Woensdag 24/07/2019

De Charles Dickens van de schilderkunst

Ford Madox Brown (1821-1893) was een excentrieke schilder. Hij combineerde een modern sociaal engagement met een belangstelling voor middeleeuwse kunst. In Gent loopt een fijn overzicht van zijn merkwaardig oeuvre.

Het werk van Ford Madox Brown is apart en tegelijk herkenbaar. Vermoedelijk heeft die herkenbaarheid te maken met zijn opleiding die hij grotendeels in België heeft gekregen en zijn artistieke wortels die bij de Vlaamse en Italiaanse primitieven liggen. Van Eyck, Memling, Holbein en het Italiaanse licht hebben zijn werk diepgaand beïnvloed, maar zijn thematiek en soms schrille zuurtjeskleuren zijn wel degelijk door en door Engels.

Ford Madox Brown werd in 1821 in Calais geboren. Zijn vader was een militair die na de Napoleontische oorlogen in Noord-Frankrijk was blijven hangen. Voor het armlastige gezin was Engeland - en zeker Londen - te duur om te gaan wonen. Misschien ligt in Browns armoedige jeugd de basis voor zijn latere sociaal engagement.

"Van Calais trok Brown naar de kunstacademie van Brugge", vertelt cocurator van de tentoonstelling Bruno Fornari. "Die academie was dichtbij en had een goede reputatie." Na Brugge ging de Engelsman in Gent studeren - twee keer kreeg hij les van leermeesters die zelf nog bij de Franse schilder Jacques-Louis David in de leer waren geweest. Bij hen leerde Brown tekenen in een strenge stijl. Eind 1838 trok hij naar Antwerpen, waar de academie geleid werd door Gustave Wappers, de voorman van de Belgische romantische school, die toen al een ruime reputatie had verworven met enkele monumentale historische doeken zoals Tafereel van de septemberdagen 1830 op de Grote Markt in Brussel (1835, KMSK Brussel). In Antwerpen werd de nadruk gelegd op tekenen en oudheidkundige exactheid. Er heerste aan de gereputeerde academie een strenge discipline en Brown moest er hard werken.

Zijn vroegste werken zijn helaas verloren gegaan - of zijn voorlopig niet teruggevonden - maar in zijn tekeningen en schilderijen die hij na zijn vestiging in Engeland vanaf 1844 maakt is de invloed van Wappers en van de toentertijd in heel Europa geprezen historieschilder Henri Leys sterk te merken. De onderwerpen mogen dan uit de Engelse cultuur en geschiedenis afkomstig zijn - Willem de Veroveraar, King Lear van Shakespeare, en Geoffrey Chaucer - Brown schildert als een tekenaar. De details zijn minutieus, de figuren statisch en de koppen bijzonder expressief: de erfenis van zijn opleiding bij Wappers. De volle composities verwijzen dan weer naar de barokschilders die hij zowel in Vlaanderen als Italië gezien heeft.

Brown mag dan de middeleeuwen idealiseren, tegelijk staat hij met beide voeten in de sociale realiteit van de 19de eeuw. Dat blijkt in de grootste zaal die in het Gentse museum aan hem gewijd is. In plaats van mythen of veldslagen die het nationale verleden moesten verheerlijken, bracht hij de grote vraagstukken van de Victorian Age in beeld, zoals de klassenstructuur en de daaruit voortvloeiende sociale ongelijkheid.

In The Last of Engeland (1852-'55) schildert hij zichzelf en zijn tweede echtgenote als emigranten op een schip. In 1852 verlieten maar liefst 350.000 mensen Engeland op zoek naar een beter bestaan in Australië en andere kolonies. De blik van de twee staat op oneindig, de white cliffs of Dover verdwijnen achter hen.

Browns meesterstuk is het schilderij Work (1852-'65), waarin hij een doodgewone straatscène schildert. Centraal staan twee grondwerkers: zij zijn de helden van het doek. Zij worden omringd door alle rangen en standen: haveloze straatkinderen, een zwakzinnige bloemenverkoper, een dame uit de hogere standen, een evangeliste, de adel te paard, een bierverkoper en, slapend in de berm, enkele (vermoedelijk Ierse) werklozen. De twee mannen rechts die de scène gadeslaan zijn intellectuelen: Thomas Carlyle en Frederick Maurice. Maurice was de oprichter van opleidingsinstellingen voor arbeiders, Carlyle bekritiseerde het liberale economische systeem en de politieke corruptie. Zelfs de honden in het schilderij verraden stuk voor stuk hun sociale afkomst.

Het werk barst van de betekenisvolle details: een man staat in de verte op een ladder te werken, een politieagent jaagt een sinaasappelverkoopster weg en op straat lopen sandwichmannen. Het is een indrukwekkend tableau vivant van de toenmalige Engelse klassensamenleving, 'proper' geschilderd maar met een sociaal-kritische ondertoon die eenzelfde instelling verraadt als Charles Dickens, tijdgenoot van Brown en schrijver van romans als Hard Times en Oliver Twist.

Het dubbelportret van zijn eigen zoon en een wild Iers meisje (een sinaasappelverkoopstertje dat hij voor Work had gevonden) zijn verpersoonlijkingen van twee Engelse klassen. Brown stelt ze als evenwaardig voor. Wat verderop hangt in Gent het ontwapenende portret Mauvais sujet, een 'lastpak', nog zo'n ontembaar meisje.

Ford Madox Brown is altijd zijn eigen weg gegaan, zijn kunst heeft nooit goed verkocht hoewel hij een tijdlang kon werken voor een gulle mecenas, de eigenaar van een loodfabriek, van wie hij ook een sprekend portret maakte. Brown wilde ook nooit toetreden tot de prerafaëlitische broederschap, hoewel die Engelse schildersgroep in hem het lichtend voorbeeld zag.

Ford Madox Brown krijgt in Gent een treffende hommage. Een rustige, serene en sterke tentoonstelling, een typische expositie die het keurmerk draagt van de vorige week overleden conservator Robert Hoozee.

INFO
Ford Madox Brown. Pionier van de prerafaëlieten tot 3 juni in Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, Gent. www.mskgent.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden