Woensdag 07/12/2022

De coup is niet meer wat hij geweest is, maar de democratie evenmin

De misvattingen over shortcuts naar democratie maken deel uit van Egypte's autoritaire erfenis

Zoals de meeste menselijke dwaasheden klinken militaire coups aanvankelijk goed en falen ze altijd. Het leger maakt daarmee doorgaans een einde aan het bewind van een slechte civiele leider, aan corrupte instellingen of gestolen verkiezingen. Maar onder die chaos zitten politieke problemen die soldaten niet kunnen oplossen.' Het had een commentaar kunnen zijn op de ontwikkelingen in Egypte, maar dit edito van The Economistdateert van januari 2006, met Bengaalse strijdkrachten als coupplegers.

Wat toen gold, gaat nog altijd op. Of moeten we de afzetting van president Mohammed Morsi eerder beschouwen als een voortzetting van de revolutie, in plaats van een militaire coup? Beide. Revoluties zijn langgerekte, morsige processen met recurrente volkse uitbarstingen en recuperatiepogingen van een gefragmenteerde politiek-militaire elite. Coups zijn daar een onderdeel van. Dat ze door het volk worden gedragen, maakt hen nog niet wettig. Bovendien wordt een precedent geschapen dat ook de macht van de volgende democratisch verkozen leiders hypothekeert. Evenmin weerlegt de belofte van het leger om aan de uitoefening van de macht te verzaken, het feit dat het staatshoofd at gunpointis afgetreden.

Toegegeven, de staatsgrepen zijn niet meer wat ze geweest zijn. Ze komen de jongste tijd opvallend minder voor: de staatsgreep tegen Morsi is zelfs de eerste van dit jaar. In 'Coups and democracy' (gepubliceerd in The British Journal of Political Science) stellen Nikolay Marinov en Hein Goemans dat de militaire machtsgrepen die sinds de Koude Oorlog werden gepleegd, doorgaans minder schadelijk zijn voor de democratische ontwikkeling van een natie dan vroeger. Mondden slechts 59 van de 218 coups tussen 1945 en 1990 binnen de vijf jaar uit in verkiezingen, van de 43 die tussen het einde van de Koude Oorlog en 2006 plaatsvonden, gold dat voor 31.

De aanblik van duizenden, vaak jonge Egyptische, Turkse of Braziliaanse demonstranten die hun keel schor schreeuwen uit protest tegen bedenkelijke leiders en beslissingen, wekt de indruk dat democratie opgang maakt als wereldwijde waarde. Het goede nieuws, meent onderzoeker Doh C. Shin van het Center for the Study of Democracy van de Universiteit van Californië, is dat wereldwijd meer dan acht mensen op de tien van mening zijn dat democratie de beste vorm is van politiek bestuur.

Maar beseffen ze dat democratie grosso modo de volgende vijf concepten omvat: vrije, eerlijke, open verkiezingen, burgerrechten, gendergelijkheid, de scheiding van religie en staat en de ondergeschikte en niet-interveniërende rol van het leger? Geenszins. Shins studie geeft aan dat de Arabische wereld samen met het Indiase subcontinent daarover juist het slechtst is geïnformeerd. Eén burger op de twee ziet de noodzaak niet in van een scheiding van religie en staat, veertig procent acht een militaire coup soms acceptabel en één op de zes twijfelt aan het belang van gendergelijkheid. Democratie, zo concludeert Shin, "is dus hooguit work in progress".

En toch zijn de Egyptenaren er vol van. Wat bedoelen ze dan? Driekwart van hen, zo geeft onderzoek van het Pew Research Center aan, stelt democratie gelijk aan economische welvaart. En als ze moeten kiezen tussen een sterke economie of een functionerende democratie, opteert de helft voor het eerste.

Erst das fressen, het is nooit anders geweest. Wat wel is gewijzigd, is de slagkrachtvan de burger. In dit tijdperk van sociale media wordt Morsi na nipt een jaar bestuur gewipt omdat hij er niet in slaagde om de economische crisis te bezweren. De opluchting over zijn vertrek is begrijpelijk maar kortzichtig. Er zijn namelijk geen shortcutsnaar democratie. Dat het volk zich daar toch toe liet verleiden, weerspiegelt Egypte's autoritaire erfenis, zowel in politieke als in socio-culturele zin.

Tegelijk dwingen de gebeurtenissen er 's lands toekomstige leiders nu al toe om rekening te houden met de game changer die sociale media zijn. Waar het Nationaal Reddingsfront (NSF), de oppositiecoalitie van gewezen IAEA-baas Mohamed al-Barradei, Amr Musa en Hamdeen Sabahi, bij de eerste vrije verkiezingen niet in slaagde, kon de Tamarod-beweging, die miljoenen mensen op de been bracht, duidelijk wel. Met haar onvermoeibare mobilisatie op het politiek diffuse thema van 'waardigheid' wist zij Morsi te nekken. Er is dus bovenal meer en dieper democratisch denken nodig, zowel bij de Egyptische burger als bij de politieke elite die zijn belangen straks ter harte moet nemen. In die zin duurt de revolutie voort.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234