Woensdag 07/12/2022

De dag die de dood aankondigde

Precies zes jaar geleden, op 9 februari 1992, kondigden de Algerijnse machthebbers de noodtoestand af. Het leger opende de jacht op het FIS en zijn aanhangers, de GIA zag het daglicht. Sindsdien zijn de Algerijnen in een stroomversnelling van het geweld terechtgekomen.

BRUSSEL.

EIGEN BERICHTGEVING

Noem het de dag die de dood aankondigde, onze nationale rouwdag." Voor heel wat Algerijnen is 9 februari een keerpunt in de recente geschiedenis. Zes jaar geleden besloot de hoogste Algerijnse instantie - toen het Hoog Comité voor de Staat - de noodtoestand af te kondigen. Het was de genadeslag voor het eerder op gang gebrachte democratische proces. De gesmoorde hoop was een voedingsbodem voor integrisme en banditisme. Een overzicht.

Eind jaren tachtig leek een nieuw tijdperk aan te breken. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid, in 1962, gaf de eenheidspartij FLN ademruimte aan andere politieke formaties. Zo werd het Front Islamique du Salut (FIS) op 6 september 1989 gelegaliseerd door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Abou Bakr Belkaïd. De twee FIS-kopstukken, Abassi Madani en Ali Benhadj, konden voortaan ongestoord aan hun 'partij van God' bouwen. Hun programma was even religieus als vaag en bood weinig concrete antwoorden op de nijpende economische en sociologische problemen. Hun aanwezigheid werkte evenwel als een magneet: zij waren de enigen die zich durfden opwerpen als bevrijders van het FLN-juk.

Als logische uitloper van het ingevoerde meerpartijenstelsel werd op 12 juni 1990 de eerste vrije, plaatselijke verkiezingsronde georganiseerd. Tot grote verbijstering van binnen- en buitenlandse commentatoren haalde het radicale FIS 45 procent van alle stemmen binnen voor de gemeenteraadsverkiezingen en 55 procent voor de departementsverkiezingen (de wilaya's). Het FLN ontwaakte uit zijn machtsroes en voerde 'preventieve maatregelen' in voor de daaropvolgende parlementsverkiezingen. Er werd een nieuwe indeling van de kiesdistricten ingevoerd, er zouden niet één maar twee stemrondes zijn, niet-regeringsgezinde imams werden opgesloten en zogenaamd verdachte moskeeën gesloten. De weken daarop vlogen duizenden FIS-kaderleden en wettelijk verkozen FIS-burgemeesters achter de tralies.

Toenmalig president Chadli Benjedid vertrouwde erop dat het FLN het FIS dit keer zou verpulveren bij de stembusslag. Niets was minder waar. De eerste verkiezingsronde, op 26 december 1991, kelderde het FLN. Weer had het FIS gezegevierd: van de 430 zetels gingen er de eerste dag al 188 naar het FIS.

Het leger, de feitelijke machthebbers van het land, besloot dat het welletjes was met het democratische experiment. Chadli Benjedid werd gedwongen ontslag te nemen. De tweede verkiezingsronde werd geannuleerd en het Hoog Comité van de Staat kondigde op 9 februari 1992 de noodtoestand af.

Daarop regende het arrestaties. Elkeen die in deze of gene mate met het FIS had gesympathiseerd, verdween achter de tralies. De persvrijheid werd aan banden gelegd en 'vrijdenkers' geïntimideerd. Op 4 maart 1992 zag het FIS zich verboden. Uit protest richtte de partij een gewapende arm op: de Mouvement Islamique Armé, die later werd herdoopt tot Armée Islamique du Salut.

Het AIS viseerde aanvankelijk FLN-functionarissen. Maar naarmate dat meer militaire terreur sorteerde, verlegde het AIS-geweld zich naar iedereen die ervan verdacht werd met het regime onder een hoedje te spelen. Het klimaat was rijp voor allerhande gewapende terreurgroepen en groupuscules, waaronder de inmiddels bekende GIA (Groupe Islamique Armé), een samenraapsel van FIS- en AIS-misnoegden, lokale bandieten en Afghanistan-oud-strijders. Hun slachtoffers waren en zijn vaak weerloze burgers in afgelegen dorpen. Sinds 1992 zijn er zo tussen de 50.000 en de 100.000 Algerijnen gestorven door de spiraal van geweld.

Tegen deze achtergrond van bloedvergieten heeft het (leger)regime zich een nieuwe legitimiteit aangemeten. Vanaf 1995 werden er opnieuw verkiezingen gehouden, zij het zonder het FIS en onder strikte controle - 'fraude', zeggen waarnemers - van het leger. De grondwet werd zodanig aangepast dat religieuze partijen verboden zijn en generaal Liamine Zeroual werd tot president verkozen. Hij is de man van het tweesporenbeleid: enerzijds een repressieve aanpak en anderzijds dialoog met alle politieke krachten, ook het verboden FIS.

Er zijn de laatste jaren herhaaldelijk (geheime) onderhandelingen geweest tussen de consensusfiguren binnen het regime en de gematigde krachten in het versplinterde FIS. Bemiddelingspogingen van FIS-leider Madani leidden vorig jaar tot een staakt-het-vuren tussen het AIS en het leger. Hijzelf werd vorige zomer tijdelijk vrijgelaten en nadien weer onder huisarrest geplaatst omdat hij zich niet aan zijn 'politieke zwijgplicht' wilde houden. Madani riep namelijk op tot een nationale dialoog.

De parlementsverkiezingen van 5 juni en de plaatselijke stembusgang van 23 oktober 1997 consolideerden de macht van het generaalsregime, onder een nieuwe vlag die dezelfde lading zou dekken. De groep rond Zeroual behoort nu tot de RND (Rassemblement National Démocratique), niet meer tot het gediscrediteerde FLN.

Nadia Dala

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234