Dinsdag 25/02/2020

De bouwkunst zelf in de kijker

Bij de eerste, echte Architectuurbiënnale Venetië in 1980 zat de architectuur zowel ideologisch als economisch in een diepe crisis. En ook nu weer waart het spook van de crisis door de wereld. Veel deelnemers plooien zich in deze 13de editie, die onder de vlag Common Ground vaart, terug op het eigen vak.

Common ground gaat voor curator David Chipperfield over de duizenden draden die architectuur met de maatschappij verbinden. Architecten tappen nu echter uit andere vaatjes dan in 1980. Zij trachten met concrete voorbeelden het belang van de architectuur in historische, maatschappelijke of stedenbouwkundige zin duidelijk te maken. Vaak met een fikse scheut humanisme: architectuur als redding of bindteken tussen mensen.

In de 'Corderie' maakt Luis Fernández-Galiano de vertwijfeling van Spaanse architecten tastbaar. Door de crisis zitten ze aan de grond, al stonden ze aan de wieg van een belangrijk stedelijk reveil. Dat demonstreert hij door piepkleine maquettes van roemruchte ontwerpen in laden weg te bergen. Crimson Architectural Historians (NL) brengt in een hilarische beeldmontage, naar het model van middeleeuwse triptieken, een even sombere boodschap.

Architecten mogen nog opdraven voor culturele projecten. Bij echt belangrijke projecten, zoals de bouw van nieuwe steden, staan ze echter steeds vaker buiten spel. Naar hun utopische gedachtegoed van de new towns uit de 20ste eeuw heeft niemand nog oren. Nieuwe steden willen niet langer de massa verheffen, maar de happy few beschermen tegen de boze buitenwereld.

Urban Think Tank (Caracas, Venezuela) & Justin Mc Guirk (UK) zitten de realiteit even dicht op de huid. Zij documenteren hoe arme Venezolanen een leegstaande kantoortoren in Gran Horizonte bezetten. De installatie bestaat, naast slogans en foto's van Iwan Baan, uit een restaurant met ruwe bakstenen muren. Waar anders dan aan tafel kun je beter praten over sociale uitdagingen? Ze kregen er de Gouden Leeuw voor van de Biënnalejury.

Oude en nieuwe utopieën

Wellicht niet toevallig ging de Gouden Leeuw voor de beste Nationale bijdrage naar het Japanse Paviljoen. Ook dat zet de maatschappelijke rol van architecten in de verf. Het toont de ontwerpen die drie jonge architecten onder leiding van Toyo Ito bedachten voor een Home for all voor slachtoffers van de tsunami. Het project ontstond in nauwe dialoog met de bewoners. Een groter contrast tussen hun bescheidenheid en de grillen van star architects is moeilijk te bedenken. De participatieplanning van jaren 1970 lijkt even helemaal terug.

Rem Koolhaas en OMA, van alle toparchitecten de meest vaste gast op de biënnale, breekt hier opnieuw een lans voor de utopie in de architectuur. Deze keer door belangrijke publieke gebouwen uit de jaren 1960-1970 in de kijker te zetten. Megacomplexen als het Londense South Bank Center of het gemeentehuis van Cergy-Pontoise bij Parijs werden toevertrouwd aan de grote planningsbureaus van die steden. Die gingen sindsdien door privatisering ter ziele. Toch produceerden ze indrukwekkende projecten die nog steeds hun stempel drukken op onze omgeving. Dat geloof in de publieke zaak en sector lijken nu zoek. Net wat ook Crimson aangaf.

In het Frans paviljoen betoogt Yves Lion echter dat relicten uit de golden sixties zoals de Parijse banlieue, toch een toekomst hebben, mits doordachte ingrepen. Het Belgische paviljoen, geconcipieerd door Architectural Workroom Brussels met medewerking van Joost Grootens, DVVT architecten, GRAU en kunstenaar Ante Timmermans, presenteert een even ambitieus project. Het wil het hopeloos versnipperde Vlaamse landschap valoriseren via een hoogtechnologische kruisbestuiving tussen activiteiten die elkaar nu negeren.

In een video zet de Italiaanse urbaniste Paola Viganó uiteen waarom dat steek houdt. Ons landschap is het product van een ontwikkeling die begon in de middeleeuwen. Het is niet inferieur aan het ideaalbeeld van de compacte stad, maar een alternatief model. Alleen werden de potenties daarvan nooit voluit onderzocht.

Voedingsbodem

Zowel het Franse als het Belgische paviljoen gaan daarmee in tegen een algemene trend. Vooral concrete ontwerpen en de architectuur zelf als discipline stelen hier de show. Architectuur wordt hier vaak opgevoerd als 'moeder van de kunsten' of hoeksteen van de samenleving. Ze pronkt met haar eigen tradities en denkmodellen.

De Zilveren Leeuw van Common Ground ging bijvoorbeeld naar het ontwerp voor een campus in Lima van Grafton Architects. Zij onderbouwen het door een parallel te trekken met eeuwenoude architectuur als Machu Picchu en met roemruchte voorgangers als de Braziliaan Paolo Mendes da Rocha. De talloze beelden van fotograaf Thomas Struth - een tentoonstelling binnen de tentoonstelling die op zich al de moeite loont - reveleert echter hoe 'vreemd' en soms zelfs verdrukkend die architectuur kan zijn.

Robbrecht & Daem en Marie-José Van Hee overtuigen op dit gebied met de presentatie van hun recente werk. Ze omkaderden dat met een kunstwerk van Christina Iglesias en commentaren van bevriende kunstenaars en curatoren. Dat blijkt veel boeiender dan de imposante maar lege video-installatie van Norman Foster over de rol van de architectuur in het leven van de mens.

Vlak naast hun installatie staat ook een kleinood van Cino Zucchi (IT). Het is een losse compositie van toonkasten vol gelijkaardige objecten. Ze suggereren dat onze materiële cultuur een ongedacht maar toch beslissende voedingsbodem is voor architectuur. Hij kreeg daarvoor een speciale vermelding van de jury. Omgekeerd toont Caruso St John (UK) in een groepstentoonstelling het belang van een intellectuele reflectie op en dialoog met de geschiedenis. Dirk Somers' 'Bovenbouw Architecten' speelt in dit tegendraadse manifest een mooie rol.

Is de ironie bij Caruso St. John onderhuids, bij briljante installaties als die van San Rocco (waar Belgische bureaus 'Office' en '51N4E' aan meewerkten), Bernard Tschumi (FR) en Robert Burghardt (DE) is die volop aanwezig. Ze zweven tussen geloof en wanhoop in de architectuur, zonder te versagen. Dat werk is het zout in de pap van een tentoonstelling die met circa 120 bijdragen (de vorige editie telde er slechts 40!) moeite lijkt te hebben om scherpe keuzes te maken en vooral op veilig speelt met veel megasterren. Maar het blijft wel het referentiepunt in de architectuurwereld.

Overigens: niet te missen is de solotentoonstelling met sublieme tekeningen van gebouwen én mensen van Alvaro Siza Vieira in Palazzo Quirini Stampalia. Deze Portugese Architect kreeg dit jaar de Gouden Leeuw voor 'lifetime achievement. In de Corderie toont hij ook een intrigerend architecturaal model van Venetië zelf.

Architectuurbiënnale van Venetië 2012, nog tot 25/11.

Architectuurbiënnale Venetië 2012

De expositie lijkt met 120 bijdragen moeite te hebben om scherpe keuzes te maken en speelt met veel megasterren vooral op veilig. Het zout in de pap komt van ironiserende werken die zweven tussen geloof en ongeloof in de architectuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234