Maandag 14/10/2019

De dag dat Liekendael zweeg

Toen de drie ex-SP-voorzitters naar justitie stapten, nam het debat een andere wending

Waarom zette Luc Wallyn zich op het Agusta-proces op het allerlaatste moment toch nog achter het officiële standpunt van de SP-top in deze vermeende corruptieaffaire? Diezelfde SP-top, met Louis Tobback op kop, bestempelt deze ex-adjunct-nationaal secretaris van de partij, samen met zijn vriend en zakenadvocaat Alfons Puelinckx, immers al sedert meer dan drie jaar als een internationale gangster. Het antwoord op die vraag raakt de kern van wat er zich in de loop van de voorbije drie maanden tijdens de debatten op het Agusta-proces voor het Hof van Cassatie heeft afgespeeld.

Al op de eerste dag van het proces legde procureur-generaal Eliane Liekendael er sterk de nadruk op dat voor het Hof van Cassatie geen loopjongens ('lampisten') terechtstaan, maar wel de besluitvormers (lees: de ministers) en hun directe medewerkers (de kabinetschefs). En in één adem voegde zij eraan toe dat sommige betichten, die duidelijk niet tot de echte besluitvormers behoorden, er belang bij hadden om hun medewerking te verlenen aan het Openbaar Ministerie. Deze betichten, zo zei de procureur-generaal, konden in de debatten een belangrijke rol spelen bij het aan het licht brengen van de waarheid in deze corruptiezaken. Ze onderstreepte dat enkele van de betichten al in de loop van het vooronderzoek de justitie op dergelijke wijze geholpen hadden. Liekendael noemde daarbij toen ook namen.

Uit het vooronderzoek blijkt trouwens duidelijk dat betichten zoals Puelinckx, de PS-man Merry Hermanus en ook Luc Wallyn, soms na lang aarzelen, op een bepaald moment besloten om - in hun eigen belang - met de justitie op sommige punten samen te werken. De man die in die richting ongetwijfeld het verst was gegaan tijdens het vooronderzoek is de PS-topambtenaar Hermanus. Hij aarzelde niet om in een totale breuk met de nationale leiding van de PS te wijzen op de zware politieke verantwoordelijkheid van PS-voorzitter Philippe Busquin. Dat hij zowel de politieke als strafrechtelijke verantwoordelijkheid van 'Dieu', alias ex-PS-leider en Waals premier Guy Spitaels, zonder aarzelen zowel in de media als tijdens de debatten breed uitsmeerde, is inmiddels voldoende bekend. Kortom het Openbaar Ministerie rekende op Wallyn en Puelinckx om de meer precieze verantwoordelijkheid van de minister(s), meer bepaald Claes, maar ook van de partijleiding uit de jaren 1988-1989 duidelijk te maken.

Maar het duurde niet lang vooraleer de debatten een andere wending namen in het Brusselse justitiepaleis. Zodra de getuigenverhoren begonnen, begin oktober, bleek dat de strategie van het Openbaar Ministerie er heel anders uitzag dan Liekendael op de eerste zittingsdag had voorgesteld. De procureur-generaal was blijkbaar vast besloten om de kroongetuigen in het SP-gedeelte, namelijk de partijvoorzitters uit '88-'89 (Van Miert, Vandenbroucke en Tobback) volledig uit de debatten voor het Hof van Cassatie te houden. De drie ex-voorzitters werden wel als getuigen opgeroepen, maar alleen door de advocaten van Puelinckx. Vragen kwamen nagenoeg alleen uit die hoek en die van Mangé. Die laatste werd bovendien door het hoogste partijtrio met allerlei lof overladen.

Ook in de cruciale datumkwestie (eind '88 of begin '89) verdedigde het trio de stelling van Mangé: "Er was geen corruptie want Mangé maakte aan ons melding van het Agusta-geld in '89, na afsluiting van het helikoptercontract." Hoewel dit standpunt volledig haaks staat op dat van het Openbaar Ministerie, gaf Liekendael geen kik. Ze weigerde zelfs om maar één enkele vraag te stellen aan de drie ex-partijvoorzitters van de SP. En zo bleef het hoogste rechtsorgaan van dit land, het Hof van Cassatie, voorgoed verstoken van de laatste kans om opheldering te bekomen over de hamvraag in de affaire: waarom heeft de top van de SP gedurende vijf jaar - van 1988-1989 tot in 1995 - aan de publieke opinie en ook aan de justitie verzwegen dat Agusta via schatbewaarder Etienne Mangé een geldaanbod deed van meer dan 60 miljoen frank?

Dit feit op zich had lang voor 1993 al tot een gerechtelijk onderzoek kunnen leiden. Maar ook na '93, toen er in Luik, zoals bekend, effectief een strafdossier geopend werd naar politieke corruptie in ons land vanwege Agusta, duurde het nog twee jaar vooraleer de drie ex-voorzitters naar justitie stapten. Dat deden ze ten slotte ten einde raad toch in maart '95. Mangé, Puelinckx, Wallyn en Delanghe zaten toen al in de cel in Lantin.

Na die memorabele dag in oktober met de drie ex-SP-voorzitters nam het debat, tenminste in het SP-gedeelte van de affaire-Agusta/Dassault, een heel andere wending. De toon was gezet door het stilzwijgen van Eliane Liekendael die dag. De 'lampisten' op de beklaagdenbank wisten nu duivels goed hoe laat het voor hen was. Hen bleef maar één keuze: zo snel mogelijk onder de paraplu gaan staan van de SP-leiding. Wallyn heeft die beslissing blijkbaar tot de allerlaatste dag van het proces uitgesteld. Ik wed dat hij niet anders meer kon. Hij heeft het onzekere boven het ergste gekozen en zijn verdedigingslijn in extremis helemaal omgegooid. Sedertdien staat hij met getrokken messen op één lijn met Etienne Mangé.

De dag dat Liekendael zweeg tegenover Tobback heeft het parket-generaal bij het Hof van Cassatie het democratische parlementair bestel in dit land in elk geval de slechtst denkbare dienst bewezen. Haar stilzwijgen laat nu immers de twijfel bestaan - terecht of niet - over de juiste rol van de SP-leiding in deze affaire van '88 tot vandaag. En democratie gaat dood aan twijfels, want ze versterkt alleen door duidelijkheid. Zekerheid heeft Liekendael niet kunnen of willen brengen in het Vlaamse gedeelte van de affaire-Agusta/Dassault.

Walter De Bock

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234