Donderdag 06/08/2020

De camera die de mensen graag zag

clemens kalischer herontdekt in charleroi HHHHI

Fotografie

Wie heeft ooit gehoord van Clemens Kalischer, een fotograaf die vooral vlak na de Tweede Wereldoorlog in de VS actief was ? Ik alvast niet, en dat is eigenlijk onvergeeflijk. Dankzij een mooie overzichtstentoonstelling in het Fotomuseum van Charleroi krijgt het werk van de nu 83-jarige Duitse Amerikaan eindelijk de aandacht die het verdient.

Charleroi

Van onze medewerker

Eric Min

Samen met zijn ouders vluchtte de toen tienjarige Clemens Kalischer in 1933 uit nazi-Duitsland naar Parijs. Daar maakte hij kennis met de foto's van André Kertész. Een verfomfaaid exemplaar van diens monumentale boek Paris zat in Clemens' bagage toen het gezin Kalischer, na een verblijf van twee jaar in Franse werkkampen, in 1942 voet aan wal zette in New York. De jongen zou er fotografie gaan studeren in de Photo League en de New York School for Social Research, waarvan de oude man zich vandaag vooral de dodelijk vervelende lessen van Berenice Abbott herinnert.

Het echte leven speelde zich immers op straat af. Het waren vooral grensgebieden en tussenruimten als havens of stations waar de jonge immigrant rondhing, als een ontheemde tussen de havelozen, een lotgenoot van arbeiders, werklozen, dokwerkers en de talloze kinderen die zijn pad kruisten. Hij keek gretig rond en drukte discreet af. Meteen had hij zijn hoogstpersoonlijke fotografische goudader aangeboord: hij leefde in de grote stad maar zag vooral de mensen, als gelijken, op ooghoogte. Voor Kalischer was de metropool geen reine geometrie, geen verzameling van esthetisch verantwoorde lijnen en vlakken. Slechts op een zeldzame afdruk zien we de stad uit de hoogte. In nauwelijks drie jaar, van 1947 tot '49, maakte Kalischer zijn sterkste foto's, gevoelige opnamen die allicht het etiket 'humanistisch' verdienen. Hij ziet de mensen graag en benadert hen met respect. Hij is voorzichtig en zelfs wat bezorgd: komt het wel goed met hen?

In 1951 heeft Kalischer genoeg van de drukte in New York. hij trekt naar het platteland en gaat reizen. In Charleroi zijn er ook mooie foto's uit Vermont (1958), Pennsylvania (1960), Europa (1962-'63) en Indië (1964), maar ook een straatscène uit het Lierse begijnhof, gemaakt tijdens zijn verblijf in België in 1987. Kalischer is altijd al veel te discreet geweest. Zijn eerste Europese retrospectieve dateert van 1998. De expositie in Charleroi maakt dus veel goed. Trouwens zelden zoveel volk gezien in Mont-sur-Marchienne, zowel op de foto's als in het museum.

Ook de andere twee tentoonstellingen lonen de moeite van een uitstap naar de immer grijze stad tussen de terrils. 1940-45 - Un combat pour la liberté is een project van Christophe Smets (1972) dat perfect thuishoort in de rij documentaire exposities waar de stichting Archives de Wallonie geregeld mee uitpakt. Tientallen oude mannen en vrouwen kijken ons in de ogen van op meer dan levensgrote, haarscherpe portretten. Ze komen letterlijk erg dichtbij om ons hun verhaal te vertellen dat, ingelijst en rond een oud fotootje geschikt, vlakbij hangt. Vandaag zijn al deze mensen hoogbejaard, maar uit de titel van de expositie en uit het fotootje in hun familiealbum leiden we af dat ze iets met de oorlog te maken hebben. Dat blijkt ook uit hun relaas. Het zijn oud-verzetslui die opgepakt, mishandeld en gedeporteerd zijn. We kennen de namen uit hun verhaal; Sint-Gillis, Ravensbrück, Buchenwald, Bergen-Belsen. De mannen en vrouwen op de foto's laten ons niet onverschillig. Ooit hebben ze zelfs het verschil gemaakt, en ze willen dat we het (in tijden van nationalistisch hoogtij of oorlog in en om Irak) niet vergeten. In het bijbehorende boek kunnen we de teksten rustig nalezen. Het is een noodzakelijke oefening in 'toegepast herinneren'.

Ook de jonge fotograaf Benoît Reynaert (1975) heeft een interessant concept uitgewerkt. Op grote afdrukken laat hij ons een tiental lege ruimten zien waar het lichaam aan zet is. Een bordeel, een cel, een fitnessparcours, een mortuarium, een babybox, een operatiezaal. Zonder lijven zijn ze kil en een beetje morbide: Reynaert fotografeerde elke plek bij available light, met veel gevoel voor symmetrie en theater. Op ooghoogte, inderdaad.

WAT Expo's van drie fotografen WIE Clemens Kalischer, Christophe Smets en Benoît Reynaert WAAR EN WANNEER Tot 6 juni in het Musée de la Photographie, Avenue Paul Pastur 11B, Mont-sur-Marchienne (Charleroi). Open van dinsdag tot zondag, van 10 tot 18 uur. Toegang: 4 euro. De monografie over Kalischer kost 18 euro, het boek van Christophe Smets 28 euro.

Kalischer leefde in de grote stad maar zag vooral de mensen, als gelijken, op ooghoogte

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234