Donderdag 24/09/2020

De cowboy als bedreigde soort

Zelfs zonder een expert te zijn, kan men aan de wapens makkelijk zien dat The Hi-Lo Country geen traditionele western is. Het verhaal in kwestie, gebaseerd op de bekende roman van Max Evans uit '61, speelt namelijk na de Tweede Wereldoorlog. Tot aan zijn dood in '84 heeft regisseur Sam Peckinpah tevergeefs geprobeerd dit verhaal over het einde van het wilde Westen, over cowboys als een uitstervend ras, te verfilmen. En alhoewel de Britse regisseur Stephen Frears op het eerste gezicht misschien een vreemde keuze lijkt om dat door en door Amerikaanse boek te verfilmen, is het resultaat, een zogenaamde 'postwar-western' met een 'film noir'-sfeertje, best genietbaar. Het is alleen soms even wennen, maar dat geldt voor de cowboys in deze film dus ook.

Jan Temmerman

De cowboys in kwestie, vooral de hoofdpersonages Big Boy Matson (glansrol van Woody Harrelson) en zijn jeugdvriend Pete Calder (rol van Billy Crudup), zijn na de oorlog teruggekeerd naar New Mexico, waar ze gewoon willen doorgaan met wat ze vroeger al deden: vee drijven, uitbundig plezier maken en achter de vrouwen aanzitten. Kortom, ongegeneerd genieten van hun vrijheid en onafhankelijkheid. Maar de tijden zijn wel degelijk veranderd. We zijn immers getuige van de laatste dagen van the old West. Dat blijkt onder meer uit de groeiende invloed van rancher Jim Ed (rol van Sam Elliott), die in de streek zowat alles opkoopt wat er aan land en vee beschikbaar is. Grootschaligheid is immers de nieuwe norm.

Die socio-economische transformatie fungeert voornamelijk als achtergrond, want er wordt duidelijk meer aandacht besteed aan een aantal persoonlijke verhaallijnen. Zo is er de gespannen verhouding tussen Big Boy en zijn jongere broer. Die wordt uiteraard Little Boy (rol van Cole Hauser) genoemd, maar begint dat stilaan beu te worden. De verstandhouding verbetert er niet op als Little Boy in dienst treedt bij rancher Jim Ed.

En dan zijn er natuurlijk nog de vrouwen. Pete Calder (die via off-screencommentaar nu en dan situaties verduidelijkt en op die manier als de oorspronkelijke auteur herkend kan worden) wordt zwaar verliefd op de sensuele Mona (rol van Patricia Arquette). Zij verveelt zich zichtbaar in haar huwelijk met een oudere man, die ook al werkt voor de steevast grinnikende Jim Ed. Uiteindelijk vindt Mona wat levenslust en opwinding in een passionele en steeds minder discrete affaire met Big Boy. Voor Pete is het niet makkelijk: de wacht moeten optrekken terwijl de vrouw op wie hij stapelgek is in bed duikt met zijn beste vriend. Hij is daarbij zelfs zo verblind door begeerte dat hij geen oog heeft voor de mooie, maar minder flamboyante Josepha (rol van Penelope Cruz) die rond hem draait. De spanning stijgt. Het gevoel van 'impending doom' dat van bij het begin over de hele film hangt, wordt steeds sterker...

De benaming Hi-Lo Country blijkt een uitvinding te zijn van auteur Max Evans en verwijst dus niet naar een welbepaalde geografische locatie. Volgens regisseur Frears is het wel een zeer toepasselijke titel. "Er zijn bergen en er zijn vlakten, er zijn emotionele highs en er zijn emotionele lows", zegt hij monkelend. "Voor zover ik het begrepen heb, was het voornaamste probleem van Sam Peckinpah dat hij er maar niet in slaagde het scenario goed te krijgen. Het is een zeer anekdotische roman. Er gebeurt eigenlijk veel te veel en waarschijnlijk wist Peckinpah niet goed wat hij weg moest laten. Voor deze film werd de adaptatie geschreven door Walon Green (die indertijd ook het scenario schreef van de Sam Peckinpah-klassieker 'The Wild Bunch' uit '69, JT) en toen Max Evans zijn eerste versie te lezen kreeg, was zijn reactie: 'Ik heb 35 jaar gewacht om dit te lezen.' Toen wisten we meteen dat we juist zaten."

De ontstaansgeschiedenis van het project begon in het midden van de jaren '90. Regisseur Martin Scorsese was bezig met de opnamen van zijn gangsterfilm Casino en daarin werd ook een rol gespeeld door L.Q. Jones, een acteur die indertijd onder meer te zien was in de Peckinpah-films The Wild Bunch en The Ballad of Cable Hogue. L.Q. Jones gaf een exemplaar van The Hi-Lo Country aan Scorsese, die het op zijn beurt aan zijn producente Barbara De Fina liet lezen. Beiden waren meteen enthousiast, maar omdat Scorsese het op dat moment te druk had om The Hi-Lo Country ook nog eens zélf te regisseren, werd Stephen Frears aangesproken. Niet toevallig uiteraard, want Scorsese en De Fina hadden reeds eerder samengewerkt met de Britse cineast, namelijk toen ze hem als producenten de roman The Grifters van Jim Thompson tot een uitstekende film noir lieten regisseren.

"Toen ik het boek van Max Evans las, zag ik meteen dat dit interessant kon zijn", zegt Frears. "Maar ik heb hen tegelijk ook gezegd dat ik niet wist hoe men dergelijke films maakt. Dus vroeg ik of ze mij een 'oldtimer' aan de hand konden doen om het scenario te schrijven en mij te leren hoe ik het moest aanpakken. Ja, het moest een oldtimer zijn, want zelf wist ik niet eens hoe men een western draait en dus dacht ik niet dat iemand die jonger was dat wél zou weten. Kortom, ik had een leraar nodig. Er werd mij toen een lijst met namen voorgelegd en daarop stond dus ook Walon Green en die naam kende ik van The Wild Bunch."

Behalve zéér Engelse films zoals Prick Up Your Ears en Sammy and Rosie Get Laid, draaide Stephen Frears ook historische drama's zoals Dangerous Liaisons en Mary Reilly, zéér Ierse films zoals The Snapper en The Van (allebei adaptaties van Roddy Doyle-romans) en zéér Amerikaanse films zoals Accidental Hero en The Grifters. Zoveel is duidelijk: Frears laat zich niet op één bepaald genre of één bepaalde cultuur vastpinnen. "Als ik dergelijke opmerkingen hoor, krijg ik soms het gevoel dat men mij als een antropoloog beschouwt", grinnikt hij. "Maar dat ben ik absoluut niet. Ik reageer gewoon op verhalen die mij interessant lijken. Ik volg gewoon mijn eigen nieuwsgierigheid. Ik beschouw mezelf soms als een verwend kind, die gewoon doet wat hij wil. En die daar nog mee wegkomt ook. Men kan dus wel zeggen dat deze Amerikaanse westernwereld ver van mijn bed ligt, maar dat gold indertijd bij Dangerous Liaisons ook voor het Frankrijk van de 18de eeuw. Al die verhalen interesseren mij vanwege de metaforen die zij in zich dragen.

"Dat geldt zeker ook voor een genre als de western. Films zijn voor mij reizen naar een wereld van metaforen, zowel in het leven als in de kunst. Er was een reden waarom er in westerns vroeger cowboys waren met een witte hoed en cowboys met een zwarte hoed. Je moet die formules dus begrijpen om er daarna desgevallend iets anders mee te doen. Zelf heb ik het gevoel dat ik betere films maak als er ook sprake is van een zekere afstand tot de cultuur waarin het verhaal zich afspeelt. Voor mij is dat in ieder geval een voordeel. Als ik een film maak over iets wat ik helemaal niet ken, dan kan ik mij ook meer als het publiek gedragen." The Hi-Lo Country is opgedragen aan de Britse filmmaker Lindsay Anderson. "Omdat het Lindsay was die mij indertijd in contact heeft gebracht met de films van John Ford en daar heb ik heel veel van geleerd", legt Frears uit. "Maar dat betekende daarom niet dat ik zelf zin kreeg om een western te maken. Wat Lindsay en ook Karel Reisz mij indertijd leerden, was dat de films van John Ford zeer expressief en ook zeer complex waren. Onder de oppervlakte van die zogenaamd populaire films gingen zeer gecompliceerde gevoelens schuil. Die kennis is mij nu bij het draaien van deze film goed van pas gekomen. Wat ik onder meer geleerd heb, is dat de taal van het Westen vaak een taal is van stilte, van gebaren. Het is geen wereld waar men zich makkelijk en duidelijk uit. De personages zijn veeleer laconiek. Strong and silent. Ik moest dus manieren vinden, nieuwe manieren, om die wereld expressief te maken."

Laconiek is ook Stephen Frears als de casting ter sprake kwam. "Ja, dit heb ik zelf gedaan. Ik hoopte dat iemand anders het wou doen, maar niemand meldde zich als vrijwilliger", grapt hij. "Toen Max Evans de eerste scenarioversie van Walon Green gelezen had, stuurde hij ons een foto van de échte Big Boy. Die was indertijd zijn beste vriend. En het was wel degelijk zijn dood, bij een schietpartij, die de inspiratie vormde voor het boek. Op die foto leek Big Boy op Sean Penn. Ik ben dus met hem gaan praten en hij was geïnteresseerd, maar uiteindelijk kon er toch geen deal gemaakt worden. Daarna werd mij gevraagd of ik Woody Harrelson wou ontmoeten. Op dat moment had ik reeds kennisgemaakt met een echte cowboy, in Cimarron. En Woody deed mij aan hem denken. Een blik in de ogen... ik kan het zelf niet zo goed definiëren. Maar omdat hij mij aan die man deed denken, dacht ik dat Woody een goede cowboy zou zijn voor deze film. Ik vertelde hem dat hij John Wayne mocht spelen. 'Oh', zei hij. 'John Wayne met enkele foutjes en gebreken.' John Wayne was trouwens op zijn best in films als Red River en The Searchers, als hij zo iemand mocht spelen: iemand met onvolkomenheden."

TITEL: The Hi-Lo Country. REGIE: Stephen Frears. SCENARIO: Walon Green, naar de roman van Max Evans. FOTOGRAFIE: Oliver Stapleton. MUZIEK: Carter Burwell. PRODUCTIE: Barbara De Fina, Martin Scorsese, Eric Fellner en Tim Bevan. VERTOLKING: Woody Harrelson, Billy Crudup, Patricia Arquette, Cole Hauser, Penelope Cruz, Sam Elliott, Katy Jurado, e.a. VS, 1998, kleur, 114 min. Gedistribueerd door Polygram.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234