Woensdag 19/01/2022

De contouren van een onzichtbare man

Mark Eitzel was jarenlang het uithangbord van American Music Club. Sindsdien heeft hij een reeks fraaie soloplaten uitgebracht en aan dat lijstje voegde hij net nummer zes toe, The Invisible Man. Op die langspeler stoeit de Amerikaan uit San Francisco zowaar met beats, maar deze even verrassende als boeiende cd blijft vintage Eitzel. Gesprek met een man die gedrevener dan ooit lijkt en toch besluit: 'Het kan me allemaal niet meer schelen.'

Londen / Van onze medewerker

Christophe Verbiest

'I don't wanna be seen. It's like I don't wanna be me, I just want the songs to speak for me. And I won't speak for them", vertelde Mark Eitzel jaren geleden al in deze krant. Hij heeft altijd achter zijn liedjes willen verdwijnen, maar ironisch genoeg kwam hij nooit sterker naar voren dan op zijn nieuwe cd The Invisible Man. Die langspeler doorbreekt een stilte van meer dan drie jaar. Dat is een erg lange zwijgperiode, want tussen 1986 en 1998 bracht hij twaalf platen uit, waarvan zeven met zijn cultband American Music Club. Geruime tijd is gedacht dat die lange stilte het gevolg was van de dood in 1998 van Kathleen Burns, volgens Eitzel de enige vrouw die hij echt lief heeft gehad en de inspiratie voor vele van 's mans songs. Zelf biograaf Sean Body suggereert dat in zijn boek Wish the World Away, door een hoofdstuk onheilspellend te laten eindigen met: "Toen aan Eitzel in januari 1999 werd gevraagd wat hij de rest van het jaar wilde doe, antwoordde hij 'to be with Kathleen.'"

Journalisten en biografen hebben vaker een sterker gevoel voor dramatiek dan kunstenaars. De Eitzel die ik op een grijze namiddag in Londen ontmoet, is weliswaar zijn stem kwijt (hij klinkt als de broer van Tom Waits) en moe, maar dat komt door te hard te werken. En hij ontkracht meteen de stelling dat hij de jongste jaren niets heeft uitgericht. Het tegendeel blijkt zelfs waar, naar eigen zeggen heeft hij nooit harder gewerkt. De oorzaak van de lange stilte is een chronisch gebrek aan geld om een plaat op te nemen. "Ik ben heel lang met The Invisible Man bezig geweest. Pas toen ik wat geld had om een computer en wat ander materiaal te kopen, heb ik de cd in mijn huiskamer kunnen afmaken. Met datzelfde geld had ik zes dagen in een gewone opnamestudio kunnen doorbrengen. Ik had de keuze uit zo'n veertig songs en de selectie is bijna darwinistisch geweest. De liedjes die het beste klonken, hebben de plaat gehaald."

Die huiskamerbenadering heeft duidelijk een esthetische invloed, want bijna alle songs hebben een elektronische onderlaag. Soms blijft die wat op de achtergrond (bijvoorbeeld n het sublieme, een beetje aan eels herinnerende 'Can You See?'), op andere ogenblikken zijn die beats redelijk prominent, zoals in 'The Boy with the Hammer in the Paper Bag' of in het meeslepende 'To the Sea'. Is dat een goedkope poging van Eitzel om aansluiting te vinden bij wat hippere muziek? "Neen, ik had gewoon geen geld om muzikanten in te huren. Punt. Het was helemaal niet mijn bedoeling een elektronische plaat te maken. Ik luister weliswaar veel naar elektronische muziek, tegenwoordig hou ik nergens méér van dan van ambient, maar ik had een songwriting-cd op het oog. Maar dat is niet gelukt. Ook al omdat ik het moeilijk vind om andere mensen te zeggen wat ze moeten doen, om ze te vertellen wat ik in mijn hoofd hoor."

Geen nood, want The Invisble Man klinkt als vintage Eitzel. Gitaren zijn duidelijk geen noodzaak om zijn liedjes te ondersteunen. De klemtoon is in de loop der jaren almaar sterker naar 's mans stem verschoven en dat 'instrument' - nu eens zachtjes croonend, dan weer mild melancholisch - steelt de show op de nieuwe plaat. En natuurlijk ook wát Eitzel zingt, want hij blijft een van de grootste levende schrijvers van liedjesteksten. De songs op The Invisible Man handelen onder meer over afscheid en verlies, over afstoten en aantrekken, maar ook over een nogal geschift onderwerp als een Christian science reading room. "Het is een lokaal met een etalage waar je allerhande publicaties kunt lezen van die religie. Alles is positief en staat in het teken van hoop. Ik heb ooit een uur voor zo'n raam gestaan. Zo verbaasd was ik, maar je vindt ze wel in elke Amerikaanse stad."

Dat dertien songs The Invisible Man hebben gehaald en niet één van de zevenentwintig andere, heeft zoals eerder al aangegeven niet zozeer met de teksten te maken. Ziet Eitzel desondanks een link? "Natuurlijk, ik heb ze allemaal geschreven. En ik ben niet geniaal (daarover valt te redetwisten, ChrV), dus moeten sommige thema's wel geregeld opduiken, maar het kan me niet schelen. Dat illustreert mijn huidige houding: ik geef niet om het verleden, ik geef niet om de toekomst, er is alleen het werk dat ik moet doen. Weet je, er zitten beats onder de liedjes en als ik dan toch een rode draad moet geven, dan zeg ik beweging. Maar het is makkelijker om te zeggen wat deze plaat niet is: het is geen gekunstelde of ernstige cd, hij bevat veel humor, is los uit de pols gemaakt, ik wou vooral niet cool zijn. De lui die de cd hebben gemixt, zeiden me voortdurend: 'Mark, die beats zijn te hard, ze zijn te Duits.' En ik had zoiets van: 'Ik vind ze prima, trouwens mijn grootvader was een Duitser.' Maar ze bleven aandringen en dus heb ik toch maar toegegeven (zucht). De volgende plaat, zal ik zélf moeten mixen."

De cd eindigt met een niet-elektronisch liedje, 'Proclaim Your Joy', een catchy popsong die Eitzel "in vijf minuten schreef. Maar dat kan toch nooit een hit worden. Als je moet kiezen tussen 'Survivor' van Destiny's Child en 'Proclaim Your Joy', dan weet je het toch wel." Bij het beluisteren van The Invisible Man kun je moeilijk om Kathleen Burns heen. Als je weet hebt van haar overlijden, dan hoor je in de meeste songs hoe Eitzel haar dood probeert te verwerken. "Je hebt gelijk, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Dat onderwerp is me momenteel veel te somber. Oké?" Fair enough. Hoewel ik dacht dat meer dan zes jaar na de split van American Music Club er nog weinig nieuws viel te zeggen over de band, besliste Eitzel daar tijdens het interview ongevraagd anders over. "American Music Club was een van de beste groepen ooit, denk ik. Ik heb in het verleden gesteld dat ik de band heb opgeheven, maar dat was gelogen. Het probleem was: op onze beste momenten hadden we een groepslid die de boel samenhield. Eerst Tom Mallon, later Bruce Kaphan. Toen die laatste vertrok, was onze sluitsteen verdwenen. Dát is de reden van de split. Ik denk dat onze laatste Europese tournee, (die de groep ook naar de Botanique bracht, ChrV) tijdens dewelke we rockten als de beesten, erg destructief was. De managers verdienden zo'n 80.000 dollar en wij waren blut. Ons contract was hét voorbeeld van hoe je je kunt laten naaien. Daarenboven wilden twee groepsleden alleen nog in de band blijven als ze een salaris kregen. Ik ging ze geen 1.200 dollar per week betalen. Terwijl ik en Vudi daar geen nood aan hadden. Wij hadden best met minimale middelen willen toeren en thuis op de vloer bij de concertorganisator slapen. Weet je, ons einde was het gevolg van een hele reeks foute details. Ik hou nog altijd van die gasten hoor en Vudi is nog altijd mijn ultieme muzikale toetssteen." En waarom kon Eitzel de band niet op sleeptouw nemen? "(verschrikt) Oh, neen, ik was de songschrijver. Ik werd gehaat omdat ik bijna alle nummers bedacht. Vooral omdat ik daardoor meer verdiende. Ten eerste heeft het jaren geduurd voor mijn liedjes wat geld opbrachten en daarenboven gaf ik hen daar de helft van. Maar toen het geld binnenkwam, wou plots iedereen songs schrijven. Geen probleem, zei ik, als ze maar zo goed zijn als de mijne, want ik heb verdomme de voorbije tien jaar alle liedjes moeten schrijven. Vroeger kon me dat niets schelen, want ik was maar de idiote zanger, maar nu vind ik schrijven heel fijn en erg belangrijk, oké?"

En dat zorgde natuurlijk ook voor de nodige wrijving. Het is droef dat Eitzel amper een cultheld is. Tien jaar geleden al noemde Rolling Stone, toch het invloedrijkste Amerikaanse rockblad, hem de songwriter of the year. Was dat achteraf bekeken een lust of een last?

"Oh, maar ik heb alles gedaan om dat te ontkennen en te weerleggen. Overigens weet ik nauwelijks iets van songschrijvers. Ik weet gewoon niet zoveel van muziek. Ik luister vooral naar songs in functie van wat ik er kan uit putten. 'Dat is een goed idee, daar kan ik wat mee.' Ik ben hongerig naar die ervaringen. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van liedjes, áls ze over mijn leven gaan. Begrijp je? Toen ik de prijs kreeg, had ik nog nooit een plaat van Dylan opgelegd. Ja, ik kende Nick Drake en Phil Ochs een beetje en was een fan van Joni Mitchell en John Martyn, maar dat was het. Ik hield het nog het meest van Nico, maar zij is niet bepaald een songschrijver. Ik was toen vooral een man die songwriting-ideeën stal en daarmee liedjes bouwde." Alsof niet bijna elke liedjesschrijver dat doet?

"(oprecht verbaasd) Werkelijk? Ik heb er geen flauw benul van. En begrijp me niet verkeerd, ik wil niet vals bescheiden klinken. Ik wéét dat ik een song kan schrijven. Ik hoor zelden iemand wiens nummers ik hoger inschat dan de mijne. Songs: Ohia is een uitzondering." Quiet is the New Loud is niet alleen de titel van de cd van Kings of Convenience, je zou hem het motto kunnen noemen van een hele generatie artiesten, waarvan we het werk hier te lande wel eens als Duyster-muziek wordt omschreven, naar het Studio Brussel-programma van Eppo Janssen en Ayco Duyster, die deze artiesten (van Low over Spain tot Karate) een plek op de radio heeft bezorgd. Eén van de belangrijkste voorlopers van die generatie is ongetwijfeld American Music Club. Dat werd eind vorig jaar bevestigd door de tribute-cd Come on Beautiful, met onder meer Willard Grant Conspiracy, Calexico en Dakota Suite. "Tja, we hebben de boot gemist, typisch. En nu doe ik deze muziek die er totaal van verschilt. (lachend) Ik zou heel kalme liedjes moeten spelen voor een zeer rustig publiek en me ernstig gedragen. Maar daar heb ik geen zin in, fuck that shit. En voor alle duidelijkheid: ik voel me niet verbitterd." Hij zwijgt even en vervolgt dan: "Althans daar niet over. (lachend) Je moest eens weten waarover ik allemaal verbitterd ben."

Nochtans zingt hij in de nieuwe song 'Bitterness': "bitterness poisons the soul". Eitzel schreef het liedje nadat hij een documentaire zag over James Baldwin, onder meer bekend van het boek Giovanni's Room. De auteur, zwart en homo, had het in het naoorlogse Amerika niet makkelijk met zijn standpunten. "De zwarte revolutionairen wilden niets van hem weten, omdat hij gay was. Maar toen ik die documentaire zag, had ik zoiets van: jongen toch. Tot ik bedacht dat ik soms even bitter ben als hij was. En ik heb niet eens een kwart van zijn talent, ik bezit niet eens een tiende van zijn strijdpunten, dus waarom bitter zijn? (gespeeld schreeuwend) Als ik erover nadenk, ja dan kan ik veel redenen opsommen. Maar ach, bitterheid is een vergissing, niet? Een verschrikkelijke verspilling van tijd, want wat is het resultaat? Je eindigt eenzaam en verlaten."

Over homoseksualiteit gesproken, op The Invisible Man herneemt Eitzel 'Steve I Always Knew', een nummer dat een paar jaar geleden al op Lover's Leap USA stond, een obscure cd die Eitzel alleen tijdens een concerttoernee verkocht. 'Steve I Always Knew' is 's mans outing-song. "Het gaat over een verhouding die ik heb met een man, ja, maar het is niet bepaald a gay-positive song. Ik vermoed dat ik veeleer biseksueel ben. Ik heb overigens een hekel aan die begrippen. Jarenlang heb ik er nauwelijks over kunnen schrijven, maar nu deert het me niet meer. Ik ben oud en lelijk, pfft, wat doet het er nog toe? Ik heb het ontdekt toen ik nog in American Music Club zat en iedereen steunde me geweldig. Tot ik een liedje over homoseksualiteit wou schrijven, 'How Many Six Packs Does It Take to Screw in a Light' met name, dan moest ik de tekst veranderen om de band te plezieren. Weet je wat ook een rem was? Een liedje moet uit mijn hart komen, ik kan een onderwerp niet op een pakweg politieke manier benaderen. Dylan kan dat, maar hij is dan ook geniaal."

En Eitzel is Tom Robinson niet, die twintig jaar geleden een hit had met 'Gladd to Be Gay'. "Dat klopt, al kan ik Tom ten zeerste pruimen. Maar een song uit je hart scheuren, is moeilijk, want ik wil mijn hart niet openen voor de wereld, want die is gevuld met mensen die (onderbreekt zichzelf) Een ding heb ik lang geleden geleerd: laat mensen nooit je overtuigingen ter discussie stellen. Want dat is een regelrechte aanval op je persoonlijkheid. Dat klinkt misschien paranoïde, maar neem het van mij aan: dat is het niet." In het verleden beweerde Eitzel graag bij hoog en bij laag dat zijn liedjes niet over hem handelden. Dat viel zeker te geloven, maar dat ze in zijn leven waren geworteld was echter even duidelijk, temeer daar hij soms hints gaf tijdens concerten. Maar nu valt tijdens het gesprek, bijna achteloos, het volgende zinnetje: "Als je een liedje schrijft, dan heb je het altijd over jezelf." Weliswaar voegt hij er meteen een "misschien, ik weet het niet" aan toe, maar toch: wat is er veranderd? Het antwoord is even duidelijk als krachtig: "Het kan me allemaal niet meer schelen."

The Invisible Man is verschenen op Matador en wordt verspreid door Konkurrent. Mark Eitzel speelt op donderdag 31 mei om 20 uur in de Botanique, Koningsstraat 236, Brussel. Info: 02/218.37.32.

'Voor alle duidelijkheid: ik ben niet verbitterd''Deze cd is los uit de pols gemaakt. Ik wou vooral niet cool zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234