Maandag 14/10/2019

De brug te ver tussen Cockerill en Marrakech

Bruggen verbinden oevers en gemeenschappen, maar dat geldt niet voor het kunstwerk over de Samber in Marchienne-au-Pont. De overkant? Dat is daar precies Marrakech, meneer. Eric Mazuy, zanger van Priba 2000 en voortrekker van 0110

in Charleroi, waagde toch de oversteek. Op patrouille in een buurt waar extreem rechts slapend rijk wordt.

Door Erik Raspoet

Foto Jimmy Kets

Voor ze uitrukt moet de buurtpatrouille een knoop doorhakken. Waar naartoe op deze zaterdagmorgen? Charleroi is een verzameling van veertien dorpen en een halfbakken stadskern. We kunnen natuurlijk in dat centrum blijven hangen, in het Acht Urenhuis op de Place Charles II is altijd wel volk om aan de tand te voelen. Of we kunnen naar Montigny-le-Tilleul of Loverval gaan, groene oorden waar nogal wat welstellende gepensioneerden en jonge tweeverdieners wonen. Maar de keuze valt niet toevallig op Marchienne-au-Pont, een arbeiderswijk onder de rook van wat hier nog altijd Cockerill-Sambre heet, alle fusies en overnames ten spijt.

"In de auto vertelt patrouilleleider Eric Mazuy over zijn gouden greep. Meer dan tien jaar heeft hij in Brussel gewoond, het klassieke verhaal van studeren en blijven plakken. Maar vorig jaar besliste hij naar zijn geboortestad Charleroi terug te keren, niet zozeer uit nostalgie dan wel uit praktische overwegingen. Zijn vrouw werkt bij stripuitgeverij Dupuis, een bron van trots overigens in de stad van Robbedoes. Overal hebben ze gezocht, tot ze op een pand in Marchienne-au-Pont vielen. Helemaal hun smaak, gelegen in een rustige straat, en te koop voor een fractie van wat een vergelijkbaar huis in Brussel kost. "Een oude directeurswoning van de fabriek", zegt hij glunderend. "Met drie badkamers, parket van tropisch hardhout, een garage op maat van een autobus. En dan moet je tuin zien, een half bos. De fabriek is vlakbij, maar daar merken we niets van."

Het blijft natuurlijk Marchienne-au-Pont, volgens alle rapporten de rotste kies uit het gehavende gebit van Charleroi. Maar Eric Mazuy laat zich door die reputatie niet ontmoedigen. Vastberaden stapt hij de Taverne de la Place op de Place Albert 1 binnen, een café waar hij nooit eerder een voet heeft gezet. Ik verwacht nieuwsgierige blikken in onze richting. Tenslotte zijn we met een bekende artiest op stap, met de zanger van Priba 2000. In Vlaanderen doet die naam weinig bellen rinkelen, maar in Wallonië en Brussel is Priba 2000 even groot als pakweg Gorki of De Mens. Ze schuimen al meer dan tien jaar festivals en concertzalen af, en hebben vier albums afgescheiden met teksten vol woordspelingen en dubbele bodems. Rock humouristique, er is zeker een publiek voor, maar dat staat vandaag niet aan de toog van Taverne de la Place.

Onze verschijning wekt alleen onverschilligheid in dit volkscafé, waar om 11 uur 's morgen de pils al rijkelijk vloeit. Toch wordt er welwillend geluisterd als Eric om aandacht vraagt. Dat hij zanger is van een rockgroep die op de affiche van 0110 staat. Een seconde lang is het volmaakt stil in Taverne de la Place. "0110? C'est quoi ça?", vraagt een grijzende vijftiger met een rood aangezicht en een zilveren knop in zijn oorlel. Eric had vooraf onze verwachtingen getemperd. 0110 is geen sterk merk in Charleroi, een stad die pas laat op de kar van Tom Barman en Arno is gesprongen. Terwijl hij dapper strooibrieven uitdeelt doet hij zijn uitleg. 0110 is een concert voor verdraagzaamheid en tegen extreem rechts.

Die laatste precisering sorteert een merkwaardig effect. De vijftiger met de oorbel en zijn drinkebroer aan de overkant van het muurtafeltje reageren alsof ze door een wesp werden gestoken. Met gestrekte arm geven ze de flyer terug, alsof ze tussen duim en wijsvinger een vieze luier hielden. "Doe geen moeite", zegt de man met de oorbel, "ik stem voor het FN, en dat mag iedereen weten." Hij vist een vergeeld krantenknipsel uit zijn portefeuille, een lezersbrief waarin een lans wordt gebroken voor het Front National. Getekend: Maurice Herman, steuntrekker met invaliditeitsuitkering uit Montigny-le-Tilleul. Waarom FN? Hij schudt zijn hoofd, rolt met zijn ogen, wat een vraag!

Het antwoord komt in de vorm van een pingpongspel tussen Maurice en zijn overbuur, een magere man in een zwarte leren jekker met een ingevallen gezicht, zo iemand die zijn hoop op een winnend lottobiljet met de week ziet vervliegen. Dat het door corruptieschandalen geplaagde PS-bestuur een bende zakkenvullers is, dat is nog het geringste element in hun apologie van de foertstem. Veel zwaarder wegen 'les Arabes', een bevolkingsgroep aan wie ze verfoeilijke en op het eerste gezicht tegenstrijdige eigenschappen toeschrijven. Dat die Arabieren allemaal doppen of een uitkering trekken, zegt Maurice. Zelf geniet hij evengoed van een uitkering, geeft hij node toe. "Maar ik kan mij daar geen BMW van kopen. En naar een sociale woning kan ik ook fluiten. Die bruine mannen krijgen altijd voorrang, want ze hebben allemaal kweeniehoeveel kinderen." Dat 'ze' massaal stempelen belet hen vreemd genoeg niet om tegelijkertijd en massaal 'onze' banen in te pikken. "Kom bij ons maar eens kijken", zegt Robert Jampoux, de leren jekker, die bij staalfabrikant Carsid werkt. "Het loopt daar vol van de Arabieren. De patroons nemen alleen nog vreemdelingen aan, die werken tegen minimumlonen en protesteren niet als ze worden uitgebuit."

Het wordt ranzig, in het café klinkt geen protest. Eric Mazuy staat er wat beduusd bij. Hier is geen kruit tegen gewassen, beseft hij, laat staan een gratis concert in de Spiroudrome. Meer stamgasten arriveren, dorstige mannen met gelooide gezichten. Maurice en Robert bieden hun wang aan. Verzuring of geen verzuring, ici on se fait la bise. Na een poosje wordt het ons duidelijk. Angst is het bezinksel onder het schuim van de racistische praat. Maurice en Robert zijn lang niet de enigen die bezweren dat ze zich 's avonds niet meer op straat wagen.

Ook Jean-Paul Spitaels, nochtans zelf gepensioneerd politieagent, barricadeert zich als het duister valt. "Het probleem zijn de vreemdelingen", zegt hij. "Ik heb niks tegen asielzoekers. Maar waarom al die nieuwkomers binnenlaten als we ze toch niet kunnen opvangen? Dat is vragen om problemen." Jean-Paul is zowat opgegroeid in het Volkshuis van Marcinelle, lang voor de volgens hem desastreuze fusie van 1970. Hij noemt zichzelf nog altijd links, maar stemmen voor de PS doet hij al lang niet meer. "Ik ben er nog niet uit", zegt hij. "Maar ik stem zeker niet voor die idioten van het FN. Stel je voor, ze zijn zelfs te stom om de kieswetgeving te begrijpen."

Misschien vindt hij wel zijn gading bij MR-lijsttrekker Olivier Chastel, de klokkenluider die de schandalen bij de socialehuisvestingsmaatschappij La Carolorégienne en de intercommunale ICDI aan het licht bracht. "Ik stem niet voor opportunisten", wimpelt Jean-Paul de suggestie van de hand. "Waarom komt hij pas nu met die affaires voor de draad? Chastel heeft zelf tien jaar in de raad van bestuur van ICDI gezeten, hij was op alle feestjes om champagne te drinken. Had hij dan al die jaren zijn ogen in zijn zak?." Hij veegt met de rug van zijn hand het schuim uit zijn snor, een relict uit zijn politieverleden. "Ik denk dat ik blanco stem", zegt hij. "zoals bij de vorige zes verkiezingen."

We steken de Samber over. Bruggen zijn verbindingen, tussen oevers en gemeenschappen. Maar niet deze brug, als we de verhalen in Taverne de la Place mogen geloven. Liefst van al zouden ze het kunstwerk opblazen, zoals de brug van Mostar tijdens de Bosnische burgeroorlog. Aan de overkant ligt immers de wijk Marchienne Etat, die aan de toog met een andere naam werd bedacht. Marrakech, want het is daar precies een oriëntaalse bazaar met Turkse kruideniers, Marokkaanse theesalons en Pakistaanse nachtwinkels. Dat Marrakech een prachtige stad is, en de etnische middenstand een zegen voor de leefbaarheid van iedere stad, het maakte aan de toog geen indruk. Aan de overkant, zo werd ons gegarandeerd, wachten ons drugsdealers, beurzensnijders, lawaaierige moskeeën en dubbelgeparkeerde auto's. Moesten ze in Marrakech overlasttaks heffen, dan waren alle financiële putten van Charleroi meteen gedicht.

We zetten koers naar een naamloos café zonder bier, op de hoek van de rue Arthur Delire en de rue du Lieutenant-Général Gillain. Binnen wordt met luidruchtige overgave gekaart, voor de deur staan jonge mannen koffie te slurpen. Nieuwkomers worden met een kus begroet, toch een punt van overeenkomst met de overkant. Voor het raam hangen affiches van allochtone verkiezingskandidaten, rood zowel als blauw. Jamal - zijn familienaam wil hij niet in de krant - weet welke kleur volgende zondag zal winnen. "De PS", voorspelt de Algerijnse twintiger die zich als kiezer liet registreren. "Daar zullen de schandalen weinig aan veranderen. Deze stad valt zonder socialisten niet te besturen."

De flyers van 0110 worden hier beter onthaald. De bestemmelingen blijken al even onwetend over het evenement als aan gene zijde van de Samber, maar ze nemen het papier tenminste aan en luisteren instemmend naar het begeleidende praatje. Maar voelen ze zich ook persoonlijk aangesproken? Jamal heeft naar eigen aangeven geen last van onverdraagzaamheid, en voor extreem rechts is hij ook niet beducht. Eindelijk, we zijn op een tevreden burger van Marchienne-au-Pont gestoten. "Het is hier geen getto", zegt hij. "Ik heb hier meer contact met Belgen dan met vreemdelingen."

Op aanraden van Jamal trekken we naar rue Emile Vandervelde, ooit een bruisende avenue vol winkels, nu een zwaar verloederde straat. Zijn tip klopt niet helemaal. De zwarte apotheker, een van de laatste middenstanders in de straat, staat niet op de MR-lijst. "Maar ik begrijp de verwarring", zegt de Belgische Burundees Alexandre Mani Rambona, "op die lijst staat inderdaad een zwarte apotheker, een vriend van mij." Om de verwarring ten top te drijven: ook Alexandre is een verklaarde aanhanger van de MR.

"Er moet verandering komen", zegt hij. "Marchienne is een rampgebied geworden. Ik heb deze apotheek voor een prikje kunnen overnemen, geen enkele Belg durfde hier nog beginnen. Begrijpelijk, want het is hier een jungle. Junks staan zich op klaarlichte dag voor de deur in te spuiten, ze laten overal naalden achter. Alle winkels zijn al minstens één keer overvallen, ook ik heb al mijn vuurdoop ondergaan. Bejaarde cliënten durven gewoon de straat niet meer op, bij de brug worden aan de lopende band handtassen afgerukt. Op een dag had een van mijn cliënten dringend een dierenarts nodig voor haar schoothondje. Niemand wilde komen, omdat de buurt zo'n kwalijke naam heeft.

"De stad laat ons volledig in de steek. Het OCMW stuurt alle marginalen en junks naar Marchienne. Kijk maar naar deze straat. Alle winkels zijn gesloten en vertimmerd tot gemeubelde kamers waar soms twintig asielzoekers of illegalen samenhokken. De eigenaars, zowel Belgen als vreemdelingen, verdienen er grof geld aan. Onlangs waren ze op de koer hiernaast een put aan het graven. Ik zag dat er een buis uitmondde, de nieuwe afloop van de WC. Kun je nagaan wat dat wordt als het straks gaat vriezen? Geen probleem, zie de eigenaar, het is toch maar voor zigeuners. Het ergste vind ik de houding van de politie. Als je belt krijg je altijd hetzelfde antwoord. Ga maar met je klachten naar Van Gompel."

PS-burgemeester Van Gompel was de geadresseerde van een lijvige petitie die Alexandre ons toont. Turkse, Marokkaanse, Vlaamse, Waalse en Italiaanse namen, allemaal verenigd onder dezelfde roep om maatregelen tegen criminaliteit en verloedering. "Van Gompel heeft de petitie afgewezen", zegt Alexandre. "Volgens hem was het een complot van CDH en de MR tegen zijn bestuur."

Hij haalt er een van de initiatiefnemers van de petitie bij. Christian Larodin, Belgacommedewerker in ruste, behoort tot de laatste zes 'autochtonen' in de rue Vasse. "Geen enkele Belg wil hier nog wonen", zegt hij. "Als iemand sterft of naar een home verkast, wordt zijn huis meteen door vreemdelingen opgekocht." Zelf wil hij niet weg, ondanks de smeekbeden van zijn twee dochters. "Ik heb mijn ouderlijke huis eigenhandig verbouwd", zegt hij. "Miljoenen ingestoken, en wat ik er nu nog voor krijgen? Een habbekrats. En daarbij, ondanks alles ben ik gehecht aan deze buurt, ik heb nooit ergens anders gewoond. Je had dat hier vroeger moeten zien. De rue Emile Vandervelde, dat was de Nieuwstraat van Charleroi. Mensen flaneerden tot elf uur 's avonds langs de etalages, tijdens de braderij kon je op de koppen lopen."

De flyers van 0110 krijgen een plaatje op de toonbank. Een gratis concert voor verdraagzaamheid, wie kan daar op tegen zijn? Over de mogelijkheid om extreem rechts af te blokken zijn ze evenwel pessimistisch. "Ik ken heel wat socialisten die naar het FN zullen overstappen", zegt Alexandre. "Het is eigenlijk ongelooflijk. Ze hebben geen lijst die het bekijken waard is, ze voeren geen campagne, ze kunnen niet eens met hun partijnaam uitpakken. En toch zal extreem rechts scoren, let op mijn woorden." Christian is een van die trouwe PS-stemmers die zijn geloof in de partij heeft opgezegd. "Maar ik stem geen FN", zegt hij. "Al moet ik me inhouden."

We keren op onze stappen terug, er is geen reden tot vrolijkheid. Eric Mazuy heeft zijn ogen opengetrokken. Natuurlijk kende hij de kwalen van Marchienne-au-Pont. Van de krant en van horen zeggen. Maar het is anders als ze onder je neus worden gewreven. Zijn enthousiasme voor 0110 is er niet om verminderd. Integendeel, zegt hij strijdvaardig, als dat initiatief ergens nodig is, dan is het hier wel. We stappen in de auto, hij wil ons in de rapte zijn huis laten zien. En zo cruisen we even later door de Rue Chapelle Beaussart, een boogscheut van de brug over de Samber maar een wereld verschil.

"Mijn vrouw en ik hebben het zich nog geen dag beklaagd", zegt de zanger van Priba 2000. "Toen we verhuisden stonden onze Marokkaanse en Italiaanse buren meteen klaar om te helpen. Vanaf dag één hebben ze ons welkom geheten. Ook dat is Marchienne-au-Pont."

Gepensioneerd politieagent Jean-Paul: Waarom al die nieuwkomers binnenlaten als we ze toch niet kunnen opvangen? Dat is vragen om problemen. Maar ik stem zeker niet voor die idioten van het FNPS-burgemeester Van Gompel kreeg een petitie vol Turkse, Marokkaanse, Vlaamse, Waalse en Italiaanse namen met de roep om maatregelen tegen criminaliteit en verloedering. 'Hij wees ze af, volgens hem was het een complot', zegt Alexandre

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234