Zondag 19/09/2021

InterviewMatt Haig

‘De depressie die mij op een ochtend naar de rots boven de oceaan dreef, had ook te maken met het gevoel dat ik verkeerd aan het leven was’

null Beeld Andy Hall / Eyevine
Beeld Andy Hall / Eyevine

Matt Haig (45) ploeterde jaren aan zijn carrière als schrijver, tot hij in 2015 Redenen om te blijven leven schreef: het stond 46 weken lang in de top 10 van bestverkochte boeken in het Verenigd Koninkrijk, en werd door onder anderen Stephen Fry en Joanna Lumley de hemel in geprezen. In het boek beschrijft hij hoe hij net geen zelfmoord pleegt en daarna uit een diepe depressie kruipt. In Middernachtbibliotheek sleurt hij ons mee in de emotionele rollercoaster van iemand die spijt heeft van ongeveer elke keuze in haar leven.

Middernachtbibliotheek werd een hit. U raakte weer de snaar van de tijd.

“Misschien mede door de lockdown, die iedereen heel even filosofisch heeft gestemd. Opeens was het pauze en stonden we allemaal in de coulissen na te denken over wat we op het podium van ons leven aan het doen waren.”

Nora, het hoofdpersonage in Middernachtbibliotheek, vindt dat haar leven is mislukt. Ze is depressief, net zoals u was, en wil – net als u – een einde aan haar leven maken.

“In zekere zin is dit boek persoonlijker dan Redenen om te blijven leven. De afstand die fictie schept, gaf me de ruimte om nog eerlijker te zijn. Nora heeft het gevoel dat ze geen kant meer uit kan. Ze verliest haar job, relaties lukken niet, haar kat gaat dood. Ze heeft het gevoel dat niemand op haar zit te wachten, dat ze alleen maar verkeerde beslissingen heeft genomen in haar leven. Dat gevoel ken ik. De depressie die mij op een ochtend naar de rots boven de oceaan dreef, had ook te maken met het gevoel dat ik verkeerd aan het leven was. Ik woonde op Ibiza en leefde heel ongezond – te veel drugs, te veel alcohol.”

U was een bewonderaar van Charles Bukowski en een echte clubganger.

“Ja. Ik probeerde het volwassen leven zo lang mogelijk voor me uit te schuiven. Na mijn studie Engelse literatuur en geschiedenis ben ik naar Londen verhuisd, waar ik baantjes zonder enige toekomst vond – een beetje zoals Nora. Het was eind jaren 90, het hedonisme bereikte zijn hoogtepunt en ik heb me eraan overgegeven. Met Andrea – toen mijn vriendin, nu mijn vrouw – ben ik naar het epicentrum van het feestleven verhuisd, Ibiza.

“Ons leven daar was niet totaal crazy, want Andrea is heel nuchter en rationeel. Zij stond om tien uur op en hield evenementenbureaus draaiende. Ik ben gewoon iemand die nooit met drugs had moeten beginnen. Ik had ze eigenlijk ook niet nodig. In mijn hoofd is het van nature een hectische aangelegenheid. Ik dronk vooral heel veel. Ik verkocht in een bar tickets voor fuiven en nam daar om elf uur ’s ochtends meestal mijn eerste drankje. Ik dacht daar verder niet over na. Op Ibiza begint iedereen om elf uur te drinken, daar voel je je niet snel een alcoholist.

“De dag dat mijn hoofd op tilt sloeg, ik op de rand van die rots ben gaan staan en daarna ben ingestort, leefde ik al drie jaar op Ibiza en had ik eigenlijk een vrij rustige zomer achter de rug. Die ochtend kreeg ik een full-blown paniekaanval met een zware depressie tot gevolg, en die had achteraf gezien te maken met het feit dat we op het punt stonden naar Londen terug te keren en ik aan het leven zou moeten beginnen dat ik zo lang had uitgesteld. Ik wilde Peter Pan blijven, ik wilde die verantwoordelijkheden niet die in het verschiet lagen. Het blijft een heikel punt. Bij elke beslissing waar zware verantwoordelijkheden aan vasthangen – kinderen krijgen, een huis kopen – heb ik paniekaanvallen gehad en voelde ik de depressie weer lonken.”

U schreef er Redenen om te blijven leven over, waar u mee doorbrak.

“Per ongeluk, ja. (lacht) Mijn eerste uitgever had me gedumpt en ik was heel onzeker. Mijn vrienden vonden dat ik een boek over mijn ervaringen moest schrijven. Mijn nieuwe uitgever wilde dat ik er fictie van zou maken, maar ik wist dat ik zelf het meest had gehad aan de verhalen van mensen die ziek waren geweest en hun leven toch weer op de rails hadden gekregen.

“De enige voorbeelden die ik had toen ik op mijn 24ste instortte, waren die van beroemdheden die een depressie hadden gekregen en zelfmoord hadden gepleegd – Ernest Hemingway, Kurt Cobain, Sylvia Plath, Virginia Woolf. Zij schiepen een bijna romantisch beeld van de depressie die niet anders dan naar de dood kon leiden. Ondertussen leven we in een heel andere wereld. Beroemdheden die over hun ervaring met depressie spreken, zijn bijna een cliché geworden. Ik ben blij dat dat zo is, en dat we nu allemaal weten dat we niet alleen voor onze lichamelijke, maar ook voor onze geestelijke gezondheid moeten zorgen.”

U wilde geen pillen.

“Klopt, waarmee ik zeker niet wil zeggen dat mensen geen baat kunnen hebben bij antidepressiva. Maar het feit dat die pillen iets in mijn hoofd zouden veranderen, was voor mij horror. Voor mijn gevoel kon op dat moment elke verandering alleen maar een verslechtering zijn. Wat belachelijk is, want wat is er nog erger dan suïcidaal zijn, en totaal in paniek?”

Door geen pillen te nemen en uw paniekaanvallen te beleven voelt u ze nu vaak wel aankomen en weet u wat u kunt doen om ze niet op alles overrompelende depressieve gevoelens te laten uitdraaien.

“Ik kan dat natuurlijk niet altijd. Niets is zeker of voorspelbaar, maar ik weet dat, als ik begin te wankelen, het helpt om de natuur in te gaan en veel te slapen. Maar ik moet uitkijken dat ik ook niet te nadrukkelijk ‘antipaniekacties’ onderneem, want dan voelt het juist alsof ik mijn paniek aan het onderstrepen ben. Snap je nu hoe vermoeiend mijn hersenen zijn? (lacht)

U staat uzelf soms wel weer toe te drinken. Dat helpt ook.

“Ja. Ik geloof niet dat je je leven moet proberen te beteugelen. Je moet ruimte laten voor onvoorspelbaarheid en verrassingen. Dus ja, vooral in sociale situaties helpt alcohol paniek te dempen. En soms vind ik het ook prettig om er de hectiek in mijn hoofd mee stil te leggen.”

null Beeld Andy Hall / Eyevine
Beeld Andy Hall / Eyevine

GROENER GRAS

Ook Middernachtbibliotheek vliegt over de toonbanken. Nora is een kind van deze tijd: ‘Ze ging naar Instagram en zag dat iedereen wist hoe je moest leven, behalve zij.’

“Ja. We zitten in de tang van een wereld die ontworpen is om ons ellendig te doen voelen. Geluk is namelijk niet goed voor de economie. Om de economie draaiende te houden moeten we het gevoel hebben dat we iets missen – een sixpack, want dan kopen we een fitnessabonnement, dezelfde auto als je collega... Noem maar op. Van alle kanten, en zeker via de sociale media, wordt ons het gevoel opgedrongen dat het gras overal groener is en dat we van alles spijt moeten hebben – dat we niet rijker, mooier of succesvoller zijn. Ook al die talentenshows spelen daarop in. Die worden voorgesteld als dé manier om te ontsnappen aan een gewoon leven, alsof een gewoon leven iets is waarvan we gered moeten worden en roem voor elke mens het doel is, dat hij daarvoor is gemaakt. Natuurlijk weten we allemaal logisch en rationeel gezien hoe idioot dat is. Er zijn duizenden voorbeelden die aantonen dat roem uiterst ongezond is. En toch heeft iedereen nu ergens het gevoel dat er iets mis is als je niet een bepaald niveau van aandacht krijgt. Het voelt bijna als een revolutionaire daad om niet naar een leven met meer glans, maar naar een kalm leven te streven.

“Het is heel vermoeiend. Dat is ook waarom mensen momenteel, ook op politiek niveau, naar simpele, zwart-wit oplossingen zoeken. Onze hersenen kunnen het allemaal niet meer aan. Dat leidt tot gevaarlijke situaties, waarvan de Brexit een duidelijk voorbeeld is.”

U bent zelf een verwoed twitteraar.

“Ja, ik ben vatbaar voor verslavingen en je weet dat die platformen alle psychologische kennis gebruiken om je verslaafd te maken. Ik probeer ertegen te vechten, maar ik voel toch elke keer weer de endorfine door mijn lijf stromen als een tweet goed wordt ontvangen. En als ik slechte reacties krijg, voel ik meteen de drang om dat met een tweet recht te trekken. Mensen vragen me vaak: ‘Waar haal je de tijd vandaan om zo actief op Twitter te zijn, als je ook boeken schrijft?’ Maar ik twitter het meest van al als ik volop aan het schrijven ben. Ik heb dan mijn Worddocument aan de ene kant op mijn scherm staan, en mijn Twitter-pagina aan de andere. En als ik het even beu ben om over elke zin na te denken waarvan ik pas twee jaar later weet wat mensen ervan vinden, ga ik naar Twitter, waar ik dan in het wilde weg wat verkondig, een instant hit scoor en vaak de volgende dag spijt heb. (lacht)

U hebt op Twitter een gespannen relatie met Laurence Fox, de acteur die wij kennen van zijn rol als assistent in Lewis. Hij vindt uw boeken sentimenteel.

“Ja. Toen ik moderne Engelse literatuur studeerde, las ik Salman Rushdie, Martin Amis, Jeanette Winterson en natuurlijk Ian McEwan, die net de Booker Prize had gewonnen. Een briljante schrijver, maar net als de anderen heel somber en pessimistisch. Mijn eerste boeken, die bij Jonathan Cape verschenen, de uitgever van McEwan, waren dat ook. Ik was bang om hoopvol te zijn en meed elke vorm van een happy ending, want dat was niet highbrow, niet Booker Prize-fähig. Als ik mijn boeken van toen herlees, vind ik ze zelf bijna niet om door te komen, ook al waren ze bij Jonathan Cape licht beschaamd om mij uit te geven wegens ‘wat te makkelijk’. Engeland is niet voor niets vermaard om zijn snobisme en klassenmaatschappij, en als dat ergens hoogtij viert, is het wel in de boekenwereld. Mijn boeken worden nu als commercieel-literair bestempeld. Ze weten niet goed waar ze ze moeten plaatsen. Ze zijn net als ik: they don’t fit in.

“Ik vind het te makkelijk om naar de wereld te kijken en te zeggen: ‘Ah, wat een ellende.’ Ik vind het waardevoller die ellende te erkennen en daar heel authentiek over te schrijven, en toch ook ergens een glinster van hoop te zien. Wie van sentiment walgt, vergeet vaak dat cynisme en pessimisme gevaarlijk zijn. Ik kan het weten: pessimisme is bijna mijn dood geworden. Bovendien is het ook onrealistisch. De dingen die ik vreesde, zijn nooit gebeurd: ik was ervan overtuigd dat ik jong zou sterven, dat elke relatie een ramp zou zijn en dat ik in een dwangbuis zou eindigen. Natuurlijk gebeuren er nare dingen in een leven, maar meestal is het niet volledig hopeloos. En denk jij dat Ian McEwan niet ontroerd is als hij naar een pasgeboren baby kijkt? Natuurlijk wel. Sentiment maakt deel uit van het leven. Als je schrijft, moet je daar eerlijk over zijn.

“Die afkeer van emotie en sentiment heeft volgens mij te maken met het feit dat de krijtlijnen in de literaire wereld uitgezet zijn door een bepaalde klasse en een bepaald gender die vonden dat het indrukwekkender was om over oorlogen, politiek en ellende te schrijven dan over hoop en romantiek. En wat is het resultaat? Dat we nu in een nationalistische tijd leven waarin je wel emotioneel mag worden van een vlag en niet van menselijkheid. Een tijd ook waarin de vijand per definitie slecht is en Trump en antibrexitstemmers nauwelijks nog als menselijk worden beschouwd. Het leven is veel complexer dan dat.”

null Beeld Andy Hall / Eyevine
Beeld Andy Hall / Eyevine

ONVERVULDE AMBITIE

Nora is niet alleen een vrouw, ze is ook een heel geloofwaardige vrouw. Ze maakt zichzelf vaak kleiner dan ze is om mensen, vaak mannen, niet af te schrikken en probeert steeds het leven te leven dat andermans droom is. Dat is zo typisch vrouwelijk.

“Dat is waar. Maar proberen te schrijven als Ian McEwan is niet zo anders. Als kind al was ik erg bezig met de verwachtingen van mijn omgeving. Ik groeide op in Sheffield, een arbeidersstad met veel werklozen nadat de koolmijnen waren gesloten. Ik was een jongen uit de middenklasse die op school zat met arbeidersjongens, en ik deed alles om geaccepteerd te worden. Vechten kon ik niet. Ik ben beginnen te stelen, ook al voelde ik me daar slecht bij. Dat was mijn manier om toch maar bij de ruige jongens te mogen horen.

“In groepen ben ik me overbewust van mezelf. Op uitgeversfeestjes heb ik altijd het gevoel dat ik nét posh genoeg ben, en hier in Brighton voel ik me dan weer te posh.”

Ook in haar falen voldoet Nora aan verwachtingen. ‘Ik stam uit een traditie van spijt en vervlogen hoop’, zegt ze. Ze is geboren in een traditie van mislukken, en zolang ze zich kon herinneren, had ze het gevoel dat ze niet goed genoeg was. Haar ouders, die ook allebei onzeker waren, hadden die gedachte alleen maar versterkt.

“Ja. Ik heb van mijn ouders ook veel onvervulde ambitie geërfd. Mijn vader kon de prestatiedruk aan de universiteit van Oxford niet aan. Dat hij naar de veel minder hoog aangeschreven universiteit van Hull is moeten gaan om zijn studie architectuur af te maken, heeft hem zijn hele leven dwarsgezeten. Mijn moeder wilde actrice worden, maar is van de toneelschool gestuurd. Ze heeft haar droom toen opgegeven en is lerares geworden. Ik ben behoorlijk ambitieus. Geen prettige eigenschap, vind ik. Ik ben nu na Middernachtbibliotheek bijvoorbeeld veel te veel bezig met het idee dat mijn volgende boek minstens even goed moet worden – terwijl dat, als je een goed boek wilt schrijven, natuurlijk het laatste is waarmee je bezig moet zijn. Maar iets in mij is verslaafd aan succes. Ik worstel daarmee.”

Ook al weet je waar het vandaan komt.

“Ja. Ik hou meer van mijn moeder dan van wie ook, maar ze heeft mij en mijn zus altijd met elkaar vergeleken, en ook met andere kinderen, die het in haar ogen allemaal beter deden. Ze doet dat nog steeds. Toen mijn eerste boek uitkwam, had ze het constant over de dochter van een vriendin die al een huis had gekocht. En toen ik een beetje succes kreeg, attendeerde ze me op schrijvers die meer succes hadden, zoals Margaret Atwood. Ik was toen net gedumpt door mijn eerste uitgever en dacht alleen maar: stop, ik wil dit niet horen! Maar goed, ik ben niet de enige met ouders die hun eigen onzekerheid op hun kinderen projecteren. Er komt een moment dat je dat moet beseffen: ook als je de Booker Prize wint, zal ze zo reageren, je moet je daarbij neerleggen en je eigen koers proberen te varen. Kijk, in de media wordt steeds meer geschreven over hoe de maatschappij mensen de depressie in jaagt. En dat is waar. Mijn paniek en depressie kwamen voor een deel ook voort uit de druk van de samenleving, waarin je nooit goed genoeg bent. En ik herinner me dat iedereen zei: ‘Het ligt aan de maatschappij. Die moet veranderen.’ Maar dat is als zeggen: ‘Je zult depressief zijn voor de rest van je leven.’ Daarmee raak je niet van je suïcidale gedachten af.”

Dus?

“Je kunt de situatie vergelijken met een paniekaanval. Die van mij worden vaak getriggerd door pleinvrees. In een supermarkt kan ik soms overrompeld worden door het te felle licht en de overdaad aan producten in de rekken. Vroeger dacht ik dan: ik krijg een aanval omdat ik in de supermarkt ben, dus als ik nu naar buiten ren, is alles opgelost. Maar ooit zal ik weer naar de winkel moeten. En wat als ik een aanval in een trein krijg? Dan kan ik niet weg. Ik moest een punt bereiken waarop ik in de supermarkt en de trein mezelf moest kunnen redden. Dat is eigenlijk Nora’s verhaal. Ze heeft een metaforische paniekaanval in een metaforische supermarkt en denkt dat het de oplossing is om uit de supermarkt – haar leven – te stappen.

“Zij moet ook een manier vinden om in het leven haar weg te vinden. Ook al is de maatschappij een puinhoop.”

ONZEKER LEVEN

Nora komt na haar overdosis pillen in een soort vagevuur, waarin ze de kans krijgt om alle levens en liefdes waarvan ze spijt heeft dat ze die niet is aangegaan, alsnog uit te proberen. Om tot de conclusie te komen dat het leven het leven blijft, en dat je nu eenmaal soms gelukkig bent en soms niet.

“Precies. Ik ben absoluut geen boeddhist, ik geloof in geen enkele god, maar er is een tijd geweest dat ik veel over boeddhisme, taoïsme en andere oosterse filosofieën las, en die zeggen allemaal: je kunt niet gelukkig zijn als je een leven zonder lijden wilt. Als dat is wat je verwacht, zul je altijd teleurgesteld worden. Dat is een waarheid als een koe die we tegenwoordig vaak over het hoofd zien – door de talentenshows en de sociale media, die ons voorhouden dat een glamoureus en gelukkig leven normaal is. Wat voor wereldbeeld je ook hebt, het moet er één zijn dat wanhoop, lijden, pijn en onrust omvat, want er bestaat geen leven dat je daarvan spaart. En al die mensen met goeie bedoelingen die op het internet of in zelfhulpboeken zeggen dat je leven maakbaar is, moeten beseffen dat ze daar anderen ongelukkig mee maken.”

Het leven is nu eenmaal onvoorspelbaar en onzeker.

“Ja, en dat is goed! We zijn geconditioneerd om te denken dat onzekerheid iets is waar we ons ongerust over moeten maken en zoveel mogelijk greep op moeten proberen te krijgen. Vanaf het moment dat je die onzekerheid aanvaardt, wordt het iets wat hoop geeft. Hoop is per definitie onzeker. Hoop is onduidelijk en niet gedefinieerd.”

Nora ziet in dat het niet zo is dat je door te kiezen alleen maar deuren dichtdoet, maar dat elke stap die je zet ook nieuwe deuren opent.

“Ja. Dat klinkt nu heel simpel en het laatste wat je wilt als je een depressie hebt, is geloven dat er reden tot optimisme is. Het is eng, want onzeker. Pessimisme lijkt duidelijker, lijkt meer houvast te geven, terwijl je niet weet hoeveel prettiger het is de onvoorspelbaarheid van het leven te omarmen. Dat probeer ik mensen die naar het sombere neigen, met Middernachtbibliotheek mee te geven. Ik ben nu zover dat ik echt hou van onzekerheid, al denk ik dat ik daarin misschien ook weer een kind van deze tijd ben. Ik ben gefascineerd door de stroming binnen de wetenschap die er meer en meer van uitgaat dat alles – tot onze hersencellen toe – onvoorspelbaar, ambigu en meerduidig is. Zelfs iets als het weer, dat al zo lang wordt bestudeerd, blijft onvoorspelbaar. Vandaag schijnt de zon terwijl ze regen hadden voorspeld. (lacht)

Middernachtbibliotheek staat vol verwijzingen naar de kerstfilm It’s a Wonderful Life van Frank Capra uit 1946. Daarin staat George Bailey op de rand van een brug klaar om te springen, waarna we samen met hem terugkijken op zijn leven en hij beseft wat hij voor anderen heeft betekend. Hetzelfde thema in een heel andere tijd, één zonder talentenshows en sociale media.

“Ja, maar ook wel een sombere tijd. De Tweede Wereldoorlog was nog maar net voorbij. Weet je welk nummer in de 20ste eeuw poll na poll op nummer één stond? ‘Over the Rainbow’. Het kwam uit in 1939, net vóór de Tweede Wereldoorlog, en is geschreven door Yip Harburg en Harold Arlen, twee orthodoxe joden die wisten wat hun geloofsgenoten in Duitsland werd aangedaan. Telkens als ik iemand sentiment en optimisme van tafel hoor vegen als iets wat niets met het echte, sombere leven te maken heeft, moet ik aan dat nummer denken. Snappen jullie dan niet, denk ik dan, dat optimisme en hoop juist hun wortels hebben in de sombere wanhoop van het leven?”

U hebt ook kinderboeken geschreven, waarin kinderen meekrijgen dat het leven soms ook niet leuk is.

“Ja. Na het succes van Redenen om te blijven leven was ik bang om weer te schrijven en heb ik me verschanst in het schrijven van een kinderboek. Een jongen met de naam Kerstmis gaat over een jongen die zijn vader verliest en daarna de Kerstman wordt. Het wordt op dit moment verfilmd. Ik vind dat je kinderen niet jong genoeg kunt meegeven dat ze hoe dan ook teleurgesteld zullen worden, maar dat dat niet erg is.”

U besloot wel uw kinderen weg te houden uit het harde Engelse onderwijssysteem. Ze krijgen veilig thuisonderwijs.

“Ja, maar dat is heel gewoon in de alternatieve stad die Brighton is. Veel vakken volgen ze in groep buitenshuis, en ze krijgen alleen les van leraren die de ouders zelf uitgekozen hebben. Maar ze zijn dus geen outcasts. Dat zou ik niet willen. Ik merkte gewoon dat vooral mijn zoon zich niet goed voelde tussen het soort kinderen met wie hij vroeger in de klas zat. Hij werd stil en teruggetrokken. Ik was bang dat hij op het punt stond hetzelfde mee te maken als ik en wilde hem dat besparen. Hij heeft nu veel meer zelfvertrouwen en veerkracht dan ik op mijn 13de had, en ik zie vol bewondering hoe makkelijk hij nee zegt tegen vriendjes als iets hem niet bevalt.”

Terwijl u na Middernachtbibliotheek een writer’s block kreeg en uit een soort wanhoop The Comfort Book hebt geschreven, met filmtips en filosofische bedenkingen waarmee u bij tijd en wijle uw moreel opkrikt.

“Precies. (lacht) Het is geen fictie, dat creëert al minder verwachtingen. Ik weet ook zeker dat alle mensen die Middernachtbibliotheek haatten omdat ik daarin soms uit het verhaal stap om te filosoferen over optimisme, The Comfort Book helemaal verschrikkelijk zullen vinden. Maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken, zei hij hoopvol. (lacht)

Matt Haig, Middernachtbibliotheek, Lebowski. The Comfort Book verschijnt op 1 juli bij Canongate Books.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234