Donderdag 23/01/2020

'De deuren van Europa mogen niet gesloten worden'

Amnesty International richt zicht vandaag, op de 55ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, nogmaals tot de Europese besluitvormers, waaronder de Belgische regering. Amnesty roept ertoe op toe te zien dat het gemeenschappelijk Europees asielbeleid het recht op asiel, erkend in artikel 14 van de UVRM, ten volle waarborgt.

De thema's asiel en immigratie staan hoog genoteerd op de Europese politieke agenda. In een tijd waarin de toetreding van tien nieuwe lidstaten tot de Europese Unie volop wordt voorbereid en er wordt onderhandeld over de invoering van een Europese grondwet, wordt er tegelijkertijd hard gewerkt aan de verdere ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem. Dat systeem moet de aanloop vormen tot een werkelijk gemeenschappelijk asielbeleid voor het grondgebied van de EU, zoals vooropgesteld in het voorstel van Europese grondwet, dat op 12 en 13 december ter discussie zal liggen van de Europese regeringsleiders.

Dat asiel op Europees niveau behandeld wordt, is op zich een goede zaak. In het verleden bleken individuele landen het soms moeilijk te hebben om een plotselinge toevloed van asielzoekers te verwerken, zoals het geval was ten gevolge van de oorlog in het voormalige Joegoslavië. Een systeem van lastenverdeling werd noodzakelijk. Bovendien bleken er grote verschillen te bestaan in de asielwetgeving en het beleid van de lidstaten, zodat een zekere harmonisatie wenselijk was. De vraag is echter in welke richting het Europese asielbeleid ons zal leiden.

In het verdrag van Amsterdam, dat de aanzet vormde voor het gemeenschappelijk Europees asielsysteem, en in de conclusies van de raad van Tampere van 1999, stelde de EU een "ruimte van vrede, veiligheid en rechtvaardigheid" te willen creëren. Het asielsysteem zou gebaseerd worden op de "volledige en inclusieve toepassing van de Conventie van Genève over de Status van Vluchtelingen" en zo de eerbiediging van het internationaal recht inzake asiel en grondrechten waarborgen. In een eerste fase moesten Europese richtlijnen regelingen en minimumstandaarden vastleggen over verschillende aangelegenheden, zoals het aanduiden van de lidstaat verantwoordelijk voor het behandelen van een asielaanvraag, de opvang van asielzoekers, de tijdelijke bescherming van ontheemden, het statuut van vluchteling en van bijkomende bescherming en de asielprocedure. Die fase zou afgerond worden eind december 2003.

Nu het einde van 2003 nadert, blijken deze voornemens niet geheel bewaarheid te zijn. De onderhandelingen over de richtlijnen zijn erg moeilijk verlopen. In de loop ervan is duidelijk gebleken dat vele lidstaten niet zozeer gemotiveerd zijn door de zorg om vluchtelingen die bescherming te bieden waarop ze recht hebben, als wel door het streven alle vormen van immigratie zoveel mogelijk te beperken. In het politieke debat wordt de nadruk gelegd op het indijken van 'illegale' immigratie en mensensmokkel en, sinds september 2001, op de strijd tegen het terrorisme, die in verband gebracht wordt met onvoldoende controle over immigratie. De rechten van asielzoekers en vluchtelingen staan niet altijd op de eerste plaats. Dat leidt tot regelingen die het internationaal recht inzake asiel en mensenrechten schenden. Fort Europa trekt zijn muren op.

Amnesty International en andere organisaties, zoals het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN, hebben meermaals hun bezorgdheid geuit over deze ontwikkelingen en aangedrongen op de eerbiediging van internationaal erkende mensenrechten en van het recht op asiel. Dat geldt ook voor de twee voorstellen voor richtlijnen die nu nog op de onderhandelingstafel liggen en waarvoor de deadline van eind december 2003 niet zal worden gehaald. Het betreft ten eerste het voorstel van richtlijn over minimumstandaarden voor de kwalificatie van het statuut van vluchteling en ten tweede het voorstel van richtlijn over minimumstandaarden voor de asielprocedure.

Vooral dat laatste voorstel is in zijn huidige versie - de eerste versie dateert reeds van 2000 en heeft sindsdien ingrijpende wijzigingen ondergaan - onaanvaardbaar. Het verlaagt het niveau van bescherming in de asielprocedure op een wijze die in zijn geheel genomen duidelijk in strijd is met internationaal recht. Zo voorziet het in een zeer gebrekkige beroepsprocedure. Lidstaten beschikken over de mogelijkheid om een beroepsprocedure in te voeren of te handhaven waarbij de rechter in beroep enkel de bevoegdheid heeft om een "marginale beoordeling van relevante feiten" door te voeren. Dit terwijl zowel Europees recht en rechtspraak van het Europese Hof van Justitie als het Europese Hof voor de Rechten van de Mens er geen twijfel over laten bestaan dat de zaak aan de volledige beoordeling, zowel in feite als in rechte, van de rechter moet kunnen worden onderworpen. Enkel op die manier kan afdoend worden gewaarborgd dat een asielzoeker niet wordt gerepatrieerd naar een land waar hij het risico loopt op foltering of op onmenselijke en vernederende behandeling. Bovendien moet de beroepsprocedure niet noodzakelijk opschortend effect hebben. Dat heeft tot gevolg dat de asielzoeker, terwijl de beroepsprocedure nog loopt, al zou kunnen worden uitgewezen. Dit is in strijd met het veel besproken arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak-Conka tegen België. Verder rijzen er bezwaren tegen het invoeren van lijsten van "veilige landen van oorsprong", "veilige derde landen" en "veilige derde buurlanden". De selectiecriteria zijn verre van duidelijk. Ze geven de lidstaten verregaande mogelijkheden om asielzoekers terug te wijzen naar landen buiten de EU. Hoe kun je trouwens stellen dat een land veilig is voor een asielzoeker zonder zijn individuele asielaanvraag te onderzoeken?

Deze en andere bepalingen uit het voorstel hebben de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, Ruud Lubbers, ertoe gebracht om eind november de EU er dringend toe op te roepen om de onderhandelingen over het huidige voorstel van richtlijn te staken. Amnesty International steunde zijn oproep. Mede onder druk van dit appèl heeft de Raad van de EU besloten de onderhandelingen voorlopig niet voort te zetten. Het Italiaanse voorzitterschap heeft de volledige verwezenlijking van het gemeenschappelijke Europese asielsysteem dus niet kunnen bewerkstelligen. De bal wordt doorgespeeld naar het Ierse voorzitterschap. Voor mei 2004, tijdstip van toetreding van de tien nieuwe lidstaten, zal dit erin moeten slagen om een herdacht voorstel van richtlijn te doen goedkeuren.

Amnesty International wil op 10 december, de 55ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, nogmaals de Europese besluitvormers, waaronder de Belgische regering, ertoe oproepen toe te zien dat het Europees asielbeleid het recht op asiel, erkend in artikel 14 van de UVRM, ten volle waarborgt. Een restrictieve immigratiepolitiek mag er niet toe leiden dat de rechten van asielzoekers geschonden worden. De deuren van Europa mogen niet gesloten worden voor wie zijn bescherming nodig heeft.

Eva Berghmans is asiel- en beleidsmedewerkster van Amnesty International.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234