Dinsdag 03/08/2021

De bondscoach verdient geen lynchpartij

Walter Pauli meent dat het hele Belgische voetbal niet boven de middenmoot uitkomt. Walter Pauli is commentator van De Morgen.

Vier op zes, dat moest de Belgische nationale voetbalploeg halen in de dubbele confrontatie tegen Bosnië om de kansen op WK-kwalificatie gaaf te houden. En, zo was tussen de regels van alle voorbeschouwingen door te lezen, van alle commentaren en van zowat alle spelers: dat was een haalbare kaart. Het mocht niet fout lopen, en het kon haast niet misgaan.

Dus lekker wel. Toen de Bosniërs België in eigen Genk met 2-4 aftroefden, was de ontgoocheling dus immens, de frustratie mateloos, en de woede rauw. Het bijkomende 2-1-verlies woensdag, in Bosnië, leken de verzamelde voetbalkenners hoogst persoonlijk op te nemen als een vorm van adding insult to injury. En die man die hen dat leed berokkende, dat onrecht aandeed, was bondscoach René Vandereycken. Een paljas, zo leek het wel, een neuroot die altijd alles slecht doet, een antivoetballer niets kent van psychologie, niets van tactiek, amper iets van motivatie. Vat samen: een stuk onbenul. Vandereycken verdient harde en liefst juiste kritiek, ook een ontslag, maar geen lynchpartij.

Een ontslag, jawel. Toen deze bondscoach zijn contract tekende, toen de verbintenis nadien herbevestigd werd, klonken er altijd fraaie ambities. Die zijn niet waar gemaakt, punt uit. Dus in een professionele en hypercompetitieve omgeving waar ook resultaten op korte termijn belangrijk zijn, betekent dit dat er best een einde gemaakt wordt aan het contract.

Maar wie een beetje begaan is met het Belgische voetbal - en laten we dat aannemen voor al die zo luid roepende, zo hard snerende, zo vuil tackelende critici van Vandereycken - raakt misschien een beetje verder met een juiste analyse dan met het naboeën van de eerste de beste supporter. Want als de nationale ploeg in het geding is, zijn veel kenners, journalisten incluis, in de eerste plaats supporter, pas dan verslaggever. Zelfs in mijn krant las ik in een verloren paragraaf 'ons'. Dat ging evenwel niet over De Morgen, maar over het Belgische nationale elftal, de 'Rode Duivels'. Over hen.

Over een ploeg en een land die sinds de Tweede Wereldoorlog inzake voetbal altijd tot de middenmoot hoorden. Op alle internationale ranglijsten namen en nemen zelfs de beste Belgische spelers bescheiden plaatsen in, al zestig jaar lang.

Dat neemt niet weg dat er soms ook eens enige glorie was. In de tweede helft van de jaren zeventig speelden Anderlecht en Club Brugge samen vijf Europese finales. Anderlecht won er twee, en ook twee Europese supercups. In de jaren tachtig wonnen Anderlecht en KV Mechelen op hun beurt elk een Europese beker, en KV Mechelen eveneens de Europese supercup. En that's it, op nog enkele verloren Europese finales van Anderlecht (1974, 1984 en 1990) én een occasionele (ook al verloren) finale van Standard of, jawel, Antwerp FC na. Tussen haakjes: van de vier 'Belgische' Europese bekers, waren er drie 'Beker der Bekerwinnaars'. Die competitie inmiddels is afgeschaft.

Verder speelden de Rode Duivels in de jaren tachtig een paar mooie toernooien: tweede op het EK 1980, een gewonnen openingsmatch, nog wel tegen Argentinië, op het WK 1982, een fraaie vierde plaats op het WK 1986. En op het WK 1990 speelde België fraai voetbal.

Op die twee paragrafen valt dus alle internationale succes van de laatste zestig jaar vaderlands voetbal samen te ballen. En toch gaan veel kenners en journalisten ervan uit dat 'we' tot meer in staat zijn. Nemen ze aan dat 'we' eigenlijk thuishoren op een EK of een WK. Omdat ze nog altijd die schaarse topmomenten al referentie nemen. Omdat ze denken dat misschien niet de prestaties van de jaren zeventig, maar minstens die van de jaren tachtig de norm zijn. Niet dus.

Sinds het vertrek van Guy Thys, na het WK 1990, is het nooit meer goed gekomen tussen het publiek en de bondscoaches. Allemáál voerde de pers ze af. Paul Van Himst faalde. Wilfried Van Moer was een superkort leven beschoren. Georges Leekens werd weggehoond. Robert Waseige werd buiten gedragen. Aimé Antheunis was kop van Jut. En nu is René Vandereycken uitgewezen.

Tel maar na: sinds Guy Thys heeft de bondscoach het altijd gedaan. Omdat hij de fantasie, de hersenschimmen van de 'kenners' niet kan waarmaken. Omdat dromen nu eenmaal geen werkelijkheid zijn. Omdat België geen voetballand is.

(De Sart zou Vandereycken kunnen opvolgen, lezen we. De Sart dus, de coach die de Belgen zo ver bracht op de Olympische Spelen. Ja ja: tot de uitschakeling tegen Nigeria. Koude douche, en ineens had ook De Sart het gedaan. Foute opstelling, geen verstand van looplijnen, niet naar de spelers geluisterd: een echo van wat Vandereycken nu overkomt.)

En het omgekeerde geldt natuurlijk ook. De bondscoach heeft het altijd gedaan, en de spelers gaan altijd vrijuit. Bij het vierde Bosnische doelpunt liet Timmy Simons zich nochtans in een man-tegen-man kansloos uitkappen. De reactie: Vandereycken kan niet organiseren. Voetballers worden beschermd. Als zij falen, is vandaag zelfs dat dubbel de fout van de coach, want deze spelers halen een hoger niveau dan hun voorgangers.

Mag enig gezond verstand? De Belgische voetballers zijn niet half zo goed als ze zelf denken, en als over hen vaak geschreven wordt. Neem onze nationale 'sterkhouders'. AA Gent sneuvelde tegen het Zweedse Kalma FF. Club Brugge raakte niet voorbij FC Kopenhagen. Standard Luik botste op het Portugese Braga en Anderlecht werd smadelijk uitgeschakeld door het Wit-Russische Bate Borisov. Al die ploegen werden vooraf afgeschilderd als 'bescheiden' of 'haalbaar'. En zeg zelf: een ploeg die niet voorbij Braga kan, is geen Europese (sub)topper. Dat is exact de plaats waar onze topteams nu thuishoren: een stuk onder de Europese subtop.

Zo ook met Belgische spelers in het buitenland: verdienstelijk, maar geen top. Ofwel zijn ze meestal bankzitter bij de echte topclubs, zoals Daniël Van Buyten bij Bayern München. Ofwel sterkhouders bij clubs uit de subtop: Vincent Kompany bij Manchester City, Fellaini bij Everton. Maar City is (nog) geen Manchester United, Everton geen Liverpool.

Alleen in Nederland spelen Belgen bij zowel oude topclubs (Thomas Vermaelen en Jan Vertonghen bij Ajax, Timmy Simons bij PSV) als bij de nieuwe sterkhouder AZ (Moussa Dembélé, Maarten Martens, Sébastien Pocognoli en Gill Swerts). Maar de Nederlandse clubelftallen zijn Europees niet meer wat ze ooit waren. PSV speelde zelfs een onkennelijk slechte eerste ronde van de Champions League en eindigde laatste in zijn groep.

Samengevat: de Rode Duivels zijn internationaal altijd subtop, hun beste spelers zijn dat ook vandaag nog. Wat René Vandereycken dus te verwijten valt, is dat hij tegen een andere subtopper als Bosnië de boot inging. Hij is de zesde bondscoach op rij die ondervindt wat het betekent een elftal te moeten coachen dat in eigen land al twintig jaar zwaar wordt overschat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234