Zaterdag 07/12/2019

De dag dat het licht plots uitging

Afgelopen weekend viel her en der in Europa de stroom uit. Meer dan tien miljoen mensen brachten de zaterdagavond deels in het donker door. Is het Europese elektriciteitsnet doodziek? Neen, menen specialisten. Maar het moet wel stevig uitgebreid worden.

Door Jürgen Gevaert

Zaterdagavond omstreeks tien uur probeerde de Norwegian Pearl, een cruiseschip van zowat 95.000 ton met een lengte van driehonderd meter, de scheepswerf van Papenburg te verlaten, in het Duitse Nedersaksen. Om de varende reus een vrije doorgang te geven, schakelden arbeiders een hoogspanningslijn van 400.000 volt uit. Een ingreep die niet uitzonderlijk is, want het verlies aan capaciteit op het Duitse stroomnet kan normaal gezien probleemloos opgevangen worden door een tweede lijn. Maar zaterdag kon die lijn de extra last na een halfuur niet meer torsen en viel uit.

De gevolgen waren niet te overzien. Door de wijde vertakking van het Europese elektriciteitsnetwerk viel in verschillende delen van Europa de stroom uit. Van het oosten van Duitsland tot het zuiden van Italië en van Portugal tot Kroatië werd het tussen 22 en 23 uur aardedonker. Ook in België zaten mensen even zonder stroom. In Frankrijk zaten Parijs en Lyon zonder elektriciteit.

Hoe is het zover kunnen komen? Het elektriciteitsnet op ons continent is de facto opgesplitst in twee delen, die onderling met elkaar in verbinding staan. De twee falende Duitse lijnen creëerden een onevenwicht in de vraag naar en het aanbod van elektriciteit. In West-Europa was de stroomafname groter dan de injectie die het net in het oosten van Europa kreeg. Om overbelasting en een totale Europese black-out te vermijden werden in verschillende landen hele regio's zonder stroom gezet.

"Vergelijk het met op de snelweg rijden", zegt Erik De Leye van de Belgische netbeheerder Elia. "Het evenwicht is daar je constante snelheid van 120 kilometer per uur. Plots duikt er een helling op. Om het evenwicht, dus je snelheid, te bewaren, moet je met je wagen meer energie gaan leveren en harder op het gaspedaal duwen. Je begint ook je ballast af te werpen." Vertaald naar het Belgische elektriciteitsnet vormen de minder bevolkte gebieden rond onder meer Mol, Deinze en Kalmthout 'ballast'. Zij zaten zaterdag zonder stroom.

Terwijl de Belgische stroomafname aldus werd teruggeschroefd, kregen de energiecentrales op ons grondgebied de tijd een versnelling hoger te schakelen om meer elektriciteit te leveren. Na een klein uurtje - ondertussen was ook het Europese evenwicht hersteld - floepten de straatverlichting en de koelkasten overal weer aan.

Na het incident opperden critici meteen dat niet de Norwegian Pearl, maar de liberalisering van de energiemarkt de echte boosdoener is. Is het niet door de vrijmaking van de markt dat onze stroomnetten onvoldoende onderhouden worden? En dat de leveranciers voor alles de goedkoopste oplossing zoeken? Niets van aan, zegt Ronnie Belmans, hoogleraar aan het departement Elektrotechniek van de KU Leuven. "Dit defect heeft niets te maken met de liberalisering. Het beheer van het netwerk is niet eens vrijgemaakt en aan de kwaliteit ervan schort niets."

Uit verschillende hoeken klinkt het dat het Belgische net prima onderhouden is.

Dat het elektriciteitsnet het voorbije decennium steeds meer internationaal vertakt geraakte, staat vast. Daar zijn volgens Belmans drie redenen voor. "Ten eerste zorgt de interconnectiviteit ervoor dat men bij problemen zijn vrienden (bevriende naties dus, JG) kan helpen, ten tweede zorgt de uitbouw van het Europese net voor een grotere markt, en ten derde kan de energie uit windturbines beter aangewend worden. Er zijn nu grotere stromen mogelijk van bijvoorbeeld het noorden van Duitsland, waar veel windenergie geproduceerd wordt, naar Spanje, waar ze verbruikt wordt. Met andere woorden: vroeger had ons elektriciteitsnet één taak, nu zijn er dat drie geworden." Dat impliceert dat het net dringend groter moet worden, meent Belmans.

"De Europese elektriciteitsmarkt is de voorbije tien, vijftien jaar grondig veranderd", geeft Erik De Leye van de Belgische netbeheerder Elia toe. "Het algemene verbruik is ook toegenomen, zodat investeringen in de netten nodig zijn." En daar wringt het schoentje. Iedereen weet dat de elektriciteitsnetten voortdurend à la limite belast worden, maar niemand wil er iets aan doen. "Niemand wil een lijn in zijn achtertuin", verklaart De Leye de schroom. "Het is nochtans de enige oplossing. Er is extra capaciteit nodig, dus moeten er meer lijnen komen." Dat er vaak netwerkproblemen zouden zijn aan de grens tussen landen, spreekt De Leye tegen. "Er zijn een paar flessenhalzen, maar die vind je evengoed binnen de landsgrenzen."

Op het vlak van nieuwe investeringen in het elektriciteitsnet geeft Duitsland alvast het goede voorbeeld. Studies wezen uit dat de windturbines in het noorden van het land het stroomnet overbelasten. Omdat elektriciteit altijd de weg van de minste weerstand zoekt, loopt de opgewekte windenergie vaak door Nederland en België, ook al is die voor het zuiden van Duitsland bestemd. Om het internationale net te ontlasten legt Duitsland daarom achthonderd kilometer nieuwe lijnen aan.

De vraag naar meer transportcapaciteit klinkt extra luid in ons land. Door haar geografische ligging, centraal in Europa, is België een feitelijk knooppunt voor energieverkeer. Meer zelfs, als er de nodige investeringen worden gedaan, kunnen we hét kruispunt worden, zegt Belmans. "Daar is enkel de uitbouw van een knooppunt met Duitsland en Groot-Brittannië voor nodig. Op die manier zou België op de arbitersstoel kunnen plaatsnemen om de goedkoopste energie te kopen en aan te bieden."

Belmans roept de politiek op de mogelijkheden te scheppen om wat ze zelf vraagt te kunnen uitvoeren, met name het 'faciliteren van de markt'. "De wachttijd voor het aanleggen van nieuwe lijnen is het grootste probleem. Die kan soms oplopen tot tien, vijftien jaar." Eliawoordvoerder De Leye zegt dat het om "een Europees probleem" gaat. "Omdat het zolang duurt, hollen we hopeloos achter de feiten aan." Uiteindelijk valt de totale benodigde extra capaciteit wel mee, meent De Leye, maar "men moet daar toch eens over gaan nadenken".

Het incident van zaterdagavond doet ook de vraag naar extra 'reserves' luider klinken. Elektriciteit kan uiteraard niet zomaar ergens opgeslagen worden, maar moet het niet mogelijk zijn om extra stroom in een oogwenk op te wekken, zonder dat daarvoor zoveel gezinnen opgeofferd worden?

"Er is voldoende reservecapaciteit", zegt De Leye, "maar niet genoeg om meteen op te starten." Windmolenenergie is afkomstig van een onvoorspelbare factor en kan dus nooit gegarandeerd worden, biomassacentrales, die draaien op organische stoffen, kampen met bevoorradingsproblemen. Zo blijft er maar één mogelijkheid meer over, zeggen De Leye en Belmans in koor: turbojetcentrales. Het enige nadeel aan die technologie, waarbij vliegtuigmotoren een turbine in gang duwen, is dat ze enorm veel brandstof nodig heeft. Het grote voordeel is dat de energiebron met een simpele druk op de knop geactiveerd kan worden.

Ook bij de Bond Beter Leefmilieu (BBL) is men van oordeel dat er extra investeringen in energiecentrales moeten komen. "Door een mank lopende liberalisering is het aandeel ingevoerde elektriciteit de voorbije jaren toegenomen", verklaart energiespecialist Bram Claeys. "De markt wordt nog steeds geheel gedomineerd door Electrabel, waarvan het productieapparaat niet weggeconcurreerd kan worden. Het bedrijf hanteert ook prijzen waar de anderen niet tegenop kunnen, maar investeert niet in nieuwe capaciteit. We moeten ons heil zoeken in nieuwe centrales, die de concurrenten van Electrabel zullen moeten bouwen."

De BBL denkt onder andere aan de uitbouw van het bestaande windturbinenetwerk, aan gascentrales en aan biomassacentrales. Van de federale regering verwacht de BBL dat ze de afbouw van kerncentrales onverminderd voortzet maar ondertussen garanties levert voor nieuwe centrales.

De voorstellen van de BBL kunnen bij Belmans op weinig bijval rekenen. "Ze moeten weten wat ze willen. Er moeten hernieuwbare bronnen aangesproken kunnen worden, anderzijds is de BBL tegen de verdere uitbouw van het stroomnet. Maar je kunt toch geen omelet bakken zonder eieren te breken?"

Ook al worden de acute pijnpunten snel behandeld en komt er een uitbreiding van het Europese net en van de centrales met hernieuwbare bronnen, een grote stroomuitval kan altijd voorvallen, zegt Belmans. Wat zaterdag gebeurde, was louter een technisch defect. "Elk technisch systeem kan falen. Als er investeringen gedaan worden, blijft het risico (op een volgende black-out, JG) klein. Ook windenergie vormt geen probleem, zolang er maar voldoende geïnvesteerd wordt."

Op 23 november steken de ministers van Energie van de Benelux, Frankrijk en Duitsland alvast de koppen bijeen om de problemen te bespreken. Wat verwacht Belmans van die vergadering? "Dat ze maatregelen nemen om het globale net uit te bouwen, de markt te faciliteren en in hernieuwbare bronnen te investeren."

Aangezien Electrabel zelf niet investeert in nieuwe capaciteit, moeten we ons heil zoeken in nieuwe centrales die gebouwd zullen moeten worden door de concurrenten van Electrabel investeert in nieuwe capaciteit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234