Zondag 08/12/2019

De donkerste telg van de gouden generatie

HET GEBOUW ALS KUNST. Peter De Koninck, studiegenoot van Borremans en Delvoye, maakt monumentale etsen en kleine schilderijen. Altijd staat de architectuur centraal: verlaten, dreigende interieurs en hagelwitte modernistische gevels. Zijn jongste tentoonstelling heet Tracce d'Architettura en ontstond op een Belgisch eiland in het Italiaanse Comomeer.

Hij is een van die uitstekende kunstenaars die in de luwte werken en - ten onrechte - weinig bekendheid genieten. De 51-jarige kunstenaar studeerde in Gent aan Sint-Lucas en de Academie en behoort tot een gouden generatie: Michaël Borremans, Berlinde De Bruyckere, Gerda Dendooven, Wim Delvoye en Hans Martens waren medestudenten. Peter De Koninck zweert bij monumentale etsen en kleine schilderijen. "Tja," lacht hij, "ik zou het beter omdraaien: kleine etsen en monumentale schilderijen zouden veel beter verkopen. Maar ik ben geen kunstenaar zoals te verwachten en te voorzien is."

Peter De Koninck is in de eerste plaats graficus, zeg maar: 'etser'. "Helaas zit grafiek in de antichambre van de kunst." Zelf wil hij de grafiek uit die vergeethoek halen: zijn etsen zijn groot en hebben een bijzondere diepgang omdat hij een persoonlijk, tijdrovend procedé hanteert. "Ik wil grafiek maken die evenwaardig is aan schilderkunst."

In zijn galerie Het Vijfde Huis in Antwerpen toont hij, behalve schilderijen, één monumentale ets, Torino: het interieur van het spoorwegstation Stazione Porta Nuova in Turijn. De ets bestaat uit vier platen en meet 2,1 bij 1,5 meter. Ze toont een enorme, verlaten, desolate ruimte, die meer op een ruïne lijkt: een verkoold karkas. Enkele jaren geleden toonde Peter De Koninck in Museum Plantin-Moretus een echte ruïne: de resten van de abdij van San Galgano, in de buurt van Siena. Die ets is nog groter: 2,9 bij 2,1 meter. En daarvóór maakte de kunstenaar de serie Eurazië, waarbij hij onder meer de gaskamer van Auschwitz en het mausoleum van de Spaanse dictator Franco op indrukwekkend formaat in beeld bracht: monumentale resten van terreurbewinden. "Een sombere reeks, maar daar ben ik nu helemaal mee klaar. Dat is achter de rug."

Zwart met diepgang

Peter De Koninck verbergt niet dat hij erg van het zwart in zijn etsen houdt. "Ze zijn inderdaad licht deprimerend, maar dat komt voort uit de aard van de ets. Ik hou van de fluwelig zwarte glans die een ets kan hebben. Dat soort levend zwart met een grote diepgang is onmogelijk te bereiken met olieverf op doek."

De etsen die De Koninck al geruime tijd maakt, ontstaan na een lang en arbeidsintensief proces. Een werk zoals Torino bestaat uit vier bladen die als een puzzel aaneensluiten en zo één groot werk vormen. Voor elk blad afzonderlijk worden telkens drie verschillende etsplaten gemaakt: dat betekent dus dat elk blad drie keer door de drukpers gaat, waarbij elke met zuur geëtste tekening op de zinkplaat nauwgezet afgedrukt moet worden om geen speling in de compositie te krijgen. Alleen zo krijgen zijn etsen diepte, kleur en leven.

Peter De Koninck heeft in zijn atelier een eigen drukpers staan en heeft het procedé in de vingers. Bovendien gebruikt hij speciaal katoenpapier. "Eigenlijk druk ik op stof", zegt hij. "Het katoenpapier zuigt de inkt echt helemaal op: het is een edel papier dat alles perfect opneemt."

Tegenover de sombere interieurs in de etsen staan de fijne, kleine schilderijtjes in acrylverf: composities waarvoor De Koninck uitgaat van gevels van Italiaanse modernistische huizen in Como. In augustus en september van dit jaar verbleef de kunstenaar drie weken op Comacina, een eilandje in het Comomeer, Noord-Italië.

Aan dat eiland is een mooi verhaal verbonden. Nadat de barbaren het omstreeks het jaar 1000 platgebrand hadden, is er negenhonderd jaar lang niets meer gebeurd. Tot begin 20ste eeuw een rijke industrieel het eiland kocht en er een villa liet bouwen. Hij schonk het eilandje bij testament in 1919 aan België, dat zich in de Eerste Wereldoorlog zo verdienstelijk had verzet tegen de Duitsers. Koning Albert I schonk het een jaar later al terug aan Italië, op voorwaarde dat Italiaanse en Belgische kunstenaars er zouden kunnen gaan werken. Nog altijd bezit ons land er twee modernistische huisjes, waar sinds enkele jaren opnieuw Vlaamse en Franstalige kunstenaars enkele weken in residentie kunnen gaan.

Gevels als composities

"Het was heel goed om me te kunnen herbronnen, zoals dat heet. Maar in het begin had ik het wel even moeilijk. Ik was goed aan het werk in mijn atelier en nu zat ik op een eiland, afgesloten van alles, met alleen papier en potlood. Al na enkele dagen realiseerde ik me hoe goed het deed om het dagelijkse gedoe achter me te laten. Ik kon me concentreren op wat er was en nadenken over mijn werk."

Peter De Koninck hield een dagboek bij met aantekeningen en prachtige potloodtekeningen, zowel van de natuur als van de architectuur op het eiland en in Como, op het vasteland.

"Ik werd al snel aangetrokken tot de gebouwen van Giuseppe Terragni, die onder meer tussen 1932 en '36 het Casa del Fascio heeft ontworpen in Como: een wit, modernistisch gebouw in de zogeheten rationalistische stijl, het hoofdkwartier van de fascistische partij van Mussolini. "Ik heb totaal niets met die ideologie, hoegenaamd niet, maar ben wel gefascineerd door de strakke architectuur en die gevels als composities. Ik heb telkens een fragment uit de gevel genomen en gespeeld met licht en donker, zodat ik er diepte in kreeg." Het gaat om zogeheten 'compositiestudies' in acrylverf op karton. "Ik denk dat ze voor mij een basis zullen zijn om op voort te werken."

In galerie Het Vijfde Huis zijn ook grotere schilderijen van anonieme modernistische huizen te zien: strak geschilderd met olieverf op doek: gebouwen in Rome, maar evengoed aan de Belgische kust. "In die werken wil ik vooral een sfeer leggen en de diepte gebruiken die olieverf mij schenkt. Olieverf is een lange tocht: ik heb het schilderen met olieverf zelf geleerd en ik leer nog dagelijks bij. Graag zet ik die huizen in een noordelijk licht. Volgend jaar heb ik voor het eerst een tentoonstelling in Rome: daar voelt men zich heel erg aangetrokken tot het grijzige licht dat men daar niet kent."

Op de vraag of er een reden is waarom er nauwelijks mensen in zijn werk voorkomen, antwoordt Peter De Koninck: "Het is niet dat ik geen figuren kan tekenen: hier en daar duiken ze wel op. Maar ik kan er geen boeiend werk mee maken."

En waarom hij interieurs etst en exterieurs schildert? "Dat heeft te maken met expressiviteit. Voor een interieur kan ik met perspectief en volumes werken, en een evocatie brengen van een bepaald soort architectuur. En met olieverf kan ik zelfs een vlakke gevel een interessante huid geven."

Tracce d'Architettura, tot 28 februari in galerie Het Vijfde Huis, Reyndersstraat 5, Antwerpen, www.hetvijfdehuis.com

---

Bio

► Geboren in 1963 in Wetteren

► Woont en werkt in Antwerpen

► Studeerde vrije grafiek en graveerkunst aan Sint-Lucas en Academie Gent

► 2011: solotentoonstelling in Plantin-Moretus Museum Antwerpen

► Nam deel aan groepstentoonstellingen als La joie de se perdre in Villa De Olmen (Wieze) en Oorlog en trauma, Guislain Museum, Gent

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234