Donderdag 14/11/2019

Reconstructie

De deserteur van 22 maart: hoe Osama Krayem gewoon het metrostation uitliep en zijn explosieven wegspoelde in het wc

Osama Krayem als IS-militant. Wie was zijn opdrachtgever? Beeld RV

Na de luchthaven en Maalbeek had op 22 maart nog een derde doelwit moeten volgen, wellicht metrostation Schuman in de Europawijk. Maar de jonge Zweedse jihadi Osama Krayem stapte met zijn rugzak vol explosieven weer de roltrap op, omhoog. Hij wou maar één ding: terug naar Malmö, naar zijn ouders, zijn zus en zijn broer.

Het was een lichtjes verbijsterend moment in de reconstructie van Caroline Van den Berghe en Dirk Leestmans, woensdagavond op Eén. Federaal procureur Frédéric Van Leeuw vraagt zich nog steeds af waarom de terroristen in Zaventem en Maalbeek niet simultaan toesloegen, zoals je logischerwijze zou verwachten. “Waarom een uur verschil? Was dat de bedoeling? Heeft de ploeg van de metro de wekker niet gehoord?”

De ploeg van de metro, dat zijn de Brusselaar Khalid El Bakraoui (27) en Osama Krayem (24). El Bakraoui is opgejaagd, vastbesloten te gaan. Daags na de schietpartij in het safehouse van de terroristen in Vorst, waar op dinsdag 15 maart IS-strijder Mohamed Belkaïd om het leven kwam en twee anderen konden vluchten, drukte de Brusselse krant La Dernière Heure tegen de banbliksems van het federaal parket in zijn foto en die van zijn oudere broer Ibrahim af. Het was de eerste keer dat de broers, allebei met een kort maar heftig gangsterverleden, in het openbaar werden gelinkt aan IS.

Khalid heeft het flatje in de Driesstraat gehuurd onder een valse naam, zoals hij dat eerder bij de voorbereiding van de aanslagen van 13 november in Parijs ook deed in Charleroi. Het is overduidelijk: er is een klopjacht aan de gang. Ofwel worden ze gepakt en brengen ze de rest van hun leven in de gevangenis door. Ofwel het martelaarschap.

Verkeerde richting

Het is 8.48 uur als een bewakingscamera een beeld oppikt van de twee mannen in station Pétillon, de vaste halte voor VUB-studenten. Ze stappen voorbij een geldautomaat. Op een volgend camerabeeld geeft de een aanwijzingen aan de ander. Khalid gaat als eerste, opent een poortje met zijn Mobib-kaart en stapt op lijn 5 richting Herrmann-Debroux.

Pas na drie haltes realiseert hij zich dat hij in de verkeerde richting aan het sporen is. Hij stapt uit in station Beaulieu, loopt naar het perron aan de overkant, en kan onmogelijk nog een idee hebben hoe het nu verder moet. Het plan was dat hij in de eerste metro zou stappen en Osama Krayem in de volgende. Twee stations tegelijk, Maalbeek en meer dan vermoedelijk het nog veel drukkere Schuman in het hart van de Europabuurt, zouden worden herschapen in een vuurzee.

Nu kan Khalid enkel raden naar waar Osama intussen zit. Is die ook in de verkeerde richting vertrokken en is hij dan, minder vertrouwd met de Brusselse metro zijnde, verder van zijn doelwit aan het wegrijden, helemaal tot aan het eindstation Herrmann-Debroux? Of zit de Zweed integendeel in een metrostel voor het zijne? Of zou hij nog op het perron van Pétillon staan?

Wanneer Khalid opnieuw langs Pétillon richting Maalbeek zoeft, staat Osama al niet meer op het perron. Hij is onmiddellijk na het vertrek van zijn kompaan de roltrap op gegaan en is via het wandelpad jachtig teruggekeerd naar waar ze eerder die ochtend waren vertrokken, een onooglijk studiootje aan de Kazernelaan in Etterbeek. Daar haalt hij voorzichtig de springstof TATP uit zijn rugzak en spoelt alles netjes door het toilet.

Zijn missie zit erop, hij is vrij.

Hij stuurt zijn broer Anas, ver weg in Malmö, een berichtje op Facebook: “Ik zit in Brussel. Kun je me komen halen?”

Het is dit berichtje dat hem zal verraden, waarna hij op 6 april zal worden gearresteerd.

Vrijwilligerswerk

Osama Krayem heeft iets gemeen met de broers El Bakraoui. Als tiener was hij net als zij knuffelallochtoon. De broers El Bakraoui waren dat in een jeugdhuis in Laken, Osama was dat als een van de hoofdpersonages in de in 2003 gedraaide Zweedse docufilm Idrott utan gränser. Maker Paul Jackson volgde wekenlang vader Fadi Krayem, taxichauffeur, en zijn twee voetbalgekke zoontjes bij de jeugd van Malmö IFK.

De jonge Osama Krayem in Malmö: matige student met een voetbalhart. Beeld rv

“Vroeger zaten ze alleen maar thuis, videospelletjes te spelen”, zegt Fadi in de documentaire. “Nu komen ze buiten, is er een echte familieband.”

Jeugdtrainer Christer Girke: “Met dit project willen we wijzen op de verantwoordelijkheid die we als samenleving hebben om mensen te vormen. Sport is de ideale weg naar maatschappelijke integratie.”

Osama Krayem is dan elf, hij is opgegroeid in Rosengård, een wijk met honderden nationaliteiten, het Molenbeek van Malmö, waar ook Zlatan Ibrahimovic opgroeide. Hij is een matige student, is op zijn zeventiende al aan zijn eerste stageplek toe. Hij is voorbestemd om bouwvakker te worden of tuinman, want voor dat onderdeel behaalt hij zijn beste resultaten. Hij doet sociaal-cultureel vrijwilligerswerk, gaat achter spijbelende jongeren aan.

“Ik kan niet geloven dat hij het was”, verklaart een oud-klasgenoot later in de krant Sydsvenskan. “Er waren wel mensen die over religie spraken, hij helemaal niet. Hij was geen eenling, hij hoorde er gewoon bij.”

In de zomer van 2013 heeft hij even een baantje als badmeester, later dat jaar begint hij geld in te zamelen voor Syrische oorlogsvluchtelingen. Zijn ouders waren ooit zelf Syrische vluchtelingen. Hij is als vrijwilliger actief bij een stichting die in Kopenhagen een Koranschooltje van de grond tracht te krijgen.

Achteraf zijn er enkel de status-updates. In het voorjaar van 2015 post hij er een van zichzelf met een automatisch geweer en een zwarte vlag. Hij deelt executievideo’s van IS, en zijn vriendengroep lijkt dat allemaal geweldig vinden.

“Haha, de koning van de echte isisssss.”

“Moge Allah van je houden.”

Hij plaatst zijn eerste eigen post vanuit het kalifaat in augustus 2015.

De Groep Schiphol

Tot vandaag houdt Osama Krayem in zijn verhoren tegenover het federaal parket vol dat het hem menens was, dat hij zich vrij snel na zijn aankomst in het kalifaat had opgegeven als vrijwilliger voor een zelfmoordcommando dat zou toeslaan in Europa.

Op 6 september 2015, niet eens twee maanden na zijn vertrek uit Malmö, staat Krayem onder een valse alias terug op Europese bodem, meer bepaald die van het Griekse eiland Leros. Hij heeft zich samen met de Algerijnse IS-soldaat Mohamed Belkaïd onder een groep vluchtelingen gemengd die zullen uitzwermen over het continent en in vluchtelingencentra in Duitsland en Hongarije zullen worden opgepikt door Salah Abdeslam. De Molenbeekse onderwereldfiguur kreeg vanuit Raqqa een budgetje toegestuurd voor huurauto’s.

Een bestandsmapje getiteld ‘13 november’ op een na de aanslag in Zaventem weggegooide pc laat zien wat de initiële ambitie was van de terreurcel. Er waren vijf submappen: Groep Omar, Groep Fransen, Groep Iraki’s, Groep Metro en Groep Schiphol.

De eerste groep was duidelijk die van Abdelhamid Abaaoud, strijdnaam Omar, die op 13 november in Parijs de operationele leiding had en een bloedbad aanrichtte op de terrassen rond de Place de la Nation. De Franse groep moet de groep van de Bataclan zijn geweest, de groep Iraki’s verwijst naar de aanslagen tegen het Stade de France, uitgevoerd door twee Iraki’s en de jonge Belg Bilal Hadfi.

Wie werd bedoeld met Groep Metro is onduidelijk, mogelijk gaat het om een groep die had moeten worden gevormd rond de Algerijn Adel Haddadi en de Palestijn Mohammad Usman. Zij kwamen pas op 3 oktober aan in Leros en strandden enkele dagen later in Salzburg, waar de Oostenrijkse politie hen vanwege hun vals paspoort 25 dagen in voorhechtenis nam. Ze hebben Parijs nooit bereikt.

Wat met de Groep Schiphol? Dat lijkt, gezien de submappen en de latere gebeurtenissen, vanzelfsprekend. Want die dag, 13 november 2015, stappen aan het Brusselse Noordstation twee mannen onder de valse namen Amine Choukri en Samir Sakire in een Eurolines-autocar met bestemming Amsterdam. Hun echte namen zijn Sofiane Ayari en Osama Krayem.

Vlnr.: de Brusselse broers Khalid en Ibrahim El Bakraoui en de Zweed Osama Krayem. Beeld © RV

Geconfronteerd met het door de politie ontdekte busticket deed Ayari er achteraf het zwijgen toe. Hij is de man die op dinsdag 15 maart samen met Salah Abdeslam wegvluchtte uit het safehouse in de Driesstraat en drie dagen later met hem werd gearresteerd in Molenbeek. Ayari gedraagt zich in de verhoorkamer zoals IS-strijders is opgedragen te doen: zwijgend.

Bij Osama Krayem ligt het anders. Over de reis naar Amsterdam, hoogst toevallig op de dag van de aanslagen in Parijs, zegt hij: “Dat was een verkenning.”

In het nauw

Na 15 maart, weten we intussen, voelde wat nog overbleef van Groep 13 November zich in het nauw gedreven. Het commando restte nog slechts twee schuiladressen. Nu de Driesstraat er niet meer was, waren er enkel nog het door Ibrahim El Bakraoui via een jeugdvriend geritselde studiootje in Etterbeek, waar het huurcontract al weken was verlopen en de vriend met de dag vervelender begon te doen, en het flatje in de Max Roosstraat in Schaarbeek. Daar zat Najim Laachraoui al wekenlang met engelengeduld TATP-poeder te onttrekken aan de her en der bij Brusselse apothekers en drogisten gekochte waterstofperoxide, aceton en zoutzuur.

De stem van Laachraoui is herkenbaar in een teruggehaald gesprek met de leider van het commando, een zekere Abou Ahmed, die vanuit Raqqa de instructies geeft. Laachraoui: “We kunnen niet meer wachten, de toestand wordt onhoudbaar. We kunnen niks meer uitstellen, zie je. We moeten zo snel als mogelijk te werk gaan en we hebben besloten dat morgen te doen. Inch’Allah.”

Het is dan maandag 21 maart.

Masker

Achteraf zal op bewakingsbeelden in het Brusselse winkelcomplex City 2 een beeld worden opgepikt van Osama Krayem en een tweede strijder. Het is dan zaterdag, de dag na de arrestatie van Salah en Ayari in Molenbeek. Ze hebben grote reistassen bij zich, die ze eerder zijn gaan shoppen in de Brabantstraat. Nu hebben ze ook twee stevige rugzakken aangeschaft.

Alle factuele gegevens bevestigen wat zowel Mohamed Abrini, de man met het hoedje die in Zaventem wegliep, als Osama Krayem zeggen: Brussel werd pas op het allerlaatste moment een doelwit. Het echte doelwit was het EK voetbal in Frankrijk, drie maanden later.

Maar het commando was allang niet meer zo vastberaden en eensgezind als eerst. Mohamed Belkaïd, de man die van een afstand over de telefoon de slachtpartij in de Bataclan mee had gemonitord, was omgekomen in Vorst. Van de harde kern restten enkel nog de El Bakraoui’s en Laachraoui – de uiteindelijke kamikazes van 22/3.

Eén onthulde woensdag hoe Laachraoui in dat appartement in Schaarbeek opeens besloot een masker te dragen. Het is een detail uit een van de verklaringen van Osama Krayem: “Dat mag voor u waanzinnig lijken, maar hij heeft dat masker twee weken lang gedragen.”

In een van zijn eerste verklaringen zegt hij: “Ik heb me in dat metrostation op het allerlaatste moment bedacht.” In een latere: “Ik heb altijd geweten dat ik mij niet zou opblazen.”

Het klinkt opeens minder knullig, minder irreëel. Dat een van de metro-kamikazes die ochtend zijn wekker niet hoorde. Of talmde.

Wie was Abou Ahmed?

Donderdag 14 april 2016, een maand na de aanslagen.

Brussel herademt. Onder een strakke zon komen de advocaten van de verdachten een na een naar buiten. De meesten volgen het door de federale politie uitgestippelde traject, achter rood-witte linten, veilig afgeschermd van de vanuit de halve wereld gekomen media. Osama Krayem is een week eerder gearresteerd op het allerlaatste en inderhaast gefikste schuiladres in Laken. Na zijn arrestatie is hem gewezen Ecolo-politicus en strafpleiter Vincent Lurquin toegewezen. Anders dan de andere advocaten, die door de verdachten schijnbaar op het hart zijn gedrukt níét met de media te praten, stapt hij de menigte van camera’s en lenzen tegemoet.

Hij heeft de vorige avond in de gevangenis gepraat met de jonge Zweed. Vincent Lurquin: “Hij heeft rechtsomkeer gemaakt. Hij is nu bereid te spreken en mee te werken aan het onderzoek. Iedereen heeft nu een gemeenschappelijk doel. Dit geweld moet stoppen. Het onderzoek moet zich nu toespitsen op vragen als: wie heeft deze mensen gestuurd?”

Dat weten we nog altijd niet, wie die stem is die zich verschuilt achter de naam Abou Ahmed. Franse, Belgische en vooral Amerikaanse inlichtingendiensten geloven sterk dat het Oussama Atar is, een Brusselaar die van 2004 tot 2012 opgesloten zat in Abu-Ghraib, Cropper en Bucca, de legendarische Amerikaanse gevangenenkampen waar ook de wieg stond van Islamitische Staat. Dat Atar de leider was, wordt afgeleid uit een fotoherkenning door Haddadi en Usman en een verklaring van Krayem, die zegt van horen zeggen te hebben dat de leider een familielid was van de El Bakraoui’s. Zij zijn neven van Atar en zouden onder zijn invloed geradicaliseerd zijn.

Daar staat tegenover dat Atar tot in 2012 opgesloten zat in Irak. Toen hij naar België terugkeerde, zaten de El Bakraoui’s op hun beurt in de gevangenis. “Ze hebben elkaar geen enkele keer kunnen zien”, zegt zus Asma Atar. “Zelfs als ze dat hadden gewild. Ze framen mijn broer, omdat hij zoals altijd perfect in het plaatje past.”

Niets te melden

Vincent Lurquin was exact één dag de advocaat van Osama Krayem. Hij kan daar nu enkel over kwijt dat hij er niets over kan zeggen.

Krayems huidige advocate is Gisèle Stuyck. Het eerste wat ze deed, was haar confrater voor de tuchtraad van de Orde van Advocaten dagen. Osama Krayem wil eventueel wel praten, zo lijkt het, maar hij is vooral als de dood dat dat bekendraakt en dat zijn maten van vroeger in hem een afvallige zien. Zijn ‘radicalisering’ lijkt in elk geval te zijn geëindigd op de dag waarop de virtuele realiteit van de IS-filmpjes in Raqqa echt werd. Een zelfmoordmissie in Europa was vermoedelijk zijn enige mogelijke weg terug, naar Malmö.

Maar dat hardop uitspreken, tenzij in een privéchat met zijn broer, is iets anders.

Het lijkt er sterk op dat hij niet één maar twee keer deserteerde: eerst in Schiphol, daarna op de metro.

Gisèle Stuyck: “Als er werkelijk ernstige aanwijzingen zijn dat hij betrokken was bij een geplande aanslag op de luchthaven van Schiphol, dan ga ik ervan uit dat het openbaar ministerie in Nederland de vervolging zou instellen. Bij mijn weten is dat tot op heden niet gebeurd.”

Wat had hij dan te zoeken in Amsterdam?

“Geen commentaar.”

Werkt hij mee met het onderzoek?

“Laat me het erop houden dat er over mijn cliënt in de huidige staat van het onderzoek niets, volstrekt niets, te melden valt.”

Ooit komt er een proces. Er zullen hem in het openbaar vragen worden gesteld.

“O, maar dat duurt nog heel lang. En mijn cliënt heeft veel geduld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234