Zaterdag 31/10/2020

De Dood draagt een jurk

HUIS is bevreemdend, langdradig en flauw. HUIS is hilarisch, vitaal en verfrissend. Het minste dat van Josse De Pauws muziektheaterproductie bij LOD gezegd kan worden is dat ze een prikkelende kortsluiting veroorzaakt ter hoogte van de hersenen.

HUIS, van 9 tot 17 juli op het Festival d'Avignon, in het najaar op tournee in Vlaanderen.

Langzaam licht de scène op, onder witte lakens liggen roerloze gestalten. De zware, orkestrale muziek van Jan Kuijken zwelt aan met de dreiging van een wagneriaanse opera. Zo zet HUIS ons listig op het verkeerde been. Anders dan de intro laat vermoeden, wordt deze voorstelling geen bombastisch muziektheater met breed uitgemeten heiligheid.

Al van bij de eerste smakelijk Brusselse frasen geeft regisseur Josse De Pauw aan dat hij de pseudo-diepzinnigheid liever inruilt voor sappige vaudeville, zoveel ontregelender door de kracht van het groteske. Hoe kon het ook anders, met twee eenakters van de bokkige Belgische schrijver Michel de Ghelderode (1898-1962) in de vingers.

De Pauw bewerkte de teksten en smeedde ze aaneen tot een tweeluik. De vreemde ruiter en De vrouwen bij het graf zijn grimmige farcen, schipperend tussen een extatische viering van het leven en de ontluisterende dreiging van de dood. In De vreemde ruiter worden de uitgebluste bewoners van een oudemannetjeshuis opgeschrikt door woest gebeier van klokken. De leepste van de bende (Josse De Pauw) stookt de afglijdende geesten op tot wellustige fantasieën: het is de Dood die nadert, zo beweert hij, in de gestalte van een vrouw op een zwart paard.

Imaginair of niet: in de hoofden en stramme leden van de ventjes rijpt het besef dat ze het leven toch nog een laatste keer willen celebreren. De breekbare wals die ze op enkele hoefslagen van hun vermeende dood dansen is een van de hoogtepunten uit HUIS.

Eveneens tussen leven en dood bewegen zich de twee vrouwen die de bakens uitzetten voor De vrouwen bij het graf. De eerste (Reinhilde Decleir) brengt kinderen ter wereld, de andere (Blanka Heirman) legt de doden af - tussen deze begin- en eindmeet strekt zich al hun wereldwijsheid uit.

In de woelige nacht na Christus' kruisdood krijgt het volkse duo druppelsgewijs gezelschap van de 'heilige vrouwen' uit Zijn gevolg. Ze beweren om ter luidst te rouwen om de dood van hun Heiland, maar ze zijn zo genotvol gefocust op hun eigen lijden dat Zijn lot erbij in het niets verzinkt.

De Pauw zette beide teksten naar de monden van zijn ploeg, een mengeling van oude copains, professionele acteurs en amateurspelers. Zijn aanpak is carnavalesk, vol grof taalgebruik, scabreuze humor en berekende onnozelheid. Het leidt op zijn best tot hilarische oneliners ('De dood stoat ip de paljee') of prachtige momenten van sacrale verstilling; op zijn slechtst zitten timing en tempo kloefte verkeerd, en wordt HUIS traag en dik als stroop.

De essentie blijft wel overeind: het sarcastische mensbeeld van De Ghelderode, waarin de dood van een ander meer dan wat dan ook de eigen levensdrift aanvuurt. De levenden lachen laatst, en best.

Is HUIS nu een wat krukkige farce of een vitale heropfrissing van het muziektheatergenre? Bof. Wat vaststaat is dat deze voorstelling ons uit de haak slaat, en dat is een zeldzaam, te zeldzaam verschijnsel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234