Zaterdag 18/09/2021

'De dood is een deel van ons leven'

De schrijfster van A Woman in the Crossfire: Diaries of the Syrian Revolution hield een dagboek bij tijdens haar reis door Syrië. Het relaas van haar dagen tussen de rebellen behoort tot het meest aangrijpende wat de wereld tot dusver uit haar land te lezen kreeg. Samar Yazbek

Het was dinsdagochtend, nog geen vijf uur. Ik lag aan de ene kant van het bed en de twee meisjes op wie ik paste lagen aan de andere kant. Geen van ons had een oog dichtgedaan. Nu en dan hoorden we het geweervuur van sluipschutters, rondom ons stortten bommen neer. Opgeschrikt kwam de moeder van de meisjes de kamer binnen: "De bombardementen worden erger", zei ze.

We renden de kamer uit en de trap af. Vrouwen, kinderen en ook enkele mannen waren samengekomen in de kelder. De kinderen konden het onderscheid maken tussen het geluid van bommen en geweerschoten, ze kenden het verschil tussen nabije en verafgelegen beschietingen en ze stelden de richting van waaruit de geluiden op ons afkwamen foutloos vast.

Sinds we het land op een late zondagnacht via de grens waren binnengekomen, hadden vier jonge mannen letterlijk alles gedaan om mij te beschermen. Ze maakten een gat in de prikkeldraadversperring zodat ik erdoor kon klauteren. We spurtten weg terwijl een bom naast ons neerstortte. Tijdens onze autorit vielen de bommen aan één stuk door. In het pikkedonker reden we langs het dorp Atarib. Meteen begreep ik wat het woord 'uitroeiing' echt betekent. Atarib was een volledig gedecimeerde stad: bommen hadden kraters geslagen in het straatoppervlak, deuren waren verschroeid, huizen vernietigd, de straten leeg. Zelfs het gehuil van honden was 's avonds niet te horen. Het was een spookstad. Geen spoor van leven te bespeuren. Hier en daar, in de ene of de andere straat, lagen de verkoolde restanten van een overheidstank.

We hadden moeten slapen na onze lange reis over de grens met Turkije. We waren uitgeput. Maar in Saraqib was de familie van mijn gastheer in afwachting van onze aankomst opgebleven. En dus zaten we tot in de vroege uurtjes van maandagochtend samen. De familieleden vertelden over hun buren die vermoord waren, over de jongemannen die kortweg geëxecuteerd werden op het dorpsplein.

Saraqib was een van de eerste dorpen die opkwamen tegen het regime. De straf was streng: belegering, arrestaties en moorden. Het dorp krijgt nu de bescherming van vijf bataljons van het Vrije Syrische Leger. Maar nog altijd zijn sluipschutters van het regime in het midden van het dorp aanwezig. Hun hoofdkwartier is gesitueerd in de gebouwen van de staatsradio en -televisie. In elk gebouw verschuilen zich negen sluipschutters. Elke schutter doet een shift van vier uur. De gebouwen worden beschermd door een tank die het dorp van tijd tot tijd bestookt. Een enkele keer was het Vrije Syrische Leger erin geslaagd een sluipschutter uit te schakelen. Als antwoord bestookte het overheidsleger het dorp met bommen. De dorpsbewoners beweren dat de sluipschutters mensen naar eigen willekeur opjagen en afschieten.

Meisje van vier

Een paar dagen geleden schoot een sluipschutter een meisje van vier jaar oud neer, Diana. Ze werd geraakt in de rug en is voor de rest van haar dagen verlamd. Ze was zo klein en fragiel dat ik niet kon geloven dat haar lichaam niet helemaal verpulverd was door de impact van de kogel.

Maandagnacht spraken we af met een groep strijders van het Vrije Syrische Leger in het dorp Binnish. De oudste van de groep was nog geen 35 jaar. Allen waren ze vitaal, optimistisch maar ook uitgeput. Ik schudde de hand van elke man, buiten één. Die laatste plaatste zijn hand op zijn hart en maakte respectvol een buiging.

De mannen waren geen islamitische fundamentalisten. Ik ben zeer weinig islamitische groeperingen tegengekomen en heb geen enkele connectie vastgesteld met Al Qaeda of het salafisme, een beweging die een strenge, sobere interpretatie van de islam hanteert. De jongemannen vertelden mij dat er de laatste tijd enkele salafistische jihadi's waren opgedoken maar dat ze geen grote groep vormden.

Terwijl we op een balkon zaten met uitzicht over een olijfgaard begonnen rondom ons bommen te vallen. Het nabijgelegen dorp Taftanaz werd gebombardeerd. We konden de bombardementen zien van op het balkon. "Zijn jullie niet bang dat er op elk moment een bom op jullie hoofd kan vallen?", vroeg ik aan het hoofd van de divisie, die voor ons een avondmaal bereid had. Hij antwoordde: "We zijn niet bang. De dood is een deel van ons leven geworden."

Tijdens het diner was het voornaamste gespreksonderwerp Aleppo, de dichtstbevolkte stad in Syrië. Enkele aanwezige mannen waren afkomstig van de bestookte buurt Salaheddin en maakten zich klaar om terug te keren. Ze weigerden me mee te nemen uit angst voor het dreigende gevecht.

Ik was de enige vrouw en de jongemannen van het Vrije Syrische Leger behandelden me als een deel van de groep. Tijdens de ontmoeting werd duidelijk dat het een vergissing is het Vrije Syrische Legers als één blok te beschouwen. Het is een hutsepot van bataljons, bestaande uit seculieren, gematigde moslims en heel gewone mensen die zich hadden aangesloten om hun leven en familie te verdedigen.

Aan het einde van onze terugtocht naar Saraqib vertelde de bevelhebber: "We zijn mensen, wij en de alawieten zijn broeders. We hadden nooit gedacht aan het soort van dingen die het regime nu probeert op te stoken."

Ik was even stil tot ik realiseerde wat hij mij, de dochter van een welbekende alawietische familie die president Bashar al-Assad onvoorwaardelijk steunt, vertelde. Sommige familieleden hebben mij verstoten omdat ik mijn rug naar het regime gekeerd heb. Dat deden ze door op Facebook aan te kondigen dat ze mij niet meer als een van hen beschouwden.

Ik kneep in de hand van de bevelhebber.

Kelder

Op dinsdagochtend kropen de kinderen in de kelder tegen mij aan. Ze wilden kijken naar wat ik schreef. De vrouwen kwamen samen om de gebeurtenissen van de vorige nacht te verhalen, te vertellen welke familieleden de dood gevonden hadden.

Bijna elk uur passeerden konvooien van ongeveer vijftien tanks die op weg waren naar Aleppo. De jongemannen vertelden mij dat er vandaag tachtig tanks zouden voorbijrijden en dat de beschietingen erger zouden worden. Het betekende dat we moesten binnenblijven.

De elektriciteit viel uit. De atmosfeer werd elke minuut meer verstikkend. We konden het gebrul van een gevechtsvliegtuig en de intense bombardementen horen. De bestokingen werden feller, het geluid van de bommen harder. Het kwam heel dichtbij. De kinderen boven de tien jaar werden angstig maar hielden zich stil. Jongere kinderen schreeuwden het uit.

De vrouwen in de kelder probeerden gespreksonderwerpen te verzinnen. Enkel de mannen van het Vrije Syrische Leger waren nu nog buiten. Ze weigerden me naar buiten te laten. Ik moest in de kelder blijven bij de andere vrouwen en de kinderen tot het gevecht voorbij was. Geen van de mannen van het Vrije Syrische Leger probeerde de tankkonvooien te raken. Het waren de tanks van het regime die vuurden en de sluipschutters die kogels afvuurden en raketten lanceerden. Een jonge man van het Vrije Syrische Leger vertelde me: "We weten dat ze grotere en sterkere wapens hebben maar wij hebben moed en overtuiging in onze revolutie. We zullen niet toelaten dat ze ons vernederen. We zijn bereid onze huizen tot de dood te beschermen."

De vrouwen begonnen met zingen. Het werd heet in de kelder. De kinderen kwamen rond ons zitten en speelden met wrakken van raketten. Toen er een einde kwam aan het gezang zei een vrouw: "We hebben in een jaar tijd nog geen nacht goed geslapen. Zoals je kan zien gaan de bombardementen constant door. Dit is hoe wij en onze kinderen leven. Diegenen die nog niet gestorven zijn door de bommen en de arrestaties wachten hier op een trage dood. En dat allemaal omdat we naar buiten durfden te komen met ons protest tegen Bashar."

Tegen twee uur in de namiddag bleek het konvooi dat onderweg was naar Aleppo van richting veranderd. De beschietingen zouden dus een beetje verminderen maar het geluid van geweerschoten was nog niet afgenomen. Toch dook in minder dan een half uur een groep van het Vrije Syrische Leger op.

De leider heette Amjad, een jongeman met een technisch diploma die een kledingwinkel bezat in de souks van Saraqib. De winkel was geplunderd en afgebrand door het overheidsleger. Hij was stil, zijn ogen blonken. Hij leek een beetje triest. Hij schudde mijn hand niet maar maakte een buiging als teken van respect en kwam bij de groep zitten.

Terwijl we praatten, keerden de vliegtuigen terug. Ze vlogen laag door de hemel van Saraqib. We hoorden het geluid van een bom maar staakten ons gesprek niet. Het arsenaal van het Vrije Syrische Leger kon zich in geen duizend jaar meten met de wapens van het overheidsleger. Hun successen waren gebaseerd op hun moed.

De leider van de groep zei eerst niets maar raakte al snel betrokken in het gesprek. "We waren een groep van autonome bataljons die de centrale bevelstructuur niet gehoorzaamden. En we werken hier alleen. De meeste buitenlandse steun gaat naar de Islamisten", zei hij. "We hebben het goud van onze zussen en vrouwen verkocht om munitie te kopen waarmee we ons dorp kunnen beschermen." Hij maakte zich zorgen over wat er zou gebeuren als ze zouden opgeven en het regime standhield. "Jonge mannen zullen zich tot het fundamentalisme en extremisme bekeren. Het Syrische volk is onderworpen aan verarming. Nu de wereld hen verstoten heeft, is het Syrische volk na anderhalf jaar voor zichzelf beginnen zorgen. Ik vrees dat de zaken nog erger zouden kunnen worden".

Wie is Samar Yazbek?

Samar Yazbek is een Syrische schrijfster en journaliste. Ze werd geboren in een prominente familie die deel uitmaakt van de alawitische minderheidsgroep en president Bashir al-Assad onvoorwaardelijk steunt. Zelf kwam de vrouw in opstand tegen het regime. Daarop werd ze verstoten door haar familieleden.

Na haar aanhouding door de veiligheidsdiensten, vluchtte ze het land uit. Momenteel woont ze in Parijs.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234