Vrijdag 24/05/2019

Brexit

De Britse sportwereld na de brexit: hopen op vrij verkeer van voetballers (en dekhengsten)

Kevin De Bruyne van Manchester City viert zijn derde goal tijdens de Premier League-match in het Etihad Stadium, Manchester. © PHOTO NEWS Beeld Photo News

Bij de Britse sport en vooral het voetbal zitten de grootste fans van Theresa May en haar zachte brexit. Wie wint of verliest met de brexit is nog niet duidelijk, maar de Europese merries kunnen wel al een feestje bouwen.

Inmiddels zal het optimisme al minder zijn, maar woensdag ging toch een zucht(je) van opluchting door 30, Gloucester Place in Londen, de hoofdzetel van de English Premier League, de sterkste, rijkste en grootste voetbalcompetitie ter wereld. Als de brexit er dan toch moet komen – liever niet, voor alle duidelijkheid – dan kiest de Premier League voor de zachtst mogelijke formule, waarbij het Verenigd Koninkrijk zo dicht mogelijk bij de Europese Unie blijft aanleunen. Lees: waarbij de migratie van voetbaltalent zo min mogelijk aan banden wordt gelegd en hopelijk het pond niet nog eens een klap krijgt.

Iets verderop in het Wembley Stadium. Bij de Football Association, de voetbalbond van het Verenigd Koninkrijk, zijn de meningen verdeeld. Zoals wel vaker staan de belangen van de FA diametraal tegenover die van de Premier League, die in september 1992 van start ging als een afscheurliga van rijke eersteklassers die geen zin meer hadden in delen met minder rijke clubs.

Kapitaalsinjectie

Het commercieel succes van de Premier League valt te verklaren door de modernisering van de stadions na het Hillsborough-drama in 1989 en de vrijmaking van de Europese televisiemarkt, waardoor ook niet-staatszenders op de rechten konden bieden. Dat was halverwege de jaren 90. 

Het leidde tot een enorme kapitaalsinjectie in het Engelse voetbal, dat – de timing was perfect – vanaf 1995 ook nog eens ongehinderd spelers uit de Europese Unie kon aansluiten ten gevolge van het Bosman-arrest.

Die uitspraak bepaalde niet alleen dat spelers vrij waren na afloop van hun contract – wat in de praktijk nog zelden voorkomt. Om de hardleerse bonden te straffen, drukte het Europees Hof extra hard op het gaspedaal: voortaan zou ook binnen de Europese voetbalcompetities het vrije verkeer van personen gelden. Met andere woorden: quota voor buitenlanders konden nog wel, maar niet als ze EU-burger waren.

Later werd dat uitgebreid naar Noorwegen, Liechtenstein en IJsland, de leden van de Europese Economische Regio (EER), en ook Zwitserland. 

Vervolgens kwam het Europees Hof met het Kolpak-arrest, dat bepaalde dat burgers uit landen met een handelsovereenkomst met de EU dezelfde rechten genoten. Daardoor kunnen veel rugby- en cricketteams in Engeland spelers uit Zuid-Afrika en Fiji contracteren. Ook die zijn tegen de brexit.

Nationale ploeg

Het Engelse voetbal is verdeeld. De meeste clubeigenaars in de Premier League zijn vierkant tegen de brexit, bij anderen neemt de nostalgie naar de splendid isolation de bovenhand op de commerciële ratio. 

Maar de (top)clubs staan ook diametraal tegenover de voetbalbond. In mei 2014 kwam de FA met een rapport voor de dag,
The FA Chairman’s England Commission geheten, over de nationale ploeg die belabberde resultaten had neergezet. Oorzaak: te veel buitenlanders in het Engelse profvoetbal. Bij de start van de Premier League in 1992 was 69 procent van de spelers in die competitie selecteerbaar voor Engeland, twintig jaar later nog slechts 32 procent en bij de topclubs zelfs vaak maar 20 procent en nog veel minder.

Romelu Lukaku geldt in Engeland als een ‘homegrown player’ omdat hij gedeeltelijk is opgeleid door een Engelse club. Als het van de Engelse voetbalbond afhangt, worden die regels strenger. Beeld Photo News

Een eenvoudige telling leerde toen ook dat er in de Champions League maar 22 Engelse spelers meededen, tegenover 75 Spanjaarden, 54 Duitsers en ook nog eens 47 Brazilianen, die allemaal via Portugal een EU-status hadden verkregen. 

Die bekommernis om de kansen die de Engelse voetballer (niet meer) krijgt, was niet nieuw. In het seizoen 2010-2011 werd al de Homegrown Player Rule in gevoerd. Die bepaalt dat elke ploeg in de eerste ploeg verplicht acht spelers (op 25) moet opnemen die drie jaar lang in een Engelse club zijn opgeleid en dat vóór hun 21ste. De bedoeling was de Engelse jonge talenten meer kansen te geven, maar nogal wat clubs omzeilden de regel door op zeer jonge leeftijd buitenlandse talenten te contracteren. Zo zijn ook Cesc Fabregas en Romelu Lukaku homegrown players.

Al die regels wil de FA met de aanstaande brexit in een nieuwe format gieten, en ze wil van de gelegenheid gebruikmaken om het aantal homegrown players op te trekken naar dertien. Bovendien denkt ze aan een verlaging van de opleidingsleeftijd van 21 naar 18 jaar.

De Premier League-clubs zijn daar vierkant tegen. Die willen zo weinig mogelijk restricties en wijzen erop dat Engeland het op het laatste WK erg goed heeft gedaan door de halve finale te bereiken.

Artikel 19

Ook al zou de brexit een zachte landing kunnen krijgen met heel wat overgangsjaren, de grote clubs zijn er niet gerust op. Bestaande contracten met EU-burgers (en gelijkgestelden, zie hoger) worden gehonoreerd, oké, en wat met de import nadien?

Zij kunnen volgens de Europese regels vrij tussen lidstaten bewegen en werken. Nadat de brexit volledig is afgerond, zal dat niet meer het geval zijn en worden EU-voetballers in principe aan dezelfde voorwaarde onderworpen als niet-EU-voetballers. 

Dat betekent dat een commissie zich zal buigen over de kwalificatie van de importspeler en die zal toetsen aan de zogeheten Home Office-criteria: is hij een international voor een ‘leading nation’ en hoe vaak heeft hij voor die ploeg gespeeld? Bij een laag gerangschikt land moet dat driekwart van de interlands zijn. Is het een Belg en blijft België bij de beste tien landen na de brexit, dan kan 30 procent volstaan om een van de twee mogelijke sportvisa te verkrijgen. Voor Romelu Lukaku en ander internationals is er geen probleem, maar Dennis Odoi zou niet meer in Engeland voetballen.

Volgens de eerste berekeningen zouden 150 voetballers die vandaag in Engeland hun boterham verdienen met de huidige regels voor niet-EU-spelers geen werkvergunning hebben gekregen. Een uitzonderingsstatus voor voetbaltalent is wat de Premier League beoogt, maar dat wordt een lastige met de Football Association en het Leave-kamp. Die argumenteren juist dat een rem op de migratie de beste zaak is voor de nationale ploegen van Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland.

Nog groter is de vrees dat de uitzondering op artikel 19 van de FIFA-reglementen op de helling komt te staan. Volgens de FIFA is een transfer van een speler van jonger dan achttien verboden. ‘Article 19 exemption’ is een uitzondering speciaal voor de EU: spelers uit die landen mogen wel vanaf zestien jaar worden getransfereerd. Een Charly Musonda die op zestien van Anderlecht naar Chelsea FC verhuist, dat zou niet meer kunnen.

Richard Scudamore, die aan het eind van het jaar opstapt als CEO van de Premier League, hield al een opgemerkt pleidooi. “Als het voetbal geen uitzonderingen krijgt, zal de Premier League niet meer kunnen concurreren met de andere Europese voetballanden als het gaat om het aantrekken van jong talent. Het resultaat zal zijn: nog duurdere transfers en een verlies aan kwaliteit.”

Of een brexit in welke vorm dan ook een goede zaak zou zijn voor de andere grote voetballanden, valt nog te bezien. In theorie zou een moeilijker toegang tot de Engelse markt ook een omzetverlies in transfers kunnen betekenen. Dat jonge talenten niet voor hun achttiende het Kanaal oversteken, zou alvast een opsteker zijn voor niet-Engelse clubs.

Nevenschade

De totale omzet van het Engelse voetbal wordt geschat op 9 miljard euro, waarvan 5,4 miljard voor de Premier League alleen. De hele sportsector in het Verenigd Koninkrijk vertegenwoordigt een waarde van 37 miljard. De impact van de brexit reikt verder dan het voetbal. Het verlies van London French, een rugbyclub gesticht door Fransen die aan geen spelers meer geraakt, valt nog wel te overzien, maar de andere nevenschade is ernstiger.

Grote evenementen naar Groot-Brittannië halen, reken daar voorlopig maar niet op, waarschuwde in februari van dit jaar het House of Lords, het Hogerhuis van het Verenigd Koninkrijk. De Rugby World Cup en de Cricket World Cup bijvoorbeeld zouden weleens voor lange tijd kunnen wegblijven als een visumplicht wordt ingevoerd.

Vooral de verwachte leegloop van werkkrachten wordt gevreesd. “Dat zal de lonen voor de andere stafleden fel de hoogte injagen”, zegt Angus Bujalski, legal and governance director van de Rugby Football Union. “Op Twickenham
(het Wembley van het rugby, HV) bestaat een kwart van onze medewerkers uit niet EU-burgers. Als je die moet vervangen, kost dat geld.”

Engeland-Nieuw-Zeeland in het Twickenham Stadium in Londen. Ook in het rugby zullen de gevolgen van een harde brexit groot zijn. Beeld Photo News

James Allen, directeur policy and governance bij de Britse Sport and Recreation Alliance, ziet ook problemen. “De onzekerheid is een factor als je een evenement wilt binnenhalen. Bij een harde Brexit zullen de kosten ongetwijfeld stijgen, en dat wordt dan weer verhaald op de consument en de programma’s aan de basis. Sowieso worden wij een moeilijker plek om naartoe te reizen, maar ook om in te investeren. Alles duurder, betekent minder opbrengst voor de internationale sportbonden, waardoor kandidaat-organisatoren in andere landen een voordeel krijgen.”

Goedkoper paardenzaad

De Ierse sportsector is helemaal in de ban van de brexit. Niet omdat zij mogen blijven, maar omdat de Engelsen weg willen. Dat komt de racepaardenbusiness in Ierland en het Verenigd Koninkrijk, samen 32.000 banen en een omzet van meer dan 6 miljard euro, alvast niet ten goede.

Vandaag kunnen racepaarden ongehinderd tussen drie landen worden vervoerd, het gevolg van een overeenkomst uit de jaren 60 tussen Frankrijk, het VK en Ierland. Die drie landen tekenen voor 90 procent van de racepaardentransacties in Europa. Restricties op het vrije verkeer van paarden betekent dat paarden in quarantaine moeten, dat potentieel hoge invoerrechten worden gerekend en dat dure, tere volbloeden een stresserende trip voor de boeg hebben om van land te verhuizen.

Gelukkig zit aan elk nadeel ook een voordeel, al zullen de Ieren dat wel anders zien. Door al die brexit-ellende is het zaad van hun hengsten minder waard. Tip voor een niet-Ier die zijn merrie wil laten bevruchten door een flinke Ierse dekhengst: het is het moment.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.