Zondag 29/01/2023

AchtergrondProces aanslagen

De ‘clowns’ op het Brusselse terreurproces: welke rol speelden de broers Farisi écht in de aanslagen?

De broers Smail en Ibrahim Farisi. De eerste wordt mee beticht van ‘moord en poging tot moord in een terroristische context’. De tweede wordt alleen maar vervolgd voor ‘deelname aan de activiteiten van een terroristische groep’.  Beeld Phillip GALLANT
De broers Smail en Ibrahim Farisi. De eerste wordt mee beticht van ‘moord en poging tot moord in een terroristische context’. De tweede wordt alleen maar vervolgd voor ‘deelname aan de activiteiten van een terroristische groep’.Beeld Phillip GALLANT

De een wil transseksuele prostituees laten oproepen als getuigen, de ander wil de jury vooral duidelijk maken wat voor ­zware drinker hij is. Smail en Ibrahim Farisi, verdachten 9 en 10 op het proces rond de aanslagen van 22 maart 2016, lijken voluit te gaan voor de rol van clowns.

Douglas De Coninck

Hoe stom kun je zijn? Dat wordt dé vraag waartoe alle andere zullen worden herleid, als de juryleden op het grote terreurproces over een maand of acht toekomen aan die over schuld of onschuld van verdachten nummers 9 en 10. Dat zijn Smail Farisi (38) en zijn vier jaar jongere broer Ibrahim. Anders dan de andere verdachten verschijnen de broers in vrijheid voor hun rechters. Op het proces willen ze aantonen dat ze geen terroristen zijn, maar vooral ook geen praktiserende moslims.

Toen Ibrahim in september enkele dagen voor de (valse) start van het proces hoorde dat zijn broer op last van het federaal parket was aangehouden en ze vast ook hem zouden komen halen, sloeg hij op de vlucht. Hij ging zich verstoppen in een kerk met een fles wodka.

Smail wil dan weer twee transseksuele prostituees laten oproepen als getuigen. “Om aan te tonen hoe zijn zeden op de meest extreme manier in strijd zijn met die waar de terroristen voor staan”, verduidelijkte zijn advocaat Sébastien Courtoy eerder. “En om duidelijk te maken bij wie het van de terroristen ontvangen geld terecht is gekomen.”

Zuipflat

Als speurders van de cel-terrorisme van de federale politie Fatiha Ifekiran in mei 2022 ondervragen over haar oudste zoon, ziet ze een voor en na 22 maart. “Smail verliet het huis niet meer”, zei ze. “Hij at nog nauwelijks, hij was heel triest en stil. Ik heb hem gezegd dat hij naar een psycholoog moest gaan. Hij wilde niet.”

Terwijl de speurders in de eerste uren na de aanslagen niet veel meer in handen hebben dan bewakingsbeelden van drie onbekende mannen achter hun trolleys in de vertrekhal in Zaventem, realiseert Smail Farisi zich bij het zien ervan in Hotel Mama in Anderlecht meteen om wie het gaat.

Smail, mislukt in een loodgietersopleiding en ontelbare keren gezakt voor hij op zijn 23ste met school stopte, bleef tot zijn dertigste bij zijn ouders inwonen. “Hij deed niets”, verklaart vader Mustapha. “Hij heeft nooit gewerkt. Hij amuseerde zich graag.”

Smail stempelde, verloor zijn uitkering en was na een jaar of zeven niet meer welkom bij het OCMW van Anderlecht. In februari 2015 kwam hij thuis met groot nieuws. Hij ging eindelijk eens beginnen aan zijn volwassen leven. Hij had een studio gevonden, sprak over een gezin dat hij wilde stichten.

De studio, in de Kazernenlaan in Etterbeek, was er een van het plaatselijke OCMW. “Ik was erop tegen”, zegt Mustapha. “Als je het ouderlijk huis verlaat, doe je dat om op je eigen benen te staan. Na een tijdje begreep ik dat Smail dankzij die studio zijn OCMW-rechten herwon.”

De vader snapte het niet zo goed. Zijn oudste had nu wel een studio, maar bewoonde die amper. “Ongeveer een jaar lang was hij meer bij ons dan in zijn appartement”, zegt Mustapha. “Hij kwam daar alleen maar om zijn post op te halen. Hij sliep bij ons, at bij ons. Ik gaf hem de raad om dat appartement op te zeggen. Het diende nergens voor.”

Smail Farisi zelf zegt in een verhoor: “Als ik ging zuipen, dan ging ik in dat appartement slapen. Ik had een ernstig probleem met alcohol en ik wilde niet dat mijn ouders me zo zagen. Als ik niet dronken was, ging ik naar mijn ouders.”

Bij het OCMW in Etterbeek wil al zes jaar niemand de kwestie becommentariëren. Want het klinkt een beetje gek. Omdat Smail zich fictief liet domiciliëren in Etterbeek, cashte hij daar bij het OCMW een leefloon van 810 euro, waarvan 650 euro meteen terugvloeide naar datzelfde OCMW, als eigenaar van het flatje. Het complex in de Kazernenlaan paalt aan het hoofdkantoor van het OCMW.

Geen argwaan

Eind september 2015 liep Smail in het centrum van Brussel per toeval zijn oude schoolkameraad Ali El Haddad Asufi tegen het lijf. Asufi legde uit dat een andere oud-klasgenoot, Ibrahim El Bakraoui, dakloos was en dringend op zoek was naar een slaapplek.

El Bakraoui, een van de latere kamikazes in Zaventem, was recent vrijgekomen na een celstraf voor een roofoverval met een kalasjnikov. Hij was eerder die zomer opgepakt in het Turkse Gaziantep, waar hij ervan verdacht werd zich te willen aansluiten bij Islamitische Staat en op een vliegtuig richting Schiphol werd gezet. Tot zijn eigen verrassing werd hij bij zijn aankomst níét aangehouden. Per 21 augustus had de strafuitvoeringsrechtbank wel zijn voorwaardelijke vrijlating herroepen, waardoor de minste identiteitscontrole hem meteen in de cel kon doen belanden. Op 3 oktober leidden Smail en Ali hun oude schoolkameraad rond in de studio. Prima, zei El Bakraoui.

“Smail heeft me over die jongen verteld”, verklaart moeder Fatiha later. “Hij had hem ontmoet op restaurant. Ik heb nog gezegd dat hij moest uitkijken, maar Smail is naïef en heeft die jongen de sleutel van zijn studio gegeven. Hij zei dat het een oude kennis was, en welopgevoed.”

Smail zelf legt zijn ondervragers later uit: “Het OCMW betaalde de huur en Ibrahim betaalde mij 400 tot 500 euro, één keer zelfs 800 euro.” Of hij dan zelf geen contradictie zag met het feit dat diezelfde El Bakraoui beweerde dakloos te zijn? Antwoord van Smail: “Ik wist niet waar het geld vandaan kwam. Het belangrijkste voor mij was dat ik het kreeg. Ik wist dat Ibrahim in de gevangenis had gezeten, maar had geen argwaan. Ik zei tegen mezelf dat mensen kunnen veranderen.”

Drie van de hoofdbeklaagden op het Brusselse terreurproces (vlnr): Mohamed Abrini, Osama Krayem en Salah Abdeslam. Krayem was een van de mannen die een tijdlang in het Etterbeekse flatje van Smail Farisi verbleef. Beeld BELGA
Drie van de hoofdbeklaagden op het Brusselse terreurproces (vlnr): Mohamed Abrini, Osama Krayem en Salah Abdeslam. Krayem was een van de mannen die een tijdlang in het Etterbeekse flatje van Smail Farisi verbleef.Beeld BELGA

Studio 402 op de vierde verdieping in de Kazernenlaan 39 in Etterbeek is mini. Er is een badkamertje, een keukenhoek en een leefruimte van 5 bij 5 meter. In de hal beneden draait een bewakingscamera die zijn beelden maandenlang opgeslagen houdt. Dat laat de speurders achteraf toe te reconstrueren hoe Ibrahims broer Khalid – de latere kamikaze in Maalbeek – al na enkele dagen mee de studio introk.

Smail zelf kwam bijna dagelijks op bezoek, ook toen de broers El Bakraoui er in de avond van 18 november 2015 samen met Mohamed Bakkali tussen de Franse tv-nieuwszenders heen en weer zaten te zappen. Bakkali behoorde net als de El Bakraoui’s tot de logistieke hulpjes bij de aanslagen van 13 november in Parijs. Die bewuste nacht bestormden antiterreurdiensten in de Parijse voorstad Saint-Denis de laatste schuilplaats van leider Abdelhamid Abaaoud. Smail Farisi zat met drie medeplichtigen naar livebeelden te kijken, maar zou zich dat op geen enkel moment hebben gerealiseerd. Een volgend camerabeeld laat zien hoe Smail op 13 januari 2016 samen met Ibrahim El Bakraoui de flat verliet en die laatste een bril, een muts en een pruik droeg.

Potje honing

Op dinsdag 15 maart 2016 was er de schietpartij in een ander safehouse in Vorst. De Algerijnse IS-strijder Mohamed Belkaïd werd doodgeschoten door de politie, de daar ondergedoken Salah Abdeslam en Sofien Ayari vluchtten. De schietpartij bleek achteraf de katalysator voor de aanslagen van 22 maart. Anders dan gepland, zou de terreurcel niet wachten op het EK voetbal in Frankrijk, maar uit schrik voor arrestaties zo snel als mogelijk toeslaan in Zaventem en Brussel.

Op woensdag 16 maart, daags na de schietpartij, plaatste de krant La Dernière Heure mugshots van Ibrahim en Khalid El Bakraoui op zijn voorpagina. De krant bracht hen in verband met de terreurcel en de al maanden voortvluchtige Salah Abdeslam, en meldde een dag later dat het appartement in Vorst “werd gehuurd door een van de broers El Bakraoui”.

Wat weerhield Smail er die dag van de politie te verwittigen? Het is de vraag die op het proces meer dan een keer zal worden gesteld. Met één telefoontje had Smail 32 mensenlevens kunnen redden − 33 eigenlijk, weten we intussen, na de keuze van de Kontichse Shanti De Corte (23) voor euthanasie.

Smail Farisi, tijdens het vooronderzoek: “Het was de slechtste beslissing van mijn leven. Ik twijfelde, ik heb gereageerd als een kind. Tussen 15 en 18 maart ben ik meerdere keren naar het appartement gegaan. Ibrahim was er niet meer, wel Khalid en een figuur (IS-strijder Osama Krayem, red.) die ik nooit eerder had gezien. Hij leek op een Arabier of een Zuid-Afrikaan.”

Over een van die avonden, na Vorst en heel kort voor 22 maart, verklaart hij: “Ik heb daar die avond op de plankenvloer geslapen. Omdat ik gezopen had. Khalid zei dat ze het appartement weldra zouden verlaten. Hij zei dat ze dinsdag weg zouden zijn. Hij zei er niet bij dat ze zich die dag gingen opblazen.” In een ander verhoor zegt hij: “Het was niet afgesproken dat ze zich zouden opblazen.”

Smail Farisi maakte zich in de ogen van de speurders extra verdacht door op vrijdag 18 maart, de dag van de arrestatie van Salah Abdeslam, zijn studio binnen te gaan en die na tien minuten te verlaten met een glazen bokaal in zijn hand. De speurders verdachten Smail op basis van camerabeelden een tijdlang van assistentie bij de productie van springstof TATP, waarvoor in het andere safehouse, in Schaarbeek, lege confituurpotten zijn gebruikt. De TATP-productie ging dat weekend in overdrive, om tegen dinsdag voldoende explosieven te hebben.

“Het ging om honing”, bezwoer Smail zijn ondervragers. “Mijn vriend Loucine had keelpijn. Ik had hem gezegd dat ik nog een potje honing had staan in Etterbeek.”

Nader onderzoek van de camerabeelden gaf hem gelijk.

Ibrahim El Bakraoui (l.) met bril en pruik in de hal van Smail Farisi’s OCMW-studio. Hij zou zich wat later opblazen in de luchthaven van Zaventem. Beeld rv
Ibrahim El Bakraoui (l.) met bril en pruik in de hal van Smail Farisi’s OCMW-studio. Hij zou zich wat later opblazen in de luchthaven van Zaventem.Beeld rv

Smail is er zelfs nooit toe gekomen om Khalid El Bakraoui te vragen waarom ze zijn flatje huurden, terwijl ze volgens La Dernière Heure ook huurders waren in Vorst. “Khalid zei me dat dat allemaal niet waar was”, zegt Smail. “Dat ze alleen maar banditisme deden en men hen erbij wou lappen. Na Vorst had ik de politie moeten verwittigen. Ik ga het mezelf mijn hele leven kwalijk blijven nemen dat ik hen heb geloofd.”

Hoe geloofwaardig kan deze uitleg klinken in de rechtszaal? Naast de broers Farisi zit beklaagde nummer 8, de Rwandese moslimbekeerling Hervé Bayingana Muhirwa. Hij verborg na 22 maart 2016 zowel Mohamed Abrini, de man met het hoedje, als Osama Krayem in zijn flatje in Laken. Je kon in die dagen geen scherm aanvinken of daar verschenen opsporingsbeelden. Uitleg van de Rwandees: “Ze gaven mij 100 euro en ik heb dat aanvaard.”

Sébastien Courtoy, de advocaat van Smail Farisi, put hoop uit de conclusies van psycholoog Jacques De Mol, die zijn cliënt met het oog op het proces onderzocht. Hij beoordeelde diens verstandelijke vermogens als “van een intellectueel niveau dat grenst aan mentale achterstand in de vorm van lichte sub-debiliteit”.

Waar is de paarse rugzak?

Op 22 maart ontwaakte Smail bij zijn ouders. Hij had die ochtend een afspraak bij het OCMW van Etterbeek. “Ik keek tv”, zegt hij later. “Het ging over de aanslagen op Zaventem. Ik kon me niet losmaken van het scherm. Toen ik de foto van de drie kamikazes zag, voelde ik een klik. Ik begreep dat de El Bakraoui’s erbij betrokken waren. Misschien wou ik het op dat moment gewoon niet geloven.”

Smail trok naar zijn afspraak bij het OCMW, maar kwam vast te zitten in de chaos van stilgelegd metroverkeer. Hij ging een café binnen en vernam daar dat er nu ook een bom was ontploft in Maalbeek. “Hij is rond elven teruggekeerd”, herinnert moeder Fatiha zich. “Het leek alsof Smail moeite had om te ademen.”

Op woensdag 23 maart trekken Smail en Ibrahim rond elven naar de flat om spullen te sorteren. In de namiddag belt Ibrahim vanuit een telefoonwinkel zijn vriend Redouan. Die werkt bij Taxis Verts en deelt met zijn vriend Fouad een Citroën Berlingo. Redouan en Fouad pikken Ibrahim op aan de Stalingradlaan in Brussel en rijden naar de Kazernenlaan in Etterbeek. Fouad herinnert zich achteraf dat het ging om het verhuizen van “een witte matras, vijf vuilniszakken en diverse andere voorwerpen”. Een grote paarse rugzak, onder andere.

Tijdens de terugrit bedenkt Ibrahim zich dat het zonde zou zijn om de kleren zomaar weg te gooien. “Ofwel zou hij ze weggooien, ofwel schenken aan Islamic Relief in de Ulensstraat in Molenbeek”, zegt Fouad. “Hij heeft ons gevraagd om eerst daarnaartoe te rijden om daar de kleren te droppen. Dat heeft hij gedaan met die vijf zakken. Ik hoorde hem zeggen: ‘Dit is voor papa, en dit is om weg te gooien.’ Daarna zijn we naar zijn ouders gereden in Anderlecht.” Daar, in de Peterboswijk in Anderlecht, wordt de flatscreen uitgeladen, en ook een tv-meubeltje en een hifiketen.

Mustapha Farisi: “Daar stond ook een rugzak op het voetpad. Nadat ik de andere spullen binnen had gezet en mijn garage afgesloten, stond die daar nog. Ik weet niet wat er verder van geworden is.”

Het gaat om de rugzak waarmee Osama Krayem in metrostation Pétillon op zijn stappen is teruggekeerd. Hij heeft het TATP-poeder in de toiletpot van Smails OCMW-studio weggegoten en doorgetrokken. De op dat ogenblik meest gezochte rugzak ter wereld is vermoedelijk in de Peterboswijk door een toevallige voorbijganger meegenomen. Ibrahim zegt dan weer dat de rugzak met de kleren mee in de container is gegaan.

Ontzettend dom

Op 9 april trekken Smail en Ibrahim voor het laatst naar de Kazernenlaan, want daar moet nog een deurslot worden vervangen. “Er stonden veel journalisten voor het gebouw”, legt Ibrahim later uit. “Ik heb een van hen aangesproken. Hij zei dat er een huiszoeking aan de gang was. We zijn naar boven gegaan. We zagen dat de deur verzegeld was.”

In het dossier zit een verklaring van zijn zus Fatima: “Toen Smail het met Ibrahim over de aanslagen had, zei hij dat mensen die zo’n dingen deden gek waren. Hij begreep dat niet. Hij zei: ‘Hebben die dan niets beters te doen?’ Smail heeft dan zijn appartement herkend op tv. Ibrahim heeft hem ertoe aangezet om naar de politie te gaan.”

Als de broers het politiecommissariaat in de Kazernenlaan binnen stappen, worden ze eerst vriendelijk ontvangen. Na een paar minuten stormen de speciale eenheden met getrokken machinegeweren binnen en worden ze gearresteerd. Telkens ze hun verhaal verteld proberen te krijgen, vormt zich boven de hoofden van hun ondervragers een gedachtewolk: “Zo ontzettend dom kun je toch niet zijn?”

Bloemen, kaarsen, vlaggen en tekeningen op het Beursplein in Brussel brengen hulde aan de slachtoffers van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek op dinsdag 22 maart.  Beeld photo_news
Bloemen, kaarsen, vlaggen en tekeningen op het Beursplein in Brussel brengen hulde aan de slachtoffers van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek op dinsdag 22 maart.Beeld photo_news

Ibrahim, die volhoudt dat het verband tussen de weggevoerde spullen en de aanslagen hem pas na zijn arrestatie is uitgelegd, werd na zeven maanden vrijgelaten. Smail zat één jaar en negen maanden in de gevangenis. Het federaal parket wou de broers eerst apart vervolgen op een correctioneel proces, maar zowel raadkamer als kamer van inbeschuldigingstelling oordeelden dat alle verdachten gelijk moeten worden behandeld. De broers staan hierdoor mee te recht op het grote terreurproces, maar achter aparte tafeltjes. Ze zitten niet mee in de veel besproken glazen box.

Toen hun moeder in 2016 werd ondervraagd over hun mate van ‘radicalisering’, antwoordde ze: “Mijn zonen beleven religie op een moderne manier. Als ze gesluierde meisjes zien, vinden ze dat niet normaal. Voor hen draait de islam om beleefdheid en respect.”

Vader Mustapha: “Ze kennen helemaal niets van de islam. Ik heb hen proberen op te voeden zoals ik dat werd, maar ze wilden nooit luisteren. Ze doen niet graag het gebed, ze drinken alcohol. Ze gaan ook al niet naar de moskee. Ik zou blij zijn geweest als ze de Koran hadden willen lezen, al was het maar in het Frans.”

Nu rest de broers Farisi geen andere keuze dan publiek te etaleren wat ze voor hun ouders in de OCMW-studio in het verborgene deden: zich laveloos drinken, seks hebben met onbekende meisjes of – in het geval van Smail – met transseksuele prostituees. Dankzij het huurgeld dat Ibrahim El Bakraoui hem toestopte.

Smail wordt op het proces met de anderen mee beticht van ‘moord en poging tot moord in een terroristische context’, iets wat zijn advocaat “te gek voor woorden” noemt. Ibrahim wordt alleen maar vervolgd voor ‘deelname aan de activiteiten van een terroristische groep’. Smail riskeert in theorie levenslang, Ibrahim vijf tot tien jaar gevangenisstraf.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234