Maandag 16/09/2019

Focus

De Chinezen komen, met cash

Beeld REUTERS

66 miljard euro. Dat bedrag hebben Chinese bedrijven in de eerste vijf maanden van 2016 in Europese bedrijven gepompt. Niet enkel een record, maar ook meer dan de laatste tien jaar van Chinese investeringen in Europa bij elkaar opgeteld. China is op een niet te stoppen overnamepad. Moeten we ons zorgen maken?

U herinnert zich de consternatie toen een investeringsfonds uit Hongkong het Belgische lederhuis Delvaux kocht in 2011. Onpersoonlijk Chinees geld dat zich een meerderheidsbelang kocht in het Brusselse familiebedrijf. We vreesden op dat moment het tipje van de enorme en onvermijdelijke Chinese ijscashberg die kleine en grote fijngepolijste kroonjuwelen zou opkopen en omvormen tot karakterloze klonen.

Hoeveel de Chinezen voor Delvaux hebben betaald, weten we niet, wel dat er tussen 2000 en 2015 voor 1,68 miljard euro aan Chinese investeringen in ons land is gedaan. Dat is voorlopig niet zo veel. Ter vergelijking, Marc Coucke verkocht zijn Omega Pharma in 2014 aan het Amerikaanse Perrigo voor 3,6 miljard euro. Toch staat het vast dat Chinees geld zijn weg naar België zal blijven vinden. Zo snuffelt investeringsfonds Fosun vandaag aan de Belgische eigenaar van pretparken Walibi en Bellewaerde.

Wat vijf jaar geleden nog veraf leek, ontrolt zich de laatste jaren met hoge snelheid. Het ene na het andere Europese bedrijf valt deels of volledig in handen van Chinese investeerders.

Dit weekend berichtte Le Monde dat datzelfde investeringsfonds Fosun zijn zinnen heeft gezet op de Franse toerismegroep Compagnie des Alpes, nadat het eerder al Club Med had gekocht.

Gisteren raakte bekend dat de Italiaanse voetbalclub Inter Milaan voor bijna 70 procent in handen komt van de Suning Commerce Group, de grootste elektronicaketen van China. Stadsgenoot AC Milan, in handen van Silvio Berlusconi, zou in gesprek zijn met ontwikkelaar Wanda Group, dat al een vijfde bezit van de Spaanse topclub Atlético Madrid.

'Nog maar het begin'

De cijfers liegen er niet om. In een recent rapport constateerde het Mercator Institute for China Studies dat Chinese investeringen in Europa vorig jaar afklokten op 20 miljard euro, een groei van 44 procent tegenover 2014 en een vertienvoudiging tegenover 2009 (zie grafiek). De voorlopige cijfers van dit jaar zijn wat vertekend door de 43 miljard euro die voor zaaigoedproducent Syngenta op tafel zijn gelegd, maar de trend valt niet te ontkennen. "Er is een enorme groei, en we staan nog maar aan het begin", zegt China-specialist Jonathan Holslag (VUB).

De Chinese koopwoede kent een aantal oorzaken. Dat er na de kredietcrisis van 2008 Europese bedrijven aan interessante voorwaarden in de vitrine staan, speelt uiteraard een rol. De Chinese autobouwer Geely kon zo het noodlijdende Volvo, een van de Zweedse kroonjuwelen, in 2010 binnenrijven.

Koopjes zijn aantrekkelijk, maar je moet natuurlijk ook over cash beschikken. Laat net dat in overvloed aanwezig zijn in China. Het land heeft de grootste reserve aan buitenlandse deviezen ter wereld, 2.894 miljard euro, en die mag de deur uit. "De Chinese overheid heeft de opdracht gegeven om die deviezen te gebruiken om zo toegang te krijgen tot de buitenlandse dienstensector en kennis."

Jonathan Holslag (VUB) Beeld Jonas Lampens

In 2015 zijn die reserves overigens gekrompen met dik 440 miljard euro, maar dat is voor een groot deel toe te schrijven aan de pogingen van de Volksbank om de waarde van de Chinese munt, de yuan, te ondersteunen. Die staat onder forse druk door de zorgen over de afkoelende Chinese economie.

Om de industrie weer aan te zwengelen beseft China al even dat een omslag nodig is. Het wil af van het infuus van de export, waar het land jarenlang enorm snel en hard door is gegroeid. Peking beseft dat er meer nodig is. Het wil de binnenlandse economie beter op de koopzucht van de snel aangroeiende middenklasse afstellen. Maar dat loopt niet even vlot als gehoopt. "Vandaag draait 17 procent van de fabrieken rode cijfers", zegt Holslag. "Veel bedrijven proberen de oververzadigde Chinese markt nu te ontvluchten en zoeken naar afzetgebieden in het buitenland."

Europa is bijzonder interessant voor de Chinezen. En de interesse gaat verder dan wat opportunistische solden na de crisis. Europa's economie is een veilige haven, met bovendien een schat aan kennis. Daar had China al deels toegang toe via bedrijfsspionage, maar wanneer het zich in een bedrijf inkoopt, ligt die knowhow gewoon voor het rapen. Kennis die op haar beurt in China kan worden ingezet om de industrie te moderniseren en dus op maat van de behoeftes van de nieuwe middenklasse te maken. In die logica past het bod dat de Chinese huishoudtoestellenfabrikant Midea Group gisteren op de Duitse robotfabrikant Kuka AG heeft gedaan (zie DM 7/6).

De vraag is hoe je ermee omgaat, en de meningen zijn sterk verdeeld. De Duitse overheid wil de verkoop van Kuka aan de Chinezen tegenhouden. Economieminister Sigmar Gabriel heeft al bij Duitse reuzen als Siemens AG en naar verluidt ook Bosch gepolst om hen tot een bod op Kuka te overhalen.

Kandidaat-overnemer Midea begrijpt er weinig van en ook het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft al gereageerd bij monde van woordvoerder Hua Chunying: "Ons principe is dat we win-winsamenwerkingen tussen bedrijven van over de hele wereld aanmoedigen. Het is niet goed om zakelijke activiteiten te politiseren."

Volvo en Geely

Volvo is intussen meer dan vijf jaar in Chinese handen. Vorig jaar heeft de autobouwer voor het eerst meer dan een half miljoen auto's verkocht. Met dank aan het Chinese geld.

"Er is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van technologie, nieuwe producten en productiecapaciteit", zegt groepswoordvoerder Stefan Elfström. "In tegenstelling tot wat iedereen geloofde, intern en extern, zijn hoofdkwartier noch fabrieken naar het buitenland verhuisd. In plaats daarvan hebben onze nieuwe eigenaars begrepen dat het cruciaal is om het merk verder uit te bouwen op basis van onze Zweedse roots."

Het is een controversieel onderwerp, omdat Europa het Chinese kapitaal enerzijds met beide handen wil ontvangen, maar er anderzijds huiverig tegenover staat. Het schijnbaar bodemloze vat vol geld staat in schril contrast met de moeilijkheden die Europese bedrijven ondervinden om in eigen streek aan krediet te geraken. Banken zijn na de kater van de kredietcrisis afkerig geworden van risico, maar zijn ook aan strengere regels gebonden. Een westerse zwakte waar China op inspeelt.

Maar het verontrust ons ook. Dat komt aan de ene kant voort uit culturele verschillen. China-kenner Catherine Vuylsteke: "Er zijn reële redenen voor die angst. Het Chinese politieke kader is autoritair - er zijn geen vakbonden bijvoorbeeld, het land is geen echte rechtsstaat en bovendien zijn er grote problemen met de kwaliteitscontrole van goederen. Wanneer een Amerikaans bedrijf hier een groot concern opkoopt, kraait er geen haan naar."

Aan de andere kant weet elke ondernemer dat een gratis lunch niet bestaat. Zo'n investering komt er dus niet zonder meer.

"Wanneer China geld in een buitenlands bedrijf pompt, zit er altijd een addertje onder het gras", zegt Balazs Ujvari, onderzoeker bij het Egmont Instituut en het European Policy Centre. "Ze geven geld, maar dan moet er bijvoorbeeld wel met Chinese bedrijven en zelfs arbeiders worden gewerkt. Op die manier vloeit het geld weer naar China."

Het land voert die investeringspolitiek al jaren in de Afrikaanse infrastructuur. In Europa kan dat niet zomaar. Lidstaten van de Europese Unie worden verplicht om voor infrastructuurwerken een openbare aanbesteding uit te schrijven. Het meest competitieve voorstel haalt de opdracht binnen. De strengere EU-regels maken het de Chinezen een stuk lastiger om hier grote infrastructuurprojecten binnen te halen.

China-kenner Catherine Vuylsteke. Beeld rv
Chinees president Xi Jinping in gesprek met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. Beeld EPA

Nieuwe zijderoute

De nieuwe hogesnelheidslijn tussen de Servische hoofdstad Belgrado en de Hongaarse hoofdstad Boedapest wordt wel door een Chinees consortium gebouwd. De bedoeling is om via de Griekse haven in Piraeus, in handen van China, de eigen goederen langs de hogesnelheidslijn tot in de rest van Europa te vervoeren. Het valt dus maar af te wachten wanneer het volgende grote project door hen gebouwd wordt om een vers afzetgebied voor hun oververzadigde markt te vinden.

Die Chinese gretigheid in Europa is niet zonder gevaar. De zogenaamde zijderoutepolitiek van president Xi Jinping, die Chinese industriesteden via investeringen in infrastructuur beter wil laten aansluiten op de handelscentra in Azië, Europa, het Midden-Oosten en Afrika, is erop uit om bedrijven uit eigen land een dominante rol te laten spelen in de hele ketting: van de controle en verwerking van grondstof over transport en distributie tot dienstverlening. Op die manier wil China grote conglomeraten bouwen à la Siemens of Bosch.

Vorig jaar nog zei Xi Jinping tijdens een staatsbezoek van koning Filip en koningin Mathilde aan China dat hij een plaats ziet voor Antwerpen in de nieuwe zijderoute. Holslag maakt zich druk over de kortetermijvisie in Europa.

"De Chinezen zijn met een financiële uitputtingsslag onze economie kapot aan het maken", zegt Holslag. "Op termijn betekent dat verlies van jobs en toegevoegde waarde."

De professor waarschuwt dat er een heel agressieve industrie- en handelspolitiek achter de Chinese expansiedrift zit. "Investeren is geen liefdadigheid. We moeten blijven inzien dat dit niet zomaar een samenloop van ambities van bedrijven is."

Is het dan maar een kwestie van tijd voor we helemaal overspoeld worden door Chinese producten, bedrijven en arbeiders? Holslag noemt de angst in ieder geval terecht en vindt dat we ons geen stroop om de mond mogen laten smeren. Volgens hem moeten we durven een vuist te maken tegen Peking.

Holslag: "Het is een interessant gegeven dat China wil participeren in Eandis (de Vlaamse energienetbeheerder is in gesprek met State Grid Corporation of China om hen een belang van 14 procent te verkopen, AF), terwijl het voor Europese bedrijven verboden is om in bepaalde Chinese nutsbedrijven te stappen."

Catherine Vuylsteke bekijkt het anders. "Er dringt zich een nieuw evenwicht op. Europa heeft de wereldeconomie in de voorbije eeuwen op een weinig ethische wijze gedomineerd, een dergelijke situatie kon niet worden bestendigd. Wel moeten we opkomen voor onze rechten, en ondersteuning bieden aan de strijd voor rechten in China zelf."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234