Maandag 25/10/2021

De broekspijp van een Lapse meid

In de jaren vijftig drongen de blankhouten meubels van het Scandinavische design door in de Nederlandse doorzonwoningen. Fakkeldrager van de beweging was de Finse architect Alvar Aalto, wiens honderdste geboortejaar deze maanden uitbundig wordt gevierd. Bij een rondreis langs zijn bouwwerken blijkt zijn gedurfde stijl nog springlevend.

Jaap Huisman / Foto's Tim Dirven

In de ochtend valt er een gestage sneeuwbui, die het troosteloze centrum van Jyväskylä, midden-Finland, al snel onder een witte laag bedekt. Het is ook voor de Finnen onverwacht. De dag ervoor hadden ze zich nog in een lentezonnetje gekoesterd. Nu dreigen dikke natte vlokken de excursie te dwarsbomen: met de bus naar een schiereiland in het meer, twintig kilometer zuidwaarts. De bus laat op zich wachten, en als hij na drie kwartier toch komt aansukkelen, maakt hij een schuiver op de weg.

Een halfuur later stopt hij in wat een ingeslapen vakantiedorp lijkt te zijn, verstopt achter hopen sneeuw en dennen. Na een kwartier lopen bereiken we een hek. Sleutel vergeten, moppert Leena Lokko, de gids. Maar geen nood. We klimmen er wel over heen. In onze nette schoenen waden we door een dikke sneeuwlaag naar een gebouwtje dat in de verte door de bomen schemert.

Even later staan we, met een natte broek en doorweekte schoenen, in de patio van het experimentele vakantiehuis in Muuratsalo. Gebouwd in 1953. Experimenteel, dat wil zeggen dat in de gevel verschillende soorten baksteen, pijpjes keramiek en tegels zijn verwerkt. Een collage. Of zoals Leena zegt, een spelletje. Ook van de voordeur is ze de sleutel vergeten, maar die klemt met dit natte weer toch, en veel valt er volgens haar niet te zien, bovendien is er gif tegen de muizen gestrooid.

Muuratsalo is een voor de plek geschapen concept. Het is een klein maar veelbetekenend bouwwerk van Alvar Aalto (1898-1976), de architect die Finland op de kaart zette, die het geïsoleerde Noorden cultureel verbond met de rest van Europa. Want Aalto liet een omvangrijk oeuvre na dat niet tot Finland beperkt bleef, in een persoonlijke, expressieve stijl. Opmerkelijk is dat ruim twintig jaar na zijn dood zijn gebouwen functioneren. Ze leven. Dat kan van niet veel jaren-vijftigmonumenten worden gezegd.

Zijn huisje in Muuratsalo was een proeftuin, een driedimensionaal schetsboek. Hij liet zich, zoals zo vaak, door de omgeving leiden. De diagonale funderingsbalken onder het huis zijn stammen die rechtstreeks uit het bos komen. Onder een doorlopend schuin dak liggen studio, woonkamer en keuken. Onopgesmukte ruimten, zo te zien. Het huis lijkt vergroeid met de rotsen en met zijn wit geschilderde muren wordt het één met de besneeuwde omgeving.

Hij kwam op het idee om een tijdloze woning te maken, een woning ook waarin buiten en binnen vloeiend in elkaar overlopen, na reizen door het Middellandse-Zeegebied. In Muuratsalo vind je het principe van een Romeins atrium terug, en bij het landschap van heuvels en meren dacht Aalto aan Toscane.

Muuratsalo was de zelfgeschapen idylle van Alvar Aalto. De architect was net zijn tweede huwelijk ingestapt, met Elissa Makiniemi, een jonge architecte. Hij was ook net weer opgekrabbeld, na de dood van zijn eerste vrouw Aino in 1949, en na de oorlogsperiode waarin hij zich niet met bouwen bezighield, maar met militaire dienst en lesgeven. In het door hemzelf gebouwde en naar hem vernoemde museum in Jyväskylä hangt zijn uniform, dat van verbindingsofficier.

De oorlog betekende een ommekeer in zijn carrière. Hij zwoer het modernisme af, hoewel zijn gebouwen uit de jaren dertig nooit zo formeel als de Nederlandse tegenhangers waren. Hij versterkte de humane en associatieve kant in zijn architectuur. Zijn muren bekleedde hij met baksteen die hij liet plooien en welven.

De lossere vorm had Aalto al aangekondigd in een vaas uit 1936, die de naam kreeg van het restaurant dat hem adopteerde: Savoy. De gangbare theorie luidt dat Aalto de vorm van de Savoy-vaas afkeek van de broekspijpen van de Lapse vrouwen. Onze gids Leena die zich als historica bijna heeft vereenzelvigd met de architect, ziet er meer de vorm van een Fins meer in. Dankzij de wereldtentoonstelling in Parijs, waar de Savoy vlak voor de oorlog werd getoond, werd Aalto's vaas misschien nog wel beroemder dan zijn gebouwen.

Het is vreemd, zegt de voorzitter van de Finse associatie van architecten, Esa Laaksonen, maar tijdens mijn studie tussen 1977 en 1983 is de naam van Aalto nooit gevallen. "Hij werd wel bestudeerd, maar hij was voor ons synoniem voor het establishment. Omdat hij telkens grote opdrachten in de wacht sleepte, riep hij bij de jonge generatie verzet op. Hij werd vooral in het buitenland bewierookt, was onze indruk. Voor ons was het een ontdekking dat hij eind jaren twintig al bijzonder werk had geleverd. En nu, zou je kunnen zeggen, kan niemand meer om hem heen."

De grote onbekende bekende. Niemand was in staat, zegt Laaksonen, om zo de genius loci, de geest van de plek, aan te voelen. Muuratsalo is het bewijs. Aalto is op dreef als hij kan bouwen bij de oever van een meer, in de stad voelt hij zich minder thuis.

In architectuurkringen geldt hij als een van de grote vijf van deze eeuw, met een onwaarschijnlijke hoeveelheid gebouwen op zijn naam. Meer dan Le Corbusier, met wie hij in de jaren dertig bevriend raakte, evenals met Picasso en met andere vertegenwoordigers van de culturele voorhoede. Hij reisde, hij gedroeg zich als een kosmopoliet en ontwikkelde zo zijn architectuur, als een postmodernist avant la lettre.

Die reislust bezorgde hem opdrachten; hij bouwde een studentenhuis in de Amerikaanse staat Massachusetts, de particuliere Villa Carré in Frankrijk en de opera van Essen. Voor het grote publiek bleef hij in de schaduw, maar zijn invloed is niet te onderschatten. Van Aalto heeft de Nederlandse architectengroep Mecanoo de combinatie van hout en stucwerk, diens natuurlijke stijl, afgekeken; en wie zijn Vuokseniska-kerk in Imatra ziet, uit 1956-'58, zou zweren dat het een recent ontwerp van de Amerikaan Frank Gehry is. Zelfs de antroposofische architectuur van Alberts en Van Huut is schatplichtig aan Aalto.

Een eeuw geleden, toen Finland nog bij het Russische rijk hoorde, werd hij geboren in een Zweedstalig gezin, dat om te assimileren met de Finse cultuur naar Jyväskylä verhuisde, driehonderd kilometer ten noorden van Helsinki. Toen een bescheiden industriestadje, met houtvesters en houtfabrieken en huizen in roze, geel en roodbruin. Nu een soort boomtown, verpest door speculanten die het centrum hebben platgewalst met betonnen winkelcentra.

Aalto's honderdste geboortedag wordt gevierd met een dozijn evenementen, waarvan er een doordringt tot het Nederlands Architectuurinstituut. Grote dwarsdoorsneden en tekeningen van zeven representatieve gebouwen worden daar geëxposeerd, met - hoe kan het anders - een golvende houten achterwand als decor. Ze vertegenwoordigen zeven mijlpalen uit Aalto's lange loopbaan.

Als zijn sterkste periode worden de jaren vijftig gezien, toen hij het experimentele huis in Muuratsalo bouwde en vlak daarbij het raadhuis van het stadje Säynätsalo. Het raadhuis duikt op uit de sneeuw, half gecamoufleerd door berken en dennen. Het is hier volkomen op zijn plaats, alleen de steigers langs de gevel detoneren: lekkage aan het dak maakt restauratie noodzakelijk.

Ondanks de renovatie oogt Säynätsalo solide. Het is een burcht van baksteen. De binnenhof met fontein wordt omsloten door torentjes en galerijen, waarin de bibliotheek is gehuisvest. Hoewel het uit 1949 dateert, doet het niet verouderd aan. Wat treft is de visie die uit het complex spreekt: zo zijn alleen al in Nederland in de late jaren zestig ontelbare culturele centra vormgegeven.

Aalto was de fakkeldrager van de Scandinavische architectuur en het design, die in de jaren vijftig ook hier aansloegen. Een sociaal-democratische voorhoede sloot hem en het Finse design in de armen, afkeer als ze had van de burgerlijke bolpoot onder de tafel. Het eerlijke berkenhout paste bij de doorzonwoning, was redelijk betaalbaar en een toonbeeld van progressieve smaak. Laaksonen denkt dat er van Aalto in elk Fins huishouden wel een meubelstuk aanwezig is. In openbare gebouwen stuit je keer op keer op zijn krukjes, stoelen en lampen.

Säynätsalo is in reparatie, de Finlandia Concerthal in Helsinki is er nog veel beroerder aan toe. Het witte slingerende lint aan het Toölonmeer, waarvoor Aalto in 1967 het ontwerp maakte en dat werd voltooid in 1975, bevindt zich in een deplorabele staat. Zojuist is de aannemer ontslagen, die in de groeve van Carrara het verkeerde marmer had besteld. De vraag is of marmer überhaupt geschikt is als gevelbekleding in het koude noorden. De iele platen krullen op de gevel en laten vervolgens los.

Het gevolg is dat uitgerekend in dit feestjaar Aalto's grootste monument een muurbloempje op het bal is. Laaksonen denkt dat het niet meer goed komt, gezien de kosten. Als Aalto nog had geleefd, dan had hij, pragmatisch als hij was, wel een andere bekleding gezocht. Maar juist voor haar overlijden heeft Aalto's weduwe nog bepaald dat het marmer moest terugkeren.

Een foto uit 1929. Er staat een jongeman op, in plusfours voor een gebouw in baksteen, zes etages hoog. Dat is hoog voor Finland. Dat steekt bijna boven een den uit. Hij kijkt trots, met een blik van 'kijk eens wat ik gemaakt heb'. Die zelfverzekerdheid bevalt Laaksonen. Hier staat, zegt hij, iemand van dertig die iets radicaals durft te bouwen. Het werd het sanatorium van Paimio, dertig kilometer ten oosten van Turku.

De bus zet ons in de volstrekte eenzaamheid af. Terwijl er buiten alleen maar pijnbomen te zien zijn, blijkt binnen een gemeenschap volop in bedrijf. Patiënten hangen op stoelen, of sloffen rond. Het sanatorium is sinds een jaar of zeven onderdeel van de universiteit van Turku, het vangt nu patiënten op met reuma en longziekten.

Paimio, dat voorgedragen is voor de Unesco-lijst van cultuurhistorische monumenten, was zijn tijd ver vooruit. Aalto had zich georiënteerd in Europa, toen daar de tbc huishield. Hij bedacht een nog steeds verbluffend modern gebouw met vleugels, een betonconstructie waarvoor de materialen per paard en wagen naar de afgelegen plek werden vervoerd en door vrouwen op de steigers naar boven werden gehesen.

De radiatorplaten in de plafonds leverden een gelijkmatige verwarming van de patiënten in bed. Half opstaande wasbekkens voeren het water geruisloos af. Een glazen lift pendelt op en neer, en dan zijn er natuurlijk de terrassen, waar de zieken met bed en al naar buiten werden gereden. Zo ver als het oog reikt: bos.

Voor de enige patiëntenkamer die nog in authentieke staat is, zit een zieke in een rustieke schommelstoel. Naast hem staat het tafeltje dat de jonge architect ontwierp voor Paimio: theebladen van dun, gebogen berkenplaat, in een frame van gestoomd beuken. Het hoort net als de roodblauwe Rietveldstoel tot de moderne klassiekers van deze eeuw. Net als de Paimio-fauteuil (een gekrulde plaat berken in een blank beuken frame) is het tafeltje de wereld overgegaan. Aalto buitte als eerste de mogelijkheden van het gestoomde hout uit. Uit lagen multiplex liet hij stoelen vormen, wandschermen en zelfs vouwwanden en plafonds.

Het is opmerkelijk hoe Paimio functioneert, ook al ligt het ver van de bewoonde wereld. Weliswaar zijn enkele terrassen met ramen afgedicht, maar de geest van het eerste uur is nog in het gebouw gevangen. De jonge Aalto was een onverschrokken ontwerper. De vleugel met de terrassen ontwierp hij zo smal, balancerend op één kolom, dat de aannemers zich afvroegen of de constructie niet zou omtuimelen. Bijna zeventig jaar later staat die vleugel er nog, hoegenaamd intact, met een open gevel aan de voorzijde en een reusachtige, oprijzende gesloten wand aan de achterkant.

Terug in Helsinki staan we voor net zo'n gesloten wand, die van het Kultuurintalo (Het Cultuurhuis) uit 1953. Dat de bakstenen muren golven zijn we inmiddels gewend (hoe kan het ook anders met een achternaam die 'golf' betekent). In 1953 draait Aalto's bureau op volle toeren, heeft hij colleges gegeven in Amerika en is zijn naam gevestigd. Foto's in het Aalto-museum in Jyväskylä laten een knappe vijftiger zien met een stevige haardos en priemende blik, in zwembroek op het strand van Venetië, of in zijn bootje op het meer, dat de titel Nemo propheta in patria draagt. Niemand die de profeet in eigen land naar waarde weet te schatten, zo zou je het kunnen vertalen. Hij voelde zich ondanks alle opdrachten miskend. De herwaardering komt na zijn dood. Zijn gebouwen zijn monumenten, zijn beeltenis staat op het 50 finmarkbiljet.

Het Cultuurhuis, helaas afwezig op de expositie in Rotterdam, is één Aalto-bloemlezing. De afwerking met halfronde keramische pijpen op de pilaren, de trapleuningen van brons die hij omwikkelt, met rotan of met leer, of anders de suggestie van omwikkeling geeft. De klimop op de gevel.

Telkens is er een onderdeel dat hij voorrang geeft: de deurklink. Dat is een bijna sensuele draai, altijd verticaal, een greep die je wel moet beetpakken. Een uitnodiging om binnen te komen, nee geen uitnodiging, maar een verleiding. Daarna loop je altijd een amfitheaterachtige ruimte binnen: zelfs de kleine patio van zijn villa in Muuratsalo lijkt je te willen omarmen. Dat amfitheater is ongetwijfeld het mediterrane artikel dat Aalto, die graag reisde in Italië, naar het hoge Noorden heeft geëxporteerd en die zijn gebouwen zo warmbloedig en helder maken. Dat soort gebouwen veroudert niet.

Alvar Aalto, in het Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam, nog tot en met 16 augustus. Finlandia Hal, Helsinki, tot 31 december.

© de Volkskrant / De Morgen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234