Woensdag 16/06/2021

De deugd van het zwijgen

oals sommigen onder u wel weten bevond ik me nauwelijks veertien dagen geleden nog in de straten van Nieuw Amsterdam en op een of andere manier zuigt een zaterdagmiddag mij daar dan altijd naar de onderkant van de stad, daar waar de straten nog kronkelen en meestal geen nummer hebben maar een naam.

En ook daar waar de stijve bries die door de dwarsstraten vanop de East River gaat gieren ter hoogte van 5th Avenue plotsklaps in de clinch gaat met een tegenwind die vanuit het Verre Westen via de Hudson komt aangewaaid en waardoor je, mocht je dat vergeten zijn, er toch altijd weer aan herinnerd wordt dat Manhattan eigenlijk niet meer is dan een wat groot uitgevallen dorp dat geprangd zit tussen twee stromen en de zee.

Ik begin er mijn stadswandelingen meestal in de buurt van Washington Square, waar altijd wel iets te gebeuren staat - een schaaktornooi voor clochards, een jongeman die Satie speelt op een van thuis meegebrachte vleugelpiano, twee eekhoorns die kwekkend een restant van een Big Mac verdelen - en waar ik mijn ene oog traditiegetrouw altijd langs het huis laat glijden waar het atelier van Edward Hopper zich ooit bevond en het andere langsheen het mosgroenen standbeeld van de Italiëmaker Giuseppe Garibaldi, dat ook al eens door de grote Hugo Claus beschreven werd in een gedicht, na zijn allereerste reis naar New York.

En ook al heb ik mijn adoptiedorp Greenwich dan door de jaren fel zien veranderen, en niet altijd ten goede, toch overvalt me nog altijd een goed gevoel wanneer ik door Bleecker of McDougal Street loop, een koffie drink met zicht op Sheridan Square, of me het meatpacking district in waag - niet dat daar nog iets gevaarlijk aan is - en daar zoals deze keer een wandeling over de High Line maak, een park dat hoog en droog aangelegd is op een ooit erg verloederd spoorviaduct.

Dan de stenen rivier die Houston Street heet oversteken en doorheen het vieux carré dwalen waarin Greene en Prince en Sullivan en Wooster Street sinds jaar en dag liggen te liggen.

Wie daar op zoek is naar een glazen of een echte boterham kan ook altijd binnenstappen bij Fanelli's Café, een oud speakeasy saloon waar niet de geest van de vorige eeuw hangt maar die van de eeuw daarvoor.

Wanneer ik er na lange tijd weer eens binnenstap en denk dat de barman toch een decente kerel is omdat hij me wel eens begroet met een quasivertrouwelijk "Hey, where have you been all this time?", realiseer ik me snel weer dat hij die vraag aan iedereen stelt die binnen komt waaien en dat hij allerminst verwacht dat je daarop antwoordt. Maar dat geeft niet: bij Fanelli's is het altijd goed en zeker wanneer het buiten koud is. Aan finesse doen ze er niet echt: potige hamburgers en met het zwaard gesneden frieten, kommen soep waarin je zo je lepel kunt rechtzetten, tot de rand gevulde halveliterpinten bier in quasi-Duits aandoende glazen, die stijl. En een dubbele bourbon vooraf en nog enkele achteraf en en avant la musique. Ik hield het deze keer bij een slaatje en een diet coke en werd daarom door het Vaste Zuipersverbond dat er bij mijn weten al een eeuw lang tegen de de toog kleeft vol oprechte minachting bekeken.

Dan maar terug de straat op, dacht ik. Om de hoek werd ik al geconfronteerd met een merkwaardige man, een eerder dak- of werkeloos type dat enerzijds toch wel proper op zijn eigen was maar anderzijds ook een tikkel verwaaid. Hij had achter een modaal Ikeatafeltje plaatsgenomen met op het werkblad alleen wat naslagwerken en een handgeschreven bordje waarop stond geschreven: "I Answer All Your Questions For 5 Dollar."

Ik viste al spontaan een biljet van 10 euro uit mijn oude broekzak en vroeg de wijze of hij ook verdwijnende munten accepteerde. Hij hield het biljet eens tegen de zon, die trouwens goed van de partij was die dag, en maakte met een hoofdgebaar duidelijk dat ik mocht beginnen met vragen te stellen. Niet dat er echt iets op mijn lippen lag, tenzij een restant van een pimiento die de dag ervoor nog op mijn bord terechtgekomen was bij de lunch in de John Dory Oyster Bar, alwaar ik heel alleen het gevecht aanging met een verdwaalde maar voortreffelijke zee-egel, die ik u van harte kan aanbevelen, of tenminste een broertje van hem, als u daar ooit in de buurt bent.

Wat verderop bedacht ik toch een vraag, maar ik was te lui om op mijn stappen terug te keren en ze nog voor te leggen aan de antwoordman. Het betrof de mij dezer dagen wel eens vaker gestelde binnenkomer: "En wat vind je van de nieuwe Humo?".

Nu, helemaal niks eigenlijk. Ik ben blij dat Humo nog altijd bestaat en ik lees er nog zeer graag grote happen uit, te beginnen met Dwarskijker en Kamagurka en Jeroom en Het Gat Van De Wereld. En ik hoop er in de toekomst ook nog wel eens een mooie tekening van Ever Meulen tegen te komen of een bespreking van de nieuwe cd van een artiest die ik nog ken. Ik ben ook blij dat rekening gehouden wordt met het tanend gezichtsvermogen van oudere lezers en de lay-out van het blad nu dus een aanzienlijk stuk duidelijker is geworden, ook voor de Ray Charlesen van deze wereld.

Verder wens ik u allemaal een geweldig 2012 toe.

En Geert Hoste eindelijk een grap die voor één keer om te lachen zal zijn.

Want wanneer ik hem nog maar eens melig hoor doen over het gebrekkige Nederlands van de leden van ons koningshuis of de nieuwe premier dan vraag ik me nog steeds af of iemand van zijn status, met zijn vele jaren zogenaamd metier, nooit eens iemand tegenkomt die hem uitlegt dat humor wanneer die niet grappig is in feite geen humor is. En dat zwijgen bijvoorbeeld ook een alternatief zou kunnen zijn voor al die flauwekul.

Zwijgen is overigens een deugd die ik vanaf deze week zelf ook actief ga beoefenen.

Om te beginnen zal u voorlopig deze naar mijn persoon genoemde rubriek aan het eind van uw geliefde magazine moeten missen en dit onder meer omdat ik zopas een leerstoel Langlaufen aanvaard heb aan het Ann Lemmensinstituut te Honolulu.

Maar toch vooral omdat ik vind dat er te veel columnisten zijn in deze wereld en dus ook te veel meningen over alles en nog wat, al is dat ook een mening natuurlijk.

De mijne ben ikzelf momenteel in ieder geval grondig beu en ik vermoed van u eigenlijk hetzelfde, al was u al die jaren een bijzonder aandachtig en attent publiek en zal ik u allen meer en harder missen dan mijn eigen papieren leven in deze krant.

Ik hoop dat ik u een beetje van dienst geweest ben met mijn hartenkreten ten voordele van deze of gene door mij bewonderde kunstenaar. Ik hoop dat u me niet kwalijk neemt dat ik al eens iets lelijks geschreven heb in verband met uw favoriete lelijke, slechte en domme seksuologe. En ik wil langs deze weg ook mijn excuses aanbieden aan Wouter Beke, die ik wel eens omschreven heb als een nerd terwijl hij natuurlijk niets minder dan een sympathieke en slimme supernerd is!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234