Woensdag 12/05/2021

InterviewSarah Mahassine

De dochter van Chokri: ‘Ik heb me jaren kapot gefitnest en gedieet, maar een maagverkleining was de beste oplossing’

Sarah Mahassine naast haar vader Chokri, de bekende Pukkelpop-organisator.  Beeld Marco Mertens
Sarah Mahassine naast haar vader Chokri, de bekende Pukkelpop-organisator.Beeld Marco Mertens

In de familie Mahassine zijn de familiebanden ijzersterk, en door Pukkelpop worden ze jaar na jaar hechter. Sarah Mahassine is haast grootgebracht op die Kiewitse wei. Als kleuter trippelde ze al backstage rond, met een all areas pass rond haar nek. Maar opgroeien in de schaduw van een populaire mainstage maakte haar al snel volwassen.

Sarahs tongval klinkt zo Limburgs als kriekenvlaai, maar we vinden haar aan het andere uiteinde van het land, in Oostende, waar ze bij haar vriendje een paar dagen aan het uitblazen is van de examens. ‘Zijn nicht was één van de dj’s op mijn sweet sixteen-feestje. Niet dat de vonk toen al is overgeslagen: we zijn pas anderhalf jaar samen.’

Een sweet sixteen-feest! Ik herinner me nog My Sweet Sixteen op MTV: haast in elke episode barstte een jarige tiener in tranen uit, omdat de luxeauto die ze van papa en mama had gekregen de foute kleur had.

(lacht) “Vreselijk! Ik kreeg gewoon een centje voor mijn verjaardag, zoals elk jaar. Het was ook helemaal niet zo’n overdreven chic feest: mijn ouders haten glitter en glamour. Die sweet sixteen was eerder een uit de hand gelopen projectje van me. Eentje volledig in het roze, want daar was ik als 16-jarig meisje dol op.”

Vertel misschien eerst even over een ander project: in december ging je onder het mes voor een maagverkleining.

“Ik heb jarenlang niet kunnen praten over mijn gewicht. Ik wist niet of mensen überhaupt zouden begrijpen wat ik doormaakte. Heeft iemand anders dit ook, of ben ik de enige? Die onzekerheid weerhield me er lang van om het erover te hebben.”

Met ‘dit’ bedoel je je eetstoornis.

“Ja. Boulimie. Dan denk je misschien meteen aan veel eten en daarna overgeven, maar dat heb ik nooit gedaan. Mijn eetbuien wisselden af met extreem hard sporten. Een diëtiste zei het me voor het eerst: ‘Wat jij beschrijft, klinkt als boulimie.’ Pas toen ik die term erop kon plakken, kon ik er ook over praten.”

“Tot mijn zes jaar was ik een slank kind, maar in de lagere school begon ik uit te zetten. Daar zat mijn afkomst zeker voor iets tussen: het hoort bij de Marokkaanse cultuur om veel en lekker te eten. Het is een manier om liefde te tonen. Vorige week heeft mijn oma nog een grote tajine voor ons gemaakt. Als ik binnenkom, vraagt ze niet hoe het met me gaat, maar wel: ‘Wil je iets eten?’ En als iemand van de familie is vermagerd, dan vindt ze dat een veeg teken: ‘Gaat het wel goed met je?’” (lacht)

Herinner je je de eerste keer dat je als kind dacht: ik ben anders?

(knikt) “Ik was pas zeven of acht toen ik aan mijn eerste dieet begon. Zo zwaar was ik niet, maar mijn ouders hadden wel gemerkt dat de kilo’s er iets te snel bij kwamen. Ik geloof dat ik toen een zoutloos dieet heb gevolgd. We gaan altijd op vakantie naar Italië en daar vroeg ik aan elke ober of het eten senza sale kon, zonder zout.”

“Op school kreeg ik ook weleens iets naars naar mijn hoofd geslingerd door andere kinderen. In het eerste middelbaar is het zelfs even uitgemond in online gepest. Ik had het daar moeilijk mee. Als kind zag ik iedereen per definitie als vriend. Waarom zou iemand níét je vriend willen zijn? Dat was wellicht jeugdige naïviteit. Dat merkte ik trouwens ook bij dat sweet sixteen-feestje: in mijn enthousiasme bleef ik maar mensen uitnodigen. ‘Heb jij zin om te komen?’ Veel mensen heb ik achteraf niet meer gezien of gehoord. Het was een belangrijke levensles: niet iedereen is je vriend.”

Je ouders runnen één van de grootste festivals van het land. Dan ben je toch het populairste meisje van de school?

“Wat is populair? Het is allemaal relatief. Voor de één is de naam Mahassine positief, een ander haalt er z’n neus voor op. ‘Niet aantrekken, Sarah,’ zeiden mijn ouders altijd. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik thuis zoveel steun krijg. We zijn heel erg close. Dat gaf me de zelfzekerheid om op een bepaald moment te zeggen: ‘En nu is het genoeg met dat gepest.’”

Julie, dochter van Walter ‘Kabouter Plop’ De Donder, vertelde in Humo dat klasgenoten soms poeslief deden, enkel om bij haar thuis te komen. Krijg jij vaak de vraag of je wat gratis festivaltickets kunt scoren?

“Continu. Ik heb het nooit gedaan. Al heel jong besefte ik dat ik, als ik dat deed, in augustus volle bak vrienden zou hebben, en in september niemand meer. Ook zonder gratis tickets uit te delen merk ik dat er in de zomer plots veel meer mensen contact zoeken, om daarna weer weg te deemsteren. In het begin vond ik dat lastig, maar na een tijd weet je welke mensen je beter op een gezonde afstand houdt.”

Een heel volwassen les om al zo vroeg te leren.

“Ik bén ook snel volwassen geworden. Ik zat als kind al altijd tussen de volwassenen. Ik ging overal mee naartoe met mama en papa. Op restaurant zat ik tussen mensen uit de muzieksector en politici, en luisterde ik geboeid naar hun gesprekken. Vroeg volwassen worden heeft me geholpen om bepaalde dingen snel te doorzien, maar het heeft ook een keerzijde: je bent altijd een stapje voor op leeftijdsgenoten. Soms miste ik misschien wat jeugdige onbezonnenheid. Nu ja, het heeft me gemaakt tot wie ik vandaag ben, en ik zou met niemand willen ruilen.”

‘Ik prijs mezelf gelukkig dat ik thuis zoveel steun krijg. Dat gaf me de zelfzekerheid om te zeggen: ‘En nu is het genoeg met dat gepest.’’ Beeld Marco Mertens
‘Ik prijs mezelf gelukkig dat ik thuis zoveel steun krijg. Dat gaf me de zelfzekerheid om te zeggen: ‘En nu is het genoeg met dat gepest.’’Beeld Marco Mertens

GROOTSTE GENOT

Jullie gaan wel vaker lekker uit eten, zag ik. Je hebt een tijdje vlogs gemaakt.

“O ja! Wij zijn echte bourgondiërs. We doen niks liever dan in goed gezelschap uitgebreid tafelen en praten. Mijn absolute favoriet zijn Italiaanse restaurants. Ik kon elke dag pasta eten.”

Je noemt jezelf ook een emo-eter.

“Vroeger was er altijd dat stemmetje in mijn hoofd: ‘Het was een vervelende dag, dus troost jezelf maar met wat lekkers.’ Of: ‘Je hebt het goed gedaan, nu mag je jezelf belonen.’ Dan sloot ik mezelf af, kroop ik in mijn hoekje voor tv en at ik iets.”

In één van je vlogs zien we je een grote zak roze M&M’s vullen. ‘Sorry, papa,’ zeg je tegen de camera.

(lacht) “Was hij erbij geweest, dan had hij zeker gezucht: ‘Bab, dat is niet gezond.’ Zo noemt hij me: Bab of Babbie. Zelfs zijn vrienden noemen me nu zo.”

“In 2019 ben ik met papa naar professor Wim Bouckaert gegaan, die gespecialiseerd is in abdominale chirurgie. Hij vond een operatie toen totaal nog niet aan de orde. Hij zag ook wel dat ik al successen had geboekt met diëten. Eén keer ben ik zelfs 11 kilo afgevallen, met een eiwitdieet. Ik hield die diëten ook altijd vol – ik ben niet iemand die snel opgeeft – maar zodra ik alle stappen van zo’n dieet had doorlopen en zelf verder moest, herviel ik in dat emo-eten.”

Schoot je wilskracht tekort tijdens de lockdown?

“Al iets vroeger: toen ik op kot ging in Antwerpen. Opeens mocht ik zelf beslissen wat ik at, en dan was het makkelijker om iets te bestellen dan om een gezond slaatje te maken. Vorig jaar kwam die lockdown er inderdaad bovenop. Ik was het gewoon om vier keer per week te gaan fitnessen: dan deed ik een uur cardiotraining en nog wat extra oefeningen. Ik hou ervan mezelf in het zweet te werken, maar plots gingen de fitnesscentra dicht en viel dat allemaal weg. Ik miste niet alleen het sporten, ik ben een mensen-mens: ik haal mijn energie uit anderen. Toen de wereld op slot ging, ben ik ook dichtgeklapt. Ik kroop in mijn cocon. Op een paar maanden tijd kwamen de kilo’s er versneld bij. In de zomer van 2020 zat ik opnieuw bij professor Bouckaert. ‘Je bent op, Sarah,’ zei hij. Dat was ook zo: ik was mezelf niet meer. Thuis is mijn kamer op de tweede verdieping, maar ik geraakte de trap niet meer op zonder naar adem te happen. Toen heeft hij me groen licht gegeven voor een operatie.”

“Het taboe rond zo’n operatie is nog groot. ‘Ze gaat voor de makkelijkste oplossing,’ denken mensen dan, ‘even onder het mes en klaar.’ Maar ik bén niet iemand die voor makkelijke oplossingen gaat, integendeel. Ik had me al die jaren kapot gefitnest en gedieet, puur op wilskracht. Het lúkte me gewoon niet meer om de kilo’s eraf te houden. Ik heb lang over die operatie nagedacht, maar uiteindelijk leek het me de gezondste en beste oplossing.”

Waarom ging je voor een gastric sleeve en niet voor een maagbypass?

“Omdat je met een gastric sleeve minder drastisch afvalt. Bij een bypass verlegt de chirurg je darm naar een stukje van je maag; bij een sleeve nemen ze een stuk van je maag weg. Het is letterlijk een maagverkleining. Het is best een grote ingreep, maar ik ben er nog altijd heel blij mee.”

Hoe zijn de slaagkansen?

“Heel groot. Het eerste jaar valt iedereen af, maar op een gegeven moment bereikt je gewicht een plateau. Dan is het een kwestie van dat normale gewicht te behouden. Tijdens de operatie nemen ze dat stukje maag weg, maar de klik in je hoofd om je levensstijl te veranderen moet je zelf maken. Ik ben vast van plan het goed te doen. De eerste maand na de operatie moest ik me aan een strikt dieet houden: ik mocht twee weken alleen maar vloeibaar eten, gevolgd door nog een periode waarin ik mijn eten moest mixen. Geloof me: daarna is een eenvoudige boterham met smeerkaas het grootst denkbare genot. In plaats van met pasta beloon ik mezelf nu met een rijstwafel. Daar kan ik onwijs van genieten. Ik ben intussen 22 kilo kwijt. Ik zou er graag nog 12 kilo afdoen. Dan zit ik op mijn ideale gewicht, maar voor mij mag het gerust traag gaan.”

Je gaat niet voor zo’n plotse metamorfose als Adele?

“Grote fan van Adele! Toen ik haar transformatie zag, ben ik er wat over gaan opzoeken. Ik dacht: ‘Wauw, dat wil ik ook!’ Naar het schijnt heeft zij het zonder operatie gedaan, met het sirtfood-dieet. Dan val je af door enkel heel pure dingen te eten en te drinken, zoals kurkuma, groene thee en cacao.”

“Zelf zie ik nog geen groot verschil als ik in de spiegel kijk, maar vóór de paaspauze was ik nog één keer op de campus en toen schrokken mijn studiegenoten al: ‘Sarah, ben jij het?’ Ik moet zelfs wat wennen aan de complimenten: dat ben ik niet gewoon.”

Kamal Kharmach ging na zijn maagverkleining van meer dan 200 naar 75 kilo. Zijn dokter waarschuwde hem niet te overdrijven met al dat vermageren.

“Ik ben me bewust van het risico. Ik mag nu niet verslaafd worden aan afvallen, maar voorlopig kan ik het allemaal goed de baas. Ik probeer me niet te focussen op elke 100 gram die erbij komt of eraf gaat. Op aanraden van mijn psychologe ga ik niet meer elke dag op de weegschaal staan. Sinds ik in Oostende ben, heb ik mezelf al zes dagen niet meer gewogen. Dat doet me goed.”

PAPA’S PLAYLIST

De rolmodellen van vandaag leggen de lat niet bepaald op een bereikbare hoogte. Jij bent fan van Kylie Jenner, die net zoals de rest van de Kardashians geld noch moeite spaart om er perfect uit te zien.

“Het is niet omdat ik fan ben van haar dat ik ook sta achter alles wat ze doet. Ik bewonder haar vooral, omdat ze op zo’n jonge leeftijd al zoveel heeft bereikt. Ze is amper twee jaar ouder dan ik, maar heeft zichzelf uitgebouwd tot een populair merk. Als tiener vond ik dat zo vét. Ze had net zo goed achterover kunnen leunen en profiteren van haar bekende familie, maar dat deed ze niet: ze benutte de kansen die ze kreeg. Daar geloof ik heel erg in: je moet er alles uithalen wat erin zit.”

Zou jij een eigen reality-reeks willen?

(lacht) “Nooit! Die vlogs lagen me wel, omdat ik er volledig mezelf in kon zijn. Ik toonde niet alleen de fijne reisjes maar ook de baaldagen, waarop ik me verveelde of slecht in mijn vel zat.”

Chokri komt ook af en toe in beeld.

“Mama niet, maar dat komt gewoon omdat ze niet houdt van camera’s. Mijn ouders betekenen evenveel voor mij. Mama is degene die thuis alles recht houdt. Ze is onze steun en toeverlaat. Papa en ik lijken erg op elkaar. Mama noemt ons altijd ‘de Mahassinekes’. Zij is iets introverter dan papa en ik. Dat houdt ons in balans.”

Het is mooi om te zien hoe jij je amuseert met je ouders. Ook op de festivalweide van Coachella in Californië, waar de meeste tieners niet gezien willen worden met ma en pa.

“Mijn ouders zijn mijn beste vrienden. Ik bel hen dagelijks, zelfs voor de stomste futiliteiten.”

Belanden jullie ook weleens samen op een dansvloer?

“Het gebeurt wel dat we met een frisse pint op een wei staan te dansen. Papa en ik hebben dezelfde dansmoves. We hebben ook een playlist van ons tweetjes. Daar staat van alles op, van Eliza Doolittle over Ellie Goulding tot Foo Fighters. Mijn muzieksmaak is heel breed, al heb ik een lichte voorkeur voor hiphop, r&b en poppy nummers. Maar als ik met papa in de auto zit, luister ik ook naar rocknummers.”

Is dat zijn favoriete genre?

“Hij heeft geen favoriet genre. Het is te zeggen: dat heeft hij wél, maar hij zal het nooit zeggen. Ik begrijp wel dat hij daar als programmator van Pukkelpop niet op vastgepind wil worden, maar ik kan er niet tégen: het is het enige van hem dat ik niet weet.”

Lieten je ouders je al vroeg uitgaan?

“Ze hebben me nooit iets verboden, maar er waren wel altijd strikte regels. We spraken een uur af waarop ik thuis moest zijn. Kwam ik toch te laat, dan kwam er meteen een sms van papa: ‘Waar blijf je?’ Dan had ik één of ander stom excuus: de taxi was te laat, of zo. Daarin was papa ook streng: ik moest altijd met een taxi naar huis na het feesten, nooit zomaar met iemand meerijden.”

Daar had hij wellicht een goede reden voor: als tiener verloor je een vriendin in een vreselijk auto-ongeluk.

“Ik was veertien, Laura amper zestien. Ik denk nog vaak aan haar. Die nacht zijn er zeven jongeren omgekomen in die auto. Ze kwamen bijna allemaal uit Leopoldsburg, één jongen woonde zelfs in mijn straat. Ik had nog nooit zoveel begrafenissen op één week meegemaakt. Het jaar voordien was ik ook Didi verloren, de papa van Chokri – Didi en Tita, zo noemden we opa en oma. Voor het eerst moest ik afscheid nemen van iemand die zo dicht bij me stond. Een vreselijk jaar. Verlies maakt ook deel uit van het leven, dat heb ik toen op erg korte tijd moeten leren.”

‘Pukkelpop is papa’s levenswerk, en voor het tweede jaar op rij ziet hij dat op losse schroeven staan. Maar als gezin hebben we al zoveel stormen getrotseerd: we weten hoe we elkaar moeten rechthouden.’ Beeld Marco Mertens
‘Pukkelpop is papa’s levenswerk, en voor het tweede jaar op rij ziet hij dat op losse schroeven staan. Maar als gezin hebben we al zoveel stormen getrotseerd: we weten hoe we elkaar moeten rechthouden.’Beeld Marco Mertens

VAT VOL CULTUREN

Je zit nu in je tweede jaar International Business in Antwerpen, maar je helpt ook op Pukkelpop. Is dat met de bedoeling de fakkel over te nemen?

“Dat is totaal nog niet aan de orde. Voorlopig doe ik mijn deel bij Pukkelpop. Als men ooit vindt dat het meer moet worden, dan zal ik dat wel doen.”

Willen je ouders dat je in hun voetsporen treedt?

“Net níét. Ze zien me liever zelf iets op poten zetten en mijn eigen succesverhaal schrijven. Misschien doe ik dat ooit wel, bouw ik iets nieuws op in de entertainmentsector. Het zit sowieso in mijn bloed om mensen samen te brengen. Dat zeiden mijn leerkrachten vroeger al. Moest er een fuif of een event georganiseerd worden, dan was ik van de partij.”

“Tijdens het academiejaar heb ik niet veel tijd om me bezig te houden met Pukkelpop. Papa zal altijd wel mijn advies vragen over muziek, en mama komt me altijd nieuwe ontwerpen tonen, maar ik neem mijn studies heel ernstig en daar kruipt veel tijd in. Ook al omdat ik absoluut geen herexamens wil: dan valt mijn Pukkelpop in het water.”

Nog nooit tweede zit gehad?

“Jawel, vorig jaar. Had ik even geluk dat Pukkelpop toen niet doorging.” (lacht)

“Met het gezin verblijven we elke zomer een maand lang in Kiewit. We slapen in een kamer vlak achter de wei. Vroeger sliepen we zelfs in een caravan achter de main stage. Toen ik nog klein was, legde mama me nog vóór de laatste headliner in bed. Dan dommelde ik in, met op de achtergrond het boenke-boenk van op de wei. Dat vond ik geweldig. Ik was het zo gewoon: ik ben geboren op die wei. Laatst vond ik toevallig mijn allereerste all areas pass terug. ‘Baby Sarah,’ stond erop, met daarboven een foto van mijn babyhoofd, met mijn haartjes in zo’n palmboom.”

“Zodra ik kon, ging ik meehelpen op het festival. Eerst stelde dat niet veel voor: ik ging naar de kinderopvang op de wei, de Pukkelclub, en daar gaven ze ons karweitjes. Dan mochten we de zeshoekige vloerplaten leggen aan de podia. Ik heb ook een keer de vloerplaten van de toiletten helpen leggen. Zwaar werk, maar we voelden ons heel stoer. Hadden ze me toen gevraagd de toiletten schoon te maken, ik had het ook gedaan: zo graag wilde ik de handen uit de mouwen steken. Zodra ik wat ouder werd, mocht ik helpen bij het bureauwerk. Eerst deed ik de kaartenverkoop. Zo heb ik een keer op een verkeerde knop geduwd, waardoor er opeens een hele hoop tickets waren verdwenen. Dat hebben ze toen gelukkig snel kunnen oplossen, maar het hoofd van de kaartenverkoop kwam me toen wel plagend zeggen: ‘Saartje, wat heb je nú gedaan?’ Wat wil je? Ik was pas 15!”

Voor velen staat Pukkelpop gelijk aan de eerste pint, de eerste kus, de eerste onenightstand in een tentje…

“Dat had pas een mooie anekdote opgeleverd: mijn eerste kus op Pukkelpop. Maar ik was als tiener niet zo bezig met jongens. Het boeide me niet. Ik ken die weide wel als mijn broekzak: zelfs als er niets staat, weet ik waar elk podium en elk standje hoort.”

“Intussen verzorg ik al enkele jaren elke zomer de communicatie en de sociale media van Pukkelpop. Ik doe dat graag: filmpjes posten op Snapchat, Instagram-posts maken… Papa is helemaal niet bezig met sociale media. Ik denk zelfs niet dat hij weet hoe je iets op Instagram moet posten. Dat laat hij liever aan de jongeren over. Zo zijn papa en mama allebei: ze omringen zich graag met jonge, frisse koppen. Papa is lange tijd actief geweest in de politiek. Hij is eruit gestapt toen hij vond dat het tijd werd om plaats te maken voor de jonge garde. De jeugd moet centraal staan. Je hoort jongeren vaak zuchten: niemand luistert naar ons, niemand begrijpt ons. Papa wel. Ik ga zelfs naar hem als ik liefdesadvies nodig heb.”

Vind je jezelf verwend?

“Strontverwend! Niet elk kind kan met zijn ouders op citytrip of naar Coachella, dat besef ik maar al te goed. Mijn eigen kindertijd is mijlenver verwijderd van hoe mijn vader is opgegroeid.”

Hij werd geboren in Casablanca.

“Als jong ventje kwam hij naar België, toen Didi in de glasfabriek aan de ovens kwam werken. Het was een groot gezin om te onderhouden: ik heb zes tantes en twee nonkels. Papa vertelde mij hoe Didi de harde randjes van de kaas op zijn boterham legde, zodat de kinderen de rest van de kaas konden opeten. Papa heeft als kind zelfs nog kauwgom verkocht in de straten van Casablanca om wat zakgeld bij elkaar te sparen. Daar moet ik vaak aan denken.”

“Mijn oma kan alles: ze is analfabeet, maar spreekt verschillende talen. Een paar jaar geleden waren we in een Turks winkeltje. Ik wilde het woord nemen, maar ze onderbrak me en begon vlotjes Turks te praten met de man. Ik wist niet eens dat ze dat kon. Ze is geboren in Beiroet, maar heeft Palestijnse roots. Eigenlijk is ze een vat vol culturen. Ze is voor mij een nóg groter voorbeeld dan papa: ik heb zoveel respect voor haar.”

Je grootouders waren niet streng gelovig?

“Nee. Iedereen in de familie is vrij om eigen keuzes te maken: sommige tantes zijn gelovig, maar niemand loopt ermee te koop. Papa’s grote geluk is dat hij uit zo’n open-minded gezin komt. Hadden mijn grootouders hem niet de vrijheid gegeven om te doen wat hij wilde, dan bestond Pukkelpop vandaag niet.”

Jij hebt samen met je ouders al een flink deel van de wereld gezien: Los Angeles, Milaan, Dubai…

“Dubai was niet echt ons ding: te veel glitter en glamour en fakeness. Mijn ouders zijn superfan van Afrika. Ze hebben alle uithoeken van het continent al verkend. Ik zou het zelf ook wel meer willen exploreren, maar ik heb een slangenfobie. In Zuid-Afrika waren we een keer een klein museum aan het bezoeken. Opeens was ik mama en papa kwijt, toen ik achter een bokaal een slang zag liggen. Ik was totaal in paniek. Dat trauma heeft die fobie getriggerd, denk ik. Zelfs naar natuurdocumentaires kijken vind ik eng. Zo jammer: ik hou van Afrika. Ooit moet ik hulp zoeken voor die fobie, maar daar ben ik voorlopig nog niet aan toe.”

Dan ga je misschien liever naar Los Angeles?

“Ik ben er twee keer geweest en voelde me meteen thuis. Voor volgend jaar moet ik nog een buitenlandse stage zoeken. Ik ben nu al aan het kijken of ik niet naar de Verenigde Staten kan. Misschien wordt het Los Angeles, maar ik zou net zo goed naar New York willen. Drie of vier maanden zonder mijn ouders klinkt wel lang. Vriendinnen zijn na de middelbare school een jaar in het buitenland gaan studeren: dat had ik ook wel willen doen, maar ik heb snel heimwee. Ik hou de mensen die ik graag zie liever dicht bij me. Maar die stage in het buitenland wil ik echt wel doen. Een beetje uit mijn comfortzone treden zal me deugd doen.”

Eerst moeten we deze zomer nog zien door te komen. Het ziet ernaar uit dat het er alweer eentje wordt zonder festivals. Of niet?

“Wie zal het zeggen? De kogel is nog niet door de kerk. Papa is er dag en nacht mee bezig. Ik bewonder hoe hard hij ervoor vecht. Pukkelpop is zijn levenswerk, zijn kindje. Voor het tweede jaar op rij ziet hij dat op losse schroeven staan. Maar als gezin hebben we al zoveel stormen getrotseerd: we weten hoe we elkaar moeten rechthouden.”

Zal hij een traan wegpinken als Pukkelpop nog een zomer moet opschuiven?

“Hij zal hooguit een dag slechtgezind rondlopen, maar dat zal hij niet laten merken. Integendeel: ik ben dan degene die hem moet zeggen dat het best oké is om je slecht te voelen. Huilen mág.”

Doen jullie binnenkort geen testevent voor duizend man in de Grenslandhallen?

“Ook dat staat nog niet vast. Maar als het doorgaat, zal ik niet zomaar één van die duizend tickets krijgen. Net als elke jongere verlang ik zo hard om weer te mogen feesten, maar het moet wel eerlijk blijven. Meer dan op een feestje voor mezelf hoop ik erop dat het experiment mag slagen, als het doorgaat. De rest komt wel. Ik blijf erin geloven.”

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234