Donderdag 18/07/2019

Achtergrond Brand Notre-Dame

De brand in de Notre-Dame is voor heel Frankrijk ‘een cultureel 9/11’

De dag na de zware brand in de Notre-Dame zoeken mensen troost bij elkaar. Beeld AFP

Kerk en staat zijn in Frankrijk strikt gescheiden, maar als de Notre-Dame brandt, is het hele land in shock. Katholiek of niet, voor de Fransen is de verwoesting ‘een cultureel 9/11’.

Tragische feiten roepen verheven woorden op. Ze doen iedereen, al is het maar voor even, voelen wat nog heilig is, waaraan niet geraakt mag worden. De Fransen moeten het Emmanuel Macron nageven: als weinig anderen wist de president maandagavond, terwijl de brandweer redde wat er nog te redden viel, de vinger op de wonde te leggen. Kort, krachtig en spontaan.

“Notre-Dame”, zei Macron, “dat is onze geschiedenis, onze literatuur, onze verbeelding.” De kathedraal heeft “epidemieën overleefd”, “oorlogen doorstaan” en “bevrijdingen ingeluid”. Notre-Dame is, anders gezegd, “het epicentrum van ons leven”.

Hij sprak oorlogstaal, het staatshoofd. Bracht hulde aan de moed van de brandweermannen. Zei dat de strijd nog niet gestreden was. Achthonderd jaar geleden werd de kerk gebouwd, eeuw na eeuw werd ze verfraaid, iedereen kwam er thuis, gelovig of net niet.

“Allemaal samen”, tous ensemble, “zullen we haar heropbouwen”, ging Macron door. Frankrijk zal hiervoor zijn “grootste talenten” aanspreken, want Notre-Dame maakt deel uit van “de bestemming van onze natie”. De kathedraal herstellen is “wat onze geschiedenis verdient”.

Mensen bidden bij de deels verwoeste Notre-Dame in Parijs. Beeld REUTERS

Ook wie vanochtend naar de Franse radio luisterde, kan het niet ontgaan zijn. De vlammenzee, de op duizenden smartphones vastgelegde instorting van de 19de-eeuwse torenspits, de vrees dat zelfs de beide klokkentorens het zouden begeven, de opwelling van nationale eenheid: de brand in Notre-Dame had, zoals commentatoren opmerkten, alles van “een cultureel 9/11”.

Het gebouw had op de valreep de Franse Revolutie (1789) overleefd, bleef gevrijwaard tijdens de Commune van Parijs (1871), hield stand tijdens de beide wereldoorlogen, bezat nog steeds zijn oorspronkelijke dakgebinte – en dan gebeurt dit.

De Goede Week

Katholiek of niet, heel Frankrijk lijkt in het vuur een symbool te willen vinden, een ramp met metafysische dimensies. Prompt werd de campagne voor de Europese parlementsverkiezingen stilgelegd. Ook de bekendmaking van de besluiten van het nationaal debat, in het kielzog van de gele hesjes en de door hen geëiste hervormingen, is verdaagd.

Is Christus’ doornenkroon gered? De mantel van Lodewijk de Heilige die de kroon uit Jeruzalem meebracht? Zijn de brandglazen intact? Het grote orgel? Dát waren de essentiële vragen. Het hart van Parijs klopte niet meer, en dus verstijfde, midden in de Goede Week, de hele republiek.

Niet voor niets ligt vóór de Notre-Dame de kilometer nul van Frankrijk, het symbolische centrum van het land – geografisch, historisch en sentimenteel. Hiervandaan, het Île de la Cité, breidden koningen geslacht na geslacht, in naam van God en van zichzelf, het territorium uit, tot Frankrijk ten slotte Frankrijk werd: de ‘oudste dochter van de katholieke kerk’, gehuwd met de vorst die zelf voor ‘oudste zoon’ doorging – een verwijzing naar de kerstening van Clovis, in 496 anno Domini.

Het zit diep en het komt van ver, jawel. Met de bouw van de Notre-Dame werd in 1163 begonnen, het moment waarop de koninklijke macht zich laat gelden. De Parijse kerk wordt een van de eerste gotische gebouwen van Europa. De architecten weten van meet af aan dat ze aan één leven niet genoeg zullen hebben om het resultaat van hun durf te zien. Ook de bezoeker zal duizelen, in de hoogte evengoed als in de diepte.  

Alle grote gebeurtenissen van het ancien régime komen in de Notre-Dame bij elkaar. In de kathedraal worden cruciale episodes in de Honderdjarige Oorlog beslecht, krijgt Jeanne d’Arc haar eerherstel, bekeren protestantse machthebbers zich tot het katholicisme en gaan in hermelijn gestoken dauphins geopolitieke trouwpartijen aan met dochters van bondgenoten of rivalen. Als de kalksteen kon spreken, dan zou Notre-Dame getuigen van moorden en misère, fanatisme en complotten, van – zoals de gezaghebbende specialist Franse middeleeuwen Michel Zink het formuleerde – “bloedige intriges waar zelfs Game of Thrones bij verbleekt”.

In 1793, luttele maanden nadat Lodewijk de Zestiende onder de guillotine is beland, wordt de Notre-Dame tot Tempel van de Rede uitgeroepen en mag, behalve het revolutionaire Être suprême, geen idool er nog beleden worden. Een flink decennium later pas, als Napoleon zich er in het bijzijn van paus Pius de Zevende tot keizer laat kronen, krijgt de kerk haar oude glans terug – en Frankrijk zijn verloren ziel.

Klokkenluider en waterspuwers

Helaas, de tand des tijds heeft de Notre-Dame niet gespaard, de verwaarlozing tijdens de revolutie en daarna heeft diepe sporen nagelaten. Omdat hij het monument wil redden, en aandacht wil vragen voor het lot van zovéél gotische kerken in Frankrijk, schrijft Victor Hugo anno 1831 Notre-Dame de Paris, alias De klokkenluider van de Notre-Dame. In dat meesterwerk zijn niet alleen de bochelaar Quasimodo en de mooie Esmeralda protagonisten, maar meer nog de kathedraal, de torens en de klokken.

Hugo’s roman wordt zo’n succes dat het Franse volk zich in één adem ook de Notre-Dame weer toe-eigent, en de Franse staat tot een groots restauratieprogramma beweegt. De kathedraal zoals we haar vandaag kennen, met de maandag bezweken torenspits op de dwarsbeuk, is dan ook vooral het resultaat van de 19de-eeuwse ingrepen onder leiding van architect Eugène Viollet-le-Duc.

De waterspuwers en siertorentjes, de in het kader van de geplande restauratie vorige week verwijderde koperbeelden op het dak, de ornamenten in het voorportaal: ze zijn stuk voor stuk toegevoegd om van Notre-Dame Frankrijks perfecte kerk te maken. Meer nog dan een bouwsel van hout en stenen werd de kathedraal op die manier een ideaal, een speelbal van de nationale verbeelding.

Een hele rist staatshoofden, met op de eerste rij onder anderen VS-president Richard Nixon, wonen in 1974 de begrafenis van Georges Pompidou in de Notre-Dame bij. Beeld ©Bruno Barbey / Magnum Photos

Notre-Dame vertelt een verhaal van grootsheid en verval. De kathedraal draagt niet alleen de oude schokken van de Franse geschiedenis in zich, maar net zo goed de nieuwe: Emmanuel, de 13.000 kilo zware hoofdklok van de kerk, luidde niet alleen toen in 1944 de bevrijding een feit was, dat deed ze ook bij de herdenkingsdiensten voor Charles de Gaulle en François Mitterrand, of nog, na de terreuraanslagen in 2015. Ook over de 17de-eeuwse klok heerste grote onrust. Maar neen, gelukkig: Emmanuel is niet in de brand gebleven en zou maar weinig schade opgelopen hebben.

Dat we hem echter snel opnieuw horen, en dat het meest bezochte monument van Europa spoedig weer opengaat, is onwaarschijnlijk. Experts vrezen dat het weleens decennia kan duren voor de restauratie van de Notre-Dame rond is. In afwachting daarvan heeft die andere Emmanuel, Macron, zijn landgenoten gevraagd gul te zijn met giften.

Zal dat lukken? In de Notre-Dame komen niet alleen de grote lijnen van de Franse geschiedenis samen, maar ook de breuklijnen van nu. Op zijn voorpagina beeldde Charlie Hebdo, voor wie de klok destijds óók geluid werd, Macron af samen met de brandende kerk. ‘Hervormingen? Ik begin met het dak!’ zo zegt de president.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden