Dinsdag 14/07/2020

De denker verdacht

Honderd jaar geleden, op 13 januari 1898, publiceerde Emile Zola in het Parijse dagblad L'Aurore zijn beroemde pamflet J'Accuse, waarin hij de verdediging op zich nam van de joodse officier Dreyfus, die in een proces dat een aanfluiting was van de rechtspraak wegens hoogverraad was veroordeeld. J'Accuse wordt gezien als de mondigheidsverklaring van de moderne intellectueel: geëngageerd voor de publieke zaak en kritisch tegenover de macht.

Maar een eeuw later lijkt de intellectueel met moeilijkheden te kampen om zijn rol als verdediger van de waarheid te spelen. Waar is de Zola, de Sartre of de Camus van onze tijd? Die ontwikkeling - waarin met name de media een rol spelen - heeft de verhouding tussen de intelligentsia en het publiek gewijzigd. Intellectuelen wordt elitarisme verweten en ze hebben grote moeite om gehoor te vinden.

Voor De Morgen heeft de Zweedse essayist Gabi Gleichmann enkele internationaal gerenommeerde schrijvers verzocht aan de hand van de zes onderstaande vragen hun bedenkingen te formuleren bij de situatie van de intellectueel in de hedendaagse samenleving.1. Wat betekent het begrip 'intellectueel' voor u? Ziet u zichzelf als een intellectueel of verwerpt u deze term?

2. Wie zijn de intellectuele persoonlijkheden die u diepgaand hebben beïnvloed en geïnspireerd?

3. Welke rol heeft de intellectueel aan het eind van de twintigste eeuw te spelen? Is zijn taak volbracht, of denkt u dat hij nog een belangrijke opdracht heeft in de wereld?

4. De vergissingen van de intellectuelen hebben vele pennen in beweging gebracht, velen van hen zijn van blindheid en onverantwoordelijkheid beschuldigd. Bent u het met die beschuldigingen eens?

5. Wat zijn volgens u de grootste hinderpalen voor de intellectueel in uw land - zoals de onverschilligheid van de media, de chaos der meningen, politieke onderdukking?

6. Wat zijn volgens u tegenwoordig de gevaarlijkste vooroordelen? De belangrijkste zaken om voor te pleiten? De dreigendste gevaren die bestreden moeten worden? En de grootste intellectuele vreugden?

Een paar maanden geleden werd aan de universiteit van Warschau gediscussieerd over literatuur en grenzen. Iemand opperde dat het de taak van de politici is die laatste in de verhoudingen tussen de staten duidelijk vast te leggen, en die van de intellectuelen om ze open te houden in de geest en het hart en zodoende te beletten dat ze de mensen verdelen en een bloeddorstige obsessie worden. Eugeniusz Kabatc, schrijver en vertaler, maakte daarop echter de pijnlijke bedenking dat het, bijvoorbeeld, in het voormalige Joegoslavië net sommige schrijvers en intellectuelen zijn geweest die de mensen hebben opgezweept tot razende haat, en in hun geestelijke bekrompenheid en gewelddadige chauvinisme soms verder zijn gegaan dan de politici die verantwoordelijk waren voor deze tragedie.

Natuurlijk ontbraken ook de klare blijken van moed, menselijkheid en vredeswil bij schrijvers en andere cultuurdragers niet. Maar het voorbeeld van hen die de lof hebben gezongen van fanatisme en massamoord zou ons moeten waarschuwen voor het naïeve geloof dat het zich occuperen met bijvoorbeeld literatuur, filosofie of kunst vanzelf een garantie zou vormen voor beschaafde en verlichte medemenselijkheid, zoals te vaak toch lijkt te worden aangenomen in discussies over de rol van de intellectueel.

Wij stellen ons de intellectueel, ook wanneer die zich politiek engageert, vaak als ideaal tegenover de politicus voor als de vertegenwoordiger van waarden, van waarheid en vrijheid, en van een compromisloze moraal. Vaak is dat ook juist, zoals blijkt uit tal van grootse voorbeelden van onverschrokken kritiek en verzet tegen totalitaire tirannieën, evengoed als tegen corruptie, tegen elke medeplichtigheid met de leugen. Maar het is hoogst twijfelachtig of men, zoals vaak gebeurt, de kwalificatie 'intellectueel' zomaar met bepaalde competenties mag vereenzelvigen, eerder dan met andere, alsof een socioloog of een literator a priori meer 'intellectueel' zou zijn dan een tandarts of iemand die zich toelegt op het handelsrecht.

Er is geen enkel diploma, zelfs geen enkel niveau van culturele ontwikkeling dat noodzakelijk tot een kritisch en zelfkritisch bewustzijn leidt, die kracht om het viscerale en het onmiddellijke te overstijgen die nu juist de kwaliteit van de intellectueel is. Het zijn in momenten van politieke crisis en collectieve verblinding niet altijd de ontwikkeldste klassen geweest die het grootste weerstandsvermogen aan de dag legden.

Evenmin hebben grote schrijvers en intellectuelen altijd blijk gegeven van een zelfstandiger oordeel of een grotere menselijkheid dan de politici. Milovan Djilas is een groot intellectueel, die de onmiskenbare verdienste heeft destijds de dubbelzinnigheden te hebben ontmaskerd van de titoïstische heersersklasse die hij zelf aan de macht had helpen brengen. Maar Djilas was ook al een intellectueel toen hij, in het vuur van de revolutionaire strijd, schreef dat zonder Stalin zelfs de zon niet gestraald zou hebben zoals ze straalde, retorische, fanatieke flauwekul die Tito nooit heeft en nooit zou hebben uitgesproken. En toen Djilas, toen hij zelf nog macht had, het hoofd van Miroslav Krleza eiste, de grote linkse, maar van ketterij verdachte Kroatische schrijver, heeft Tito - nooit afkerig van geweld wanneer hij dat noodzakelijk achtte en in die zin schuldig, maar niet beneveld door een ideologische roes - de schrijver in bescherming genomen. In dat pragmatisme betoonde hij zich menselijker dan Djilas.

In een van zijn beste boeken, Het leven is elders, heeft Milan Kundera de perverse band beschreven die soms kan ontstaan tussen opgezweepte, 'totaliserende' lyriek en politiek totalitarisme. Hoewel het vaak als een belediging klinkt voor de aanspraak op totale bevrijding en dan van tafel wordt geveegd in naam van een radicale zuiverheid, kan ook het aanvaarden van beperkingen soms een bewijs zijn van verantwoordelijkheidszin, een offer om ergere kwaden te vermijden.

Natuurlijk is het onze plicht, voor ieder van ons, of we ons nu expliciet tot de intelligentsia bekennen of niet, meedogenloos het pragmatisme van politici te hekelen, dat zo vaak afglijdt naar vulgair cynisme, abjecte corruptie, laag opportunisme, bespottelijk conformisme en zelfs niets ontziende misdaad. Even noodzakelijk is het, in voorkomend geval, zich te verzetten tegen de verlokkingen van de macht, tegen de meelijwekkende verleiding zich één te voelen met de loop van de Geschiedenis en de illusie de richting daarvan te bepalen. Laten we daarbij onverzettelijk zijn, maar tegelijk barmhartig, want iedereen loopt, wanneer hij niet op zijn hoede is, gevaar verstrikt te raken in het net van kwaad en dwaling.

De geest waait waar hij wil en niemand, zelfs al heeft hij zopas de laatste hand gelegd aan een meesterwerk, kan er zeker van zijn dat de geest op dat eigenste ogenblik niet van hem is geweken en hem blind en doof voor het leven en de geschiedenis heeft achtergelaten.

1. De schrijver leeft in zijn kamer, de intellectueel in de maatschappij. Van tijd tot tijd ben ik een intellectueel, moet ik mezelf in ieder geval daarvoor houden, omdat ik daarvoor gehouden word.

Naar mijn mening is hij een intellectueel wie vragen stelt. Bijgevolg is het spinnen de pootjes uittrekkende, naar kennis dorstende, onophoudelijk vragende kind een intellectueel, en niet de professor die geleerd zijn oude antwoorden steeds herhaalt. Ook de politicus is niet in de mogelijkheid vragen te stellen, hij is tot antwoorden veroordeeld, moet steeds doen alsof hij weet wat hij moet doen.

2. Ik zou hoogmoedig kunnen zeggen dat ik geen gedachten heb. - Eén inspirator zou ik ook niet graag willen vermelden. (Als ik op een dergelijke vraag geen antwoord heb, sluit ik mijn ogen en antwoord: Danilo Kis, Italo Calvino.)

3. De vraag is me veel te groot. Mijn pseudo-antwoord is: met intelligentsia bedoelen we onbewust de klassieke, humane intelligentsia. Haar speelterrein is misschien niet veranderd, maar haar invloed is ontegensprekelijk afgenomen (wat wil zeggen dat haar speelterrein ook definitief veranderd is).

4. Wie de intelligentsia kritiseren, zijn klaarblijkelijk zelf ook intellectuelen. Met andere woorden, alle waarachtige kritiek is zelfkritiek. In die zin ben ik het geheel en al met de kritiek eens. Het bankroet van de intelligentsia is des te pijnlijker omdat het bewijst dat ook het vermogen tot redelijkheid, bewustheid, afstand houden etc. ons nergens voor behoedt. Wat naar mijn mening de weerloosheid van het menselijk denken en het menselijk bestaan bewijst; we leven in het teken van Auschwitz.

5. Ik leerde de rol van intellectueel in een dictatuur. Dat is niet de beste leerschool. We konden geloven dat iedereen zo dacht als wij - òf net het tegendeel. Dat alleen die twee mogelijk waren. Maar niet alleen die twee zijn mogelijk. Dat dat schema vroeger als vanzelfsprekend werd aanvaard leidt tegenwoordig in Hongarije tot moeilijkheden. In de toekomst zouden daarop angst voor en hulpeloosheid tegenover de "chaotische veelheid" kunnen volgen.

6. Als ik het woord 'vechten' hoor, word ik dadelijk door angst en hulpeloosheid overvallen, zodat ik deze vraag ook niet kan beantwoorden. Maar als er met klem gezegd wordt dat het niet hoeft, niet mag, niet mogelijk is, dat er niets is om voor te vechten, dan - ten strijde!

Wat de vreugden van het intellectuele gilde betreft, het is net alsof daar nu geen reden voor te vinden is, maar daar komt beslist heel gauw verandering in; zo placht het altijd te zijn, nespa?

1. Men kan zich toch nauwelijks een schrijver voorstellen die in gemoede zou ontkennen dat hij een intellectueel is! Al zijn er die zich, uit angst voor een term die hun als een scheldwoord in de oren klinkt, haasten te weerleggen wat zij als een beschuldiging van elitarisme beschouwen. Deze afwijzing van de categorie 'intellectueel' heeft ook een politiek aspect. Ik ben links, ik ben actief lid van het ANC, maar de term 'cultureel arbeider' ter vervanging van schrijver/intellectueel heb ik nooit geaccepteerd. De loodgieter noemt zich loodgieter, de dierenarts noemt zich dierenarts, de boer zich boer - waarom zou ik me er dan voor schamen mezelf schrijver te noemen! Zegt dat niet precies wat voor arbeid ik verricht? Waarom zou ik me ervoor schamen een intellectueel te zijn? Me verschuilen achter de generalisatie 'cultureel arbeider'? Deze absurditeit van de radical chic, deze besmuikte neerbuigendheid van die toevallig met talent gezegenden die ernaar smachten even 'nederig' te zijn als zij zich verbeelden dat de handwerksman is!

Niettemin vind ik de categorie 'intellectueel', zeker in de westerse cultuur, te eng gedefinieerd. Een intellectueel is wie zowel in de onderzoekende wereld der ideeën leeft als in het dagelijks getob van levensonderhoud en voortbestaan. Ieder die antwoord zoekt op ontologische vragen die hij zich stelt is een intellectueel.

2. De prozaschrijvers en dichters die mij in mijn jeugd als auteur beïnvloed hebben buiten beschouwing gelaten, zijn de intellectuelen aan wie ik nu denk onder anderen Lukács, Gandhi, Freud, Isiah Berlin, Camus (De mens in opstand). Ik betwijfel of ik nog beïnvloed kan worden, maar de intellectueel die mij momenteel het meest boeit is Edward Saïd.

3. Zelfs al is God dood... de opdracht van de intellectueel is nooit volbracht. Het is de zegen of de vloek van de mens het enige dier met zelfrespect te zijn. Dat is de basis van het intellectualisme. Zonder dat zouden we de evolutie op haar kop zetten.

4. Ik waag het te opperen dat je veeleer de academische wereld onverantwoordelijkheid en kortzichtigheid (die onverschilligheid voor de gevolgen van een bepaalde bezigheid impliceren) kunt verwijten dan intellectuelen in het algemeen. Het intellect hoort in een debat gebruikt te worden, zeker, maar er is een woelige, gekwelde en onvoorspelbare wereld buiten de collegezaal en de gepubliceerde scripties.

5. Intellectuelen in mijn land, Zuid-Afrika, hebben het geluk politiek niet onderdrukt te worden, voor het eerst in de geboekstaafde geschiedenis van Zuid-Afrika, want aan de apartheid gingen meer dan drie eeuwen van koloniale onderdrukking vooraf. De vrijheid van meningsuiting is gewaarborgd door onze grondwet en wordt in onze jonge democratie scrupuleus gehandhaafd. De onverschilligheid van pers en tv voor intellectuele denkbeelden - literatuur en filosofie - en de aandacht voor de platste vorm van pop-art is al haar vormen is de hinderpaal voor intellectuelen.

6. Gevaarlijkste vooroordelen: religieus extremisme en de manifestatie ervan als internationaal terrorisme. Belangrijkste zaken om voor te pleiten: productie van kernwapens en landmijnen buiten de wet stellen en bestaande landmijnen onschadelijk maken/verwijderen. Internationale wetgeving om elk land ertoe te dwingen zijn kernafval op het eigen grondgebied op te slaan. Elders dumpen verbieden. Overleven is een bestaansvoorwaarde voor het intellect...

Het geschreven woord verdedigen tegen wereldwijde overweldiging die het tot beeld dreigt om te vormen. In communicatie gaat literatuur (als uitdrukking van het intellect) het hoogst en het diepst.

Ik hou niet van het woord 'intellectueel' (misschien omdat mijn streng gelovige grootvader de spot dreef met mensen die hij ervan verdacht 'intelluwel' te zijn.) 'Mijn' intellectueel is Spinoza: een volkomen vrije ziel en alleen zijn eigen waarheid trouw. En naar mijn mening is een intellectueel eerst en vooral iemand die, om welke reden ook, de wereld en haar verschijnselen heel persoonlijk opvat.

Een paar weken terug nam ik deel aan de oprichting van een nieuwe protestbeweging. We drongen aan op een nieuw onderzoek tegen onze eerste minister, een vervolg op het onderzoek dat hem halfslachtig had gezuiverd van zware verdenkingen.

We verzamelden handtekeningen van bijna 70.000 burgers, die net als wij de waarheid eisten te kennen. Ik heb toen veel nagedacht over de rol van de intellectueel in mijn samenleving. Over de noodzaak naïef te blijven (op een heel nuchtere en besliste manier), als je enkele morele grondwaarden trouw wilt zijn te midden van tegenstrijdige politieke belangen. Over de dikke huid die je moet krijgen om de beledigingen, de haat en de agressie te overleven van lieden die denken dat woorden als 'democratie' en 'recht' niet meer zijn dan sluwe westerse verzinsels van een paar 'elites' die 'hun systeem' willen vereeuwigen.

Zelfs al mislukt ons initiatief, dan nog zal ik mij wat beter voelen. De lucht die ik inadem zal een beetje zuiverder zijn.

1. Ik wijs de term niet af, maar hij bevalt me niet. Hij is te vaag. En er is nog een reden: om professor of wetenschapper te worden moet je bewijzen dat je wat kunt, artikels publiceren, slagen voor examens. Maar om een intellectueel te worden? Iedereen kan zichzelf tot intellectueel uitroepen en geestelijke misdaden begaan met als alibi zijn 'hoge' zending. Ik gebruik de term nooit!

2. Albert Camus. Karl Capek en zijn filosofie van het relativisme. Erich Fromm. Graham Green. Paul Johnson. Alexander King en Bertrand Schneider en hun Grenzen aan de groei. Solzjenitsyn en vele anderen.

3. -

4. Omdat de term me niet bevalt, kan ik hier moeilijk op antwoorden. Maar ik ben het er wel mee eens dat ontwikkelde mensen in onze eeuw veel misdaden hebben begaan of laten gebeuren.

5. Ik zie in de Tsjechische republiek geen grote hinderpalen voor welk intellectuele onderneming dan ook. Aan het einde van ons millennium is het iets vanzelfsprekends dat het grootste deel van het publiek veel meer belangstelling heeft voor de prestaties van voetbal- of ijshockeyspelers dan voor die van de spelers op het intellectuele veld.

6. Het gevaarlijkste vooroordeel is de trots van de mens die denkt dat zijn belangrijkste taak erin bestaat over de natuur te heersen, en die telkens weer gelooft dat hij de ontwijfelbare Waarheid heeft ontdekt. Een groot gevaar schuilt volgens mij in het misbruik van de massamedia, die bijdragen aan het gelijkschakelen van de mensheid tot een op amusement, bloed en brutaliteit beluste groep robots. En mijn grootste intellectuele vreugde? Dat is nog altijd het schrijven.

1. Ik noem mezelf gewoonlijk schrijver-kunstenaar. Er is te veel dat ik niet weet en niet verwacht ooit te zullen weten om mezelf een intellectueel te noemen.

2. Marx was een vroege invloed en is dat nog altijd, al was het maar als ontgoocheling. Maar kunstenaars als Beethoven, Mozart, Ibsen, Joyce, een tijdlang Hemingway, Tolstoi, Dostojevski, Melville, Poe, Dickens en vele andere Engelse en Amerikaanse romanciers en dichters zijn voor mijn ontwikkeling belangrijker geweest dan echte denkers.

3. Intellectuelen zijn meer dan ooit nodig, omdat er meer werkelijkheid is om te onderzoeken, te meten en te analyseren, van de hoogste hemel tot de bodem van de zee, de lucht die wij ademen, het water dat wij drinken. Dit in de veronderstelling dat het het werk van de intellectueel is de mens macht te geven over de werkelijkheid.

4. De grootste vergissing is uiteraard geweest dat we een noodzakelijke vervreemding van de burgerlijke maatschappij de kritische ingesteldheid tegenover de Sovjets hebben laten overweldigen. Toch hebben heel weinig mensen, links èn rechts, gezien hoe belangrijk de naderende instorting van het Oosten was, en hoe kolossaal zijn mislukking als beschaving. Kortom, geen enkele heersende ideologie heeft veel bijgedragen tot het definiëren van de werkelijkheid; de kritische intelligentie zelf is vernederd en zal dat hopelijk onder ogen zien en uit de ervaring leren. We moeten opnieuw leren zowel te zien als te kijken, zowel te luisteren als te horen.

5. Ondanks haar anti-intellectuele vooroordelen bezit de Amerikaanse bedrijfswereld een enorm vermogen om intellectuelen te absorberen en hun geest te gebruiken. De behoefte aan intelligentie is nooit zo groot geweest als nu. Zo streeft menig experimenteel wetenschapper er ten minste gedeeltelijk, zo al niet uitsluitend naar rijk te worden van een patent op zijn uitvinding, de romanschrijver net zo, enzovoort. We hebben veel te veel gevallen gezien van wetenschappers die hun resultaten vervalsen om meteen erkenning en geld te krijgen, en te veel gevallen van schrijvers die, vaak tegen wil en dank, stukje bij beetje hun eigen individualiteit opgeven om aan de eisen van de markt te voldoen. De cruciale contradictie voor de kunstenaar en/of de intellectueel is de noodzakelijke drang om te presteren te verzoenen met de druk om zijn product gemakkelijker verteerbaar, populairder of nuttiger te maken dan de werkelijke complexiteit ervan vereist.

In zekere zin is de intellectueel het slachtoffer van zijn eigen succes: voor de Tweede Wereldoorlog was de natuurkundig een monnik, weinig mensen wisten wat hij deed, zijn salaris was heel laag, beroemd was hij niet en hij hoefde niet te hopen het te worden, nuttigheid was het verst van zijn gedachten. Hij verwachtte niet dat hij asse zou scheppen. Toen blies hij een stuk van de wereld op en kon hij de planeet bedreigen of verlichten. Tot op de huidige dag weet op zijn minst de oudere generatie natuurkundigen niet of ze niet het leven zelf hebben verraden door zich dan toch nuttig te maken. Het resultaat van dat alles kan zijn dat de intellectueel, zoals vroeger, gedwongen wordt tot een scherper moreel besef, te meer daar zijn macht zo individueel is, en veel groter dan die van andere mensen.

6. 'De dreigendste gevaren', vraagt u? Arrogantie, hebzucht, de neiging tot sociopathie - te veel van de vervreemdende kwaliteiten die hem hielpen eerst een kunstenaar en/of een intellectueel te worden. Maar is de vijand ooit een ander geweest dan de mens zelf? En is ooit een overwinning belangrijker geweest dan de overwinning op zichzelf?

Ik kan me niet concentreren op uw vragen. Mijn gedachten zijn compleet elders, wat te maken heeft met de roman die ik probeer te schrijven. U begrijpt het wel, hoop ik. In het algemeen heb ik het gevoel dat er alleen in Parijs 'intellectuelen' bestaan.

1. De term 'intellectueel' zegt me niet zoveel. Ik wil er niet per se een zijn, maar doe de term ook niet af als elitair. Het is een zinvol begrip. Kunstenaars, schrijvers, journalisten en academici die zich verzetten tegen het onderdrukken van de vrijheid en het uitvlakken van verschillen door staat, religie of de grote massa worden als intellectuelen aangeduid. In Turkije zijn er tal van journalisten die de vrijheid net beperkt willen zien, boeken verboden en mensen met een afwijkende mening als landverrader gebrandmerkt. Misschien kun je hen ook wel intellectuelen noemen - ze werken tenslotte met hun geest, op beperkte schaal dan - maar zelf noem ik ze liever technici die de regering in het zadel houden.

2. Sartres kleurrijke persoonlijkheid, koppigheid, zin voor discussie en afkeer van burgerlijke opvattingen hebben me beïnvloed. Ik ben dol op hem. Hij sprong snel en creatief van algemene theorieën en filosofie naar de dagelijkse politiek en de kleinigheden van het gewone leven, en omgekeerd. Hoe zijn toenemende obsessie voor politiek zijn literair talent deed vervliegen is echter voor iedere schrijver een waarschuwing. Edward Saïd is een goed voorbeeld van een intellectueel die literaire kritiek en close reading heeft omgevormd tot zeer creatieve sociale kritiek. Maar als schrijver ben ik vooral beïnvloed door creatieve schrijvers met weinig interesse voor politiek, zoals Proust en Borges.

3. Ik denk niet dat intellectuelen specifieke 'rollen' en 'taken' hebben. Er zullen altijd mensen zijn die schrijven en zich uitspreken tegen de regering, de staat en de verstikkende ideeën van de meerderheid. Intellectuelen die het over opdrachten hebben, vervelen mij. Ze zijn misleid.

4. Intellectuelen mogen dan vele misvattingen koesteren - maar dat doen toch vooral de tweederangsintellectuelen, mensen die de staat steunen, nationalisten. Een vaak voorkomende fout van intellectuelen is dat ze zichzelf te zeer au sérieux nemen, opgeblazen voorstellingen hebben van hun eigen importantie en gewichtig doen over historische opdrachten en zo. Intellectuelen die geloven dat alles snel beter zal gaan en dat een stralende toekomst binnen handbereik ligt - voornamelijk dankzij hun eigen lijden en strijden - wacht vaak ontgoocheling en wanhoop, heb ik in Turkije geleerd.

5. Turkse intellectuelen lopen een onmiskenbaar risico om het leven te komen. De afgelopen twintig jaar zijn drie hoofdartikelenschrijvers van toonaangevende Turkse kranten vermoord. Ook gevangenschap of publicatieverbod zijn niet onwaarschijnlijk. Dat je tot 'landverrader' verklaard en aan de kant geschoven wordt, je column in de krant en tegelijk je baan verliest is een andere methode. Vooral in afgelegen provinciestadjes worden intellectuelen en schrijvers vermoord, gearresteerd, gefolterd en voor dertig jaar achter de tralies gezet zonder dat de kranten in Istanbul er notitie van nemen, laat staan die in het Westen.

6. Ik spreek liever niet van 'de dringendste taken' of 'de belangrijkste zaken', omdat ik niet genoeg geloof in zulke dingen. Ik wil de beste romans schrijven. Mij lijkt het simpel: je hebt een staat die boeken verbiedt en schrijvers opsluit, en een paar 'slechteriken' die daaraan meewerken. Daar zou ik iets aan willen doen. Omdat ik als een beroemd schrijver en een intellectueel word beschouwd, denk ik soms dat wat ik doe enig nut heeft. De grootste intellectuele vreugde is natuurlijk goede literatuur. En die is zeldzamer dan goede intellectuelen.

1. Het woord 'intellectueel' heeft tegenwoordig allerlei betekenissen. Het oude onderscheid tussen handenarbeid en geestesarbeid, geldt in veel opzichten nog altijd. In de moderne tijd zijn de intellectuelen de fantasierijke schrijvers, de literaire critici, de filosofen. Natuurlijk beschouw ik mezelf als een intellectueel.

2. Er zijn zoveel mensen die mij hebben geïnspireerd. Dat is de intellectuele geschiedenis van mijn leven.

3. De opdracht van de intellectueel kan per definitie niet als volbracht worden beschouwd. Hij leeft in een maatschappij en een maatschappij is nooit volmaakt. De rol van de intellectueel is voor een zeer groot deel moreel: hij moet zich kritisch opstellen in de maatschappij. Maar de eerste en belangrijkste plicht van de intellectueel is natuurlijk zo goed mogelijk te schrijven. Met andere woorden, trouw te zijn aan zijn schrijven, en alleen daaraan.

4. In de twintigste eeuw heeft een groot aantal intellectuelen zijn kritische opstelling laten varen om toe te treden tot groepen die totalitaire ideologieën aanhingen. Ezra Pound, Céline en Knut Hamsun werden aangetrokken tot het fascisme, terwijl mensen als Pablo Neruda en Orwell met het communisme sympathiseerden. Zelf heb ik nooit aan politiek gedaan. Maar ik heb in mijn leven wel positie gekozen in de kritiekste morele problemen.

5. Daar wil ik nu liever niet over praten.

6. Veel mensen drukken zich tegenwoordig via de elektronische media uit. Ze zijn overgestapt van het geschreven naar het gesproken woord. Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat zo'n verschuiving plaatsvindt, maar het is een erg gevaarlijke overgang. Het geschreven woord zet immers aan tot denken, tot kritisch zijn. Het gesproken woord, bijvoorbeeld op de televisie, zet daarentegen alleen aan tot vergeten. Ik heb niets tegen beelden, maar ik geloof niet dat ze volstaan.

Vroeger zei ik altijd dat het ergste woord in welke taal ook het woord 'nee' is. Maar nu zeg ik dat de intellectuelen zich moeten verzetten, dat ze nee moeten zeggen, tegen de krachten van de commercie en de reclame, die literatuur door beelden willen vervangen en burgers in consumenten veranderen. Dat is volgens mij het grootste gevaar tegenwoordig.

In onvrije landen wordt het bestaan en de waarde van intellectuelen bewezen door hun vervolging. Ik accepteer die definitie van de term waar alle onderdrukkers - Pol Pot, Stalin en de Algerijnse terroristen bijvoorbeeld - mee akkoord zouden gaan. Een intellectueel is een lid van die klasse, gevormd door onderwijs en gekarakteriseerd door zijn vermogen - sterker nog, zijn behoefte - voor zichzelf te denken en op onderzoek uit te gaan, indien nodig buiten de begrenzingen van de algemeen aanvaarde of opgelegde wijsheid. Journalisten, artsen, advocaten, wetenschappers, filosofen, leraars, schrijvers vallen allen onder deze definitie. Bij tijden, in onze eeuw, is de definitie zo verruimd dat ze iedereen omvatte die een bril draagt of een tijdschrift leest. Bij tijden omvatte ze iedereen met vullingen in zijn tanden. Als tirannie de kop opsteekt, moeten mensen als deze er vaak aan geloven. En ja, ik beschouw mezelf als een lid van deze klasse.

2. Wat onze tijd betreft, ben ik het meest aangegrepen door de moed van de Sovjet-dissidenten, en van de modernisten die het verouderde huis van de islam willen hervormen.

3. 'De macht de waarheid zeggen.' Dat is nog altijd even belangrijk. Zelfs in Groot-Brittannië, zelfs na de verkiezing van een regering die ik, zoals de meeste Britten, met genoegen zag aantreden, is het al duidelijk dat als niet rigoureus en in het openbaar de waarheid wordt gezegd, de ongecontroleerde macht van een regering met een ruime meerderheid erg verontrustend kan zijn.

4. Ja, veel vergissingen. Vele westerse intellectuelen hebben het communisme gesteund, sommige het fascisme, het is bekend. De grootste vergissing van intellectuelen tegenwoordig is de notie van het cultureel relativisme. Het is pure blindheid toe te geven dat universele waarden slechts cultuurgebonden zijn. Mensen van alle culturen vechten voor die waarden. De westerse intellectuelen mogen hen niet verraden.

5. In Groot-Brittannië wordt algemeen de spot gedreven met de term 'intellectueel'. Hij wordt gebruikt door politieke commentatoren om iemands ideeën als elitair en verwaten af te doen. Ik wijs er slechts op dat volgens de definitie van Pol Pot (zie boven) al deze publieke commentatoren evengoed bij de intellectuelen zouden worden ingedeeld, en dienovereenkomstig behandeld.

6. Het gevaarlijkste menselijke vooroordeel is onze angst voor de Ander, die op vele manieren tot uiting komt, zoals in racisme, religieus fanatisme, het besnijden van vrouwen, homofobie, enzovoort. De grootste intellectuele vreugde is dat de wereld als steeds onuitputtelijk is, en vol wonderen.

1. De Angelsaksische voorzichtigheid bevalt me. In het Engels wordt de term 'intellectueel' zelden gebruikt, omdat hij als te nadrukkelijk wordt gevoeld: 'Ik ben intelligenter dan jij'. In continentaal Europa heeft hij een zeker gezag: de intellectueel als de stem van het individu tegenover de politiek. Zo beschouwd ben ik een intellectueel.

2. Zowel vroeger als nu de klassieken: Socrates, Spinoza, Montaigne, Camus. In de jaren zestig werd ik beïnvloed door Herbert Marcuse en de jonge Marx. Later door Karl Popper, Hannah Arendt, George Orwell, Tzvetan Todorov, André Glucksmann, de sociobiologen.

3. De opdracht van de intellectuelen is niet volbracht - en zal dat ook nooit zijn. Er moet opnieuw geleerd worden te denken zonder de bescherming van een partij, een ideologie of een kamp. Het vrije denken hoort ongebonden te zijn. Iedere intellectueel is uiteraard een vrije burger en heeft het recht ergens toe te behoren. Maar zodra hij schrijft moet hij zichzelf van zijn kamp losmaken.

In de Duitse context is het voor de intellectueel van belang zich vragen te stellen bij de vele vergissingen van intellectuelen en te bekennen - zij het niet in de kerkelijke zin van een biecht. Maar je kunt het nieuwe niet herkennen als je je nog steeds in de ruïnes van een verkruimelde ideologie bevindt. Heden ten dage is er in Duitsland geen serieus intellectueel debat, omdat de meeste intellectuelen sinds de hereniging van Duitsland bezig zijn zichzelf te rechtvaardigen en te bewijzen dat zij gelijk hadden en de geschiedenis ongelijk. Als het denken wordt beperkt tot zelfrechtvaardiging is het niet bepaald creatief.

4. Misschien is het waar dat de intellectuelen tot een bedreigde soort behoren. Maar ze behoren ook tot de gevaarlijkste soort. De grootste misdaden van deze eeuw waren niet denkbaar geweest zonder de hulp van intellectuelen. Ze dragen daar een enorme verantwoordelijkheid voor. Uiteraard kunnen zij er niet voor instaan dat politici hun ideeën niet misbruiken. Maar ze moeten zich duidelijk uitspreken.

5. De grootste hinderpaal vormen de intellectuelen zelf, door hun onvermogen om in het reine te komen met hun vergissingen. De visuele media hebben veel macht. Wie het talent heeft ermee te werken zou dat moeten doen. Maar de visuele media zijn natuurlijk niet het terrein van het ernstige intellectuele debat. We moeten nooit onze intellectuele eisen verlagen. Ik ben niet pessimistisch. Ik geloof niet in lineaire ontwikkelingen. De macht van de visuele media is slechts een kort hoofdstuk in de geschiedenis van de communicatie. Hun beperkingen zijn evident en daar zullen de mensen zich van bewust worden.

6. Een van de gevaarlijkste vergissingen is het idee dat geweld en oorlog alleen veroorzaakt worden door ongunstige omstandigheden. Na 100.000 jaar kunnen we niet zeggen hoe de menselijke natuur eigenlijk is. Maar we moeten onszelf er nooit toe laten verleiden te denken dat onze slechte kant voor eens en altijd overwonnen kan worden. Het kwade behoort tot de menselijke natuur. Alleen een nogal onwaarschijnlijk iets, beschaving genaamd, kan een tegenwicht vormen tegen de duistere neigingen in ons.

De bovenstaande bijdragen werden vertaald uit het Engels (Ivan Klíma, Arthur Miller en Octavio Paz door Bart Holsters; Harry Mulisch, Salman Rushdie en Peter Schneider door Herman Jacobs; Nadine Gordimer, David Grossman en Orhan Pamuk door Jean-Paul Mulders), het Hongaars (Péter Esterhazy, door Herman Jacobs) en het Italiaans (Claudio Magris, door Edi Clijsters).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234