Donderdag 01/12/2022

De dag dat de toekomst begon

Rock-'n-roll was van bij het eerste akkoord een mannenzaak. Het wilde ritme, de machoposes en de thema's die in de nummers werden aangesneden (feesten op zaterdagavond, achter de meisjes aan zitten en platzak zijn) pasten perfect bij de leefwereld van de tieners toen. Toch kwam er een vrouw bij kijken om het ontstaan van die opzwepende race music - de term rock-'n-roll moest nog uitgevonden worden - in goede banen te leiden.door bart Steenhaut

Erg druk was het niet, die maandag in Memphis. Het werd al laat en Sam Phillips zat te wachten op een jonge kerel die hij een jaar eerder al over de vloer had gehad. Toen had de jongen voor een paar dollar een singletje opgenomen om aan zijn moeder cadeau te doen. Phillips was de stad in op dat moment, maar de jonge kerel, een vrachtwagenchauffeur bij Crown Electric met een zwak voor Dean Martin, Mario Lanza en zwarte rhythm & blues, had bij zijn secretaresse Marion Keisker zo'n indruk nagelaten dat ze inderhaast zijn telefoonnummer had genoteerd voor je-weet-maar-nooit. De ontmoeting leek zonder gevolg te blijven tot Keisker, Phillips en gitarist Scotty Moore een jaar later bij een kop koffie een plan uitwerkten om de carrière van Moore op een hoger niveau te krikken. Moore, een hoedenmaker van opleiding, had een paar weken eerder in de Sun Studio een plaatje ingeblikt met zijn groepje The Starlite Wranglers, maar de verkoop was niet denderend. Keisker vertelde hem over die jongeman waar ze de zomer voordien 'My Happiness' en de Ink Pots-cover 'That's When the Heartaches Begin' mee had opgenomen. Ze zocht zijn nummer op en de volgende dag ging Elvis al bij Moore langs voor een eerste kennismaking.

Hij zag er met zijn roze pak en witgelakte schoenen letterlijk oogverblindend uit, maar toch was Moore vooral onder de indruk van zijn encyclopedische muziekkennis. Elvis was weliswaar geen grootse gitarist, maar hij had gevoel voor ritme en kon makkelijk teksten onthouden. Het klikte.

Nog geen 24 uur later zat Sam Phillips Presley op te wachten voor zijn eerste echte studiosessie. Het was 4 juli 1954. Zowel Moore als bassist Bill Black waren opnieuw van de partij. Niemand speelde echt met het idee die dag een plaat op te nemen, maar ze zochten wel al naar een richting voor het trio. Ze probeerden een handvol ballads uit, maar op Elvis na bleek niemand er erg tevreden mee. Rond middernacht werd een koffiepauze ingelast. Elvis wist met zijn energie geen blijf. Als een bezetene begon hij een nummer te zingen dat hij nog uit zijn jeugd kende, 'That's All Right', een song van Arthur Crudup. Hij tikte het ritme op de rug van zijn gitaar, schudde met zijn heupen en schreeuwde de strofes dreigend voor zich uit.

Black en Moore wisten niet wat er gebeurde, maar stonden scherp genoeg om meteen in te vallen. Phillips maande de drie aan verder te spelen en startte een tape. Het klonk rauw, opzwepend, en met niets vergelijkbaar. Het was de wilde schreeuw van de rock-'n-roll. En het was een kwestie van tijd voor de hele wereld die zou horen.

Een maand later werd een proefpersing van het nummer voor het eerst op het plaatselijke radiostation WHBQ gedraaid. In een mum van tijd werd de zender overstelpt met aanvragen voor het nummer. De song zou diezelfde dag nog tien keer gedraaid worden en dj Dewey Phillips belde Presley thuis op voor een reactie. De nieuwbakken publiekslieveling durfde de confrontatie met zichzelf nog niet aan en was naar de bioscoop gevlucht. Bij een volgend gesprek op de zender werd snel duidelijk dat Elvis niet zwart was, maar jong en blank en met looks die ieder meisje moeiteloos in vervoering zouden brengen.

Op 26 juli tekent Elvis zijn contract met Sun Records, Phillips' platenlabel, met een royalty rate van 3 procent, aanzienlijk minder dan toen gebruikelijk. Elvis' eerste optredens lokken in de buurt meteen een boel volk. Hij gaat over de middag zelfs in scholen optreden. "Ik hoop dat sommigen onder jullie binnenkort mijn plaatje zullen kopen" zegt hij na afloop. Veel van zijn succes heeft hij trouwens aan zijn live-act te danken. De manier waarop hij beweegt, zorgt voor wild in het rond vliegende hormonen bij het vrouwelijke publiek.

Op een van die prille cluboptredens staat ook Colonel Parker in de zaal. Parker, een kwakzalver die toen met louche zaakjes zijn brood verdiende, ziet in de jonge zanger een wandelende goudmijn en biedt hem onmiddellijk aan zijn persoonlijke manager te worden. "Je hebt een talent van één uit het miljoen", vleit hij de jonge zanger. "Als we zouden samenwerken, zal het niet lang duren voor je ook écht een miljoen hebt." Het klinkt aanlokkelijk. Elvis en zijn vader maken een deal met Parker. Alleen zijn moeder is tegen. De geschiedenis zal haar later gelijk geven. Ze raken nooit meer van Parker af.

Op dat moment is de zelfverklaarde zakenman zijn geld echter nog waard. Tom Parker gaat shoppen bij de grote maatschappijen en tekent op 19 november 1955 een contract bij het grote RCA. En er wordt met geld gegooid. Of zo lijkt het toch. Philips ziet zichzelf uitgekocht voor 40.000 dollar, dan het grootste bedrag ooit betaald voor een countryzanger, maar peanuts in vergelijking met de miljarden die Elvis Presley later zal opbrengen.

Elvis' eerste single voor RCA, 'Heartbreak Hotel', klinkt rauw als schuurpapier, met een ritme dat zich niet laat temmen. De toekomst is begonnen.

Vandaag brengt BMG 'That's All Right'

opnieuw uit.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234