Dinsdag 26/05/2020

De dictator die zijn volk neukte

In de twintig jaar dat hij de plak zwaaide zou hij volgens analisten elke dag een andere vrouw hebben bereden. Naast een echtgenote, een wettelijke maîtresse en een schare vaste bijzitten waren alle Italiaanse vrouwen verliefd op hem. Frans Denissen verdiepte zich in de vrouwen van Mussolini en schreef een sprankelende 'roman zonder fictie'.

door Joseph Pearce

Het is een van de beklijvende beelden van de Tweede Wereldoorlog. Benito Mussolini en Clara Petacci, "als varkens aan slagershaken" ondersteboven opgehangen aan het staketsel van een benzinestation op de Piazzale Loreto in Milaan. Rondom de lijken van de Duce en zijn maîtresse een massa mensen, met de schunnigste verwensingen op hun lippen. "Daarnet is een legeraalmoezenier (...) moeizaam op het raamwerk geklauterd om de rok van de dode vrouw weer omhoog te trekken en met zijn eigen broekriem vast te gespen, teneinde haar pudenda aan het oog te onttrekken." Meteen wordt er druk gespeculeerd, aldus Frans Denissen, over de vraag waarom Clara Petacci geen slipje droeg.

Grote geschiedenis en grandguignol in één beeld gevat. Alleen in Italië had zoiets kunnen gebeuren.

Met De vrouwen van Mussolini heeft Denissen een verrukkelijk boek geschreven. Het bekoorlijke ligt in de eerste plaats in het proza zelf. De auteur schrijft plastisch en precies en heeft een instinct voor drama en spektakel. Bovendien heeft hij een uitzonderlijk gevoel voor humor, een noodzakelijke kwaliteit overigens voor een onderwerp dat heen en weer slingert tussen de zwartste tragedie en de meest kluchtige commedia dell'arte.

Eén zaak mag immers niet vergeten worden: het fascistische regime van dictator Mussolini was niet de vriendelijke versie van nazi-Duitsland, maar een kopie met typisch Italiaanse trekjes, zoals bombast, knuddigheid, overspannen emoties en blaaskakerij. Een explosief mengsel dat een doodarm land in een wereldoorlog plus een burgeroorlog heeft gestort en aan honderdduizenden onschuldige burgers het leven heeft gekost.

Waarom dan een boek over de vrouwen van een misdadig dictator? Is dat niet la petite histoire tot in het absurde uitgerekt? Denissen verdedigt zich. Hij schrijft geen geschiedboek, maar een roman zonder fictie. Hij kon moeilijk anders, want het embargo op de brieven en dagboeken van Clara (of Claretta) Petacci is van vijftig tot zeventig jaar uitgebreid, zodat de historicus pas in 2015 te weten zal komen hoe groot haar invloed is geweest op de politieke beslissingen van haar amant.

Voorlopig moet Denissen het dus doen met wat talloze slippendragers, oud-fascisten, neofascisten, familieleden, kennissen, vrienden en andere zelfbenoemd bevoorrechte getuigen over la Petacci en de Duce hebben geschreven. Tezamen vulden ze een bibliotheek met onthullingen over het ventennium, de twintig jaar van het glorieuze fascistische tijdperk en de even glorieuze avonturen van de Enige en Onvervangbare met zijn leger minnaressen. Was Petacci een gifmengster, een soort kruising tussen Messalina en Lucrezia Borgia? Of was ze een hartstochtelijk verliefd meisje, dat haar Ware Liefde had gevonden en hem koste wat het kost trouw wilde blijven? Wie schreef de waarheid?

Denissen maakt zich geen illusies. De waarheid in de kwestie rond de vrouwen van Mussolini is een figurant die naar het zelfverheerlijkend theater van een stoet leugenaars en machtswellustelingen vooraan op de bühne staat te kijken. Een zwijgzame maar aandachtige toeschouwer, want wat is er fascinerender dan het verhaal van de 'mythe van de sublieme liefde tussen 'de Conquistador en het Argeloze Meisje'? Denissen houdt zijn voorkeur voor het absurde en operetteachtige van begin tot einde vol. Een noodwendig tegengif tegen de tenenkrullende dweepzucht en sentimentele nonsens die uit de brieven en gesprekken gulpt.

Maar het boek is meer dan een gênant stroperig uitje met Benito en Claretta.

Zodra Mussolini in staat was met zijn eigen vingers de gulp van zijn broek los te knopen heeft hij met vrouwen van bil willen gaan. "Als ik niet eerst kan neuken kom ik niet meer vooruit", zei hij tegen een vriend met wie hij een fietstochtje maakte. De vriend fietste verder, Mussolini fietste terug naar huis. Denissen besteedt veel aandacht aan zijn vroege, intellectueel hoogstaande minnaressen. Niet onterecht. Zowel Angelika Balabanoff als Margherita Sarfatti hebben de ambitieuze Benito niet alleen onder hun vleugels genomen, maar hem ook gecoacht, gekneed en gestuurd. Zo werd Balabanoff zijn politieke mentor en wist Sarfatti hem te overtuigen van de schoonheid van de moderne kunst. Intussen was hij met Rachele Guidi getrouwd, maakte hij - tevergeefs - jacht op Leda Rafanelli en had hij een zoon van Ida Dalser. Vast staat dat hij een kerkelijk huwelijk met Dalser gesloten heeft, maar omdat er op dat ogenblik in Italië een officiële scheiding tussen kerk en staat bestond, had dat huwelijk geen rechtswaarde. De relatie met Dalser loopt overigens slecht af. Als Mussolini in 1922 aan de macht komt, wil hij van haar af. Maar Dalser laat niet los. Vier jaar later wordt ze "gearresteerd, verdoofd en in een dwangbuis gestopt, en opgesloten in (een) krankzinnigengesticht". Ook haar zoon zal een afschuwelijke dood sterven.

Hoeveel vrouwen Mussolini heeft bereden weet niemand. De schattingen lopen ver uiteen. Toch lijken de meeste analisten het erover eens te zijn dat de Duce tijdens de twintig jaar van zijn bewind iedere dag een andere vrouw tot zich nam. Daarnaast had hij uiteraard zijn wettelijke vrouw Rachele Guidi, zijn wettelijke maîtresse Claretta en een select gezelschap vaste bijzitten, die hem op geregelde tijdstippen soelaas brachten. Voor de rest waren ook alle Italiaanse vrouwen op hem verliefd. Zo schreef een zekere Maria-Teresa Belardelli hem in vijf jaar tijd 642 vurige brieven. De Duce kreeg zoveel liefdespost dat hij er zelfs een privésecretariaat voor diende op te richten.

Meestal werden de dagvlinders in zijn werkkantoor in het Palazzo Venezia uitgenodigd. Lang duurde de audiëntie niet. De vrouw werd op het vloerkleed geworpen of op een kussen in de nis van een venster genomen. Soms nam de veelvraat niet eens de moeite om zijn laarzen uit te trekken. Waar dienden vrouwen anders voor? "Vrouwen zijn gemaakt om het huishouden te doen, kinderen ter wereld te brengen en hoorns opgezet te krijgen." Niet meer dan een normale opinie in de vroege jaren van de twintigste eeuw, aldus Denissen. "Het proletariaat moet recht van spreken krijgen", zei Mussolini, "maar mijn vrouw moet haar mond houden."

Zijn personeel had het met al dat heen en weer geloop niet onder de markt. Soms leek het Palazzo Venezia op een doorgangshotel, waarbij de ene geliefde door de ene deur verdween terwijl de andere door een andere deur naar binnen werd geloodst.

Maar Denissen is het niet om een hilarische deurenkomedie te doen. Vrouwen waren en bleven hoe dan ook een tijdverdrijf voor een man met een ongebreidelde machtswellust en een even buitensporig minderwaardigheidscomplex, een man die voortdurend twijfelde en na iedere tegenslag de armen liet zakken en last kreeg van zijn maagzweer, een man die Adolf Hitler aanvankelijk "een idioot en een ploert, een fanatieke schoft en een schrikwekkende kletskous" vond, maar hem daarna als een schoothondje achterna trippelde en zijn land aan de grofste antisemitische maatregelen onderwierp.

Waarom cirkelden dan zoveel vrouwen rond die pathetische windbuil zoals steekvliegen rond een paardenvijg? Wat zagen ze in hem? Denissen geeft geen verklaring, aan psychoanalyse doet hij niet. Zeker is natuurlijk dat macht erotiseert. En als Balabanoff in 1903 de zwervende zielenpoot Mussolini in een nieuw pak stopt en hem de socialistische Bijbel onder de neus duwt, zullen haar moederlijke gevoelens zeker een rol gespeeld hebben. Maar waarom liep Mussolini zo vaak achter zijn pik aan? En waarom bleef hij zo lang trouw aan Clara Petacci? Was hij gefascineerd door haar grote borsten, zoals zijn kamerdienaar Quinto Navarra beweerde? "Veel plausibeler lijkt het", aldus Denissen, "dat Mussolini (...) behoefte heeft gevoeld aan een hartvriendinnetje: jong, bij voorkeur nog wat onrijp, zodat hij haar helemaal naar zijn hand kon zetten".

Intussen liep het met zijn Romeinse imperium helemaal uit de hand. Denissen vertelt met verve over de opgang en teloorgang van een fascistische illusie. Ongelooflijk spannend is het verhaal van Mussolini's afzetting. Op 24 juli 1943 komt de Grote Raad van het Fascisme samen en stemt voor een motie van wantrouwen tegen de Duce. De volgende dag moet hij op audiëntie bij Victor Emmanuel III. "Op dit ogenblik bent u de meest gehate man van Italië", zegt de koning. Finita la commèdia. Denissen beschrijft de laatste stuiptrekkingen van het regime op meesterlijke wijze, en hoewel hij een grondige hekel heeft aan de Duce krijgt hij de lezer zelfs zover enige sympathie te koesteren voor de veredelde tapkastfilosoof. Zonder twijfel een ongewild resultaat, want wanneer Denissen naar Italië reist en een bezoek brengt aan enkele heilige schrijnen van Benito en Claretta bewaart hij zijn meest bijtende spot voor deze sanctuaria voor "nostalgici en neofascisten". Een sprankelend boek, dat uit zijn voegen barst van schrijfplezier.

Frans Denissen,

De vrouwen van Mussolini

Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam,

475p., 29,95 euro

De vrouw werd op het vloerkleed geworpen of op een kussen in de nis van een venster genomen. Soms nam veelvraat Mussolini niet eens de moeite om zijn laarzen uit te trekken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234