Zondag 08/12/2019

De burgemeester die de kogel moest krijgen

Als Bart De Wever straks de eed aflegt als eerste niet-socialistische burgemeester van Antwerpen sinds de oorlog, treedt hij in de voetsporen van een man die met stalinistische precisie uit de geschiedenisboeken is gewist. Het tragische verhaal van Jan Timmermans, de naoorlogse zondebok.

"Samen hebben wij een lange weg afgelegd", sprak Bart De Wever, zondag 14 oktober. "We realiseren vandaag wat tot voor kort ondenkbaar leek. Deze stad was de stad die al sinds de oorlog een rode burgemeester heeft. Dit tijdperk eindigt vandaag."

Hij is in niemands gedachten geweest. Nergens is een straat of plein naar hem genoemd, en ook geen havendok. De laatste niet-socialistische burgemeester van Antwerpen is uit de geheugens verwijderd. Van Nikolaas van Wijneghem en Gillis Bacheler (1409) tot Patrick Janssens straks: van alle oud-burgemeesters zijn de namen vereeuwigd in de koperen wanden op 't Schoon Verdiep. Behalve één. Ook in het boek De Antwerpse burgemeesters van 1831 tot 2000 zag auteur Lode Hancké er een over het hoofd. Zijn bestaan komt wel eens ter sprake - als in "Janssens was de beste burgemeester sinds de oorlog" (Marc Van Peel) - maar zijn naam wordt niet uitgesproken.

"Jan Timmermans is na de oorlog veroordeeld tot de dood met de kogel", zegt Frank Seberechts, historicus in het Archief, Documentatie en Onderzoekscentrum voor het Vlaams-nationalisme. "We hebben niet zo veel informatie over hem."

In de leeszaal van het ADVN krijgen we een biomapje toegeschoven, een bruine enveloppe. Er zitten oude krantenknipsels in, een vierdelige biografie in 't Pallieterke uit 1981. Aanleiding is de Antwerpse fusie met Berchem, Ekeren, Hoboken, Merksem, Wilrijk en Borgerhout. De Duitsers hadden de fusie in 1942 doorgevoerd, na de oorlog was die ongedaan gemaakt, nu weer doorgevoerd. "We krijgen gelijk, maar een beetje laat", schrijft E. de V. in 't Pallieterke. Het is het pseudoniem van Arthur de Bruyne, de vader van zanger Kris De Bruyne. Hij heeft Timmermans in 1954 ontmoet in zijn ballingsoord in Knokke, waar hij vertelde over die eerste jaren: "Gedurende drieënhalf jaar kon Timmermans elke avond verwachten dat een krijgsauditeur kwam meedelen: 'Morgenvroeg wordt gij doodgeschoten!' In die drieënhalf jaar kreeg hij de maagkwaal waaraan hij in 1962 overleden is."

Achteraan in de enveloppe vinden we het genadeverzoek dat Jan Timmermans naar regent Prins Karel stuurde. De antimonarchist die hij was, heeft vast een paar keer op de onderlip gebeten: "Antwerpen, den 18en Juni 1946. Ik ondergetekende Timmermans Jan, thans in hechtenis in de gevangenis, neem eerbiedig de vrijheid mij tot Uwe Koninklijke Hoogheid te wenden, ten einde van Uwe welwillendheid een genademaatregel te bekomen."

Frank Seberechts: "Hij heeft strafvermindering gekregen, en in 1951 mocht hij de gevangenis verlaten. Onder voorwaarden. Een ervan was een levenslange verbanning uit Antwerpen. Hij mocht ook in de provincie Antwerpen niet meer komen."

Oom Jan

Thea Van Gelder-Peeters (84) heeft koffie gezet. Op 14 oktober van dit jaar was zij als achttiende voor de N-VA-lijst op districtslijst in Berchem een electorale figurante. "Ik was de oudste kandidate", zegt ze. "De enige ook, denk ik, die kan zeggen zowel de vorige als de toekomstige niet-socialistische burgemeester van Antwerpen te hebben gekend. Voor mij was hij oom Jan."

Ze heeft wat oude boeken en geschriften opgediept. Kijk hier, wijst ze, een pocketboekje dat hij eind jaren veertig in de gevangenis schreef: Ernst en zotternij in het oud recht. Het boekje is gesigneerd. Voor Nelly en Karel. "Oom Jan en mijn vader, Karel Peeters, waren beste vrienden. Wij vierden kerst samen. Zijn vrouw, tante Leentje en mijn moeder, Nelly, waren vriendinnen. We hebben na de oorlog allemaal samen in de gevangenis gezeten. Mijn vader was directeur van Volk en Staat (de krant van het VNV, het Vlaams Nationaal Verbond, de collaboratiepartij, DDC). Mijn zeventiende verjaardag vierde ik in de Begijnenstraat, ik kreeg een extra kom soep.

"Tante Leentje is 94 geworden. Ik heb haar nog naar het ziekenhuis gebracht. Kort daarvoor was iemand gekomen van het ADVN. Of ze nog één keer wou vertellen over 1944, met een bandopnemer erbij. Ze wou niet. Er was één ding waar ze wel af en toe op terugkwam. 'Jan vond het schandalig', zei ze dan. Wat dan?, vroeg ik. "De deportaties."

Een Vlaamse idealist

Jan Timmermans wordt op 15 oktober 1901 geboren als zoon van een Nederlands paar dat in de Carnotstraat bakkerij Au Vol Au Vent Garni uitbaat. Zijn buurjongen is de vier jaar oudere Floris Couteele, een pionier van de Frontbeweging: Vlaamse intellectuelen die tijdens de Eerste Wereldoorlog ageren tegen Franstalige bevelen in de loopgraven. Als tiener werkt Timmermans mee aan het studententijdschrift De Goedendag. Hoofdredacteur Herman Van den Reeck is een vriend. Op 11 juli 1920 houden duizenden Vlamingen in Borgerhout een Guldensporenviering. Achteraf komt het tot incidenten en wil de politie een groep meisjes de leeuwenvlag afpakken. Van den Reeck gooit zich ertussen en wordt door de politie neergeschoten.

In de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse beweging is een pagina gewijd aan Timmermans, de auteur is Bruno De Wever: "Na het overlijden van Herman Van den Reeck werd hij hoofdredacteur van De Goedendag (...). Mede door de dood van Van den Reeck, aan wiens graf Timmermans namens de studenten de rede uitsprak, zette de radicalisering zich voort."

Timmermans, staat er, is in zijn jeugd ook actief bij de eerder progressieve en pacifistische Clartégroep. Hij studeert aan de Sorbonne en in Berlijn, hij behaalt in 1926 zijn rechtendiploma aan Université Libre de Bruxelles. "Hij studeerde grotendeels in het Frans", zegt Thea Van Gelder-Peeters. "Vele jaren later, na de geboorte van mijn eerste kinderen, een tweeling, stuurde hij me vanuit de gevangenis een kaartje: 'Pour un coup d'essai, ce fut un coup de maître.' Zo was oom Jan, heel belezen, strooiend met volzinnen, meestal in het Frans."

In 1926 schrijft Jan Timmermans zich als advocaat in aan de in die tijd Franstalige Antwerpse balie. Hij huwt Lena Delen, tante Leentje. Zij is de dochter van schrijver Ary Delen, een studiegenoot van Willem Elsschot en later adjunct-conservator van het Museum voor Schone Kunsten. Delen heeft het niet zo begrepen op zijn schoonzoon, "dat verwaande kieken".

Of we de C&A in de Carnotstraat voor ons zien?, vraagt Thea Van Gelder-Peeters. "Daar was de Volksuniversiteit Herman Van den Reeck, gesticht door oom Jan en mijn vader." Ze hielden er lezingen over Fjodor Dostojevski. Ze nodigden schrijvers Georges Duhamel en Jakob Wassermann uit, architect Le Corbusier kwam spreken. "Dit zijn de beelden van mijn jeugd. Ze waren altijd aan het vergaderen, altijd iets aan het organiseren. Ooit heb ik op één dag tienduizend postzegels geplakt. Ze hebben in dat zaaltje Die Dreigroschenoper van Bertolt Brecht laten opvoeren. Kent u dat?"

Aan het eind van de jaren twintig heet de grote Vlaams-nationalistische martelaar August Borms. Hij heeft in 1917 met de Duitsers gecollaboreerd en is na de oorlog veroordeeld tot de doodstraf, een straf die later wordt omgezet in levenslange dwangarbeid. Het is strijdpunt nummer 1 van de Frontpartij, waar ook Timmermans en Peeters lid van zijn: 'Borms vrij'. Als op 9 december 1928 in Antwerpen vanwege een overleden Kamerlid een tussentijdse verkiezing moet worden gehouden, schuift de partij Borms naar voor als lijsttrekker. Met 83.058 stemmen wordt hij vanuit zijn cel verkozen. Zetelen in het parlement kan niet, maar op 17 januari 1929 komt Borms vrij en bij de daarop volgende verkiezingen voert hij de Frontpartij naar een stunt: van zes naar elf Kamerzetels.

Op 27 november 1932 zijn er opnieuw nationale verkiezingen, en nu vallen de Vlaams-nationalisten terug op acht zetels. Staf De Clercq sticht het radicalere VNV. "Rond die tijd is Timmermans een belangrijke figuur bij de Frontpartij", zegt Seberechts. "Hij heeft getracht zijn partij in het VNV te integreren. Dat is mislukt, en eind 1934 heeft hij zelf de overstap gemaakt."

Na de oorlog raakt bekend dat het VNV maandelijks geld kreeg toegestopt van het Duitse ministerie voor Propaganda. De partij holt Hitler achterna, en Timmermans holt hard. Hij publiceert op 26 juli 1936 een langgerekte klaagzang over hoe "hele stadswijken zijn verjoodst". Hij schrijft: "De joden lijden (sic) een anders geaard leven, cultureel zijn ze franskiljons, sociaal en politiek zijn ze vooral marxistisch-kosmopolitisch georiënteerd." Een jaar later publiceert hij in Volk en Staat een pleidooi voor dringende maatregelen tegen de Joden "anders zal het tot gewelduitbarstingen komen".

Niet iedereen binnen het VNV vindt dit leuk.In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1938 wordt Kamerlid Hendrik Borginon in Antwerpen uitgenodigd. Achteraf schrijft hij in een brief aan Timmermans: "Ik zal geen tweede keer het woord voeren onder een spandoek met 'weg met de Joden' erop. Laten we dergelijke demagogische praktijken aan onze tegenstrevers over."

Er is ook een andere Jan Timmermans, de boekenwurm, de zwanzer. In 1937 is stadsbibliothecaris Gerard Schmook belast met een speciale missie. Hij moet aan de hand van een oude geveltekening op zoek naar de plaats waar De Koning van Spanje stond, de herberg waar Hendrik Conscience in 1838 De leeuw van Vlaanderen schreef. Het plan is gerezen om de honderdste verjaardag van het boek te vieren met een gevelinscriptie. Schmook laat zich in zijn zoektocht bijstaan door Timmermans en de locatie van de herberg wordt gevonden in de Carnotstraat, hoogst toevallig in het ouderlijke huis van Timmermans. In zijn autobiografie legt Schmook in 1976 uit dat het nattevingerwerk was geweest: "...dat daar inderdaad een voorname afspanning kón gelegen hebben." Na de oorlog is de inscriptie meteen verwijderd.

Parlementaire paria 

"Velen hebben in die jaren fouten gemaakt", zucht Thea Van Gelder-Peeters. "Van sommigen zijn ze vergeten en vergeven, van anderen niet. Zo gaat dat. Wist u dat oom Jan ook Kamerlid is geweest? Een erg actief Kamerlid, trouwens."

Oude parlementaire verslagen voeren ons terug naar de tijd toen de Vlaamse culturele ontvoogding nog moest beginnen. Op 16 mei 1939 gaat Timmermans vanop het spreekgestoelte in de Kamer in debat met het Henegouwse Kamerlid Louis Piérard. Die heeft in een verslag de term 'Belgische kunst' gebruikt.

Jan Timmermans: "Wij zien in het verslag een poging om Vlaanderen iets te ontnemen wat essentieel zijn eigendom is. Er is Vlaamse schilderkunst, geen Belgische. Wij willen behouden wat van ons is."

Het VNV-Kamerlid ontdekt voortdurend kaakslagen, het deert hem niet dat de meeste Kamerleden hem negeren. Op 25 april 1940 - we zitten op twee weken van de oorlog - heeft hij het over de financiering van de muziekscholen: "Ziehier nu een vergelijking in verband met de behandeling der conservatoria. Voor Brussel dekken de rijkstoelagen ongeveer honderd ten honderd der globale onkosten! Voor Gent zestig ten honderd, voor Antwerpen vierenveertig ten honderd!"

Het verslag maakt melding van 'gerucht van particuliere gesprekken op een groot aantal banken'. Kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert maakt zich boos: "Mijne heren, ik verzoek de Kamer de stilte te bewaren. Het is onmogelijk den redenaar te verstaan!"

Als op vrijdag 10 mei de Duitse bezetter België binnenvalt, wordt Timmermans 's ochtends in de boeien geslagen en met andere staatsgevaarlijke elementen per nachtelijke spooktrein overgebracht naar het kamp van Le Vernet d'Ariège, nabij de Pyreneeën. Antoon Mermans, de hoofdredacteur van Volk en Staat, ook gedeporteerd, is later in zijn boek vol of over hoe Timmermans "de moed zou vinden een niet versagend optimisme te vertonen".

De mannen worden kaalgeschoren, ze moeten met strontemmers zeulen of stenen verslepen, "zomaar, zonder enig doel of nut".

Erg lang duurt de martelgang niet. Nadat Hitler ook Frankrijk onder de voet heeft gelopen worden op 25 juli 1940 de eerste 25 gevangenen, onder wie de Vlaamse bewoners van barak 37, naar de demarcatielijn in Châlons-sur-Saône overgebracht. Ze worden een dag later door Staf De Clercq ontvangen op de Brusselse Grote Markt. Op de foto zien we Jan Timmermans, de kleinste van de groep, helemaal vooraan. Tristesse op het gezicht. Zonet is hem verteld dat zijn vader, 67 en genietend van een rustige oude dag op een hoeve in Kapellen, de achttiendaagse veldtocht niet heeft overleefd. Hij is volgens de VNV-leiding "vermoord door Waalse soldaten". In zijn genadeverzoek, neergepend in de derde persoon, omschrijft hij zijn vader als "een volstrekt inoffensief mensch, die zich nooit met de politiek had beziggehouden". En hij besluit: "Het is wel begrijpelijk dat al deze omstandigheden het gemoed van Timmermans enigszins zullen verbitterd hebben."

In België heerst chaos. Koning Leopold III is gebleven, de regering is gevlucht naar het Franse Vichy, waarna enkele ministers zijn doorgereisd naar Londen. Aan het eind van de zomer van 1940 keert Timmermans terug naar Vichy om te onderhandelen over de achtergebleven Vlaamse gevangenen. Hij ziet er enkele ministers terug die hem enkele maanden daarvoor in het parlement amper een handdruk gunden. Wat rest van de regering vergadert in een zaaltje boven een café. Met minister van Landbouw August De Schryver maakt hij wandelingen langs de Allier. De Schryver zegt: "Nu is uw uur gekomen, Timmermans. Nu moeten gij en uw vrienden uw verantwoordelijkheid opnemen."

Antwerpse Jodenrazzia's

In Antwerpen is ook de socialistische burgemeester Camille Huysmans gevlucht, naar Londen. Hij is op 't Schoon Verdiep vervangen door de katholieke havenschepen Leo Delwaide. Het is hij die eind 1941 instemt met de fusie tot Groot-Antwerpen. Het schepencollege wordt per 1 januari 1942 herschikt en uitgebreid met vijf schepenen van collaboratiepartijen. Timmermans is erbij, hij wordt schepen van Haven.

"Hij was diep teleurgesteld", zegt Nico Wouters, historicus en auteur van De oorlogsburgemeesters 40/44. "Hij had gehoopt dat de bezetter de sjerp zou geven aan het VNV, zoals in veel andere Vlaamse gemeenten. Het is dan interessant om te zien hoe de Duitsers hun doelen sneller denken te zullen realiseren door bestaande machtsstructuren te respecteren en Delwaide op post te houden. Timmermans had het daar lastig mee. Ik heb brieven teruggevonden waarin hij klaagt dat 'alles bij het oude blijft'. Hij heeft er lang mee gedreigd niet in dat college te zullen stappen."

Thea Van Gelder-Peeters schenkt koffie bij. Zij was veertien, en lid van de Dietsche Meisjesscharen. "Op school hadden wij een anglofiele juf. Toen Staf De Clercq stierf (22 oktober 1942, DDC) wilden wij op onze uniformpjes een rouwbandje en een blauwvoet dragen. Hij was onze grote leider, toch? Wel, het mocht niet van die prefecte. Rob Van Roosbroeck, een goede vriend van mijn vader en VNV'er, was nu wel schepen van Onderwijs, maar ook hij had niet de macht om onze prefecte tot de orde te roepen."

Je kon in de vroege jaren veertig maar beter geen Jood zijn, en zeker niet in Antwerpen. Van een gemeenschap van 13.500 Joden werden er 8.940 gedeporteerd naar vernietigingskampen. Van de hele Antwerpse Joodse bevolking werd 65,8 procent gedeporteerd, bijna het dubbele van Brussel (35 procent).

Voor historicus Lieven Saerens (Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) zijn de verschillen manifest. Waar de Brusselse burgemeesters in 1942 de Jodenster weigerden te verspreiden, wierf het Antwerpse schepencollege op 20 mei 1941 tijdelijk veertig extra bedienden aan om alle Joden in de stad te registreren. In augustus en september 1942 assisteerde de Antwerpse politie de Feldgendarmerie tijdens razzia's in de Jodenbuurt. Tijdens één razzia, op 28 augustus 1942, trok de politie zelf de wijken in om 1.243 Joden van hun bed te lichten. Saerens stootte op politierapporten van toen, en las: "Om 23.20 uur, toen hij voor de laadwagen stond die hem en zijn geloofsgenoten naar een onbekende bestemming moest wegvoeren viel op den openbare weg der Lentestraat de 46-jarige diamantbewerker Samuel Gelman plots neer, om niet meer op te staan." Een ander rapport maakt droogweg melding van een Joodse man "dewelke door middel van een mes gepoogd had zich de keel over te snijden".

Het optreden van de politie zorgt zeventig jaar na datum nog steeds voor controverse, met Patrick Janssens die zich excuseerde bij de Joodse gemeenschap, en Bart De Wever die zich daarvan distantieerde. "Timmermans was een Jodenhater", zegt advocaat Jan Verstraete, die in 2000 een boek schreef over de Jodenverordeningen aan de Antwerpse balie. "Het is hij die ervoor heeft gezorgd dat eerst aan de Vlaamse balie alle Joodse advocaten werden geschrapt, en later ook aan de balie in zijn geheel. En dat, terwijl Timmermans' oma langs moederskant een Joodse was (lacht). Hij was een nazi, heel zeker, maar toch eerder in woorden dan in daden."

In alle publicaties van Saerens over de razzia's, maar ook in de in 2007 door meerdere historici gemaakte studie Gewillig België wordt telkens dezelfde man aangewezen als politieke verantwoordelijke voor de inzet van de politie bij de razzia's: Leo Delwaide. Er was binnen het Antwerpse college wel degelijk discussie over het optreden van de politie. De socialistische schepen Adolf Molter nam uit protest ontslag.

Leo Delwaide deed zich overigens, net zo goed als Timmermans, opmerken met antisemitische praat, zo blijkt uit de notulen van het schepencollege van 25 november 1933. Delwaide interpelleert burgemeester Huysmans: "Ik vraag welke uw inzichten zijn tegenover de scharen vreemdelingen die hier te Antwerpen onze veiligheid in het gedrang brengen. Ik vraag nu wat gij zult doen tegen velen van deze ersatzhandelaars."

De idiotenclub

Op 21 december 1941 geeft Timmermans op een landelijke studiedag van het VNV in de Al- hambraschouwburg in Brussel een toespraak voor een immens paneel met in gotische letters '10 Mei 1940'. Alle symboliek in één beeld: voor hem is de Duitse invasie geen bezetting maar een bevrijding.

Een andere foto van Timmermans, in het boek van Verstraete, toont ons een bijeenkomst van de idiotenclub. Het is 24 september 1941, het decor: café Pilsor aan de Amerikalei.

Naast Timmermans zien we de latere liberale voorman René Victor, ooit mede-uitgever van Bezette stad van Paul van Ostaijen. We zien Lode Craeybeckx, de latere socialistische burgemeester.

We zien Lucien Van Beveren, de katholieke burgemeester van Borgerhout. Na de oorlog krijgt hij van de Raad van Joodse Verenigingen het 'diploma van erkentelijkheid', omdat hij Joden hielp onderduiken. Diezelfde Van Beveren treedt in 1942 mee tot het schepencollege van Groot-Antwerpen.

Jan Verstraete: "De idiotenclub was een gezelligheidsvereniging van Vlaamse Antwerpse advocaten. De naam is ontleend aan een uitspraak van een Franstalige advocaat die zijn kandidatuur binnen de Orde weggestemd zag door les idiots d'en face, waarmee hij doelde op de Vlamingen. Deze foto laat zien hoe de tegenstellingen die na de oorlog zo intens werden uitvergroot tijdens de oorlog zo goed als afwezig waren. Er zat ook een communist tussen."

Op 3 september 1943 wordt Antwerpen 'Judenrein' verklaard, maar wie nu en dan afstemt op de BBC weet dat er grotere dingen te gebeuren staan. De Russen rukken op, de dagen van het Derde Rijk zijn geteld.

Op 27 januari 1944 neemt burgemeester Delwaide met veel bombarie ontslag. Aan- leiding: een verzoek tot ontvangst van een delegatie van de SS op het stadhuis.

"Dit was de eerste keer dat dergelijke eis werd gesteld", zegt Delwaide in een naoorlogs interview. "Ik heb verklaard dat ik die ontvangst niet wenste te doen. Daar is een zeer scherp incident op gevolgd en de SS'ers hebben mijn inboedel kort en klein geslagen."

Historicus Nico Wouters kan een lachje niet onderdrukken: "Delwaide heeft zijn exit georchestreerd. Hij maakte kabaal over iets wat helemaal niet zo gevoelig hoorde te liggen. Hij had geen gewetensnood toen de Antwerpse politie werd ingezet bij de Jodenrazzia's. Maar een ontvangst van de SS op 't Schoon Verdiep, dat kon opeens niet? Delwaide wist zeer goed dat de oorlog voorbij was.

Daarom is Timmermans een tragische figuur. Hij, die al van in 1941 zo graag wilde, kreeg eindelijk de felbegeerde sjerp. Zonder goed stil te staan bij de gevolgen."

Vluchten kan niet

Jan Timmermans zal zeven maanden en vier dagen burgemeester blijven. Een brief die hij op 17 maart 1944 richt aan gouverneur Frans Wildiers (ook VNV) geeft aan wat voor burgemeester. Hij schrijft: "Wij vestigen uwe aandacht op het feit dat de diensten der Duitsche overheid sedert eenige tijd veel vragen betreffende het strafrechterlijk verleden van zekere inwoners doet geworden. Mogen deze worden beantwoord?" Antwoord: "De vragen uitgaande van de diensten der Duitsche Overheid dienen zooals in het verleden te worden beantwoord."

Anders dan Leo Delwaide vindt burgemeester Timmermans het niet vanzelfsprekend dat hij de Duitsers informatie verstrekt die kan leiden tot gedwongen arbeid van Antwerpenaren in Duitsland. "Vanaf 1943 eist de bezetter voortdurend sleepboten en kranen op om te verschepen naar door bombardementen getroffen Duitse havens", zegt Seberechts. "Timmermans is ook daar altijd dwars gaan liggen, als schepen en als burgemeester. In de laatste dagen van de bezetting heeft hij in Brussel alle deuren platgelopen om te voorkomen dat de Duitsers de havensluizen zouden dynamiteren en Antwerpen onder water zetten. Die plannen waren er. Hij zei tegen de Duitsers: 'Uw terugtrekking is tijdelijk, onze haven zal in de toekomst nog goede diensten bewijzen.' Is het dankzij hem dat de geallieerden de haven vrijwel intact in handen kregen? Nee, dat was eerder de verdienste van het verzet. Timmermans heeft wel met alle middelen die hij had gevochten voor de haven, dat staat vast."

15 augustus 1944. Een deel van de kunstcollecties van de Antwerpse musea ligt verstopt in het kasteel van Lavaux-Sainte-Anne. Het geheel wordt er bewaakt door Antwerpse brandweerlui. Er zijn nu berichten over een belegering van het kasteel door het verzet. Timmermans ontbiedt zijn oude vriend Gerard Schmook. Hij geeft hem een auto, een officiële vrijgeleide en een plechtstatige handdruk: "Veel geluk mijnheer Schmook." De bibliothecaris reist af naar Lavaux-Sainte-Anne voor een rondje diplomatie en keert terug met goed nieuws. De kunstcollectie is in veilige handen.

29 augustus 1944. Het is een kwestie van dagen voor de geallieerden de stad zullen binnentrekken. Timmermans en Schmook rijden naar de kluizen van de Generale Bank in Brussel, waar een tweede deel van het kunstpatrimonium opgeslagen ligt. Schmook stelt na de oorlog ook dit verhaal te boek. Andere zwarten zijn bezig met zichzelf, deze hier niet. Hij beschrijft hoe Timmermans in de auto voor zich uit praat.

"Hoe gaat alles draaien? Misschien werden fouten bedreven, en wie zal goede inzichten nog willen erkennen? Ik ben op alles voorbereid, ik weet al dat mijn huis geplunderd wordt. Een briefje zat in de bus, en mijn beenhouwer heeft zijn tapijt al gekozen... Mijn boeken zal ik niet terugzien, maar het is mijn plicht mij ervan te overtuigen dat archieven en kunstschatten in Brussel veilig beland en geborgen zijn. Ik wens dat na te gaan met getuigen."

2 september 1944. 's Ochtends vroeg zijn de eerste Amerikaanse tanks België binnengereden, tegen de middag zijn Doornik en Bergen bevrijd. "Die dag hebben we afscheid genomen", weet Thea Van Gelder-Peeters nog. "Mijn vader had gehoord over de gruwelijkheden aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, hij wou te allen prijze zijn gezin beschermen. Ze hebben elkaar vastgepakt. "Ik kan niet vluchten", zei oom Jan. "Een burgemeester moet in zijn stad blijven." Wij zijn dan met de auto weggereden, tot de benzine op was. We zijn naar Berlijn gereisd, en toen de Russen naderden, zijn we met de laatste trein vertrokken. We zijn de Alpen te voet overgestoken, en we hebben Zwitserland gehaald. Toen zijn we teruggekeerd. Papa wilde pas na enkele maanden terugkeren, als het wat rustiger was geworden, en dat is hem gelukt."

Jan Timmermans wordt op 20 november 1944 gearresteerd in het huis van zijn broer op de Kaasrui.

In de getuigenbank

Een bericht in de Volksgazet van 9 augustus 1945 geeft ons een impressie over het verloop van het proces.

Timmermans: "Het is jammer dat mijn dossier bij de Sicherheitsdienst hier niet is. Dat zou interessant zijn! Daaruit zou blijken hoe de Duitsers tegenover mij stonden."

Substituut Liard: "Gij wilde tot iedere prijs burgemeester worden."

Timmermans: "Ik zou geen man geweest zijn als ik, nu de omstandigheden mij een verantwoordelijkheid oplegden, voor die verantwoordelijkheid ware teruggedeinsd."

In de aanklacht wordt met geen woord gerept over de Joden. Timmermans wordt vooral de fusie aangewreven: het stellen van een handeling die "de Belgische instellingen vervormd" heeft. Er is verder een aparte aanklacht over hij tijdens de oorlog als pro-Deoadvocaat een jonge verzetsstrijder in de rechtszaal in de steek heeft gelaten met een Hitlergroet ("deze persoon kan ik niet verdedigen!").

Het is in 1945 niet evident om het op te nemen voor een VNV-oorlogsburgemeester, maar de stoet van prominenten in de getuigenbank van Timmermans mag op z'n minst opvallend worden genoemd:stadssecretaris-havendirecteur Oscar Leemans, theaterdirecteur Firmin Mortier, hoofdbibliothecaris Lode Baekelmans, stadsarchivaris Floris Prims, het hoofd van de Openbare Onderstand, Gerard Schmook. Keer op keer benadrukken de stadsambtenaren hoe Timmermans honderden mensen voor deportatie en hongersnood heeft behoed door de Duitsers te misleiden en voedselbonnen te fiksen. Havendirecteur Karel Bollengier zegt bijna met zoveel woorden dat zonder deze man daar, in de beklaagdenbank, Antwerpen geeneens een haven meer zou hebben. De meest opvallende getuige is niemand minder dan burgemeester Camille Huysmans. De tekst zit in de enveloppe bij het ADVN.

"Het personeel heeft mij meermaals bevestigd dat de Heer Timmermans de zaken met objectiviteit zag, en deze getuigenis was opvallend omdat dit personeel juist bestond uit de mannen die in den weerstand actief opgetreden zijn. Het personeel zei meer. Het personeel was den Heer Timmermans dankbaar omdat hij persoonlijk opgetreden was om de leden van het personeel, die verdacht waaren, te gaan verdedigen tegen de Duitsche overheid. Ook wanneer aan zulke voetstappen risico's waren verbonden."

Jan Timmermans wordt op 19 september 1945 veroordeeld tot de dood met de kogel. De straf wordt op 25 april 1946 bevestigd door het krijgshof.

Als uitgesproken atheïst laat Timmermans zich in de gevangenis van Sint-Gillis dopen en huwt hij Helena Delen voor de kerk. Alle beetjes kunnen helpen voor genade. De Jan Timmermans die op 6 maart 1951 de gevangenis mag verlaten, noemt zich later in een brief aan oud-VNV-metgezel Jan Brans "een verbitterde ex-Vlaams-nationalist".

Graf op 't Schoonselhof

In de woonkamer van Thea Van Gelder-Peeters tikt de klok. "Hij heeft nog in Keulen gewerkt", zegt ze. "Niet lang. Als handelsvertegenwoordiger. Iets met meubelen. Hij heeft ook in Knokke gewoond, waar tante Leentje kamermeisje was in Hotel La Réserve. Ja, ze waren alles kwijt. Veel later, oom Jan was al dood, heeft tante Leentje de schilderijen teruggekregen. Hugo Schiltz heeft dat nog voor haar geregeld."

De laatste jaren van zijn leven bracht Jan Timmermans door op een armzalig kamertje in Etterbeek, waar hij werken van de Spaanse filosoof Baltasar Graciàn vertaalde. In een voorwoord schrijft hij: "De grootste dwaas is hij die meent zelf niet dwaas te zijn en alle anderen dwaas verklaart."

Leo Delwaide wordt in 1944 geschorst als schepen, maar zet bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1946 zijn vrouw op de CVP-lijst. Ze behaalt 41.486 voorkeurstemmen. De rehabilitatie volgt snel, en in 1959 is hij opnieuw schepen van Haven. Hij zal dit blijven tot in 1978. Het Delwaidedok is naar hem genoemd.

De begrafenis van Jan Timmermans, 9 april 1962 in de Carolus Borromeuskerk, is de volgende dag een kolommetje in Gazet van Antwerpen waard. Er wordt melding gemaakt van "talrijke personaliteiten" onder wie Leo Delwaide. Timmermans krijgt een graf op 't Schoonselhof - het is het enige eerbetoon dat de stad Antwerpen ooit zal hebben gebracht.

Het graf is inmiddels verwijderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234