Vrijdag 14/05/2021

De boys van het Vlerick-netwerk zijn volwassen geworden

Een economisch netwerk dat grossiert in vriendjespolitiek, met verdachte uitwasemingen. Een machtige lobby met brede tentakels tot in de salons van de politiek en de haute finance. Waar ligt de grens tussen feiten en mythe in wat wordt verteld over het machtige Vlerick-netwerk?

Het lot kent geen timing. Net op het moment dat Trends-journalist Alain Mouton het doen en laten van de alumni van de Vlerick Business School in een nieuw boek beschrijft, komt het nieuws binnen dat Luc Vansteenkiste zich uit een onverkwikkelijke zaak koopt. De bekende Vlerick-alumnus legt samen met de holding Bois Sauvage 8,7 miljoen euro neer om zich te schikken met het gerecht in een zaak van beurshandel met voorkennis (zie pagina 11).

En wederom komt een Vlerick-alumnus in het nieuws met een zaak waar een geur aan hangt. Niet verwonderlijk, wie een blik werpt op de actuele netwerkverbanden van de Vlerick-alumni knippert met de ogen. Alles wat een beetje naam en faam heeft in de Vlaamse economische kringen is op de een of andere wijze verbonden met de managementschool.

Dat dit aanleiding geeft tot verdachtmakingen is inherent aan een machtig netwerk. Maar de beschuldigingen gaan ver. Zo zou Vlerick synoniem zijn voor een kweekvijver van toekomstige bedrijfsleiders die het liefst zaken onder elkaar regelden in een incestueuze businesssfeer.

De term 'Vlerick-boy' kreeg door de jaren heen een negatieve connotatie die het tot op de dag van vandaag nog altijd draagt. Alain Mouton schetst in Vlerick-boys, een Vlaamse meritocratie een zakelijke analyse. Een samenvatting in drie historische periodes van het netwerk.

Opgang

Vandaag lijkt het de evidentie zelve: een managementopleiding volgen en nadien in het netwerk van oud-studenten actief zijn. Maar een halve eeuw geleden was dat allesbehalve zo. Net zoals het allesbehalve vanzelfsprekend was dat afgestudeerden van de school topfuncties in allerlei bedrijven gingen bekleden. Vlaanderen en zeker het Vlaams bedrijfsleven leken daar niet echt rijp voor.

Economisch België werd gedomineerd door een Franstalige elite, vaak van adel en niet echt tuk op buitenstaanders. Vlaanderen kampte met een enorme achterstand op vlak van managementopleidingen en hoe zijn managers de wereld in te sturen. Maar het was ook de tijd van het vooruitgangsoptimisme, Expo '58, Spoetnik. Het optimisme stuwde André Vlerick, econoom en politicus om te starten met de school die later ook zijn naam zou dragen.

Vlerick was geïnspireerd door de praktijkgerichte Amerikaanse managementopleidingen en hun technieken en werkwijzen om de productiviteit van de bedrijven omhoog te halen. Om dit in de praktijk om te zetten hadden bedrijfsleiders zekere vaardigheden nodig. De Vlerick-school was geboren. Als een logisch gevolg werd daar een alumnivereniging aan gekoppeld. Daarvoor haalde Vlerick zijn inspiratie bij het prestigieuze Amerikaanse Harvard. Een netwerk van loyauteit.

Het zou het begin worden van wat een heus Vlerick-netwerk is gaan heten. Met als tastbaar afgeleide een vervlechting van het Vlaamse financieel-economische establishment dat gezamenlijk de schouders zet onder de eerste Vlaamse zakenbank Lessius. Een zakenbank was in de Vlaamse ondernemerswereld nog niet ingeburgerd. De grote 'investment bankers' moest je in de Angelsaksische wereld zoeken.

Zesentwintig aandeelhouders zorgden voor 86 miljoen frank (2,3 miljoen euro). Een klein bedrag voor een zakenbank. Mensen uit het brede Vlerick-netwerk hoestten het geld op: Louis Verbeke, Jean Van Marcke (voorzitter van de West-Vlaamse Kamer van Koophandel), Luc De Bruyckere en Daniël Coopman (Ter Beke), Luc Geuten, Léon Seynaeve, Jacky Sioen, Fernand Huts, Piet Van Waeyenberghe en Johan Van Tieghem. Dat waren de namen van de eerste generatie. Daar kwam later ook een Christian Dumolin en een André Leysen bij. Een breed netwerk dus, over sector en provinciegrenzen heen.

En verval

De kritiek luidde dat via de zakenbank Lessius vooral werd geïnvesteerd in bedrijven van ondernemers die op hun beurt aandeelhouder waren van Lessius. Volgens het ons-kent-onsprincipe dus. Een aantal minder doordachte investeringen, zoals FLV Fund, een vehikel rond Lernout & Hauspie, zou later de bank op de knieën dwingen. Tot vandaag klinkt de heimwee door over het mislukken. Je kunt veel zeggen over Lessius, maar het was ten minste een poging om het versnipperde Vlaamse kapitaal samen te brengen. Toch krijgt de negatieve connotatie de bovenhand. De oprispingen als zou een kransje 's zondags bij de koffie het lot van een bedrijf bepalen maakt opgang.

De Vlerick-alumni werden rond het jaar 2000 niet alleen scheef bekeken omdat ze in talrijke bedrijven opdoken, of het nu als investeerder, bestuurder of manager was. Kritiek op het netwerk kwam er ook door een aantal zakelijke mislukkingen of trauma's die om verschillende redenen direct aan Vlerick en zijn alumni werden gelinkt. Denk daarbij aan het Lernout & Hauspie-schandaal en eigenlijk meer nog het Picanol-drama waarbij de CEO en Vlerick-alumnivoorzitter Jan Coene in opspraak kwam wegens een gigantisch hoog loonpakket.

De zaken-Lernout & Hauspie en -Picanol waren niet zonder gevolg voor de Vlerick-school en vooral voor een aantal van haar alumni. Verschillende 'Vlerick'ers' hadden zich financieel in L&H geëngageerd. En Jan Coene van Picanol was ten tijde van de heisa rond het bedrijf voorzitter van de alumnivereniging van Vlerick. Het leek alsof een aantal mensen met een Vlerick-achtergrond dachten dat de bomen tot in de hemel groeiden. Het waren de Icarussen van de school. Hoog vliegen, zo dicht mogelijk bij de zon. Tot de wassen vleugels smolten en ze neerstortten.

L&H en Picanol brachten het Vlerick-netwerk een zware klap toe. Tien jaar na datum blijkt de impact van Picanol op het netwerk groter dan die van het spraaktechnologiebedrijf. Lernout & Hauspie was een schandaal en kreeg constante aandacht omdat er veel kleine beleggers hun geld bij inschoten. Maar Lernout & Hauspie bezweek niet door een gebrek aan deugdelijk bestuur. Wel door problemen aan de operationele top.

Picanol daarentegen was een veel bredere wake-upcall voor het bedrijfsleven. De graaicultuur van Coene, met medeweten van een aantal aandeelhouders, onder het oog van de raad van bestuur, toonde aan dat corporate governance, het degelijk bestuur in een bedrijf, geen modeverschijnsel was maar een noodzaak. Het zou de definitieve 'coming of age' voor de Vlerick-boys worden.

Vlerick nu

Vandaag zijn de kinderen van André Vlerick stilaan verankerd in het Vlaamse bedrijfsleven, al heeft dat de nodige groeipijnen gevergd. Toen de storm over Jan Coene was overgewaaid, heeft men daar lessen uit geleerd. De stap naar professionalisering via het Instituut voor Bestuurders (nu Guberna) werd ingezet. De school zelf klaarde de relatie met de alumni uit. Vlerick ging ook meer internationaal. En het systeem van kruismandaten werd stilaan afgebouwd.

De oude generatie ruimde plaats voor een nieuwe generatie Vlerick-alumni die luisteren naar namen als Marc Coucke, Michéle Sioen, Bart Verhaeghe. Er zijn nog stevige verbanden te trekken. Maar de zogenaamde Vlerick-boys 2.0 pakken het anders aan, analyseert Alain Mouton. Ze plukken weliswaar de vruchten van het pionierswerk van anderen, van de eerste generatie. De tijd dat 'corporate governance' nog moest worden uitgevonden ligt achter ons. Nu staan bedrijven zo veel verder. Ze weten hoe ze een raad van bestuur moeten samenstellen. Ze weten hoe financiering van een onderneming via durfkapitaal moet functioneren.

Het predicaat 'Vlerick-boys', dat gelijkstaat met een gesloten netwerk, een loge zelfs, is vandaag niet meer dan een mythe, besluit de auteur. Er is niet één allesoverheersend Vlaams zakennetwerk met de zegen van de Vlerick Business School. Een constante in Vlaanderen is dat er rond bepaalde groepen van ondernemers wel netwerken bestaan, maar dat niet iedereen met iedereen is verbonden.

Het voorbeeld van zo'n netwerk is ironisch genoeg dat rond de erfgenaam van wijlen André Vlerick. Diens neef Philippe Vlerick wordt dan ook de zoon genoemd die Vlerick sr. nooit heeft gehad. Netwerken betekent voor Philippe Vlerick ook bedrijven helpen. Vlerick is iemand die nog een toekomst ziet voor de Vlaamse industriële bedrijven. Mits een goede managementondersteuning en een financiële hefboom ziet hij kans voor familiale Vlaamse bedrijven. Vandaar dat hij een van de vaders is van durfkapitaalfonds Pentahold. Professionaliteit en onafhankelijkheid, precies zoals André Vlerick voor ogen had.

Alain Mouton: Vlerick-boys. Een Vlaamse meritocratie, Uitgeverij Pelckmans, ISBN: 978-90-289-7137-0, 238 p., 24,50 euro

Oudste businessschool van Europa

Vlerick Business School is de oudste business- en managementschool van Europa. Professor en politicus André Vlerick stichtte ze in 1953.

Met de hoofdzetel in Gent telt de school verder campussen in Brussel, Leuven en St.-Petersburg.

Er is voorts een alliantie met Peking University, China en met de University of Stellenbosch Business School, Zuid-Afrika.

De vereniging Vlerick Alumni telt ruim 17.000 leden verspreid over meer dan 100 landen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234