Zondag 23/02/2020

Doe-democratie

De doe-democratie: wanneer burgers zelf mogen beslissen

Sigrid Bosmans, directeur van Museum Hof van Buysleyden, en Willy Thomas, artistiek leider van Arsenaal/Lazarus, sloegen de handen in mekaar voor een uniek project: een vierkante meter voor elke Mechelaar.Beeld Francis Vanhee

Wat zou jij doen mocht je een lapje grond  in de stad krijgen? Parkjes, pleintjes en fietsstraten aanleggen, zo blijkt in Mechelen, waar een sociaal-artistiek project nu de slotfase in gaat. Een uniek staaltje van ‘doe-democratie’, waarbij burgers zelf het initiatief krijgen.

Een regenboogtuin oftewel een plaats waar mensen waardig afscheid kunnen nemen van hun huisdier. Dat is het voorstel dat Carine Van Roy indiende voor De Grond der Dingen. Het project begon twee jaar geleden toen theatergezelschap Arsenaal/Lazarus en Museum Hof van Buysleyden de handen in elkaar sloegen voor een sociaal-artistiek project. Ze kwamen met het idee om elke Mechelaar één vierkante meter grond te geven. En hen te vragen wat ze daarmee zouden doen om de stad beter te maken. “Wat wil de Mechelaar met deze stad? Wat is er nodig in een maatschappij die zo snel verandert? Dat willen we onthullen”, legt Willy Thomas, artistiek leider van Arsenaal/Lazarus uit. 

Het begon als een artistiek project, maar tot grote vreugde van de initiatiefnemers sprong de toenmalige burgemeester Bart Somers (Open Vld) meteen mee op de kar. Omdat een stad volgens hem ook nood heeft aan nieuwe manieren van inspraak en democratie en dit hem een goed experiment leek. Maar elk van de 86.000 inwoners een vierkante meter geven, lukte niet. 20.000 vierkante meter schenken zag de stad wel zitten. Hoe en waar die percelen liggen, is niet nog bepaald.

Beeld Francis Vanhee

Meer dan tweehonderd Mechelaars stuurden een voorstel in. Carine Van Roy, naar eigen zeggen een grote dierenliefhebber, moest niet lang nadenken. Met de regenboogtuin wil ze vooral troost bieden aan wie een huisdier verliest. “Je dier verliezen kan heel zwaar zijn. Zo’n dier is een deel van je gezin. En een gezinslid geef je een waardig afscheid.”

Ask me Anything

Ook de andere voorstellen spreken tot de verbeelding. Naast de buurtparkjes, volkstuintjes, plukvelden en voet- en fietspaden, zitten er ook een aantal verrassende voorstellen tussen. Zoals een Ask me Anything-bankje: wie er op gaat zitten, moet open en eerlijk antwoorden op de vragen van een willekeurig iemand die naast hem of haar plaatsneemt. Of een herkomstwijzer – wegwijzers naar alle herkomstlanden van Mechelaars. In de bijhorende (thuis)taal en het bijhorend schrift. 

Andere Mechelaars ijveren voor een park waar met telegeleide voertuigen en drones kan worden gespeeld. “In mijn verbeelding zie ik een multigelaagd park waar allerlei vormen van radiobestuurde voertuigen welkom zijn: van boot, kleine vrachtwagens, 4x4-auto’s tot drones”, zegt indiener Stijn Swinnen. “Mits aansluiting bij een vzw is iedereen welkom, kwestie van verzekerd te zijn.”

Beeld Francis Vanhee

De vzw Actief Chaldeeuwse Organisatie Mechelen diende dan weer een voorstel in voor een interculturele oventuin. Daarin komen meerdere ovens die door de verschillende culturen in de stad gebruikt worden, zoals een Italiaanse pizzaoven, een Turkse broodbakoven, een gewone open barbecue of een buisoven waar dik brood in gebakken wordt.

Ruilen of schenken

Wat opvalt: de meeste voorstellen zullen aan één vierkante meter niet genoeg hebben. “Het was dan ook onze bedoeling dat mensen met elkaar in dialoog gaan, overleggen en eventueel hun vierkante meter ruilen of schenken”, zegt Thomas. Over alle voorstellen is dus met de indieners zelf onderhandeld en gediscussieerd, gewikt en gewogen. Uiteindelijk bleven er 83 over.

Sommige van die voorstellen hebben niet meteen iets met grond of vierkante meters te maken. Zoals het ideetje van Juf Lotte en de kinderen van de derde kleuterklas van De Wondertuin. Zij stellen voor om in de stad regelmatig een groot feest te organiseren, waar alle kinderen vriendjes kunnen worden. “De mama van één van de kleuters stuurde mij een mail over dit leuke initiatief”, vertelt Juf Lotte. “Ik ben met de kindjes in een kring gaan zitten. Wat zij het belangrijkste bleken te vinden, is dat alle kindjes vriendjes kunnen worden. En hoe word je dat, althans volgens een kleuter? Door een groot feest te organiseren, alles te versieren met vlagjes en bloemen, en ook iets leuks te doen voor de mama’s en papa’s. Want de kleuters vinden dat het vlotter gaat om vrienden te maken als die goed met elkaar kunnen praten.”

De uitverkoren voorstellen zijn vanaf vrijdag ook het onderwerp van een tentoonstelling in het Museum Hof van Buysleyden. Dat net dat museum meewerkt aan het project, is geen toeval, meent directrice Sigrid Bosmans. “Het museum toont hoe de Bourgondiërs naar de stad keken en hoe ze met macht omgingen. En macht hing toentertijd vooral samen met zoveel mogelijk grond verwerven. Het thema ‘grond’ is dus al altijd belangrijk geweest.”

Kunstenaar Benjamin Verdonck verbeeldt de voorstellen in maquettes in The Neverending Park, een park dat gecreëerd werd in een ondergrondse zaal van het museum. Thomas: “De bedoeling is dat mensen hier met elkaar in gesprek gaan. Het mag geen statisch gegeven zijn. De expo duurt 15 weken. Tijdens die weken moeten de voorstellen verder groeien en concreter worden. De indieners kunnen hier ook in dialoog gaan met stadsambtenaren en politici. Want het is wel degelijk de bedoeling dat een deel van de voorstellen ook echt gerealiseerd worden. De grond is beloofd en het zijn de Mechelaars zelf die onderhandelen met de stad.”

Extra diepte

De manier van werken bij De Grond Der Dingen is vrij uniek, zegt professor bestuurskunde aan de UGent, Filip De Rynck. Hij is lid van de klankbordgroep die het project in Mechelen begeleidt en was ook voorzitter van de Dialoogkamer die de voorbije jaren ook een soortgelijk project in Gent begeleidde, het Burgerbudget. Ook daar mochten burgers voorstellen insturen voor initiatieven die de stad beter konden maken. 

In Gent kwam het initiatief voor het project vanuit het stadsbestuur, dat restgeld uit de begroting opzij had gezet. In Mechelen komt het idee vanuit twee sterke culturele spelers en dus niet vanuit het bestuur. “Maar de basiskenmerken zijn sterk gelijkend”, zegt De Rynck. “Het zijn beide vormen van doe-democratie, zoals dat dan heet. Dus niet de democratie van het praten, de eindeloze adviezen en inspraakprocessen, maar wel het initiatief van onderuit laten komen en dat veel ruimte geven. Je geeft zo burgers mee verantwoordelijkheid. Zij moeten andere burgers overtuigen om erin mee te stappen. Dat geeft toch nog een extra diepte.”

Beeld Francis Vanhee

Het is ook een vorm van democratie die volgens De Rynck in opmars is, vooral in de steden. “Het Mechelse en Gentse project zijn qua omvang uniek, het gaat hier om stadsbrede projecten. Maar ook elders zie je kleinere initiatieven. Denk maar aan de leef- of speelstraten bijvoorbeeld, die vandaag al in heel wat steden worden georganiseerd. Daarbij wordt een straat gedurende een tijd afgesloten voor het verkeer en mogen de inwoners zelf invullen wat er in die tijd allemaal kan gebeuren in hun straat. Maar dan moeten ze het onderling wel eens worden.”

Al hebben dit soort projecten ook hun beperkingen. “We weten dat de deelnemers aan dit soort projecten vaak witte middenklasseburgers zijn”, zegt De Rynck. “We hebben dat ook gezien in Gent, er werden zeer weinig initiatieven ingediend vanuit een gekleurde achtergrond. Anderzijds is het wel zo dat de effecten van de voorstellen die die mensen doen vaak veel breder gaan. Als een stad door allerlei burgerinitiatieven veiliger wordt op vlak van verkeer, dan geniet iedereen daarvan.”

Beeld Francis Vanhee

Scherp randje

Op dit soort projecten komt ook soms de kritiek dat ze te veel gestuurd worden vanuit de overheid. Uiteindelijk is het nog altijd de overheid, in dit geval het stadsbestuur, die bepaalt wat er wel of niet komt. Al hoeft dat volgens De Rynck geen probleem te zijn. “Bij het Gentse burgerbudget heeft de stad op geen enkel moment instructies opgelegd van wat wel of niet kan. Maar zowel in Gent als in Mechelen zie je dat in het instrument zelf een soort impliciete selectie zit. Er komen uit dit soort projecten vaak vooral usual suspects, zoals parkjes, pleintjes en sociale initiatieven. Niet dat voorstellen met een scherper kantje niet mogen, maar we zien dat kritische groepen hieraan niet altijd willen meedoen. Wellicht omdat er bij zo’n project steun is vanuit het bestuur, en die groepen vooral autonoom willen blijven.”

Nochtans zijn het net de projecten met een scherper randje die het hele proces interessant maken, zegt De Rynck. Op die manier kan ook de oprechtheid van het bestuur worden getoetst. “Er zal wellicht niemand tegen een buurtparkje zijn. Maar bij een opvanghuis voor illegalen kan dat al moeilijker liggen. Die projecten kunnen tot een discussie leiden met het bestuur. Als je als stadsbestuur zegt de doe-democratie te steunen, dan kan je niet meteen zeggen: dat gaan we niet doen, wegens te delicaat. Want dan ondergraaf je je eigen geloofwaardigheid.”

Beeld Francis Vanhee

Het is dus een kwestie van omzichtig omspringen met zulke initiatieven, zodat de energie en het enthousiasme die loskomen bij dit soort projecten zich niet tegen dat bestuur gaan keren. Maar als een stad het goed aanpakt, dan kan het er vooral zelf veel uit leren. De Rynck: “Een stad is vaak zeer sectoriaal georganiseerd. Je hebt de verschillende stadsdiensten die elk hun eigen logica hanteren en die niet altijd gestroomlijnd samenwerken. Het goede aan burgervoorstellen is dat ze zich daar niets van aantrekken. Op die manier houden ze het bestuur een spiegel voor. We hebben in Gent ook vastgesteld dat sommige plannen, over sites waar de onderhandelingen al jaren vastzaten, er kunnen komen omdat burgers er bijvoorbeeld wél in slagen om een kerkfabriek of de NMBS te overtuigen. Dat is een van de sterktes van dit soort projecten.”

Vanaf 6 december start de expo The Neverending Park in het Museum Hof van Buysleyden in Mechelen. Nog tot 15 maart 2020.

Beeld Francis Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234