Donderdag 15/04/2021

De buik van Bacchus

undefined

Het zal er een buiten formaat zijn, de kist waarmee oud-ploegleider Berten De Kimpe (79) vandaag ter aarde wordt besteld. Een hartstilstand velde hem maandag. Ach, dat arme afgeleefde hart van Berten, die spier die zoveel jaren op overcapaciteit had moeten pompen, en uiteindelijk, afgeleefd, versleten, uitgerekt, zijn reusachtige lichaam niet meer kon blijven bevoorraden en bevloeien.

Zoals dat blijkbaar de geplogenheid is, zoals dat schijnt te horen, schreef en sprak vervolgens iedereen met eerbied en piëteit over Berten. Alle ex-renners en ex-sportbestuurders klonken unaniem in hun immer positieve, altijd rozige herinneringen aan De Kimpe: "Een schitterend mens. Een goede sportbestuurder voor zijn renners", snotterden Walter Planckaert en Claude Criquielion in dezelfde zoetsappige zakdoek. Niemand, maar dan ook niémand die even naar Jean-Marie Wampers belde. Jarenlang voor De Kimpe gereden, maar wél met ruzie vertrokken. En dus nergens om zijn mening gevraagd.

Berten toch. Zijn overlijdensberichten geven De Kimpe een eerbiedwaardige plaats in de geschiedenis van het Belgische wielrennen. Volgens die lovende legende hoort hij, samen met Lomme Driessens en Florent Van Vaerenbergh, tot een Grote Generatie sportbestuurders. Ook Briek Schotte, maar Briek was zelf wielerkampioen, zal eerst daarvoor herinnerd worden. Driessens, De Kimpe en ook wel Van Vaerenbergh hadden andere capaciteiten. Ritselen en regelen, fezelen en frunniken, riskeren en arrangeren: 'sportdirecteurs' volgens de knepen van hun tijd.

Berten werd geen ploegleider wegens zijn bijzondere bekwaamheid. Wel wegens zijn bijzondere afkomst. Berten was de zoon van Adolf De Kimpe, de bedrijfsleider van fietsenfabriek De Groene Leeuw en dus - per definitie - sponsor van een wielerploeg. Dat hoorde toen zo, niet alleen in België (Groene Leeuw, Flandria natuurlijk), ook in Frankrijk (Mercier, Peugeot) of Italië (Bianchi). En, zo ging dat vaak al even automatisch, zeker in een familiebedrijf, de sportieve leiding van die ploeg werd dan graag aan een of ander familielid toevertrouwd. Een taaie traditie. Jaren later, bij IJsboerke, was dat niet anders. IJsboerke had toprenners onder contract - Walter Godefroot, Didi Thurau, de jonge Daniël Willems - maar één van de sportbestuurder heette altijd Jos Janssens, de broer van bedrijfsleider Staf. Het laat zich raden dat die vrije familieleden 'vrij' waren omdat ze niet meteen uitblonken in een ander, eerbaar vak.

Zo ook met Berten. Zijn ware roeping lag niet op de Vlaamse kassei of in de Vlaamse Ardennen. Wel vlakbij, in Kuurne of Waregem, of in iedere andere paardenrenbaan. Had hij zijn hart mogen laten kiezen tussen 'Dwars door België' of 'Waregem Koerse', dan zagen de renners hem niet. De Kimpe hield van wielrennen, maar niet overdreven. Hij was er niet door gepassioneerd. Zijn echte passie waren dus de paarden, en ook wel, zoals dat heet, 'de geneugten des levens', van álle geneugten. Die levensstijl liet zich ook zien: Berten torste een buitenmaatse buik. Berten, de Bacchus van het peloton.

Daarnaast, overdag en tijdens het seizoen, leefde Berten dus voor de koers. Drie 'goede' ploegen heeft hij geleid. Tot halfweg de jaren zestig Groene Leeuw, tot halfweg de jaren zeventig Watneys (ook met Maes Pils), tot begin jaren negentig een team dat begon onder de naam Splendor en eindigde als Hitachi, en dat voortdurend bekend stond als 'de ploeg De Kimpe'. Nooit de top van de wereld, wel altijd ploegen die internationaal hun mannetje konden staan. Dat betekende wel iets, in een tijd dat gabbers als Van Looy, Merckx en daarna Hinault (voor de rondes) en Kelly (de klassiekers) de plak zwaaiden. De Kimpes motto was even duidelijk als efficiënt: wie niet sterk is, moet slim zijn. Zelfs sluw, zoniet schlemielig. Sluw, dat was hij in de Ronde van Vlaanderen 1980. Kopman Pollentier is weg, samen met Francesco Moser en Jan Raas. Samen met de twee sterkste klassieke renners van die tijd. Ook twee van de snelsten. Aan de aankomst was Pollentier, de lelijkste en de traagste, wél de eerste. De Kimpe had hem ingefluisterd: 'Demarreren tot de laatste vijfhonderd meter.' In wielertaal is dat: net te vroeg beginnen te sprinten. Raas keek naar Moser, Moser naar Raas, Pollentier won.

Dat was De Kimpe op zijn best. De Kimpe op zijn slechtst zag men in actie tijdens het natte Belgisch kampioenschap 1973. Die dag laat hij zijn kopman Frans Verbeeck de hele, maar dan ook de héle dag op Merckx' wiel rijden. Het was de tijd van de Belgische kampioenschappen op hoog niveau. Als Herman Vanspringel op volle kracht ontsnapt, moest zelfs Merckx à fond achtervolgen. De Kimpe schreeuwt Verbeeck in Merckx' wiel, maar die neemt geen meter over. Geen centimeter. Merckx krijgt Vanspringel te pakken - met Verbeeck in zijn wiel. Merckx gaat zelf - met Verbeeck in zijn wiel. Merckx geeft alles om weg te blijven - met Verbeeck in zijn wiel. Verbeeck komt er pas uit in de sprint, hij wint. Na de aankomst húilde de Grote Eddy. Tranen van machteloze woede.

De Kimpes perfide trucendoos kon dus concurrentie aan met zijn buik. Samen met zijn spitsbroeder Driessens was hij een van de tenoren van de USCB, een al te eerbiedwaardige afkorting voor de belachelijke belangenvereniging van Belgische sportdirecteurs. Eenmaal per jaar voelde die USCB zich hoogst belangrijk, bij haar 'voorselectie' voor het WK. (De BWB besliste, de USCB 'adviseerde'). Nooit waren er meer partijdige en minder sportieve adviezen dan toen Berten, Lomme en co. het voor het zeggen hadden. Kwaliteit telde niet mee. Belangrijk was: het eigenbelang. Renners die van sportgroep veranderden (meestal renners die goed in de markt lagen, die dus een knap seizoen hadden gereden) kwamen nooit in aanmerking. Zoals gezegd won Pollentier in '80 de Ronde van Vlaanderen, maar omdat hij voor '81 al een contract had getekend bij Vermeer-Thys, bewoog De Kimpe hemel en aarde om zijn kopman wég te houden van dat WK.

Neen, De Kimpe was niet professioneel. Zijn lievelingsrenners - Criquielion voorop - legde hij in de watten, die willen tot vandaag geen kwaad woord horen over die dikke, vriendelijke vaderfiguur. Maar verder, wat kon De Kimpe? Waarin was hij goed? Een ploeg met één favoriet, met één uitgesproken kopman, dat konden ze nog baas. Maar toen het wielrennen evolueerde van minder individueel naar meer collectief, toen moesten ze steeds vaker passen. Ook De Kimpe trok meerdere goede renners aan, dat werd de mode, maar kreeg ze zelden op één lijn. Pijnlijk hoogtepunt was de Waalse Pijl '81, een belangrijke wedstrijd voor De Kimpes Franstalige sponsor. Zie, in de kopgroep zitten minstens drie kandidaat-winnaars uit zijn eigen ploeg: Sean Kelly, Guido Van Calster, Claude Criquielion. Maar allemaal wilden ze winnen, geen een die voor de ander wilde werken, laat staan de sprint aantrekken. Niet één luisterde naar De Kimpe, en die durfde niet tussenkomen. Dus won Daniël Willems, met meer dan één neuslengte voorsprong. Of het kampioenschap van België '85: vier renners vooruit, de twee bekendste namen, de beste renners ook - Criquielion en Dhaenens - allebei jongens van De Kimpe. Wie wint? Paul Haaghedoren, zowat de enige wedstrijd van betekenis uit zijn carrière. En achteraf plaste Criquielion nog positief ook. Net zoals de paarden van De Kimpe, ook op doping betrapt. Het leert meteen hoe Berten 'medische begeleiding' definieerde.

De Kimpe en Driessens, Berten en Lomme, ze hebben hun hoogtepunten wel beleefd, maar ook overleefd. Niemand die beter de vinger op die wonde legde dan Peter Post. Post deed niet veel. Hij zorgde voor een goede verzorger, een bekwame mecanicien, hij smeedde een ploeggeest onder zijn renners, een 'een-voor-allen'-mentaliteit, hij liet zich inlichten over nieuwe trainings- en verzorgingstechnieken. Meer niet. Post won jarenlang alles wat er te winnen viel. De Kimpe en Driessens, zij stonden erbij en keken ernaar. Als Post naam heeft kunnen maken, dan net omdat het Belgische (maar ook het Franse) wielrennen tot in de late jaren zeventig en tachtig geleid werd door figuren uit de jaren vijftig en zestig. Als het Belgisch wielrennen toen in zuurstofnood geraakte, dan niet alleen omdat er geen Eddy Merckx meer was. Wel omdat Driessens en De Kimpe maar bleven rondhangen.

Ach, Berten toch. Hij had nog best een paar jaar langer mogen leven, met zijn paardjes, zijn jongskes, met al wat hij wilde en lustte. Was hij maar een paar seizoenen eerder weggegaan als sportdirecteur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234