Woensdag 14/04/2021

De centrale tentoonstelling op de Biënnale van VenetiëNotities in het Arsenaal

Er is onbeschrijfelijk veel te zien op de Biënnale van Venetië. Ruim driehonderd kunstenaars stellen er tentoon, verspreid over ruim 30.000 vierkante meter. Een wandeling kriskras door de centrale tentoonstelling, in het zogeheten Arsenaal, een enorm complex van voormalige scheepswerven.

Bernard Dewulf

Als we spreken over zoiets als de Biënnale van Venetië hebben we het over kunstwerken. Met dat ene woord echter is van alles bedoeld: stunts, performances, installaties, videovertoningen, gimmicks, gags, ideeën en ideetjes.

Er is onbeschrijfelijk veel te zien op de Biënnale van Venetië. Eén kunstwerk heeft niemand gezien, op één man na. De Servische Tanja Ostojic (1971) heeft haar schaamhaar in de vorm van een vierkant geknipt. Het gevolg daarvan heet Black Square on White. We begrijpen meteen dat Ostojic boven haar venusheuvel het roemruchte Zwarte vierkant van Kazimir Malevich in herinnering heeft gebracht. In de catalogus staat een foto ervan afgedrukt. Alleen de directeur van de Biënnale, Harald Szeemann, mocht het kunstwerk in het echt zien. Dat moest hem in staat stellen, zegt Ostojic, het kunstwerk "officieel tot een onderdeel van de Biënnale te verklaren". Ostojic heeft haar kunstwerk tijdens de openingsdagen rondgedragen onder een jurk. Ik was daar ook, het werk moet aan mij voorbij zijn gegaan. Deze hele interventie, zegt Ostojic, "zou een herinterpretatie kunnen veroorzaken van Oost-Europese spiritualiteit en immateriële ideeën; het gaat in wezen over vertrouwen en macht."

Dezelfde Tanja Ostojic heeft, als een ander kunstwerk, dezelfde Harald Szeemann voortdurend vergezeld tijdens de talloze recepties en openingen in de eerste dagen van de Biënnale - "als zijn escorte, zijn Engel". Ik heb Harald Szeemann niet gezien. Dat kunstwerk, "geïntegreerd in het dagelijkse leven", veroorzaakt "een uitnodiging/invasie, en stelt de machtsstructuur in de kunstwereld ter discussie".

Er is opvallend weinig bloot te zien op de Biënnale. Eén kunstenares ging tijdens de vooropening uit de kleren, ik ben vergeten waarom. De temperatuur liep in die dagen soms op tot 25 graden.

Er zijn veel bioscoopjes op de Biënnale. Zou dat nostalgie zijn? Op de centrale tentoonstelling in het immense gebouwencomplex dat het Arsenaal heet, kan men in tientallen verduisterde hokjes naar film- en videovertoningen kijken. Meestal moet men een zwarte doek voorbij. Daarna kijkt men op de muur, op een scherm, op de grond, op het plafond naar bewegende beelden. Er zijn opvallend veel traag bewegende beelden bij. Zou dat nostalgie zijn? Er zijn veel vertellingen bij, narratieve filmpjes dus. Zou dat...

Verknip het werk van Ingmar Bergman tot korte filmpjes. Versnij het werk van Peter Greenaway tot video's. Het Arsenaal is zo gevuld. Oneerbiedige gedachte. Een kunstcriticus sprak na zijn bezoek aan het Arsenaal, off the record, van Vlaamse Filmkes. Maar er doet geen enkele Vlaming mee in het Arsenaal.

Er doet wel een Vlaming mee. Zijn werk loopt echter buiten het Arsenaal. De in Antwerpen geboren maar in Mexico bestaande Francis Alÿs (1959) laat twee pauwen aan een leiband onophoudelijk de Biënnale afschrijden. Alÿs zelf wandelt ook veel, bijvoorbeeld met een gemagnetiseerd namaakdier door de straten van Mexico City. Zo trekt hij rommel aan: spijkers, kroonkurken, metalen afval allerhande. Het is, zegt de catalogus, "een poging tot confrontatie met het labyrintische, ondergrondse en onverklaarde model waarbij de gewone burger de projecten van de macht te slim af is". Ikzelf zag in de wandelende pauwen een commentaar op de ijdelheid van de kunstwereld.

IJdelheid. Overal op de Biënnale zijn goudgekleurde namaakschildpadden te zien. Ze kruipen over wegeltjes, maar meestal langs de zijkanten. Ze zijn bedacht en aangebracht door de Cracking Art Group en torsen als titel S.O.S. World. Hun traagheid en wijsheid die uit de prehistorie dateren, moeten ons wijzen op de leegte en de onverschilligheid van de hedendaagse mens, zegt de catalogus. Bestaat er een onverschilliger kop dan die van een schildpad?

Traagheid. Zoals gezegd vertonen opmerkelijk veel films en video's slow motion. Een beetje slow motion kan aandacht en betovering verwekken, te veel slow motion slaap. De Amerikaan Bill Viola (1951) gaat erg ver. In zijn video The Quintet of the unseen bewegen vijf mensen heel uiterst traag. Vaak zijn hun bewegingen amper te zien, je moet dan al een vinger of een wenkbrauw in de gaten houden. De vijf zijn gegroepeerd als een portretschilderij, Viola heeft zich gebaseerd op een werk van Bosch. Dit is een tegen zijn eigen wetten in bewegend schilderij. Ik ben er niet bij in slaap gevallen.

Beweging. De Duitse Ingeborg Lüscher (1936) laat twee Zwitserse voetbalploegen tegen elkaar spelen. De spelers dragen allen maatpakken. De Zweed Lars Siltberg (1968) laat zijn atletische judoleraar met bollen aan handen en voeten proberen overeind te blijven. Hij doet hem ook zwemmen en door de lucht vliegen. De Engelsman Richard Billingham (1970) richt de camera van dichtbij op de handen van zijn broer, die razendsnel de toetsen van een PlayStation-bedieningspaneel bespeelt. De Mexicaan Gustavo Artigas (1970) laat twee Mexicaanse voetbalploegen en twee Amerikaanse basketbalteams op hetzelfde veld hun spel spelen. De Amerikaan Chris Burden (1946) laat een loodzware pletwals aan een ijzeren arm rondrijden tot het ding van de grond komt. Onze Chantal Akerman (1950) laat in Women sitting after killing op zeven schermen tegelijk minutenlang een vrouw bijna bewegingloos en geheel sprakeloos zitten, blijkbaar na een moord.

Vraag die bij me opkwam, gaande mijn bezoek: hoe word ik bewogen?

Wat beweegt de honderden speelgoeddiertjes die de Finse Maaria Wirkkala (1954) samen heeft gezet op een meterslange smalle metalen drager? Zebra's, olifanten, neushoorns, giraffen, leeuwen, tijgers, poema's, jakhalzen, schapen, wolven, buffels, krokodillen, beren, kamelen, kangoeroes. Ze lopen betrekkelijk geordend en gegroepeerd toch in aan elkaar tegenovergestelde richtingen. Is hier sprake van een Babelse dierenverwarring richting de ark van Noach? Wanneer de eerste, nogal midlife-sentimenteel gekleurde, ontroering voorbij is, blijken de feiten. Een olifant verbrijzelt een zebra, de apen willen elkaar te lijf gaan, de wolven wachten watertandend bij de schapen. Ook hier dus, in deze oudtestamentische parabel van de grote zuivering, geen goedheid. Enige ontroering, enige beklijving, door de onschuldige vorm die de gedachte van een oerschuld vertoont.

Het is goed te beseffen dat in de hedendaagse kunst schoonheid niet aan de orde, vaak zelfs uit den boze is.

Probleem 1: Wat is er dan wel aan de orde?

Probleem 2: Wat als er toch schoonheid opdaagt?

De Zuid-Afrikaanse Minette Vári maakt, hoe kan het anders, politiek geladen video's. Ze zijn echter ook met schoonheid geladen. Het licht vervormde, schijnbaar vloeibare profiel van een blanke vrouw verkeert in een droomachtige toestand en wordt, onder aanhoudend krekelgetsjilp, belaagd door beelden uit de geschiedenis van haar land. Wat als er toch schoonheid opdaagt? Ademloos kijken. Bewegingloos bewogen worden.

Er is natuurlijk meer dan beweging in het Arsenaal. Er is ook veel stilstand. Gigantische stilstand bijvoorbeeld: het reusachtige beeld van de Australiër Ron Mueck (1958), 4,9 x 4,9 x 2,4 meter. Het stelt een hurkende jongen voor met een vragende blik en staat pal aan de ingang van de tentoonstelling. Kijkt hij mij buiten, is mijn vraag. Erbij staan, ernaar opkijken. Catalogus: "Vroeger, toen de mannen nog heersten, was de sfinx vrouwelijk. Vandaag, gezien de explosie van vrouwelijke creativiteit en energie, is de sfinx mannelijk." Het raadsel der woorden.

"It looks so real", zei een onmiskenbare Amerikaanse toen ze voor de nieuwe sfinx stond. Toen ik naar haar keek dacht ik hetzelfde van haar, in de comparatief.

Ik dacht het ook nog eens veel verderop in de tentoonstelling. De Fransman Matthieu Laurette (1970) heeft zichzelf nagemaakt, schijnbaar levensecht staande achter een vol winkelwagentje. Zijn zelfbeeltenis is zo gelijkend dat men even twijfelt. In die seconden werkt het werk. Laurette noemt zichzelf een multimediakunstenaar. Voornamelijk maakt hij gebruik van tv-programma's, waarin hij telkens weer komt uitleggen hoe hij erin slaagt nooit te betalen voor zijn eten en zelfs zijn kleren. Hij maakt op consequente wijze gebruik van het systeem 'Niet tevreden, geld terug'. Zijn tv-optredens zijn op video te zien. Hij is niet ongeestig, zijn kunstwerk is het doen van boodschappen met een boodschap. Hij heeft een soort meta-economie geschapen. Catalogus: "Door de wetten van de marketing en de massamedia in zijn voordeel om te buigen, incorporeert Matthieu Laurette zijn werk in een systeem van infiltratie en redistributie."

Maatschappijkritiek. De Nederlander Joep van Lieshout (1963) heeft in samenwerking met Women on Waves uit Amsterdam een container gebouwd die dienstdoet als een gynaecologisch ziekenhuis. In internationale wateren zullen abortussen uitgevoerd worden bij vrouwen uit landen waar zo'n ingreep illegaal is. Dokter Michael Schmitz zal na afloop van de Biënnale opstijgen met de helikopter die er nu te kijk staat. Hij zal de wereld rondvliegen en halt houden bij verschillende musea. Het bijeengebrachte sponsorgeld wil hij schenken aan een weeshuis in Zuid-Afrika. De Engelse Georgina Starr (1962) laat in een door opzwepende muziek begeleide video een groep kinderen schier eindeloos door de stad lopen, met een revolver in de hand. Uiteindelijk blijkt hun doel te zijn: het neerschieten van modellen op de catwalk tijdens een modeshow. De mooie vrouwen worden lelijk toegetakeld. Het schoonheidsideaal is aan flarden geschoten door de onschuld zelve. De Rus Viktor Maruscenko (1946) presenteert een reeks foto's over het leven van de mensen die na Tsjernobyl dat leven toch uitdoen.

Kan kunst de wereld redden? Kan de wereld de kunst redden?

Kan kunst de zieken redden? De Japanner Tatsumi Orimoto (1946) laat in foto's zijn dagelijkse leven zien met zijn aan Alzheimer lijdende moeder. Als reactie op haar ziekte gaat hij de wereld in, bijvoorbeeld met stukken brood op zijn hoofd, en zoekt hij contact met uiteenlopende mensen. Hij beeldt zijn moeder af met een autoband om haar nek, of in enorme schoenen. Zij kijkt ons onaangedaan aan. De Oostenrijker Martin Bruch (1961) lijdt aan multiple sclerose. Sinds mei 1996 neemt hij na elke keer dat hij valt een foto, tenminste als hij daartoe in staat is. Hij noteert de plaats en het tijdstip. Sindsdien, zo stelde hij vast in 2000, is hij 307 keer gevallen: 99 keer in '96, 133 keer in '97, 54 keer in '98, 12 keer in '99 en nog 9 keer in 2000. Hij noemt zijn foto's Bruchlandungen, letterlijk vertaald breuklandingen, volgens het woordenboek ook breuklijnen. De Venezolaan Javier Téllez (1969) toont beelden van vissers uit een vissersgemeenschap in zijn thuisland waar, door genetische storingen, velen lijden aan de ziekte van Huntington. We zien de mannen hun onbedwingbare bewegingen uitvoeren. We zien een informatieve film over de ziekte. We zien een spin die haar web weeft. We zien tennisbalmachines die met grote snelheid ballen afvuren naar de projectieschermen. De kunstenaar wil de ziekte met geweld bestrijden.

Er is in het Arsenaal veel ruimte, die ruimte biedt aan veel, zowel aan de wereldproblemen als aan het probleem van de ruimte zelf. De Egyptisch-Canadese filmregisseur Atom Egoyan (1960) laat, samen met de Portugees Juliao Sarmento (1948), een video zien, genaamd Close. Men komt in de verduisterde ruimte met zijn neus bovenop het reusachtige scherm te staan. De ogen moeten de stand van een groothoeklens aannemen om te kunnen zien wat er op het scherm te zien is. Een man knipt tergend traag zijn teennagels, een vrouw likt de tenen van de knippende man. Men kan zelf ook het scherm likken indien men die drang zou hebben, men komt in ieder geval met een verknipte blik naar buiten. De Duitser Olaf Nicolai (1962) legt in de tuin van het Arsenaal een kleur- en bochtenrijk gaanpad aan. Catalogus: "Olaf Nicolai's werk heeft te maken met de complexiteit en de ambiguïteit van verhoudingen tussen individuen en de maatschappij, net als met de tussenruimten die ontstaan tussen de binaire combinaties waarmee we de werkelijkheid proberen te schematiseren, natuurlijk/artificieel, origineel/gereproduceerd, ethisch/esthetisch."

Vermoeden: er wordt in het Arsenaal meer tekst dan ding tentoongesteld. Ook al is er weinig tekst te zien.

Er is onbeschrijfelijk veel te zien op de Biënnale van Venetië. Uit de begeleidende tekst van tentoonstellingsmaker Harald Szeemann: "In mijn actieve deelname aan de Biënnale van Venetië heb ik altijd gestreefd naar het avontuur om, in de vorm van een tentoonstelling, een geldige wereld te scheppen, die verankerd is in de geest van de tijd en verbonden met de intuïtie voor wat moet komen."

Intuïtie. Ongeveer aan het eind van de tentoonstelling staat een enorme sculptuur van de Amerikaan Richard Serra (1939). Hij kreeg op de Biënnale een speciale prijs voor zijn hele oeuvre. Zijn sculptuur is een in licht beroest metaal opgetrokken spiraal. De buitenkant meet 4 x 12 x 9 meter, de binnenkant 4 x 9 x 7, 5 meter. De bezoeker kan er naar binnen, loopt door een hoge, smalle, draaiende gang naar de binnenzijde van het werk, waar hij uitzicht heeft op de licht beroeste, draaiende en hellende binnenwand.

Een collega drukte zich in lyrische termen uit over het "ruimtelijk gevoel" dat de sculptuur bij hem teweeg had gebracht. Net toen hij zijn gevoel aan het delen was, kwamen wij, die dorstig zoekende waren naar een onbevolkt café, uit op zo'n onnabootsbaar, van eeuwigheid leeg Venetiaans pleintje. Het moet de ode aan het ruimtelijk gevoel gehoord hebben. Het bleef liggen en het glimlachte.

De Biënnale van Venetië loopt nog tot 4 november. Informatie: www.labiennale.org

'Vraag die bij me opkwam, gaande mijn bezoek: hoe word ik bewogen?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234