Maandag 24/01/2022

De dag die China voorgoed veranderde

Precies vijftien jaar geleden werden de studentenprotesten in China voor het oog van de internationale camera's in bloed gesmoord. China is na het Tian'anmen-bloedbad nooit meer hetzelfde geweest. Alle hoop dat de partij gradueel en van binnen uit kon worden hervormd, was vervlogen. Zo keerde de bevolking zich af van de politiek, dat gevaarlijke spel dat je niet kunt winnen en waarbij niets te winnen valt. Voortaan zouden de markt en het geld regeren.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Het verhaal van Tian'anmen begint in april 1989, met het overlijden van de gewezen partijsecretaris Hu Yaobang. Hij is de patroonheilige van de studenten, de partijman die voor 's lands intellectuelen de belofte van democratie en politieke vrijheid incarneert. Hu werd in februari 1987 aan de dijk gezet omdat hij zich verzet had tegen de strenge straffen die werden uitgesproken tegen de deelnemers aan de studentenbetogingen van 1986.

Al gauw veranderen de rouwenden in contestanten. De meeste studenten die in die eerste weken deelnamen aan de protesten op het grootste plein van de hoofdstad, hadden de steun van hun professoren. Ze zagen zichzelf als de erfgenamen van de hervormingsbeweging van 4 mei 1919 en tegelijk als patriottische spreekbuis van de maatschappij. Aangezien ze geen jobs of kinderen hadden met wie ze rekening moesten houden, konden zij de algemene ontevredenheid uitdrukken over de hyperinflatie en de enorme corruptie, zonder te vrezen voor de eventuele consequenties.

China's leiders waren ervan overtuigd dat de protesten niet lang zouden aanhouden, maar begonnen zich na enkele weken toch behoorlijke zorgen te maken. Een poging om de studenten huiswaarts te krijgen met een kritisch artikel in de partijkrant Volksdagblad werkte contraproductief. De krant weigerde zich vervolgens te excuseren en bijgevolg kwam er daarna een oproep om massaal naar het Tian'anmen-plein te trekken en een hongerstaking te beginnen.

Deze gebeurtenissen hadden voor de partij nauwelijks op een ongelukkiger tijdstip kunnen plaatsvinden. Enkele dagen later zou sovjetpresident Gorbatsjov een historisch bezoek aan Peking brengen, met in zijn kielzog een leger journalisten en fotografen uit de hele wereld. Wat het diplomatieke hoogtepunt van de Chinees-Sovjet-Russische ontmoeting had moeten worden voor Deng Xiaoping, dreigde te ontaarden in een vernedering.

Nieuwe pogingen om de studenten tot vertrekken te overreden, mislukten en daarom werd op 19 mei, op bevel van Deng en van premier Li Peng, de krijgswet afgekondigd. Nog bleven de studenten, en met hen steeds meer inwoners van de hoofdstad, op het plein bivakkeren. Ze zouden er tot 20 juni blijven, tot het Nationaal Volkscongres zou bijeenkomen.

Zoveel geduld zouden China's leiders evenwel niet opbrengen. En nadat toenmalig partijsecretaris Zhao Ziyang de studenten met tranen in de ogen vroeg om te vertrekken, maar niet snel genoeg effect sorteerde, gaven Deng en Li Peng uiteindelijk het bevel aan het leger om op te treden.

In de nacht van 3 op 4 juni rolden de tanks de hoofdstad binnen. Het Tian'anmen-plein was ondertussen nagenoeg ontruimd, maar in de straten van de hoofdstad zouden honderden doden en meer dan duizend gewonden vallen.

'Liusi' (4 juni), zoals de Chinezen Tian'anmen zouden noemen, zou als contrarevolutionaire beweging worden bestempeld en in de weken en maanden na het bloedbad raakte China's repressieapparaat oververhit. Functionarissen en werknemers van staatsbedrijven in het hele land spendeerden vele uren in studiesessies, waar hen de officiële versie van de feiten werden ingeprent.

Zo'n 15.000 mensen verdwenen achter de tralies, en achteraf zou vooral opvallen dat de studentenleiders minder zwaar werden gestraft dan de vakbondsactivisten die zich bij de democratiseringsbeweging hadden aangesloten.

De reële resultaten van de Tian'anmen-protesten zijn niet indrukwekkend. De 'zesde hervorming', de politieke, is nog steeds niet gerealiseerd. De Communistische Partij is tot op heden de enige toegelaten politieke formatie en over thema's als Tibet en Taiwan, vrije vakbonden, de Falun Gong, persvrijheid of de herziening van het verdict van Tian'anmen als 'contrarevolutionaire beweging' kan niet openlijk worden gedebatteerd.

Wel is het probleem van de corruptie in zekere mate aangepakt. Haast jaarlijks worden campagnes georganiseerd, en er zijn ook al hoge partijleden veroordeeld, denk maar aan de gewezen burgemeester van Peking, Chen Xitong. Hij kreeg in juli 1998 zestien jaar cel wegens het verduisteren van staatsgelden. Toch blijft de corruptie endemisch.

De Chinese bevolking heeft uit het Tian'anmen-bloedbad één duidelijke les getrokken: dat het niet rendeert om je in te laten met politiek. Hadden 's lands leiders, die met de invoering van de Opendeurpolitiek vanaf 1978 voor economische mogelijkheden zorgden, enig krediet bij de bevolking, in de jaren negentig werd de modale Chinees cynisch en politiek onverschillig.

Die indruk krijg je niet meteen als je de sites van Chinese mensenrechtenorganisaties bekijkt. Zij brengen uitvoerige verhalen over moedige burgers als dokter Jiang Yanyong, de legerchirurg die vorig jaar de waarheid over sars vertelde en die destijds de gewonden van het bloedbad verzorgde. De man en zijn echtgenote zijn, precies wegens de nakende vijftiende verjaardag van het bloedbad, al enige dagen incommunicado.

Hetzelfde geldt voor de zogenaamde Tian'anmen-moeders, de moeders en vrouwen van mensen die op die bewuste 4de juni om het leven kwamen. Ook zij willen dat hun gestorven naasten niet langer als contrarevolutionairen worden bestempeld, maar dat ze het eerherstel krijgen dat ze verdienen. Aanvoerster en gewezen universiteitsprofessor Ding Zilin mag al meer dan een week alleen onder escorte inkopen doen en wordt voor het overige alle bewegingsvrijheid ontnomen.

Tian'anmen is door China's bevolking niet vergeten, maar het gros van de Chinezen heeft wel andere katten te geselen. Ze moeten een nieuwe job vinden omdat ze hun baan bij het staatsbedrijf zijn kwijtgeraakt. Of ze moeten manieren vinden om onder de vele belastingen uit te komen die de autoriteiten in vele gevallen illegaal opleggen aan de boeren.

De kloof tussen stad en platteland is in de jaren sinds Tian'anmen geëxplodeerd. In Shanghai, Kanton en Peking worden luxelevens geleid door yups die onderhand bij designmerken zweren, terwijl boeren hun zonen naar de provinciehoofdsteden sturen om er als dagloners aan de kost te komen. Of, zoals dat in Centraal-China gebeurde: ze verkochten hun bloed om hun magere inkomsten te spekken en werden zo massaal met het hi-virus besmet. De Tian'anmen-protesten hebben niet geleid tot een meerpartijenstelsel maar het culturele en economische pluralisme zijn onderhand een feit. De overgang van Marx naar de markt verliep behoorlijk succesvol. Geen land ter wereld kende de voorbije kwarteeuw een zo grote economische groei als China, maar tegelijk werd een behoorlijk hoge ecologische en sociaal-economische prijs betaald. Laat sommigen eerst rijk worden, zei Deng bij de lancering van de Opendeurpolitiek, maar hij had nooit kunnen voorspellen dat het blinde geldgewin zodanig uit de hand zou lopen en dat de rijken en de armen van een ooit zo egalitaire maatschappij aan het begin van het derde millennium ronduit in een verschillend universum zouden leven. In het ene wordt naar Europa gevlogen om te winkelen, bij het andere horen slapeloze nachten wegens de hoge schoolkosten van zoon- of dochterlief.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234