Donderdag 26/11/2020

De dokter in trance

Op oudere leeftijd, na een gevangenisstraf voor het publiceren van de horoscoop van Christus, begon de Italiaanse arts, wiskundige en astroloog Gerolamo Cardano aan het verslag van zijn leven. Een eerlijke, maar vaak pijnlijke zelfbeschouwing van iemand die vandaag als een magiër zou worden beschouwd.

Gerolamo Cardano

Mijn leven

Uit het Italiaans vertaald en ingeleid door Jan Lamein. Athenaeum-Polak en Van Gennep, Amsterdam, 376 p., 1.500 frank.

"Nadat, naar ik gehoord heb, vergeefs getracht is met medicamenten een abortus op te wekken, ben ik ter wereld gekomen op 24 september 1501..." Zo begint het boek Over mijn eigen leven van de Italiaanse arts, wiskundige en astroloog Gerolamo Cardano. Een verbazend document, dat door de vertaler vergeleken wordt met een andere Italiaanse autobiografie van de zestiende eeuw, door de beeldhouwer Benvenuto Cellini. Terwijl Cellini smakelijk vertelt en opschept over wilde avonturen, zet Cardano aarzelende stappen naar eerlijke, meestal pijnlijke zelfbeschouwing. Hij verbergt zijn mislukkingen en gebreken niet, hij ontleedt ze; bij mijn weten was hij ook de eerste Europeaan die op papier toegegeven heeft dat hij leed aan seksuele obsessies.

Dat is hem aangerekend. "Hij schreef veel over zichzelf, met een voor een geletterd man ongehoorde naïeveteit en vrijmoedigheid. Enkele jaren voor zijn dood heb ik hem nog meermalen ontmoet in Rome als hij daar zo liep, raar gekleed als hij was... Werkelijk, het was iemand met een volslagen ontspoorde geest en een vermetel gebrek aan vroomheid, iemand die de Heer der Sterren wilde onderwerpen aan de volkomen denkbeeldige wetten van diezelfde sterren, en de horoscoop trok van onze Heiland," getuigde een hoofdschuddende Franse historicus. Om die horoscoop van Christus was Cardano op hoge leeftijd veroordeeld door de inquisitie. Na een gevangenisstraf van enkele maanden vestigde hij zich in Rome als teken van goede wil en onderwerping aan de kerk. Daar werkte hij, van zijn vierenzeventigste tot enkele weken voor zijn dood, aan het verslag van zijn bestaan.

Wie kijkt er nog op van een verdwenen handschrift? Michel de Montaigne reisde in 1580 naar Italië en hield een interessant dagboek bij - het manuscript ging uitgerekend in de Bibliothèque du Roi in Parijs verloren, al kennen we kopieën. In 1643 vond een Franse geleerde het manuscript van Cardano en publiceerde het. Sindsdien is het spoorloos. Die mededeling schept toch een bizarre sfeer wanneer je nu de Nederlandse vertaling van Cardano's Mijn leven leest. Alsof je een drenkeling op een strand aantreft.

Cardano's naam bleef bewaard in het begrip cardanas. Ten onrechte, want hij was niet de uitvinder van dit werktuig en heeft dit ook nooit beweerd. In de wiskunde bestaat nog een cardanusregel, voor de oplossing van derdemachtsvergelijkingen. Dat zijn naam op die gebieden blijft opduiken, heeft te maken met het levendige klimaat van ontdekking, herontdekking en gelijktijdige ontdekking in de zestiende eeuw. Cardano's vader, een adellijke jurist, kende Leonardo Da Vinci en was hecht bevriend met Galeazzo Rossi, een handwerksman in Milaan. "Deze man is het die de vijzelpomp van Archimedes uitvond toen de boeken van Archimedes nog niet gepubliceerd waren. Hij vervaardigde ook zwaarden die konden buigen als lood en ijzer konden splijten alsof het hout was..." Ambachtslui, niet of amper geschoold in de klassieke letteren, die belangrijke ontdekkingen doen: je zou Da Vinci ook tot die groep kunnen rekenen, en Cardano's belangrijkste rivaal in de wiskunde, Niccolò Tartaglia, die intuïtief, tastend, het principe van de derdemachtsvergelijking vastlegde in een plomp rijm: "Zijn een kubus en de dinges en al / tezamen gelijk aan een rationaal getal", waarbij "een kubus" de derde macht is en "dinges" x.

Vertaler Jan Lamein geeft in zijn inleiding een fascinerend overzicht van deze vondst. Tartaglia bracht Cardano op de hoogte van zijn methode, Cardano werkte haar grondig uit in zijn wiskundige standaardwerk Ars Magna (De grote kunst, 1545) en introduceerde daarin ook de vierdemachtsvergelijking, met eervolle vermelding van al zijn voorgangers. (Op eigen houtje ontdekte hij de complexe getallen.) Tartaglia, die geen Latijn kende en zijn bevindingen dus niet gepubliceerd kreeg, beschuldigde hem van intellectuele diefstal. Een typische wetenschappelijke controverse uit de Renaissance begon.

Cardano was een begaafd wiskundige, maar vandaag zouden we hem meer als een magiër beschouwen: hij was zeer gehecht aan dromen en de aanwijzingen of voorspellingen die ze bevatten, hij was een gretig astroloog, hij geloofde in zijn persoonlijke demon en cultiveerde bepaalde toestanden van trance, die hij "schittering" noemde en die hem in staat stelden erg geconcentreerd te denken. Als dokter veroorzaakte hij geen wetenschappelijke doorbraken (zijn vriend Andreas Vesalius deed dat wel) maar hij moet een uitstekend practicus geweest zijn, die er de voorkeur aan gaf de natuur niet voor de voeten te lopen en genezingen vooral te bewerken via dieet en levenswijze. "Plaatselijke omstandigheden die voldoen aan de eisen voor een goede behandeling: de aanwezigheid van vuur, water, een slaapkamer, hygiëne, stilte en vrienden. Daarentegen kunnen factoren als vrees, neerslachtigheid en boosheid een situatie teweegbrengen waarin de patiënt overlijdt terwijl de ziekte niet ongeneeslijk is."

Misschien vinden we een aanwijzing over de manier waarop zijn geest werkte in de ontboezeming: "Elders heb ik al eens uitgelegd dat alles bij de mens bestaat uit nietige details van dezelfde soort, als de mazen van een net, die zich steeds herhalen en verschillende figuren kunnen vormen zoals wolken ook ontstaan. Het groeien van zo'n figuur voltrekt zich in minieme stapjes, maar men dient ook nog deze stapjes op te splitsen in, om zo te zeggen, oneindig kleine onderdelen." Als kind al had hij bij het ontwaken prachtige visioenen, die bestonden uit "ringetjes" - nietige bouwstenen die verschillende figuren vormden.

Cardano's autobiografie treft ook omdat de schrijver blindelings worstelt met zijn verdriet. Zijn zoon werd ter dood veroordeeld wegens de moord op zijn vrouw en Cardano kon niets doen om dat vonnis tegen te houden. Telkens opnieuw breekt dit verhaal door de hoofdstukken heen, soms zelfs zonder inleiding of uitleg. "Hoe had ik ooit kunnen voorzien dat ik hem nooit meer zou zien en dat ik niet voor immer op zijn aanwezigheid kon bouwen?" staat er plotseling in een algemene beschouwing over standvastigheid. Later volgt nog een lang gedicht op deze afschuwelijke periode in zijn leven. Het contrast met alle uitgestalde en gecatalogiseerde emoties in alle media van de eenentwintigste eeuw is groot.

"Ik draag nog dezelfde ringen," schrijft deze oude man wanneer hij de kwalen van de leeftijd overloopt en vaststelt dat hij niet al te erg verschrompeld is. En hij vertelt wat er met hem gebeurde op 28 april 1576: "vandaag". Zeven kleine toevalligheden bezorgden hem die middag enkele problemen, maar losten die ook weer op; en ten slotte vond hij nog drie rozijnen in zijn beurs, die hij onderweg naar huis met smaak opat.

Gerolamo Cardano stierf op 21 september 1576. Zijn boek bewijst ten overvloede dat taal de enige machine is om door de tijd te reizen.

Leen Huet

Cardano was waarschijnlijk de eerste Europeaan die op papier heeft toegegeven dat hij leed aan seksuele obsessies. Dat is hem aangerekend

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234