Woensdag 08/02/2023

De dag van de rat

Na zijn intieme uitstapje in The Body Artist lijkt Don DeLillo weer op het spoor te zitten van boeken als Mao II, White Noise en Underworld, apocalyptische doorlichtingen van de hedendaagse samenleving waarbij informatie verloren gaat in ruis, de mens omkomt in zijn vuilnis en er geen ontsnapping meer mogelijk lijkt buiten de dood.

Don DeLillo

Kosmopolis

Oorspronkelijke titel: Cosmopolis

Vertaald door Harry Pallemans

Anthos/Manteau, Amsterdam/Antwerpen,

174 p., 17,90 euro.

'Twijfelen vraagt meer moed dan handelen", realiseert Eric Packer zich in Don DeLillo's nieuwste roman Kosmopolis, en dit op meer dan één manier. Want Packer is niet alleen een modern mens, levend in een moderne wereld die constant in beweging is en daardoor geen tijd heeft voor contemplatie maar actie verlangt van zijn bewoners, hij is ook beursspeculant, het soort man dat in een fractie van een seconde beslissingen moet nemen die immense kapitalen de oceanen over laten schieten en door wiens handel de werk- en levensomstandigheden van duizenden, zo niet miljoenen mensen bedreigd worden. Niet dat dat laatste hem een zorg zal zijn evenwel. Door constant te handelen houdt hij immers de wereld, met zijn lastige besognes en verantwoordelijkheden buiten de deur. Wie het een doet kan immers niet aan het ander denken. Eric, zoals hij in het boek steevast genoemd wordt, is het toonbeeld van de succesvolle zakenman. Hij woont in een drie verdiepingen tellend appartement van meer dan honderd miljoen dollar, bezit een Tu-160 'Blackjack' bommenwerper uit 1988 als speeltje en kijkt graag naar het haaitje dat in zijn tien meter lange aquarium rondzwemt. Aan een Rothko kopen denkt hij niet, wat hij wil is de Rothko Chapel, de vijftien onschatbare doeken incluis. Hij is achtentwintig en multimiljardair. Kosmopolis beschrijft een dag uit het leven van Eric, ergens in april 2000, de laatste dag van zijn leven trouwens. Afgezien van orders geven en zijn medewerkers ontvangen in zijn verlengde witte limo doet hij in feite niet veel. Hij is 's ochtends opgestaan na een lange slapeloze nacht, heeft in de spiegel gekeken en beslist dat hij maar eens naar de kapper moest. Ook al waarschuwt chauffeur Torval hem dat de president vandaag New York bezoekt en dat er daardoor heel wat protestmarsen verwacht worden waardoor er geen doorkomen aan zal zijn, toch wil Eric naar de andere kant van de stad, naar zijn vaste kapper. Werken doet hij toch altijd vanuit de auto, kwestie van de huurmoordenaars en de gewapende gekken van achter zijn vodden te houden, dus dat kan in feite niet zo veel verschil maken.

Zonder ooit moralistisch te worden, beschrijft DeLillo Eric als een gedegenereerd mens. Door zijn job is hij het contact met de wereld volstrekt verloren. Hij leeft in volle eenzaamheid in zijn eigenwaan en raakt steeds verder afgestompt. In de file staat hij bijvoorbeeld naast een taxi waarin hij zijn vrouw herkent. Even wipt ze over, een hartstochtelijk moment, zo verwacht je aangezien het koppel nog maar tweeëntwintig dagen gehuwd is, maar het enige wat volgt is Erics aandringen op seks, wat zij hem tot nu toe altijd geweigerd heeft, en haar opmerking dat hij er zonder zonnebril helemaal anders uitziet, dat hij haar nooit verteld had dat hij blauwe ogen had.

Iedere nieuwe actie is een zoektocht naar een nieuwe kick. De immense bedragen waar Eric dagelijks mee goochelt, hebben hem murw gemaakt. Hij laat zich vrijwillig neerschieten met een elektrisch stroompistool, waardoor hij een kwartiertje totaal van de kaart is, vermoordt zijn chauffeur met diens eigen revolver en stapt tijdens de rit een paar keer uit om te vrijen, met zijn zevenenveertigjarige maîtresse bijvoorbeeld, of met zijn vrouwelijke bodyguard, maar niets bezorgt hem meer seksueel genot dan op de talloze tv-schermen in zijn limo de koersdalingen te zien die hem uiteindelijk de das om zullen doen.

Erics systeem is immers eenvoudig: hij gaat reusachtige leningen aan in yen, belegt het geld in goed lopende aandelen en betaalt met de opbrengst die leningen weer af. Twee zaken zijn echter cruciaal: er mogen geen onverwachte beursschommelingen optreden en de yen mag niet stijgen. En dat laatste gebeurt nu net wel. Tegen ieders verwachting in leidt de zwakke Japanse economie niet tot een neerwaartse herwaardering van de yen, waardoor Eric liquiditeitsproblemen krijgt. Zijn Amerikaanse Moneytron - om maar eens een vergelijkbaar magisch geldscheppend mechaniekje te noemen - sputtert. De menselijke hybris, die denkt de wereld in wiskundige formules en logaritmen te kunnen vangen, komt ook hier bedrogen uit en Eric zal ervoor boeten. Dat intussen over de hele wereld tycoons van de Wereldbank en de media door terroristen neergekogeld worden, doet de beurskoersen natuurlijk ook niet veel goed.

Een constante metafoor in deze roman, die een kruising is tussen Brett Easton Ellis' American Psycho en E.L. Doctorows City of God, is het beeld van de rat. Eric leest poëzie over ratten, stelt voor dat ratten de universele munteenheid zouden worden, ziet er door de lucht vliegen in een snackbar en merkt opeens een vijf meter groot exemplaar op naast zijn limo, van kunststof weliswaar, maar al even bedreigend en wijzend op de imminente ondergang, want waar ratten zijn, dreigt het einde. Het grote beest is een attribuut van een bende andersglobalisten die het niet alleen gemunt hebben op een luxueus kantoorgebouw, maar als tussendoortje ook nog eens Erics witte koetswerk herscheppen in een gekreukt karkas. "Dit is de vrije markt zelf", beweert een van zijn financieel analisten, "deze lui zijn de fantasie die door de markt zelf is opgeroepen. Buiten de markt bestaan ze niet." Voor het kapitalisme is er immers geen alternatief meer en ook het protest is geïncorporeerd: "De marktcultuur is totaal. Die brengt deze mannen en vrouwen voort. Ze zijn nodig voor het systeem dat ze verachten. Ze geven het energie en contouren. Ze worden door de markt aangestuurd. Ze worden op de wereldmarkten verhandeld. Daarom bestaan ze, om het systeem te stimuleren en in stand te houden." Kosmopolis laat zich misschien nog het best omschrijven als de epiloog van Underworld. Het verhaal is summier en zeker naar het einde toe dreigt er een informatie-overkill, waarbij Erics geschiedenis verdrongen raakt te worden door wat DeLillo allemaal wil zeggen. Eens het boek achter de kiezen blijf je toch een beetje achter met honger, honger naar Delillo's echte opvolger van Underworld.

Marnix Verplancke

Een kruising tussen 'American Psycho' van Brett Easton Ellis en 'City of God' van

E.L. Doctorow

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234