Donderdag 08/12/2022

De creatieve opstoot van Istanbul

Inzake mensenrechten en transparante politiek is Turkije nog lang niet klaar voor de EU. Maar wie vandaag door Istanbul wandelt, kan er nauwelijks omheen: de Turkse samenleving bevindt zich in een culturele stroomversnelling. En dat heeft beslist niet alleen met Orhan Pamuks Nobelprijs voor de literatuur te maken. Het Gentse festival Istanbul Ekspres, een coproductie van Vooruit en De Centrale, brengt binnenkort de artistieke rijkdom van de moslimstaat in kaart. Wij gingen alvast op verkenning uit. Door Dirk Steenhaut

Met een bevolking van zeventig miljoen mensen, van wie 60 procent jonger is dan twintig, beschikt Turkije over een economisch potentieel dat tot de verbeelding spreekt. Net als in Oost-Berlijn kort na de val van de Muur word je vandaag in Istanbul overrompeld door een onstuitbare energie en ongebreidelde ondernemersgeest. Geen toeval dus dat in de voorbije maand naast MTV ook Amerikaanse muziekbladen als Billboard en Rolling Stone er hun intrede hebben gedaan. Vooral in het stadsdeel Beyoglu bruist het van de nieuwe initiatieven: clubs, bars, chill-outcafés en opnamestudio's rijzen er als paddenstoelen uit de grond en vormen de peilers van een bloeiende muziekscene waar cineast Fatih Akin, bekend van Gegen die Wand, met Crossing the Bridge vorig jaar een uitstekende documentaire aan wijdde.

Turkije blijft voorlopig wel een land met twee snelheden. Als het in Istanbul regent, druppelt het in Anatolië. De metropool aan de Bosporus is een laboratorium waar druk wordt geëxperimenteerd met nieuwe artistieke vormen en stijlen en waar onafhankelijke platenlabels als Doublemoon en Elec-trip geleidelijk in het muziekleven infiltreren. De soefi-elektronica van Mercan Dede oogst momenteel internationale triomfen, Saska maakt inventieve composities op speelgoedinstrumenten en het aantal punk-, newwave-, hiphop- en metalbands in de stad valt nog amper bij te houden.

Tegelijk zakken almaar meer westerse muzikanten naar Istanbul af om er allianties te smeden met plaatselijk talent. De Brooklyn Funk Essentials namen in 1998 al een cd op met Laço Tayfa. Mad Professor en Sly & Robbie wierpen zich op als medestanders van de orientaldubband Baba Zula; Mick Karn van Japan is te horen op het debuut van de rockgroep Rashit; Wharton Tiers, bekend van zijn werk met Sonic Youth en Laurie Anderson, producete de jongste cd van Replikas en ook Alex Hacke van Einstürzende Neubauten is dezer dagen in Istanbul een graag geziene gast.

De stad vormt van oudsher een brug tussen oost en west, tussen Azië en Europa, en door haar geografische ligging werkt ze allerlei fusies in de hand. In een studio vlak bij het drukke Taksimplein ontmoeten we producer-muzikant Oguz Kaplangi, de bezieler van Elec-trip, een undergroundlabel dat zich voornamelijk specialiseert in ethnodance. "We vermengen rock en electro met ingrediënten uit Turkse folklore", legt hij uit. "Istanbul is een veelkleurige culturele mozaïek: je vindt hier mensen met diverse culturele, etnische en religieuze achtergronden. Alles loopt hier door elkaar en vormt een borrelende smeltkroes, maar de smaken en verwachtingspatronen van het lokale publiek veranderen voortdurend." Volgens Kaplangi hebben muzikale mengvormen, zoals die van Techno Roman Project, voorlopig meer succes in het buitenland dan op het thuisfront. "Het doorsneepubliek houdt meer van traditionele etnische stijlen. Toch werd een van onze bands, Deja-Vu, enorm populair bij het tienerpubliek door nu-metal te combineren met een typisch Turks instrumentarium. Een doorbraak, want hardrockfans hebben doorgaans de pest aan dat soort experimenten. Steeds meer jongeren staan open voor nieuwe klankkleuren, maar wie fusiemuziek maakt, verbant zichzelf hoe dan ook naar een nichemarkt. Slechts 5 procent van het Turkse publiek koopt platen waarop niet in het Turks wordt gezongen. De overige 95 procent koopt Anatolische pop." Dat verklaart waarom we in de afprijsbakken van de lokale platenzaken cd's van Springsteen, Nick Cave en The Beatles aantroffen.

"Toch groeit, dankzij het internet, ook bij de Turkse jeugd de belangstelling voor de internationale muziekscene", zegt Oguz Kaplangi. "Toen ik opgroeide had je slechts één soort muziek, maar vandaag ontstaan er allerlei subculturen. Alles is nu binnen handbereik: tien tv-zenders die uitsluitend muziek uitzenden, honderden radiostations, een hoop prima rockmagazines. Al die ontwikkelingen hebben voor een creatieve opstoot gezorgd."

De peetvader van de Turkse alternatieve scene is ongetwijfeld Mehmet Ulug, die achttien jaar geleden de eerste jazz- en bluesfestivals in Istanbul organiseerde. In 1990 richtte hij het boekingskantoor Positiv Productions op, acht jaar later gevolgd door het platenlabel Doublemoon. "De naam geeft het al aan: op al onze cd's proberen we verschillende werelden samen te brengen en met bestaande ingrediënten nieuwe, zinnenprikkelende muziek te maken. Dat we vanuit Istanbul opereren, is een voordeel. Buitenlandse muzikanten werken hier graag: ze laten zich dankbaar inspireren door de geluiden van de stad en haar bazaars en door het vakmanschap en de flexibiliteit van de plaatselijke instrumentalisten. In Turkse muziek wordt nu eenmaal veel geïmproviseerd.

"Tot voor kort hadden onze jonge muzikanten enkel belangstelling voor buitenlandse pop- en rock en speelden ze vooral covers. Vandaag beseffen ze dat ze hun eigen cultuur iets te lang hebben verwaarloosd en gaan ze de Turkse tradities herontdekken. De mengvormen van Baba Zula of Orient Expressions zijn relatief nieuw en worden zeker niet door iedereen geaccepteerd. Die groepen zijn pioniers die nauwelijks airplay krijgen. Slechts 6 procent van de nationale radiostations hebben oren naar wat wij uitbrengen. De andere vinden ons te avant-gardistisch. Mercan Dede, die traditionele soefimuziek koppelt aan elektronica, is wel populair: zelfs in de meest afgelegen steden in Oost-Turkije speelt hij voor volle zalen. Toch vinden puristen dat hij de vloer aanveegt met de traditie. Met Doublemoon hopen we jongeren vooral te inspireren door hen te tonen wat er zoal mogelijk is."

In de jaren negentig werden enkel in Istanbul concerten georganiseerd, maar sinds kort beschikken ook steden als Ankara, Izmir, Bursa en Antalya over podia die groepen kunnen ontvangen. Ulug spreekt van een combinatie van factoren: "Het politieke klimaat is minder repressief, het publiek verjongt en is mobieler dan ooit. Is het de invloed van satelliettelevisie? Het internet? De lagere drempel naar de universiteiten? De globalisering? Een feit is dat alles nu veel vlotter gaat dan vroeger."

Doublemoon is een relatief jong bedrijfje dat zich, na mislukte uitstapjes naar hiphop en klassieke muziek, bewust een strikter profiel heeft aangemeten. "Improvisatie, muzikaliteit, instrumentale behendigheid: dat zijn de hoekstenen van wat we doen", onderstreept Ulug. "We zijn geen jazzlabel, maar onze vrije attitude is vergelijkbaar met die in het jazzmilieu. Onze bestsellers? De instrumentale cd van klarinettist Hüsnü Senlendirici ging in Turkije 150.000 keer over de toonbank en een plaat van Mercan Dede verkoopt doorgaans 30.000 stuks. Klein bier vergeleken met Turkse popsterren als Sertab of Tarkan, die cijfers tussen de 200.000 en 500.000 kunnen voorleggen. Maar die bedienen dan ook een publiek dat meezingbare deuntjes wil.

"Ach, iedereen in Turkije houdt van traditionele liederen met een oriëntaalse sound en 7/8-maat waar je op kunt buikdansen. Voor het overige is de markt zeer gesegmenteerd. Een paar jaar geleden begingen we de fout de populaire rapper Ceza op een rockfestival te programmeren. De man werd niet alleen uitgejouwd, de mensen gingen zelfs met elkaar op de vuist."

Mehmet Ulug is ook een van de grondleggers van Babylon, een club die vijf dagen per week livemuziek programmeert. Toen die in 1999 haar deuren opende, was Beyoglu nog een ongure, ietwat verloederde buurt waar weinig te beleven viel. Vandaag is de wijk de hipste en bruisendste van Istanbul. Babylon, een privé-initiatief dat grotendeels draait op sponsoring, is bij uitstek de plek waar een jong, nieuwsgierig publiek naartoe komt om spannende muziek te ontdekken. Toch beschikt deze wereldstad van veertien miljoen inwoners voorlopig slechts over een vijftiental clubs en concertzalen.

"Dat is erg weinig. Anderzijds bezoeken slechts 500.000 van de 70 miljoen Turken af en toe een culturele manifestatie", doceert Ulug. "De anderen blijven thuis en kijken televisie. Of ze zijn niet geïnteresseerd, of het ontbreekt hen aan financiële middelen om naar concerten te gaan. Het gemiddelde bedrag dat in Turkije per persoon jaarlijks aan cultuur wordt besteed is 8 euro, tegenover 250 in West-Europa. We hebben dus nog een lange weg te gaan."

Platenmaatschappij Kalan is een thuishaven voor Turkse klassieke muziek en folk en beschikt over een omvangrijk archief van historische opnamen. Zo'n 80 procent van alle cd's die in Turkije worden verkocht, zijn van dit bedrijfje afkomstig. Kalan wordt alom gerespecteerd omdat het, ondanks aanhoudende tegenstand van de overheid, werk van niet-erkende Anatolische minderheden blijft uitbrengen. Van de Koerdische zangeres Aynur Dogan tot muziek van de Ottomanen of Romazigeuners.

"We hebben met de autoriteiten altijd op voet van oorlog geleefd", vertelt oprichter Hassan Saltik. "Men beschouwde ons als staatsgevaarlijk en tot drie jaar geleden werden we om de haverklap beboet of voor de rechtbank gedaagd. Op een bepaald moment werd onze licentie ingetrokken en moesten we de deuren sluiten. Na hevig studentenprotest werd de maatregel ongedaan gemaakt, maar dat maakte geen einde aan onze dubbelzinnige situatie.

"Toen ons in 2003 de Nederlandse Prins Clausprijs te beurt viel, kregen we felicitaties van onze minister van Buitenlandse Zaken, terwijl diens collega van Cultuur ons onder druk zette om de prijs te weigeren. Ironisch genoeg gebruikt de overheid de cd's die vroeger in de ban werden gedaan nu voor propagandadoeleinden. Ze dienen om onze culturele verscheidenheid te benadrukken."

Toch hebben etnische minderheden het in Turkije nog altijd niet gemakkelijk. Topklarinettist Cerkan Cagri, een Romazigeuner die tot zijn achttiende op bruiloften speelde maar uiteindelijk voor een academische opleiding koos, zegt dat zijn volk zich noodgedwongen heeft geassimileerd aan de Turkse samenleving. "Sommige Roma spreken zelfs hun eigen taal niet meer en daardoor dreigen onze cultuur en levenswijze teloor te gaan."

Derya Türkan, een virtuoos op de kemençe, een klein strijkinstrument, maakte met de Franse contrabassist Renaud Garcia-Fons een cd met paleismuziek van de Osmaanse minnestrelen. "Die dateert uit de zestiende tot de achttiende eeuw, staat haaks op de Anatolische volksmuziek en wordt vandaag als 'on-Turks' ervaren. Het Ottomaanse rijk roept bij velen negatieve associaties op, maar de muziek uit die periode maakt hoe dan ook deel uit van ons culturele erfgoed. Alleen zal ze binnen afzienbare tijd verdwijnen, want de overheid doet geen enkele inspanning om ze te bewaren", zucht hij.

Troubadour en baglamaspeler Tolga Sag, zoon van de legendarische Arif Sag, behoort tot de ruim twintig miljoen alevieten, een religieus-culturele minderheid in Turkije die in alle takken van het maatschappelijke leven wordt gediscrimineerd en haar levensbeschouwing nog steeds niet vrij kan uiten. "Typisch voor de alevieten is dat hun leer niet steunt op een boek, zoals de Bijbel of de Koran, maar op gedichten uit de vijftiende en zestiende eeuw die mondeling en vaak in gezongen vorm van de ene generatie aan de andere werden doorgegeven", zegt Sag. "Het alevitisme is een mystieke strekking binnen de islam die sterk afwijkt van de leerstellingen die door de meeste moslims worden gevolgd. Zo hechten wij een grote waarde aan muziek en kunst, is er bij ons geen scheiding tussen mannen en vrouwen en huldigen we een hoge graad van tolerantie jegens anderen. Niets is verboden en iedereen mag, zolang hij niemand schaadt, doen en laten wat hij wil. Mijn levenswerk is de liederen en poëzie van mijn volksgenoten levend te houden. Daartoe heb ik zelfs een school opgericht, waar ik maandelijks 1.000 euro van mijn eigen geld in investeer."

Tolga Sag is erg begaan met waardigheid en authenticiteit, maar maakt wel gebruik van gitaren, drums en blazers. "De verpakking is wat hedendaagser geworden," bevestigt hij, "maar vooral de inhoud telt."

"Twintig jaar al bevordert de Turkse overheid het nationalisme en tracht ze de kloof tussen de etnische groepen in onze samenleving te vergroten", zucht zangeres en tv-presentatrice Yasemin Göksu, die hoofdzakelijk pakkende levensliederen op haar repertoire heeft staan. "Terwijl wij artiesten alle mensen juist bij elkaar pogen te brengen. Ik zie het als mijn taak mij tegen iedere chauvinistische reflex te verzetten met songs over liefde, politiek en sociale strijd. Mijn voornaamste wapen is mijn stem."

Göksu zingt in het Turks, Armeens, Koerdisch en tien andere talen. "Ook al begrijp je de woorden niet, de gevoelens zijn universeel." Behalve door een baglamaspeler laat ze zich op duduk (een soort fluit) begeleiden door de Armeniër Sulén Kasparian. Daarmee maakt ze, gezien de Turkse houding tegenover de Armeense genocide, een sterk statement. Maar zelf vindt ze dat geen heldendaad. "Want", zegt ze, "ik luister altijd naar mijn hart."

Istanbul Ekspres loopt van 7 tot en met 19 december in Gent.

www.decentrale.be en www.vooruit.be.

Deja-Vu is enorm populair bij het tienerpubliek door nu-metal te combineren met een typisch Turks instrumentarium

Producer-muzikant Oguz Kaplangi:

Toen ik opgroeide had je één soort muziek, maar vandaag ontstaan er allerlei subculturen. Alles is nu binnen handbereik: tien tv-zenders, honderden radiostations, een hoop rockmagazines

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234