossche, Louis Vanvelthoven, Marcel Colla en Eddy Baldewijns tot politieke wasdom. Samen staan zij sindsdien om niet helemaal opgehelderde redenen geboekstaafd als de Jonge Turken, een verwijzing naar de generaals die de revolutie van Atatürk steunden. Met een sindsdien in de Belgische politiek niet meer waargenomen oppositiekracht maken zij vanaf 1981 het leven van de opeenvolgende regeringen-Martens zuur. En ze hebben daar, tussen alle sociaaleconomische en budgettaire rampspoed door, één bijzonder doeltreffend strijdpunt voor: de rakettenkwestie.In 1979, toen de SP nog in de regering zat dus, zouden die raketten nochtans tot een verscheurend intern debat in de partij leiden. België aanvaardde toen het NAVO-dubbelbesluit en stemde aldus impliciet in met de plaatsing van 48 kruisraketten op Belgische bodem, in Florennes. De SP-ministers voelden zich voor het blok gezet, maar durfden de regering niet te laten vallen. De principiële Van Miert, die ooit de Franse president Mitterrand toesnauwde dat als hij toch zo graag raketten wou, dat hij ze dan gerust in Frankrijk mocht plaatsen, nam de zaak persoonlijk en overwoog ontslag. Hij bleef zitten, maar het NAVO-besluit bleef ook jarenlang in zijn maag zitten.

De populairste van het land

Maar eens in de oppositie vuurt de SP met des te meer kracht op de wankelmoedige rakettenhouding van de regering. En kijk, wat met de opzichtige Doorbraak-actie maar half gelukt is, lijkt nu vanzelf te gaan: de in gewetensnood verkerende linkerflank van de CVP begint te schuiven, en de kiezer schuift mee. In 1984 en ‘85, op het hoogtepunt van de vredesmarsen (die in 1983 400.000 Belgen op straat brengen), leidt Van Miert zijn partij als kopman naar grote verkiezingsoverwinningen. Met 496.063 voorkeurstemmen op de Europese lijst wordt Van Miert in 1984 de populairste politicus van het land, de SP haalt een sindsdien ongeëvenaarde 28,1 procent. “Van Miert komt de verdienste toe dat hij de partij Vlaams, progressief en pacifistisch maakte”, zegt De Batselier. “Hij vatte daarmee als geen ander de tijdgeest.”“Zonder Karel Van Miert was ik nooit lid geworden van de partij”, bevestigt Frank Vandenbroucke, die hem in 1989 zou opvolgen als voorzitter. “Zijn strijd tegen de raketten, waarbij hij aanvankelijk in de minderheid werd gesteld in het partijbureau, heeft mij over de streep getrokken. Dat en de radicale manier waarop hij deuren en ramen van de SP heeft opengezet voor wie niet van socialistische huize was. Het is ook dankzij hem dat de SP in de jaren tachtig en negentig een fundamentele bijdrage heeft geleverd aan twee sociale staatshervormingen.”Willockx, De Batselier, Tobback, Van den Bossche... ze verzamelden nadien een indrukwekkend curriculum, maar niet toevallig noemen ze allemaal die oppositiejaren het hoogtepunt van hun politieke loopbaan. “Het was een unieke periode, waarin successen en vriendschap hand in hand gingen”, zegt een aangeslagen Freddy Willockx. “Van Miert had de gave van de verontwaardiging maar ook de gave om mensen te mobiliseren en te motiveren.” Onder impuls van hem en van toenmalig fractieleider Louis Tobback kwam de jonge fractie elke zomer bji elkaar voor naar verluidt warmbloedige fractiedagen. Die vonden niet plaats in een vakantiehuis van het ziekenfonds, maar in het buitenverblijf van de nestoren Joz Wijninckx, in Balen, of dat van Jos Van Elewijck, in Sombeke.Na zeven jaar harde oppositie, een bocht(je) in de rakettenkwestie en een hypercomplexe regeringsvorming leidt Van Miert zijn partij de regering weer in. Voor hem staat daar de prestigieuze post van minister van Buitenlandse Zaken klaar, maar de even eenvoudige als ambitieuze boerenzoon mikt nog hoger en gaat op 1 januari 1989 naar de Europese Commissie. Tot enig ongenoegen van Commissievoorzitter Jacques Delors, die die onbekende Vlaamse socialist niet ziet zitten. Een vreselijke onderschatting, zo beseffen behalve Delors zelf inmiddels ook Boeing, Bertelsman en Bernie Ecclestone.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234