Zondag 18/08/2019

Kernkabinet

De deel-economie verdient meer vrienden: onze welvaartsstaat komt er heus niet door in gevaar

In België hebben de eerste ‘on­line deelplatformen’ hun erken­ning beet. De oprukkende deel­economie zorgt her en der wel voor onrust: ze zou een ge­vaar zijn voor onze wel­vaarts­staat, klinkt het. Rogier De Langhe ziet dat anders: deel­platformen bieden oplossingen waar ons vertrouwde systeem faalt.

Platformen zoals maaltijddienst Flavr koppelen een onbeantwoorde vraag aan onbenutte infrastructuur. Beeld RV Flavr

Vorige week is in ons land – als eerste in Europa – een economische en so­ciale regeling voor de deeleconomie in werking getreden, met de erkenning van acht deelplatformen waar­op tot 5.100 euro per jaar mag worden bijverdiend op voorwaarde dat het gaat om uitwisselingen van diensten tussen particulieren.

Dit was geen sinecure, want over de betekenis van ‘deeleconomie’ be­staat onenigheid. Voor hen die met de deeleconomie de wereld willen redden is de essentie het delen. Zo­dra er op winst be­luste bedrijven om de hoek komen kijken, vinden ze het al minder oprecht. Voor anderen, zo­als de Europese Commis­sie, heeft de deeleconomie net enkel be­trekking op het delen voor zover er winst mee wordt gemaakt. Veel non-profit­initiatieven vallen zo uit de boot.

Economiefilosoof Rogier De Langhe (UGent). Beeld Wouter Van Vooren

Over de wenselijkheid van de deeleconomie zijn de meningen minder verdeeld. De deeleconomie heeft weinig vrienden. Werknemers vrezen de ondermijning van hun verworven rechten, werkgevers de oneerlijke concurrentie en overheden krijgen er maar moeilijk grip op. Maar de deeleconomie heeft er een vriend bij. Eveneens vorige week was er immers de oprichting van colabBE, een kennis- en netwerkplatform voor de deel­economie. Een belangrijke ontwikkeling, en wel hierom.

Aan de oorsprong van de deeleconomie ligt de digitale revolutie. Die reduceert de kosten voor het vormen van netwerken. Het wordt makkelijker om anderen te vinden, met elkaar te communiceren, elkaars gedrag te monitoren en dus elkaar te vertrouwen. Net­werken zijn voor de digitale revolutie wat de stoommachine was voor de industriële re­volutie. Daar­door kunnen mensen mak­kelijker samen dingen doen. In plaats van de beladen term ‘deeleconomie’ hebben economen het daarom liever over de netwerk- of platform­­economie.

Platformen geven mensen de middelen om netwerken te bouwen. Zo­als bedrijven werden op­gericht om de voordelen van de me­cha­nisering te exploiteren, zo ontstaan vandaag platformen om de voordelen van netwerken te capteren. Maar in plaats van bedrijven die producten produceren, geven platformen hun gebruikers de middelen om dat zelf te doen, in een gedeeld productieproces.

Ontgoocheling

Na de hype enkele jaren geleden is er dezer dagen nogal wat ontgoocheling over de deeleconomie. Er is verwarring over wat precies wordt ge­deeld en waarom. Deeleconomie zou volgens velen moeten gaan over het onbaatzuchtig delen van iemands bezittingen met anderen. Wat er nu precies wordt gedeeld, wordt dus nog benoemd in termen van bezittingen en duidelijke productieverhoudingen. Maar op de platformen verschuift bezit naar gebruik en vervaagt het onderscheid tussen producent en consument. Wat daar wordt gedeeld, is dus niet altijd iemands bezit, en de motivatie van wie het maakt is niet eenduidig.

Wat gedeeld wordt is niet zozeer het product, maar het productieproces. Het is dat productieproces dat openstaat voor iedereen en best zo transparant mogelijk en op voet van gelijkheid verloopt. De platformen die dat proces mogelijk maken, hoeven dat zelf niet noodzakelijk te zijn. Hoe die platformen dan wel best worden georganiseerd, is nog een open vraag. 

Ook gebruikers hoeven zelf niet onbaatzuchtig te zijn om deel te nemen aan de deeleconomie. Integendeel, de platformen halen hun sterkte net uit het feit dat ze erin slagen heel verschillende mensen te verenigen in dat open productieproces. Belangrijke motivaties om deel te nemen aan zulke gedeelde productieprocessen zijn behalve geld ook sociaal contact, gevoelens van competentie, autonomie... Dat er op platformen veel meer omgaat dan enkel geld, wordt weleens vergeten. Bij­voorbeeld bij het vaak gehoorde verwijt dat platformen financiële meerwaarde extraheren uit gemeenschap­pen van gebruikers die ze gratis voor hen laten werken. Men probeert steeds opnieuw een nieuwe productieverhouding te begrijpen vanuit de concepten van de vorige.

Andere logica

Door het principe van gedeelde productie verschilt de economische logica van platformen veel van die van klassieke economische spelers. Omdat ze zelf niets produceren, be­zitten ze nauwelijks kapitaalgoederen. Ze reiken hun ge­brui­kers daarentegen mogelijkheden aan om hun eigen (vaak onderbenutte) kapitaal productief aan te wenden. Door die lage kapitaalintensiteit kunnen platformen veel sneller groeien dan hun concurrenten in het klassieke circuit.

Dit is geen voorspelling, maar een realiteit. Het grootste taxibedrijf ter wereld bezit geen taxi’s (Uber), het grootste mediabedrijf (Facebook) heeft geen journalisten, de grootste overnachtingsaanbieder bezit geen vastgoed (Airbnb) en heeft honderd keer minder personeel dan een klassieke hotelketen. Het concurrentievoordeel van platformen beperkt zich dus niet tot grijze zones in de re­gelgeving. Waar digitalisering mogelijk is, zijn platformen fundamenteel superieur aan bedrijven die goederen produceren. De belangrijkste oor­zaak van de disruptie is niet het verschil in regelgeving, maar het verschil in onder­liggende logica. Een level playing field zal dus niet genoeg zijn. Bestaande bedrijven zullen zelf ook op zoek moeten naar manieren waarop ze de kracht van netwerken kunnen aanwenden, of anderen zullen het in hun plaats doen.

Dat geldt eveneens voor werk­nemers­organisaties. Een lastige waarheid voor vakbonden is dat veel werknemers in de deeleconomie zelf vragende partij zijn om op platformen te werken. Onder­zoek van de Ame­ri­kaanse expert Arun Sundararajan wees uit dat 88 procent van de freelancers in de deeleconomie het werk dat ze op platformen deden, niet als vaste job zouden willen uitoefenen. Werk vervult veel verschillende behoeften, die op de klassieke arbeidsmarkt maar al te vaak werden opgeofferd voor geld en jobzekerheid. De deeleconomie vormt een uitlaatklep voor hen die op zoek zijn naar zaken die ze anders moeilijk vinden, zoals afwisseling en autonomie. Sundararajan besluit dat de frustratie van deeleconomiefreelancers niet is dat hun werkgever hen geen vaste job geeft, maar dat het verschil tussen de rechten van freelancers en de verworven rechten voor diegenen met vaste jobs zo groot is.

In een wereld van platformen vervaagt het onderscheid tussen producent en consument, en valt werk am­per nog te onderscheiden van vrije tijd. De verdamping van het concept ‘job’ kan grote gevolgen hebben om­dat onze arbeidsmarktwetgeving en sociale zekerheid gebaseerd is op dit concept. Vaak wordt daaruit besloten dat de deeleconomie een gevaar is voor de welvaarts­staat. Dat is te kort door de bocht. Er is geen re­den om aan te nemen dat sociale zekerheid in een horizontalere wereld onmogelijk zou zijn. Wel zal ze wellicht anders moeten worden georganiseerd.

Evenwichtiger benutting

Ook overheden doen er goed aan de deeleconomie niet enkel te bekijken als een zoveelste nieuwe economische sector. Heel wat lastige problemen waarmee onze overheden kampen, zijn te herformuleren als problemen van onevenwichtige benutting. Files zijn het resultaat van een slechte spreiding van verkeer, afval het resultaat van onderbenutting van goederen, werkloosheid het resultaat van een onderbenutting van menselijk kapitaal. De netwerken in de deeleconomie koppelen onbeantwoorde vraag aan onbenutte infrastructuur. Succes­volle voorbeelden uit de deel­economie bieden een model van hoe de kracht van netwerken kan worden gebruikt om tot een evenwichtiger benutting te komen.

Een organisatie als colabBE komt dan ook geen dag te vroeg. Ze schept een forum om samen te onderzoeken hoe de kracht van netwerken kan worden ingezet om onze economie competitiever te maken, onze arbeidsmarkt bevredigender en onze overheid slagvaardiger. Het zijn de grote uitdagingen van deze tijd. Uitdagingen die steeds acuter worden en waartegen de traditionele remedies steeds minder lijken opgewassen. Wie bang is voor de toekomst, schat het heden te hoog in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden