Maandag 15/08/2022

AnalyseChina

De Chinese machtstentakels duiken op in Afghanistan. Wat zijn Pekings plannen?

Afghanen in Kaboel ontvangen begin april zakken rijst die zijn gedoneerd door China. Beeld EPA
Afghanen in Kaboel ontvangen begin april zakken rijst die zijn gedoneerd door China.Beeld EPA

Een Chinees restaurant heeft Kaboel nog niet, wel is er al een Chinese enclave. Springen de Chinezen in het gat dat de Amerikanen hebben achtergelaten? Interesse is er zeker, maar China beseft ook dat Afghanistan een wespennest is.

Rob Vreeken

Chinatown in Kaboel! Het bestaat echt. Naast een rotonde in Taimani Road, in het noordwesten van de stad, staan twee met elkaar verbonden flatgebouwen die samen Etihad Tower heten. Op de rechtertoren staat in rode kapitalen ‘China Town’, op de linker ‘The Belt and Road’. Ernaast hetzelfde in Chinese tekens.

Dit een Chinese wijk noemen is overdreven. Toch belichaamt Etihad Tower wel degelijk de bescheiden, maar wellicht veelbelovende aanwezigheid van China in Afghanistan. Springen de Chinezen in het gat dat de Amerikanen hebben achtergelaten? Zo’n vaart zal het niet lopen. Liever kijken ze de kat uit de boom. Maar mogelijkheden voor een inniger band tussen Pekingen de taliban zijn er wel degelijk.

Chinatown is voornamelijk een gastenverblijf en werkruimte voor Chinese zakenlieden die tijdelijk in de Afghaanse hoofdstad verblijven. “Op het ogenblik is het stiller, door alle gebeurtenissen”, zegt de manager van Etihad Tower, Haji Abdul Hadi. “Maar ze zullen ongetwijfeld terugkomen.”

Sommige Chinese gasten zijn particuliere handelslieden. Zij komen voor de export naar Afghanistan van Chinese producten (van alles en nog wat) of de import naar China van een beperkt aantal Afghaanse goederen, vooral gedroogd fruit en edelstenen. De meesten echter zijn potentiële investeerders. Hun belangstelling gaat voornamelijk uit naar infrastructuur. “Vooral zonnesystemen en elektriciteit”, zegt Hadi.

Vooruitgeschoven handelspost

De Chinese enclave bestaat sinds twee jaar. Een vooruitgeschoven handelspost in het rauwste deel van Centraal-Azië, in een land dat nog net een stukje grens deelt met China, enkele tientallen kilometers Wakhan-corridor, hoog in de bergen van de Hindoekoesj. Een Chinees restaurant is er niet eens, hier in Kaboel. Wel zijn er winkels met Chinese spullen en etenswaren, bestemd voor Chinese klandizie. Belt and Road Mall, heet het ietwat overdreven.

‘Belt and Road’, ook de naam van de linkertoren, verwijst naar het plan van China om zijn rol in de wereldeconomie aanzienlijk te vergroten, vooral door een steviger voetafdruk in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Het Belt and Road Initiative (BRI) dateert uit 2013 en is een idee van president Xi Jinping zelf, het is hoeksteen van zijn buitenlands beleid.

‘Nieuwe Zijderoute’, de bijnaam van BRI, roept niet voor niets herinneringen op aan de eeuwenoude handelsroutes die de Chinese oostkust via Centraal-Azië verbonden met Europa en het Midden-Oosten. Hetzelfde is weer de bedoeling, zij het dat de Chinezen hun net nu wijder uitgooien, tot in Afrika, en hun activiteiten niet beperkt zien tot im- en export.

“BRI heeft zelfs weinig te maken met internationale handel”, zegt Alexander Wang, hoogleraar aan de Shanghai International Studies University, daarmee een “wijdverbreid misverstand” rechtzettend. De belangrijkste handelspartners van China zijn de VS, Europa, Japan en Zuidoost-Azië. “Allemaal ontwikkelde landen”, aldus Wang. Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten zijn voor China’s handel van ondergeschikt belang. Zo ook Afghanistan: als consumentenmarkt niet interessant.

“Het gaat bij BRI in de eerste plaats om infrastructuurprojecten: wegen, bruggen, dammen, havens, elektriciteitscentrales”, zegt Wang, die in Afghanistan is om de potentie van Chinese investeringen te onderzoeken. “Afghanistan heeft hard infrastructuur nodig. Chinese aannemers zijn daar heel goed in.”

Geen gram koper uit de grond

Ruim tien jaar geleden hebben de Chinezen al eens een weg aangelegd in Afghanistan, naar de centraal gelegen stad Bamyan. Maar de Amerikanen, die een grote vinger in de pap hadden in Kaboel, waren beducht voor een al te grote invloed van China. Ook taande de belangstelling van Chinese wegenbouwers toen bij Jalalabad enkele van hun ingenieurs werden ontvoerd.

Bij het graafwerk voor de kopermijn Mes Aynak in de provincie Logar zijn restanten van een boeddhistisch klooster ontdekt.  Beeld Shah Marai / AFP
Bij het graafwerk voor de kopermijn Mes Aynak in de provincie Logar zijn restanten van een boeddhistisch klooster ontdekt.Beeld Shah Marai / AFP

Iets dergelijks gebeurde met de kopermijn Mes Aynak in de provincie Logar. Voor de ontginning van de vermoedelijk op een na grootste koperreserves in de wereld hadden twee Chinese ondernemingen al in 2007 het leasecontract verkregen. Het project wekte in de buitenwereld nogal eens de indruk dat de Chinezen ‘uit zijn op de bodemschatten van Afghanistan’. Naast koper bevat de bodem immers ook ijzer, goud, zilver, chromiet, nefriet, bauxiet, olie en vooral het kostbare lithium – te verwerken in batterijen.

Dat is sterk overdreven. Er is tot nu toe geen gram koper uit de grond gehaald, er is zelfs nooit een mijn aangelegd. Tussen de regering en de Chinezen ontstond onenigheid over geld en de contractvoorwaarden. Bovendien maakten de VS bezwaar, zegt Ainuddin Najman, een Afghaanse zakenman die is gespecialiseerd in handel met China. Volgens hem lokten de Amerikanen zelfs de taliban naar Logar, om de Chinezen af te schrikken. Een gerucht, maar inderdaad: de taliban kwamen naar de provincie en de Chinezen dropen af zonder een spade in de grond te hebben gestoken.

Wespennest

Het voorbeeld maakt duidelijk waarom China heus niet van plan is zomaar het door de VS achtergelaten vacuüm op te vullen. De Chinezen beseffen goed dat Afghanistan een wespennest is. Het land verwierf sinds de 19de eeuw een reputatie als ‘kerkhof van grootmachten’ en China sluit liever niet aan in het rijtje Groot-Brittannië, Sovjet-Unie en VS.

Zolang niet duidelijk is welke kant het opgaat met het instabiele, door geen land erkende talibanregime, zullen de Chinezen niet al te gretig zijn. Het investeringsklimaat is uiterst onzeker. Dat China zijn ambassade in Kaboel heeft opengehouden en in september als eerste land hulp aanbood zegt natuurlijk wel iets, maar ook Peking heeft de nieuwe regering nog niet erkend.

Dat neemt niet weg dat China vanwege het Belt and Road Initiative wel degelijk belangstelling heeft voor Afghanistan. Het land ligt in het hart van de regio die China verbindt met alle gebieden die voor BRI relevant zijn, zoals Iran en Pakistan. Afghanistan zou perfect aansluiten bij de China-Pakistan Economic Corridor, een wezenlijk onderdeel van BRI. Zo is Afghanistan onderdeel van de Vijf Landen Spoorweg, een Chinees plan voor een spoorverbinding tussen Oost- en West-Azië.

China doneert rijst aan ongeveer drieduizend gezinnen in Kabul, begin april.  Beeld EPA
China doneert rijst aan ongeveer drieduizend gezinnen in Kabul, begin april.Beeld EPA

Een opmerkelijk opwarmertje voor dit alles is het succes van de export van pijnboompitten naar China. Die kwam pas vier jaar geleden op gang, maar eind 2019 hadden Afghaanse handelaren al voor 1,7 miljard euro aan contracten met China afgesloten, voor een periode van vijf jaar.

Na de chaos van de machtsovername waren beide landen er als de kippen bij om de luchtbrug voor pijnboompitten van Afghanistan naar China te herstellen. Toen de Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken in oktober in Doha zijn Chinese collega ontmoette, had hij een veelzeggend presentje bij zich: een doos pijnboompitten.

Ontluikende sfeer van coöperatie

Uiteraard zijn de pitten niet een toverstaf voor economisch herstel in Afghanistan, en uiteraard is het voor China veel minder belangrijk dan voor Afghanistan. Pijnboompitten spelen in het BRI-concept een, laten we zeggen, bescheiden rol. Toch kunnen ze wel degelijk bijdragen aan de ontluikende sfeer van coöperatie tussen Kaboel en Peking.

Sowieso moet de landbouw niet worden onderschat. Volgens Wang kan China daarin een rol spelen. “Afghanistan heeft genoeg land”, zegt hij. “Er zijn mogelijkheden voor katoen, voor gedroogd fruit. Alleen is er infrastructuur nodig: water, kunstmest, zaden, kapitaal. China heeft daar veel ervaring mee.” Ook een voedselverwerkende industrie kunnen de Chinezen helpen opzetten.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Er is nog een reden waarom China het oog heeft gericht op Afghanistan: extremisme. Honderden leden van de gewapende Islamitische Beweging van Oost-Turkestan (ETIM) bevinden zich in het noordwesten van het land. ETIM bestaat uit Oeigoeren uit de autonome Chinese regio Xinjiang, die aan Afghanistan grenst. Met harde hand onderdrukt Peking het separatisme in Xinjiang. China wil dat de taliban ETIM de deur wijzen en alle banden verbreken.

Ook zolang dit probleem niet is opgelost, zal China huiverig zijn grootschalig te investeren in Afghanistan. “China zal onze voornaamste partner zijn”, zei talibanwoordvoerder Zabihullah Mujahid twee weken na de machtsovername in augustus. “Dat biedt ons veel kansen. China is bereid te investeren en de wederopbouw te steunen.”

Dat was geheel en al vanuit Afghaans perspectief gezien. “De toekomst van Afghanistan ligt in China”, zegt zakenman Najman. Maar vooralsnog niet andersom.

Aanjager van infrastructurele projecten

Het Belt and Road Initiative (BRI) van de Chinese president Xi Jinping voorziet voor China in veel behoeften. Op de eerste plaats is BRI een aanjager van infrastructurele projecten, zegt Sanne van der Lugt, tot voor kort China-onderzoeker bij Clingendael en het Leiden Asia Centre.

Het Chinese stimuleringspakket in de financiële crisis van 2008 leidde tot een enorme boost in mega-infrastructuurprojecten in China. Dit leverde bouwbedrijven veel ervaring op, maar ook een capaciteit die na enige jaren te groot was geworden voor de verzadigde Chinese markt.

De oplossing: ‘Go West’, zoals dat in Peking heette. Elders in Azië (en daarbuiten) bestond juist grote behoefte aan infrastructuur. Het gebrek daaraan belemmerde bovendien de handel met China.

“Een andere uitdaging voor China,” zegt Van der Lugt, “is dat de groei van China voor buurlanden beangstigend en jaloersmakend was. Om te voorkomen dat ze hun heil zouden zoeken bij de VS en Europa, zocht China een manier om de ‘hearts and minds’ te winnen van de omringende landen, om te beginnen in Centraal-Azië.”

Andere motieven voor BRI zijn: het creëren van een gezamenlijke markt als tegenwicht tegen de EU, het vergroten van het internationale gebruik van de renminbi, de Chinese munt, en meer in het algemeen de invloed van het Westen in Azië en Afrika verminderen. Het opkomen voor regio’s die lang door het Westen zijn gedomineerd, vergroot de politieke invloed van China.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234