Dinsdag 26/10/2021

De demonen van de dochter van een moordenaar

elgië. Hoe snel krantenberichten ook verouderen, sommige zinnen blijven in het geheugen hangen. Een bericht van woensdag 6 januari 2010. “Van ’s morgens 6 uur al zagen buurtbewoners agenten in burger rond het huis in de Gemengde Brigadestraat circuleren. Hun doel: zeker zijn dat de man niet weg kon. En alles voorzichtig te doen, want de twee kinderen zaten bij hem. De speurders hebben hem eerst zijn kinderen naar school laten brengen en hebben hem dan van ’s morgens vroeg meegenomen en de hele dag ondervraagd.”Een beeld van een bedrieglijk huiselijk tafereel. Gescheiden vader brengt zijn dochters van tien en twaalf jaar oud naar school. Even later zal de 38-jarige Ronald ‘Ronny’ Janssen bekennen dat hij de moord op zijn buurmeisje Shana en haar vriend Kevin heeft gepleegd. Intussen heeft hij ook de moord op de in april 2007 verdwenen Annick Van Uytsel bekend, en enkele verkrachtingen. Speurders gaan ervan uit dat er nog bekentenissen zullen volgen. In de vele reacties op de berichten over Ronny Janssen stellen mensen zich de vraag wat er zich in het hoofd van zijn kinderen en naaste omgeving moet afspelen. Volgens Roy Hazelwood, een van de pioniers op het onderzoeksgebied van seriemoordenaars, is het de naaste familie - vrouw en kinderen - die het eerste slachtoffer van zulke daders is. “Zij zitten in een val. Zij merken dat er iets mis is, maar weten niet hoe of wat. Ze hebben te maken met een sociopaat, iemand die zich perfect aan zijn omgeving kan aanpassen, vaak zeer sympathiek overkomt maar zich tegenover zijn directe omgeving altijd manipulatief gedraagt.”Melissa G. Moore is zo’n ‘eerste slachtoffer’. Ze is de 30-jarige dochter van Keith Hunter Jesperson, in de Amerikaanse media de ‘Happy Face Killer’ genoemd. Hij ondertekende de brieven die hij naar de media stuurde altijd met een smiley. Begin jaren negentig vermoordde hij in het noordwesten van de Verenigde Staten minstens acht vrouwen. De achtste moord bekende hij pas vorige maand. Hij werkte als vrachtwagenchauffeur, passeerde kleine dorpen, verkrachtte en vermoordde vrouwen en dumpte hun lichamen in dorpen die verderop lagen. Melissa G. Moore groeide in de jaren tachtig op in het dorpje Yakima. “De eerste tekenen dat mijn vader anders was dan andere vaders lijken nu ver weg. Ons huis lag naast een appelboomgaard. Hij doodde de katten die langs de muur liepen.”In 1990 scheidden haar ouders. Haar vader verhuisde naar Portland, waar hij bij zijn nieuwe vriendin ging wonen. Zij bleef hem af en toe bezoeken. In 1990 zou hij zijn eerste seksuele moord plegen. Maar dat zou pas veel later blijken. Zijn ware aard kwam pas aan het licht toen hij in 1994 zijn vriendin om het leven bracht. De ‘Happy Face Killer’ bleek haar vader. Melissa leefde jarenlang met de schaamte en schande voor wat hij had aangericht. Tot haar eigen dochtertje anderhalf jaar geleden vroeg: “Mama, alle kinderen hebben een grootvader. Wie is jouw papa?” De stilte moest doorbroken. Ze was een fan van de televisieshow van psycholoog Dr Phil. Ze schreef zich in om mee te doen aan zijn programma, dat eind 2008 werd uitgezonden. Samen met misdaadschrijfster M. Bridget Cook schreef ze een boek dat drie maanden geleden verscheen, Shattered Silence. Verbrijzelde stilte. Haar boek werd opgemerkt door de makers van de tv-show van Oprah Winfrey. Haar schreeuw om aandacht voor de famiale slachtoffers van moordenaars vond gehoor.

Bij Oprah Winfrey werd u aangekondigd als de dochter van de ‘Happy Face Killer’. Hoe voelde het als kind om zijn dochter te zijn?

Moore: “Als kind van vijf, zes, zeven jaar was ik zoals alle kinderen. Ik was ongelooflijk trots op mijn vader. Hij was voor mij een superheld. Hij was groot, sterk en onoverwinnelijk. Mijn vader had een overvloed aan zelfvertrouwen. Hij is altijd narcistisch geweest. Zijn zelfverzekerdheid voedde mijn kinderlijke geloof.“Na de echtscheiding van mijn ouders in 1990 werd dat beeld afgezwakt. Hij slaagde er niet in zijn beloftes na te komen. Mijn ouders scheidden door de affaires die mijn vader er met andere vrouwen op nahield. In 1994 ging het naar beneden. Het eindigde in volkomen vernedering en schaamte toen mijn zus, broer en ik te weten kwamen dat mijn vader in de gevangenis zat voor de moord op zijn toenmalige verloofde Julie Ann Winningham. Ik heb me lang afzijdig gehouden. Ik wilde niets meer met dat deel van mijn bestaan te maken hebben. Nu beschouw ik mezelf als zijn genetische afstammeling. Maar ik zeg eerlijk: ik ben er niet trots op zijn dochter te zijn.”

Hoe kwam u erachter wie uw vader werkelijk was?

“In maart 1995 kwam de grote schok. Ik was 15 jaar oud, mijn broer was net 14 geworden en mijn jongste zus 11. Mijn moeder riep ons samen. Het was al vrij laat. Op het journaal werd het nieuws over vader, die toen al in de gevangenis van Vancouver Washington State zat, breed uitgesmeerd. ‘Hebben wij de ‘Happy Face’-seriemoordenaar te pakken?’, luidde de headline. De volgende ochtend was het gezicht van mijn vader op de voorpagina van alle kranten te zien. Het was zo overweldigend dat ik maar één oplossing kon bedenken: doen alsof deze hele situatie niet werkelijk was. Ik hield me voor dat ik in een soort droom verstrikt was geraakt.“Dezelfde dag kwamen er allerlei onderzoekers van de politie bij ons thuis. Ze ondervroegen ons urenlang. Ze keerden ons huis binnenstebuiten. Ik kon de angst op het gezicht van mijn moeder lezen. Ze was in paniek, bang dat ons iets zou overkomen. ‘Jouw kinderen zijn het zaad van de duivel’, zeiden de mensen haar. ‘Ze zullen opgroeien en later worden zoals hij: een monster.’ Onze naam, wij allen, we waren en voelden ons bezoedeld.”

Hebt u ooit het gevoel gehad dat u niet één maar vele vaders in één persoon had?

“Mijn vader is een sociopaat. Hij voelt geen spijt of berouw over wat hij doet of heeft gedaan. Hij zei ons vaak: ‘Als het goed voelt, doe het dan.’ Hij hield nooit rekening met anderen. Toen ik opgroeide, voelde ik wel dat mijn vader soms anders was dan andere vaders, omdat hij geen medeleven kon tonen. Het was echter pas vanaf het moment dat hij in de rechtbank schuldig werd bevonden aan moord dat ik begon in te zien wat de woorden ‘sociopaat’ en ‘psychopaat’ betekenden.”

Hoe keek u naar de nieuwsuitzendingen en de krantenartikels die verschenen over uw vader? Had u het gevoel dat de pers ook jacht maakte op u, om een verhaal los te krijgen?

“Al snel na de eerste nieuwsberichten werd ons op het hart gedrukt ons gedeisd te houden en onze familiesituatie niet met anderen te bespreken. Ook mijn moeder zweeg. Zelfs tegen ons heeft ze er nooit een woord over gezegd. Het spreken moet voor haar te pijnlijk geweest zijn. Ik voelde mezelf verschrikkelijk eenzaam en achtergelaten met mijn pijn en twijfels. Ik was niet in staat een relatie met anderen aan te gaan. “Ik werd nieuwsgierig naar wat hij had gedaan en wilde de details kennen. Ik ging vaak naar de publieke bibliotheek om daar in de kranten de rechtbankverslagen te lezen over zijn zaak. Ik was totaal van streek toen ik las hoe mensen over mijn vader spraken. Familieleden van zijn slachtoffers noemden hem ‘een satan die de lelijkste dood verdiende’. Ik begreep de pijn van de families, ik begrijp die pijn nog beter nu ik zelf kinderen heb. Maar in mijn puberteit, ik was nog zo poreus en op zoek naar mezelf, was het verschrikkelijk kwetsend om zulke sterke uitlatingen over mijn vader te lezen. Ik bleef beschaamd achter, bang dat ik de genetische code van een monster bezat.”

Zocht u contact met de familie van de slachtoffers?

“Ik heb onlangs gesproken met enkele familieleden van zijn slachtoffers. Niet ik, maar zij zochten contact. Ik vroeg hen waarom ze me wilden zien. ‘We hebben iets gemeen’, antwoordden ze. ‘Zowel jij als wij zijn slachtoffers van jouw vader.’ Die mensen, die hun kinderen verloren hadden door het gedrag van mijn vader, bleken de eersten te zijn die aan ons dachten. De meesten denken niet aan de kinderen van een seriemoordenaar of -verkrachter. Ze denken eerst aan het onmiddellijke slachtoffer. Kinderen van moordenaars zijn tweederangsslachtoffers. Ze lijden gewoonlijk in stilte.”

Hoe heeft de rest van de familie onder zijn daden geleden?

“Mijn hele familie is eraan kapotgegaan. Mijn grootvader langs vaders kant, mijn tantes, mijn ooms zijn ook het slachtoffer geworden. Zowel materieel als geestelijk. Mijn ooms verloren klanten, en hun werk. Mijn grootvader werd achternagezeten door de pers en iedere vraag die ze over zijn zoon stelden was voor hem een vraag naar zijn verantwoordelijkheid. Alsof alle journalisten wilden uitzoeken hoe mijn grootvader een monster had gecreëerd. Mijn moeder werd diep vernederd op haar werk toen gerechtelijke onderzoekers haar daar kwamen ondervragen. Mijn broer, zus en ik verloren onze vrienden, omdat hun ouders bang waren dat wij aanleg hadden tot hetzelfde gedrag als dat van vader.”

Heerste er in het gezin, toen uw ouders nog samen waren, een gespannen sfeer?

“Er was geen openlijk huiselijk geweld of seksuele mishandeling. Dat schijnt velen te verbazen. Het is vreemd, maar in dit soort situaties interpreteer je de rode vlaggen pas veel later. Mijn vader kon zeer attent zijn, hij speelde met ons, maakte het gezellig. Zo gezellig dat je de waarschuwingstekens negeerde. Zelfs de dierenmishandeling, de pijn die ik als kind beleefde toen hij mijn kleine katjes vermoordde, stopte ik weg. Het waren rode vlaggen die wij wel zagen, maar even snel zelf weer lieten zakken om de lieve vrede te bewaren, om weer in die droom van een fijne vader te geloven.”

Volgde u als kind of tiener ook andere rechtszaken waarin vaders beticht werden van seriemoorden?

“Al heel snel na de zaak van mijn vader dook er in onze streek een nieuwe zaak op van een seriemoordenaar, Robert Lee Yates. (Yates was een gelauwerd militair die ervan beschuldigd werd dertien vrouwen te hebben vermoord. Hij zit nu in death row in Washington, nvdr). Ik zag hoe de pers jacht maakte op zijn vrouw en zijn kinderen, die dezelfde leeftijd hadden als ik. De media gingen ervan uit dat zijn vrouw wel moest geweten hebben dat haar man een seriemoordenaar was. Net zoals de media dat mijn moeder ook verweten. De waarheid was dat vader een perfect dubbelleven leidde. Thuis was hij de toegewijde vader. Als hij alleen was, werd hij de woekerende moordenaar.“Ik begrijp als geen ander de pijn en de woede van de familieleden die zo’n nieuws horen. Het woord ‘schokkend’ is te zwak. Het verandert je hele leven, het boort zich diep in je binnenste en vreet je identiteit weg.”

Hebt u psychologische hulp gekregen nadat men te weten was gekomen dat uw vader niet alleen zijn vriendin maar nog minstens zeven andere vrouwen had vermoord?

“We hebben geen hulp gekregen. Politie, FBI, maatschappelijke instanties. Niets. We werden alleen gelaten in de schervenmassa van ons verbrijzeld leven. We moesten zelf stukjes bijeen zien te rapen om een nieuw leven op te bouwen. Mijn moeder, die alleenstaand was, had geen geld om private psychologische hulp te betalen. We zijn allemaal erg geïsoleerd geraakt.”

Probeerde u de waarheid over uw vader voor sommigen geheim te houden?

“Ja, maar dat werd een zware last. Als iemand naar mijn vader vroeg had ik een standaardantwoord klaar: ‘O, wij zijn jaren geleden bij elkaar uit de gratie geraakt.’ Niemand stelde dan nog vragen. Ik heb me vaak een leugenaar gevoeld omdat ik mijn verleden voor mijn vrienden verborgen hield. Ik deed het uit angst hen te verliezen.”

Waar was u dan het meest bang voor?

“Dat ik mijn vrienden zou afschrikken, dat ze me niet meer zouden vertrouwen omdat ik dezelfde karaktertrekken als mijn vader zou kunnen hebben. De angst om genetisch belast te zijn heeft lang meegespeeld. Afspraakjes maken met jongens, verliefd worden, een relatie hebben, dat was nog het moeilijkst. Wanneer de relatie ernstig werd, moest ik beslissen of ik die jongen de waarheid over mijn vader kon vertellen. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voor ik mijn man op de hoogte durfde te brengen over mijn afkomst. Het hele verhaal aan zijn familie vertellen was daarna ook niet erg makkelijk.”

Vond u het moeilijk om mannen nog te vertrouwen?

”Mijn vader zei me altijd: ‘Missy, jij ziet het leven door een roze bril.’ Ik heb altijd in het goede van mensen willen geloven. Zelfs na de arrestatie van mijn vader hield ik vast aan dat principe. Tot ik op de middelbare school werd aangerand. Vanaf dat moment ben ik me erg bewust geworden dat ik me moest beschermen en moest voorkomen dat ik in een bedreigende situatie terechtkwam. Het is pas door de relatie met mijn man, Samuel, dat ik opnieuw vertrouwen leerde te hebben in anderen. Traag maar zeker sloopte ik het verdedigingsmechanisme waarmee ik mezelf staande hield. Ik zag dat hij een goed karakter had. Ik zag dat zoiets bestond, dat heeft me sterker gemaakt.”

Hebt u onlangs nog contact opgenomen met uw vader in de gevangenis? ‘Ik heb me gerealiseerd dat hij geen schuldgevoel heeft’, schrijft u. ‘Mijn vader is ziek en ik heb geen relatie met iemand die zo ziek is.’

“Vijf jaar geleden, in de zomer van 2004, stuurde mijn vader ons brieven waarin hij dreigde zelfmoord te plegen als wij hem niet zouden bezoeken. Het was uit schuldgevoel en dochterlijke plicht dat ik besloot hem een bezoek te brengen. Ik schrok toen ik zag hoe oud hij in tien jaar tijd was geworden. Ik had hem in 1994 voor het laatst gezien. Maar ik heb nu besloten geen contact meer met hem te hebben. Hij heeft dat recht jaren geleden verloren. Ik denk niet dat het een goede zaak dient. Het is een persoonlijke keuze om met hem te breken.”

U hebt een boek geschreven over uw leven. Niet de saillante details van de moorden van uw vader, maar de manier waarop u hebt leren leven met zijn daden staat daarin centraal. ‘Mensen kunnen boven zichzelf uitstijgen, ongeacht de omstandigheden waarin ze opgroeien’, is uw boodschap. Hoe hebt u dat geleerd?

“Het was een harde les, maar ik leerde dat ik maar twee keuzes had. Ik kon me wentelen in mijn wanhoop, een depressief leven leiden en zelfmoord plegen. Of ik kon er het beste van maken en hopen op betere tijden. Ik besloot de strijd aan te gaan met mezelf. Ik wilde aan mezelf bewijzen dat ik meer waard was dan wat het leven me gegeven had tijdens mijn tienerjaren. Ik wilde mezelf ervan overtuigen dat ik waarde en waardigheid had als persoon. Ik wilde niet zwichten voor de pijn die ik geleden had, ik wilde die wonde gebruiken. Ik heb de eed die ik mezelf ooit gezworen heb niet verraden. Ik heb mijn doel bereikt.”

U had veel demonen te verslaan, schrijft u. Welke?

“Mijn negatieve en fatalistische gedachten. De zelfvernedering. Ik dacht dat het leven altijd een last zou zijn. Ik was ervan overtuigd dat ik met een kromme rug door het leven zou moeten gaan. Gebukt onder de schaamte. Pas toen ik aanvaardde dat ik mijn verleden niet kon veranderen, maar wel mijn antwoord daarop en de manier waarop ik met mijn verleden omging, overwon ik die ‘demonen’. De sleutel om trauma’s te boven te komen is te leren hoe je het leed en het verdriet kunt ombuigen tot een andere soort kracht, een kracht die niet vernietigt. “Een mens heeft misschien geen controle over zijn omgeving, kindertijd of levensomstandigheden, maar wel over hoe hij daarop reageert. We staan als volwassenen allemaal weleens voor de keuze waarover ik zojuist sprak: wanhoop of hoop. Ik stel mezelf vaak die ene belangrijke vraag: ‘Hoe trek ik hier een les uit?’ Ik vind die vraag productiever dan: ‘Waarom moet mij dit overkomen?’ Ik weet nu dat er een leven is na een traumatische ervaring, als je er maar voor kiest. Vandaag kijk ik niet met bange ogen achteruit. Ik leef een leven waarin ik gelukkig ben dat ik ’s morgens wakker word.”

U hebt gehoord over de Belgische situatie waarbij een vader van twee kinderen drie moorden bekent en door onderzoekers verdacht wordt van verschillende moorden en verkrachtingen. Ook hier staan de kranten vol van zijn verhaal. Hoe kan een maatschappij adequaat antwoorden op het leed van zijn dochters of naaste omgeving?

“Ik begrijp dat sommige van zijn naaste familieleden geen contact meer met hem willen hebben. Zij moeten nu het gevoel hebben dat hun relatie met die persoon gebouwd was op de moerassige grond van sluwheid en list. Mijn moeder was de enig overblijvende persoon die voor ons kon zorgen. Zij moest een beeld van kracht hoog houden voor haar kinderen, terwijl ze rouwde om degene van wie ze ooit had gedacht dat hij haar man was. Die man bleek niet te bestaan. Die twee meisjes en zijn familie moeten zich nu hulpeloos en hopeloos voelen. Ze zijn kwetsbaar omdat hun geloof en vertrouwen in hun vader zwaar beschadigd is. “De maatschappij zou de familie van de dader moeten benaderen zoals ze ook de familie van de slachtoffers moet benaderen: met zorg en medeleven. Ook de familie van de dader voelt een soort rouw, een gevoel van verlies gecombineerd met vernedering en schaamte. Die meisjes moeten hun identiteit weer kunnen opbouwen en zich losmaken van de vernedering die het gedrag van hun vader teweegbrengt. Dat kan alleen maar als er genoeg mensen zijn die duidelijk maken dat hun vader geen weerspiegeling is van wie zij zijn. “Zelf voel ik nog altijd een knoop in mijn maag als ik mijn vader in de media zie verschijnen. Ik weet niet of dat gevoel ooit zal verdwijnen. Met die schaamte leer je niet zomaar om te gaan. Maar ik weet nu wel zeker dat mijn vader niet de weerspiegeling is van wie ik ben.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234