Zondag 24/10/2021

De champetters vanKuregem

Kuregem geniet een slechte reputatie. Klein Chicago, zo noemen Brusselaars die nooit een voet in Chicago hebben gezet het. Nochtans is er goed nieuws in de buurt die vorige week nog door een gasontploffing door elkaar werd geschokt. Anderlecht draait zijn probleemwijk niet langer de rug toe. Straten worden heraangelegd, panden gerenoveerd en straathoekwerkers op pad gestuurd. Sinds december heeft Kuregem bovendien een eigen politiekantoor. Wijkagenten moeten het vertrouwen van de burger terugwinnen, dat is het ideaal van de nieuwe eenheidspolitie. Op stap met grootstedelijke champetters die veel door de vingers moeten zien.

Erik Raspoet

Foto's Tim Dirven

Kuregem heeft een microklimaat. De temperaturen zijn normaal, maar de neerslag in deze wijk van Anderlecht is uniek. Het regent er namelijk glas en zwerfvuil. De scherven liggen op het trottoir of op het wegdek, dat hangt af van de ruitentikker. Sommigen kiezen de passagierskant, anderen slaan hun slag bij voorkeur aan de chauffeurszijde. Het zwerfvuil is een op het eerste gezicht frivool fenomeen. Bij de geringste windstoot voeren papier en plastic een wervelend ballet op. Kinderen zitten nooit verlegen om een blik of een petfles als ze hun traptechniek willen oefenen. Ze hoeven evenmin lang te zoeken als ze huisje Weltevree willen spelen. Koelkasten, televisietoestellen, meubels en matrassen: de hele uitzet ligt hier voor het oprapen. Soms zijn de afdankertjes netjes tegen een gevel gestapeld, dat is dan het werk van een attente sluikstorter. Meestal echter wordt het lukraak uitgekieperd, op een stuk braakland of ongegeneerd op de stoep. Glasscherven en zwerfvuil, het zijn slechts de symptomen van een slepende ziekte waar ze in Brussel een nieuwe naam voor hebben bedacht. La cureghemisation, vrij te vertalen als een proces van extreme verpaupering en verloedering.

Voor de lezer die niet vertrouwd is met de hoofdstedelijke geografie: Kuregem ligt geprangd tussen de Anderlechtsepoort, het Zuidstation en het Kanaal, het is een met losse steken gehaakte lap van tweeëntachtig straten waar de Bergensesteenweg als een rits door loopt. De wijk telt een goeie twintigduizend inwoners, van wie iets meer dan de helft de Belgische nationaliteit heeft. De werkloosheid bedraagt er 33 procent, dubbel zoveel als het Brusselse gemiddelde. Zelden krijgt Kuregem een goede pers. In 1997 bijvoorbeeld was deze wijk het toneel van zware migrantenrellen. Jongeren sloegen massaal aan het muiten nadat een drugsdealer bij een rijkswachtcontrole werd doodgeschoten. Vorige week was het alweer prijs. Een gasontploffing in de Bergensesteenweg eiste één mensenleven en vijf zwaargewonden. De precieze oorzaak van de explosie is nog onduidelijk, maar het drama zegt wel iets over de huisvesting in Kuregem. Niemand wist bij benadering hoeveel mensen in het zwaar verkrotte pand verbleven, laat staan dat iemand de identiteit van de Afrikaanse en Oost-Europese huurders kende.

Toch is er in de periode tussen de migrantenrellen en de gasexplosie wel degelijk iets veranderd. Alle autoriteiten hebben intussen begrepen dat Kuregem een smeulende tijdbom is. Het Brussels Gewest pompt via wijkcontracten miljoenen euro's in de renovatie van huizen, de heraanleg van straten en het implementeren van verkeersplannen. Zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap investeren zwaar in het verenigingsleven. Het wemelt in Kuregem dan ook van de opbouwwerkers en straathoekanimators. Ook de politie doet een duit in het zakje. De wijk Kuregem is een pilotproject voor de zone Brussel Zuid, waaronder Anderlecht sinds de oprichting van de eenheidspolitie op 1 januari 2001 ressorteert. Meer blauw op straat, bij voorkeur in de gedaante van wijkagenten die het contact met de burger herstellen, dat was een van de nobele intenties van de politiehervorming. In Kuregem wordt eraan gewerkt.

Twintig jaar geleden werden de laatste agenten uit de wijk teruggetrokken. Centralisatie was toen het toverwoord van de gemeentepolitie. Heel Anderlecht werd bediend vanuit het hoofdkantoor in de Démosthènestraat, aan gene zijde van het Kanaal. Gevolg: de inwoners van Kuregem, grootverbruikers van politiediensten zoals zal blijken, moesten voor het geringste wissewasje de auto of de metro in. Ander gevolg: blauw op straat werd in Kuregem synoniem voor voorbijrijdende patrouillewagens met anonieme agenten aan boord. Meer dan eens klonken bij hun doortocht verwensingen en gingen middelvingers de lucht in.

In december werd in Kuregem een wijkkantoor van de politiezone Brussel Zuid geopend. De keuze viel op een weggestructureerd Fortis-filiaal aan het Raadsplein. Af en toe stapt nog een verstrooide klant binnen om er zijn spaarboekje te consulteren, tot groot jolijt van de agenten aan het onthaal, die overigens geen goed woord veil hebben voor hun nieuwe stek. Met groeiend begrip luisteren we naar hun jammerklacht. Inderdaad, het pas geopende politiekantoor barst nu al letterlijk uit zijn voegen. Twee ploegen van tien agenten werden samengepropt in een bankfiliaal dat op hooguit vijf medewerkers is berekend. Het gebrek aan vierkante meters is niet het enige ongemak. Aan de inrichting werd duidelijk geen euro te veel besteed, zelfs gordijnen voor de eerste verdieping konden er niet af. "Het is niet te doen", foetert adjunct-wijkdirecteur Eddy D'Haeyer, die ons maandagmiddag ontvangt. "Als de zon binnenvalt, zien we niets meer op ons computerscherm." Op termijn verhuist het wijkkantoor naar het gemeentehuis aan de overkant van het Raadsplein, maar de voorlopige aard van het onderkomen is geen troost. "Ik ken dat", moppert D'Haeyer. "Voorlopig, dat is bij de politie een erg rekbaar begrip."

Geduld is een mooie deugd, ook bij het realiseren van deze reportage. Ons doel: we willen met de wijkagent op stap in Kuregem. Alle toelatingen van hogerhand hebben we op zak, en toch hebben we vierentwintig uur na onze eerste verschijning op het wijkkantoor nog geen meter in het voetspoor van een agent gelopen. Niet dat we te klagen hebben over een gebrek aan medewerking. Wijkdirecteur Jozef Vansevenant, gewezen brigadecommandant van de rijkswacht in Anderlecht, heeft vanmorgen nog eens zijn geloof in de wijkagent beleden. "Een goede wijkagent", zo betoogde hij, "is goud waard. Dat heb ik geleerd als jonge rijkswachter in Gistel. Daar had je nog champetters die het hele dorp bij naam en voornaam kenden. Dat de Pier te veel dronk, dat de Jef zijn vrouw aframmelde, ze waren van alles op de hoogte. Ik ben vaak bij de champetter mijn licht gaan opsteken." Het beeld bracht me onwillekeurig aan het lachen. Veldwachters, het klonk gek in een stadsdeel waar je het aantal grassprieten op twee handen kunt tellen. En Pier of Pol, die zul je hier ook niet zo gauw meer tegen het lijf lopen. Maar Jozef Vansevenant liet zich niet uit zijn lood slaan. "Of ze nu Pier en Pol heten dan wel Mohamed en Mustapha, dat maakt niet uit. Een goede wijkagent kent zijn pappenheimers. Ik geloof in dit initiatief. Vroeger leerde Kuregem de politie vooral van haar repressieve zijde kennen. Dat imago moeten we corrigeren. Daarom is er een strikte taakverdeling met het hoofdkantoor. Gespierde interventies laten we over aan de Démosthènestraat, wij rapporteren de problemen en beperken ons voorts tot lokale aangelegenheden. De inwoners van Kuregem hebben goed gereageerd op onze komst. Ons kantoor is zelfs gespaard gebleven van graffiti, dat had ik nooit verwacht."

Ook de Peugeot van de Kuregemse politie is de eerste weken ongeschonden doorgekomen. Een auto voor eenentwintig man, het is erg weinig, maar Vansevenant buigt de nood om in een deugd. Wijkagenten hebben geen auto nodig. Ze lopen te voet of bedienen zich van de fietsen die helaas net als de gordijnen op zich laten wachten. In zijn stoutste dromen ziet hij een wijkagent per twee straten. "Dat heb ik op televisie gezien in een documentaire over Tokio", zegt hij. "Daar is de wijkagent een echte vertrouwenspersoon voor de burger." Resoluut de straat op, dat is dus het parool. En toch zitten we hier al uren geduldig te wachten op een kans om een wijkagent in zijn element te observeren. Wat we daarentegen wel zien, is de befaamde kloof tussen de goede intenties en de harde realiteit. Politieagenten zeulen rond met dikke dossiers onder de arm. Vansevenant had het met een wanhopig gebaar toegegeven. Zijn wijkagenten verzuipen in het papierwerk, ze komen amper hun kantoor uit, laat staan dat ze tijd vinden om het vertrouwen van de burgers te winnen. Grote spelbreker is het parket, dat vorig jaar elfduizend stukken voor verder onderzoek naar de sectie Kuregem stuurde. In de meeste van die dossiers moeten convocaties aan huis worden bezorgd. "Zo komen we dus toch buiten", zei Vansevenant niet zonder ironie. "Om onze papierberg achterna te lopen." De convocaties leiden dan weer tot een onafgebroken stroom bezoekers op het wijkkantoor. Wijkdirecteur Vansevenant werd er een tikje moedeloos van. "Twee ploegen van tien man", zei hij, "dat klinkt goed. Maar ik heb permanent drie mensen nodig voor het onthaal en het secretariaat. Trek daar nog de verlofgangers en de zieken af, plus degenen die door de zone worden opgeëist als er weer eens een cipierstaking is in Vorst of Sint-Gillis of een voetbalmatch in het Astridpark. Wat schiet er dan over voor het echte wijkwerk?"

Elfduizend dossiers van het parket, het cijfer zegt iets over de clientèle van het wijkkantoor. Het gros betreft natuurlijk routinezaken zoals verkeersovertredingen, maar er zit ook zwaar geschut bij. Kuregem heeft zijn reputatie van quartier chaud niet gestolen, een blanco strafblad is hier niet vanzelfsprekend. Diefstallen zijn goed voor 60 procent van alle criminele feiten. Hold-ups, zakkenrollen, inbraken, carjackings: alle varianten worden beoefend. De nieuwste plaag in Kuregem heet 'sacjacking', een fenomeen waar vooral vrouwen het slachtoffer van zijn. De modus operandi is allang bekend. De daders opereren in duo. Eentje spot het slachtoffer, dure handtassen strekken tot aanbeveling. Per mobilofoon tipt hij zijn trawant, die zich bij een druk kruispunt heeft opgesteld. Slachtoffers zijn meestal verbouwereerd door de snelheid van uitvoering. Zijruit aan diggelen slaan, handtas weggraaien, het is in een oogwenk gebeurd. Vluchten met de buit is voor de daders geen kunst. De politie schrijft sacjackings op het conto van Marokkaanse jongeren uit de buurt.

Marc Dehard heeft er een compliment van zijn chef aan overgehouden. Twee weken geleden was hij ooggetuige van een sacjacking, vlak voor het politiekantoor. De hulpagent liet zijn paperassen voor wat ze waren en stormde naar buiten. De daders waren de Kliniekstraat ingevlucht. Marc zette zich aan een spurtje en slaagde erin eentje te klissen ter hoogte van de synagoog. "Veertien jaar oud", zegt hij. "En hij had al een dossier. Na de arrestatie was er meteen een oploop, ik stond moederziel alleen te midden van een massa. Ik kan niet beweren dat de sympathie naar mij uitging. 's Avonds hebben ze de tweede dader opgepakt, het was een zestienjarige die een week eerder uit Everberg was vrijgelaten. Hoe de zaak verder is geëvolueerd, weet ik niet. Wel weet ik dat die zestienjarige 's anderendaags alweer op vrije voeten rondliep. We zien hem vaak, hij komt ons hier dagelijks uitlachen." Marc Dehard en Nancy Van Laethem zijn de jongste krachten van het wijkkantoor. Twee jaar geleden studeerden ze samen af aan de politieschool, hij bij de Franstaligen, zij bij de Nederlandstaligen. Allebei hebben ze bewust voor Kuregem gekozen. "Vroeger deden we pv's", zegt Nancy. "Dit is veel spannender, in Kuregem gebeurt altijd wel iets." Wie daarin een liefdesverklaring ontwaart, vergist zich. Nancy, geboren en getogen in Anderlecht, is niet mals in haar oordeel. "Kuregem", zegt ze, "dat is de rotste wijk van heel Brussel." De deur zwaait open, een gesoigneerde vrouw van middelbare leeftijd stapt binnen om de reputatie van de buurt een zoveelste dreun toe te dienen. Gelet op het onheil dat haar is overkomen, gedraagt ze zich merkwaardig kalm. Haar auto is zopas gestolen, hier vlak om de hoek. Aangifte doen? "Helaas", krijgt ze aan het loket te horen. "Dat soort zaken behandelen we niet, daarvoor moet je op het hoofdkantoor in de Démosthènestraat zijn." Zelf zou ik na zo'n antwoord ontploffen, maar de vrouw blijft de sereniteit in persoon. Als ze de weg naar de Démosthènestraat vraagt, antwoordt de agent met een geniale wedervraag. "Bent u misschien te voet?", polst hij het kersverse slachtoffer van een autodiefstal.

Kort na dat ontluisterende staaltje politiehumor breekt ons moment aan. Yves Boeykens, agent met vierentwintig jaar dienst waarvan vijf in Kuregem, neemt ons op sleeptouw. "Zie je dit pak papier?", vraagt hij terwijl hij ons een blik in zijn boekentas gunt. "Oproepingen tot verschijning, aanmaningen tot betaling, controles voor het bevolkingsregister, allemaal administratieve prullen die we moeten ronddragen. In feite spelen wij voor postbode." Zoals het een postbode betaamt, heeft hij vooraf zijn ronde uitgekiend. We lopen eerst de Kliniekstraat in, Yves proeft de namen op de stukken. Arabisch, Afrikaans, Pakistaans, Pools, Roemeens, je zou voor minder je tong verstuiken. Als hij geluk heeft, vindt hij de naam terug naast een van de vele belknoppen die de meeste deuren van Kuregem sieren. Als hij heel veel geluk heeft, verschijnt er even later, op de derde of de vierde verdieping, een hoofd uit het raam. Vaak echter blinken de belknoppen uit door discretie of blijft het gerinkel zonder reactie. "Dat betekent niet dat ze niet thuis zijn", zegt hij. "Sommigen reageren alleen op een belcode. Polen bijvoorbeeld vertonen zich pas als je met de klep van de brievenbus rammelt. Er zijn er velen die zich voor de politie verstoppen. Dat wil overigens niet zeggen dat ze illegaal zijn. Veel mensen nemen in Kuregem een fictief adres. Ze huren een gemeubelde kamer en proberen zich in het bevolkingsregister in te schrijven. Niet dat ze hier echt wonen, maar op die manier proberen ze aan hun schuldeisers te ontsnappen. Als de gerechtsdeurwaarder binnenvalt, kan hij niets meenemen behalve misschien een stoel met drie poten. Het begeleiden van gerechtsdeurwaarders is trouwens een van onze taken. Prettig is anders, want je krijgt altijd doffe ellende te zien. Ik heb hier al heel wat huizen van de binnenkant gezien. Je hebt er geen idee van in welke omstandigheden sommige mensen wonen."

We passeren de synagoog, de stenen getuige van een rijk verleden. Kuregem is van oudsher een joodse wijk. In de jaren dertig spoelden hier honderden families aan, Duitse en Oost-Europese joden op de vlucht voor het antisemitisme. Vaak waren het ambachtslui zoals bontwerkers en hoedenmakers die zich in straten rond het Zuidstation vestigden. In 1942 heeft de Gestapo in Kuregem grootscheepse razzia's gehouden, niet toevallig bevindt zich hier vlakbij het gedenkteken voor de joodse martelaren. Na de oorlog veranderde het publiek, maar het joodse cachet bleef. De Triangle, de textielwijk waarvan onze eigenste Brogniezstraat de slagader vormt, was tot voor kort in joodse handen. Tot voor kort, want de voorbije twee jaar werden heel wat zaken door Pakistani opgekocht. Yves stapt een kosjer eethuis binnen, de baas moet zijn krabbel op een papier zetten. "Die joden bakken de heerlijkste taarten", verklapt hij naderhand. "En ook de Marokkanen kennen er wat van. Vooral tijdens de ramadan is hun patisserie buitengewoon. In die periode word ik overal binnengeroepen om te proeven. Mocht ik op alle aanbiedingen ingaan, dan zou ik nu zo'n pens hebben."

De ode aan de banketbakkers van Kuregem past in een ruimer plaatje. In tegenstelling tot veel collega's houdt Yves Boeykens oprecht van Kuregem. "Ik heb met niemand problemen", zegt hij. "Zelfs niet met de Marokkaanse jongeren. Ze respecteren mij, omdat ze voelen dat ik hen ook respecteer. Zo gaat het toch in het leven? Als je vriendelijk bent tegen de mensen, dan word je vanzelf vriendelijk bejegend." Even later, in de Dokter de Meersmanstraat, krijgt zijn apostolaat een concrete invulling. Een Afrikaanse papa komt hem spontaan de hand schudden. "Salut grand chef, comment ça va?" Een Marokkaanse veertiger geeft hem een schouderklop. "En hoe is het nog met de vrouw?", wil Yves weten. "Is ze nu al bevallen?"

Het decor wordt er ondertussen niet vrolijker op. Op de hoek van de zwaar verloederde Otletstraat ligt een bouwrijp perceel vol sluikafval. "Dat moeten de mannen van Net Brussel maar oplossen", zegt Yves gelaten. "Sluikstorten valt toch niet uit te roeien. Veeg je vandaag de straten schoon, dan liggen ze morgen opnieuw vol. Het is een hopeloze strijd." Eenzelfde defaitisme legt hij aan de dag als het parkeergedrag in de Triangle aan de orde komt. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat is het er een chaos van jewelste. Voor alle textielhandels staan auto's in dubbele file geparkeerd, vaak de hele dag lang. "Textielhandelaars parkeren altijd voor hun eigen deur", vertelt Yves. "Ik kan dat begrijpen. In die bestelwagens zit voor miljoenen aan textiel of lederwaren. Zo'n fortuin zou ik ook geen seconde uit het oog willen verliezen, zeker niet in deze buurt." Maar moet hij deze flagrante overtreders dan niet op de bon slingeren? Yves laat zich niet pramen. "Dat is geen prioriteit voor de wijkpolitie", zegt hij. "Trouwens, waar moet je beginnen en waar moet je eindigen? Als ik er eentje bekeur, dan moet ik ze allemaal een boete geven. Ik ben niet gek, ik moet bij die mensen nog over de vloer komen. Een goede wijkagent moet veel door de vingers kunnen zien."

Woensdagmorgen. We lopen over de Bergensesteenweg, die er onwezenlijk rustig bij ligt. Oorzaak van de verkeersluwte is een wegversperring die voor de afbraak van het ontplofte pand werd opgeworpen. De explosie gonst na in de buurt, er wordt druk gespeculeerd over de oorzaak van de calamiteit, die niet alleen rampzalige gevolgen had. Vol lof wordt gesproken over twee jongeren die op gevaar van eigen leven het ontplofte gebouw zijn binnengelopen om slachtoffers te evacueren. Jongeren van het Lemmensplein nog wel, een plaats met een uitzonderlijk kwalijke reputatie. Het Lemmensplein, dat was het Chicago van Brussel, een zone waar de autoriteiten geen voet aan de grond kregen. Jongeren die in de Midi een boekentas of een laptop hadden gegapt, waanden zich pas veilig als ze het Lemmensplein hadden bereikt. Zodra de achtervolgende politie verscheen, liep het plein vol en verdwenen buit en daders in de massa. Zo bruin wordt het niet meer gebakken, het Lemmensplein is nu een prioritaire zone in de stadsvernieuwingsplannen van Anderlecht.

Niettemin heeft Abdelatif El Otmani, opbouwwerker met standplaats aan het Albert I-plein, uit het voorval een interessant ideetje gepuurd. "Waarom nodigt de burgemeester die twee jongens niet op zijn kabinet uit om ze te huldigen? Dat zou een geweldige geste zijn. Voor een keer zouden de jongeren van het Lemmensplein een positief contact met de gemeente hebben." Het idee is geen losse flodder, het past in de analyse die Abdelatif van de samenlevingsproblemen in Kuregem maakt. Representativiteit van het bestuur en de openbare diensten, dat is waar het volgens hem nog altijd fout loopt. "Sinds de vorige verkiezingen heeft Kuregem vier gemeenteraadsleden. Dat is een grote stap voorwaarts, want jarenlang hadden we niet één stem in de gemeenteraad. Maar het volstaat niet. Als ik het gemeentehuis binnenloop, trekken de bodes een zuur gezicht. 'Een Marokkaan', zie je ze denken, 'wat heeft die hier verloren?' Ach, het is een diepgewortelde mentaliteit in Anderlecht, ze staan hier veel minder open voor vreemdelingen dan pakweg in Molenbeek. Op het gemeentehuis moet je de allochtonen met een vergrootglas zoeken. Dat kan toch niet, lokale besturen moeten een afspiegeling van hun omgeving zijn. Bij de politie is het nog erger. Zo'n wijkkantoor is op zich een goed initiatief. Maar waarom schakelt men geen allochtone agenten in? Dat zou het contact met de bevolking sterk bevorderen." Eigenlijk is het een retorische vraag waarop hij het antwoord maar al te goed kent. De politie zou niets liever willen dan allochtonen rekruteren, ze zijn zelfs voorlichtingssessies komen houden in het buurthuis van Abdelatif. "Zonder resultaat", zegt hij. "De werkloosheid is hier nochtans schrikbarend. Veel jongens zijn bereid eender welke baan te aanvaarden, desnoods die van straatveger. Maar bij de politie? Dat nooit, daarvoor zijn de ervaringen te slecht. In de ogen van allochtone jongeren blijft de politie de vijand."

De politie als vijand? Het lijkt ver gezocht als je Roger Rodiers door de Liverpoolstraat ziet kuieren. Niet dat hij straalt van levensvreugde, maar hij strooit wel kwistig met bonjours en bon-mots. Bij onze kennismaking waren we er niet gerust op. Het vooruitzicht op een dienstronde met twee pottenkijkers in zijn kielzog stemde hem niet echt enthousiast. Vragen werden met zuchten en schouderophalen beantwoord. Of hij zelf voor Kuregem heeft gekozen? Roger slaakt een zucht van 9 Beaufort, wat een domme vraag. Hij heeft altijd in Neerpede gewerkt, een stukje platteland dat per abuis bij Anderlecht is gevoegd. Gelukkig was het zuchten en steunen maar een pose, en na een poosje ontdooide Roger tot een openhartige gids. Eigenlijk heeft hij niet eens heimwee naar Neerpede, hij zou er zich stierlijk vervelen. Al zijn collega's hadden het me de voorbije dagen gezegd. Werken in Kuregem, tot daar aan toe. Maar hier ook wonen? In geen honderd jaar. De meesten zijn trouwens Vlamingen die dagelijks pendelen, sommigen komen helemaal uit Oudenaarde. Niet zo Roger, die in het hartje van Kuregem woont. Misschien wacht hem een toekomst als gids, na zijn pensioen dat over vier maanden aanvangt. In feite heeft hij nog een volledig jaar voor de boeg. "Maar ik voel nu al dat ik na de zomer ziek zal worden", zegt hij. "Ik heb namelijk nog vierhonderd ziektedagen achter mijn naam."

Hoe dan ook, het stuk Kuregem dat hem is opgedragen heeft zeker toeristisch potentieel. Het kruispunt van de Liverpoolstraat en de Heyvaertstraat geniet wereldfaam als draaischijf van de internationale handel in occasiewagens. Het is een fascinerend schouwspel met kleurrijke acteurs. De hele handel is in handen van Libanezen, telgen uit de diaspora die in de jaren tachtig systematisch alle verlaten fabrieken en depots in de kanaalzone van Anderlecht en Molenbeek hebben opgekocht. Eerst werden de tweedehandsauto's naar het Midden-Oosten geëxporteerd, nu zijn West-Afrika en Oost-Europa de grootste afzetmarkten. Het fenomeen woekert als een slingerplant. Alles wat in deze buurt een dak en een poort heeft, puilt uit van de vierwielers. Wie hier verdwaalt, waant zich in Abidjan, Dakar of Lomé. Overal troepen Afrikanen samen, luid commentaar gevend bij de deals die vaak op straat worden gesloten. Hopeloze roestbakken worden met startbatterijen tot leven gewekt voor een halsbrekende testrit. Hoeveel verkeersovertredingen worden hier per vierkante meter begaan? Sommige Afrikanen proberen eigenhandig enige orde te scheppen in deze vrolijke anarchie. Druk gesticulerend regelen ze het verkeer als een oplegger een verse lading autowrakken komt afzetten. Is dat niet de taak van de politie? Roger Rodiers voelt zich niet aangesproken. "Iedereen weet dat het hier stikt van de illegalen en de zwartwerkers", zegt hij. "Af en toe houdt de politie een razzia, en dan stuiven ze uit elkaar. Als wijkagent speel je een andere rol. Ik laat hen betijen, en zij laten mij met rust." Aan de overkant van de Heyvaertstraat stopt een rode bestelwagen. In een mum van tijd wordt de nieuwkomer door een menigte omstuwd. Afgedankte koelkasten en televisietoestellen worden op de stoep gekeurd en verhandeld. Als Afrika de vuilnisbelt van de wereld is, dan is Kuregem het recyclagecentrum waar het afval wordt gesorteerd. Ambulante handel op de stoep, is dat dan niet illegaal? "Absoluut", zegt Roger. "Maar die bestelwagen staat toevallig aan de overkant van de Heyvaertstraat, op het grondgebied van Molenbeek. Dat is mijn probleem niet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234