Zaterdag 18/01/2020

De commandant die de vlag redde

Het is niet omdat het fort van Eben-Emael al na enkele uren werd ingenomen dat alle Belgische forten aan de oostgrens het onderwerp van spot moeten blijven. Diep onder de grond weigerden de commandanten van de forten van Aubin-Neufchâteau en Tancrémont zich over te geven. En de Belgische driekleur werd ongeschonden uit de buik van België gered. Met dank aan: commandant d'Ardenne.

Het Belgische leger dacht in 1940 dat het goed voorbereid was op een nieuwe inval van de Duitsers. In 1914 bleken de forten rond Luik niet bestand tegen het superkanon, Dikke Bertha. Een kwarteeuw later waanden de forten van Eben-Emael, Tancrémont, Battice en Aubin-Neufchâteau zich onoverwinnelijk. Ze waren strategisch geplaatst in de vlakte tussen de Ardennen en het Drielandenpunt, pal in de Voerstreek. Het Belgische opperbevel ging ervan uit dat de Duitsers hun tanks niet door de bossen en heuvels zouden jagen, maar zouden kiezen voor een inval op die plek.

Wie vandaag het fort van Aubin-Neufchâteau bezoekt raakt al snel onder de indruk. Een argeloze reiziger op doortocht zal het fort nochtans niet zien. Het ligt 38 meter onder de grond en aan de oppervlakte is enkel een kleine glooiing zichtbaar. Hier, in de buik van de Voerstreek, konden 450 soldaten gedurende dertig dagen overleven zonder hulp van buitenaf. Er was voldoende proviand en een generator aangedreven door vier grote dieselmotoren van 135 pk deed de gangen en kamers van het fort baden in het licht. De 12 zware kanonnen en mortieren, 10.000 obussen en 300.000 patronen voor machinegeweren maakten van deze reuzenbunker een te duchten tegenstander.

Een mens vraagt zich af hoe zo'n fort een rol van betekenis kan spelen terwijl de manschappen zo diep onder de grond zitten. Dat was enkel mogelijk dankzij een goede voorbereiding. Overal in de omgeving werden verkenners gestationeerd. In kerktorens, in boerderijen, in huizen, in bunkers. Die moesten zo snel mogelijk de commandant van het fort, kapitein-commandant Oscar d'Ardenne, op de hoogte brengen van elke mogelijke troepenbeweging van de vijand. Dat kon via een fijnmazig netwerk van telefoonverbindingen. In het fort lagen kaarten van de streek en voor elk doelwit was vooraf berekend in welke hoek de kanonnen en de mortieren moesten worden opgesteld. De gevreesde 81 mm mortier kon doelen raken tot 3.600 meter.

Een regen van bommen

Als de Belgische regering had gedroomd de Duitsers dit keer aan de oostgrens te kunnen tegenhouden in plaats van aan de IJzer, dan kwam de ontnuchtering al in de vroege uurtjes van 10 mei 1940. Een gerichte aanval met parachutisten en gesofisticeerde explosieven schakelde het 'oninneembare' fort van Eben-Emael in luttele uren uit. Het was een geweldige propaganda-overwinning van de Duitsers. Die rukten tot overmaat van ramp dwars door de Ardennen op naar het westen zodat ze de forten in de Voerstreek gewoon... links lieten liggen. De episode werd in 2008 nog eens verteld in de Eén-fictiereeks De smaak van De Keyser (met een jonge Matthias Schoenaerts).

En toch verdienen de commandanten van die forten, en dan vooral die van Aubin-Neufchâteau en Tancrémont, een plaatsje in het collectieve geheugen van alle Belgen. Het campagnedagboek van kapitein-commandant d'Ardenne werd enkele jaren geleden (in fotokopie-vorm) uitgegeven door de vzw Fort Aubin-Neufchâteau. Het biedt de mogelijkheid om de krijgsverrichtingen tussen 10 mei 1940 en 21 mei op de voet te volgen.

Wanneer de verkenners melden dat het Fort van Eben-Emael wordt aangevallen, laat d'Ardenne een salvo van 500 obussen afvuren. Hij is vast van plan zich te verdedigen. De Duitsers kruipen als mieren over het fort. Alle ingangen worden geblokkeerd en de geschutskoepels worden neergelaten als grote schildpadden.

Dagenlang wordt het fort door zware Duitse artillerie en vanuit de lucht bestookt. Het geeft geen krimp. Vandaag is nog steeds de schade te zien aan de ingang: meer dan een paar brokstukken konden de Duitsers niet van de bunkermantel schieten ondanks een salvo van 24 uur met 88 mm luchtafweergeschut (FMAL).

Op 16 mei vraagt de Duitse bevelhebber, kolonel Rünge, om overleg te plegen. D'Ardenne stemt toe op voorwaarde dat vier gijzelaars worden vrijgelaten. Wanneer dat gebeurt, krijgt hij het verzoek om zich "om humanitaire redenen" over te geven. Hij weigert en laat prompt bijna een salvo van 8.000 schoten los op de Duitse stellingen. De verliezen, onder meer 34 officieren, aan Duitse kant zijn groot.

Commandant d'Ardenne schrijft in zijn dagboek van 16 mei, 20 uur: "Aankondiging dat onze jongens geciteerd zijn op de Dagorde van het Leger en de Natie." Deze eervolle vermelding komt boven op de lof die koning Leopold III diezelfde ochtend had toegezwaaid aan "de forten van Luik". "Ik ben fier op u", had de koning gezegd.

De woede van de Duitsers neemt toe en de hevigheid van de beschietingen ook. Van de avond van 16 mei tot 18 mei regent het onophoudelijk bommen op het fort. Terwijl bijna alle forten in de omgeving zich overgeven, weigert d'Ardenne over capitulatie te praten.

Wanneer op 21 mei de munitievoorraad opgebruikt is, heeft hij geen enkele keuze meer. Hij laat alle kanonnen in het fort onklaar maken en laat de witte vlag hijsen. Kolonel Rünge is een man van eer. Hij gunt d'Ardenne een eervolle aftocht. Zijn mannen krijgen een dag rust en worden dan als krijgsgevangenen weggevoerd naar Eischtätt in Beieren. D'Ardenne zal daar later ook zijn degen terugkrijgen, als teken van respect voor zijn moedige verdediging van het fort. Hij krijgt zelfs de toestemming om de mascotte van zijn eenheid, een beeld van Sint-Barbara, in zijn eigen privébezit te houden.

D'Ardenne heeft op dat moment zijn grootste triomf al behaald. Klassiek bij de overgave van een eenheid is dat de overwinnaars op zoek gaan naar de vlag van hun tegenstanders. De Duitsers kammen dan ook dagenlang het fort uit maar de vlag blijft spoorloos. Die zat namelijk netjes verstopt... in het Sint-Barbarabeeld dat de Duitsers zoals afgesproken per koerier hadden laten afleveren bij de vrouw van d'Ardenne in Dalhem. Het driekleur heeft nu nog steeds een ereplaats in het gemeentehuis van Aubin-Neufchâteau.

Vrijwilligers

Het Fort van Aubin-Neufchâteau is toegankelijk voor het publiek. Tot voor kort waren het de oudstrijders van toen die er rondleidingen gaven, maar tegenwoordig zijn ook een paar jongeren bereid gevonden om die rol over te nemen. In de zomer is een rondleiding vooral een verfrissende ervaring: meer dan 10 graden is het niet in de gangen van het fort.

Na de capitulatie gebruikten de Duitsers het fort om te experimenteren met een nieuw soort granaat. Deze Röchling-obus kon zich door dikke betonlagen boren. Gelukkig beschikten de Duitsers in mei 1940 nog niet over deze wapens, want anders had het fort - dat nochtans een dak van 25 meter beton en mergel heeft - het niet overleefd.

Het fort is eigendom van het Belgische Leger, maar een vzw baat met schaarse middelen een museumpje uit in de Rue Colonel d'Ardenne. Dat museum is verrassend goed gestoffeerd. Vooral de foto's die de Duitse propagandadienst maakte van de belegering van het fort zijn historisch.


BEVELVOERDER VAN HET FORT VAN TANCRÉMONT

De commandant die bleef vechten

Het verhaal van kapitein-commandant d'Ardenne is aandoenlijk en staat bol van de ouderwetse heroïek. Maar eigenlijk verdient zijn collega, commandant Devos, ook een eervolle vermelding in de geschiedenisboekjes. Devos leidde de troepen in het fort van Tancrémont. Dat werd door de Duitsers eigenlijk zo goed als ongemoeid gelaten. Het is vandaag nog te bezoeken. Devos mag er zich op beroemen dat hij bleef doorvechten, ook al had koning Leopold III zich overgegeven. Op 29 mei, toen de koning al gevangen genomen was door de Duitsers, moest Devos er met man en macht van overtuigd worden dat het Belgische leger wel degelijk gecapituleerd had. Ontmoedigd gaf hij zich over aan de vijand. Zijn fort was het laatste stukje België dat dapper weerstand had geboden aan de Duitsers... ook al werd het bijna niet aangevallen.

http://fort-aubin-neufchateau.be/fr/

Leestip: De mannen van Aubin-Neufchâteau (fotokopie) door Paul Charlier, uitgegeven door de vzw Fort de Neufchateau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234