Zaterdag 24/10/2020

'De bohémien is de laatste mens'

Sinds de publicatie van zijn vuistdikke Kritiek van de cynische rede (1983), kan de wereldbevolking ruwweg ingedeeld worden in drie groepen. Er zijn de onvoorwaardelijke fans en bewonderaars van de 56-jarige Peter Sloterdijk, er zijn de mensen die zijn werk haten of 'onwetenschappelijk' vinden en ten slotte is er nog de groep die nog nooit van hem heeft gehoord. Met de publicatie van zijn toespraak Regeln für den Menschenpark (1999) werd de laatste categorie in één smak veel kleiner. Het valt te hopen dat het grote publiek ook de weg naar zijn nieuwe meesterwerk Sferen vindt, waarvan de eerste twee delen nu in het Nederlands vertaald zijn.

Peter Sloterdijk

Sferen

Oorspronkelijke titel: Sphären

Vertaald door Hans Driessen

Boom, Amsterdam, 950 p., 49,50 euro.

In de beruchte toespraak, die ook bekendstaat als de Elmauer Rede, doorspekte de Duitse filosoof bespiegelingen over het menselijke beschavingsproces met begrippen die bepaalde collega's aan de eugenetica deden denken. Met de term 'eugenetica' wordt verwezen naar de mensonterende wetenschappelijke experimenten ter verbetering van het mensenras in de jaren veertig. Sloterdijk suggereerde dat de huidige biogenetische middelen eigenlijk niets anders beogen dan wat het humanistische verlichtingsdenken al eeuwenlang probeert: het temmen van het dier in de mens. Intellectueel Duitsland stond op zijn kop - zoals het weleens vaker ontploft omdat iemand niet volkomen politiek correct schijnt om te springen met het zwarte verleden - en Sloterdijk werd eensklaps beroemd. Op die manier kreeg de professor uit Karlsruhe dan wel de aandacht die een denker van zijn kaliber verdient, maar het is ronduit jammer dat dit gebeurde naar aanleiding van wat al bij al als een tussendoortje moet worden beschouwd. Al in 1998 verscheen namelijk een veel belangrijker werk: Blasen ('bellen'), het eerste deel van zijn pas voltooide trilogie Sferen. De trilogie is een weergaloze encyclopedische verhandeling over het niet te onderschatten belang van 'sferen' - ruimtes van intimiteit - in het leven van elke mens. In Bellen gaat Sloterdijk op zoek naar de meest fundamentele 'bezielde ruimtes' en belandt hij vrijwel onmiddellijk in de baarmoeder. Volgens Sloterdijk is dit orgaan de eerste van een lange reeks 'psycho-akoestische ruimten' die elk individu maken tot wat hij is: ze beschermen hem tegen de buitenwereld, garanderen zijn ontwikkeling en verlenen hem zijn identiteit. In zijn wervelende, wild-associërende stijl begint Sloterdijk vervolgens aan een lange ontdekkingsreis door de wereldgeschiedenis: obscure middeleeuwse mystieke teksten, Egyptische grafkisten, schilderijen van René Magritte, de Griekse mythologie, Mona Lisa en zelfs James Camerons Titanic - ze dragen allemaal materiaal aan voor zijn sferologisch onderzoek. Het tweede deel, Globes, onderzoekt de manier waarop de mens zijn 'ruimtescheppend vermogen' aanwendt om tot grotere gehelen te komen. Stammen, dorpen, steden, regio's en federale staten zijn allemaal manieren om een 'binnenruimte' te scheiden van een 'buitenruimte', om 'thuis' van 'het vreemde' te onderscheiden. De beproefde instrumenten omvatten onder meer omwallingen, gemeenschappelijke vijanden, maar ook ideologische systemen als het christendom of het kapitalisme. Sloterdijk behandelt de 'macrosferen' met een ontzagwekkend gevoel voor synthese en ritme en verlucht zijn verhaal met talloze sprekende illustraties. Het derde, nog onvertaalde deel Schäume gaat in op de ontwikkeling van kleinere, postmoderne sferen na het failliet van de grote unificatieprocessen.

Wanneer Sloterdijk de chique bibliotheek van het Amsterdamse hotel De Ambassade binnenstapt, heeft hij pas gegeten. Hij is een half uur te laat en heeft niet echt veel zin in een interview. Nadat ik zijn voorstel - "misschien moet u maar praten" - zo vriendelijk mogelijk heb verworpen, schuif ik hem een citaat uit Radioheads There There toe: "there's always a siren singing you to shipwreck/ steer away from these rocks we'd be a walking disaster [...]/ we're accidents waiting to happen." Hij bekijkt het uitgeprinte citaat aandachtig en leest de regels hardop. Er klinkt instemmend gegrom en hij zegt "Schön, ja." Ik breng het citaat in verband met zijn ontroerende hoofdstuk over de Homerische Sirenen, waarin hij stelt dat de aantrekkingskracht van de muziek vooral bestaat in de verlokking van een definitief zelfbeeld: iemand die door de muziek meegesleurd wordt, zou eigenlijk worden aangetrokken door een beeld van voltooiing. Die vervolmaking houdt natuurlijk ook een doodsdrift in. Als ik hem vraag of hetzelfde ook voor popmuziek geldt, antwoordt hij dat popmuziek uitnodigt tot een regressie zonder hoop en schaamte. Er is geen tekst, geen taal nodig om een ruimte van verlangen binnen te gaan.

Is zo'n verlokking gevaarlijk?

"Ik praat niet over gevaren."

Het is gewoon een beschrijving van een stand van zaken?

"Precies. Leven is gevaarlijk, weet u. Gevaar en risico zijn niet mijn eerste zorgen. Ik lever beschrijvingen van levende vormen, sferen als psycho-akoestische ruimten die per se naar vernietiging neigen. Bellen kunnen niet eeuwig leven. In dit boek beschrijf ik een ander type van sterfelijkheid: niet die van individuen maar de sterfelijkheid van levensruimten. Een levensruimte zoals je die kunt zien op een foto van een liefdespaar. Die ruimten sterven ook. Een uitgestorven taal, een verloren religie, muziek die niemand meer speelt. Dat zijn allemaal vormen, allemaal sferen die imploderen. Niet de dood van psychologische individuen, maar van sferische individuen: op zijn minst zijn het dyaden (twee-eenheden, zoals de relatie moeder-foetus, BB) en op zijn meest kerkgemeenschappen."

En de wereldbol?

"Dat is geen sfeer in psychosemantische zin, maar in geografische zin. Eén coherente atmosfeer. Een aardglobe. Wanneer er tussen de maan en de aarde een culturele uitwisseling zou zijn, dan zou men mijn sferentheorie eventueel ook op dit interstellaire plan kunnen brengen."

Het kapitalisme is er vooralsnog niet in geslaagd de macrosfeer aarde te installeren?

"Wel, eigenlijk is dat nog steeds niet met de juiste middelen geprobeerd. Het kapitalisme slaagde niet in de opdracht omdat zijn missionariskracht tussen de zestiende en de negentiende eeuw niet sterk genoeg bleek. Het kapitalisme doet vandaag een tweede poging om tot een mondiale sfeer te komen, maar schept enkel een kristalpaleis van intercontinentale dimensies. Er blijven meer mensen voor de gesloten deur staan dan dat er werkelijk leden zijn. Het is weliswaar een gigantische onderneming die véél verder gaat dan alle protestantse en katholieke pogingen. Maar voorlopig blijft het bij zeer particuliere realisaties. Er is geen Gemeenschappelijk Huis van de Mens."

En dat zal er ook nooit komen?

"Ich glaube nicht, nein. En wel om ecologische gronden. Het Gemeenschappelijk Huis van de Mens zou aan de ene kant een huis van de schaarste kunnen zijn. Maar dan heeft men geen gemeenschapshuis nodig: sober kan men op zijn eentje zijn. En aan de andere kant is er het idee van één grote supercommune, een Marshall McLuhan-achtig (een van de bekendste mediatheoretici van de twintigste eeuw, BB) pinksterfantasme van een elektronisch katholicisme waarbij de hele mensheid door de macht van een katholieke voodoo of een katholieke trommel bijeengevoegd zou worden. Maar alles wat semantisch wordt, wordt meteen ook weer exclusief. Elke eigennaam - Jahweh, Allah, Jezus Christus - vestigt een soort van exclusiviteit. En bovendien zijn er ook veel mensen die niet door de trommel geroepen willen worden, net zoals er veel mensen zijn die niet ingaan op klokkengelui. Hoewel klokken en trommels zeer mooie instrumenten zijn en een neutrale sociale samenhang beloven. Wanneer de klokken luiden, ontstaat er een akoestische hemel, die net zoals het ritmische geroffel alle mensen verzamelt die zich in het bereik bevinden. Maar alles wel beschouwd zijn dit toch maar zwakke benaderingen van het fantasme van de verenigde mensheid. Wellicht is die fantasie niet alleen onmogelijk maar ook overbodig."

Misschien kan die macrosfeer er ook niet komen omdat een sfeer pas kan bestaan door elementen uit de sfeer uit te sluiten?

"Ja, alle mensen zijn sfeer-afhankelijke schepselen die noodzakelijkerwijs in hun cultuur geterritorialiseerd en tegelijk gedeeltelijk gedeterritorialiseerd zijn, dat wil zeggen dat ze een beetje openstaan voor het andere, het vreemde. Maar men mag zich geen illusies maken. De mensen die het kosmopolitische discours uitdragen zijn eigenlijk provincialen die proberen hun wereld een beetje te vergroten. Men mag de mens niet te veel kosmopolitische competentie toeschrijven. Waar ze zich ook bevinden, beginnen ze een cocon te maken. Wij zijn dieren die tot wonen veroordeeld zijn."

Maar in uw boek stelt u toch dat de beschaving ertoe heeft geleid dat de zondebokken niet meer zo gewelddadig worden aangepakt. Er zijn geen fysieke slachtingen meer. Is er dan toch meer openheid?

"Dat denk ik niet. Er is natuurlijk een civilisatieproces. Grote groepen van mensen doorlopen een training in de communicatie met het vreemde. En die communicatie is misschien iets vrijer geworden. De xenofobie in de angstculturen is wellicht iets milder geworden. Dat is trouwens de reden waarom we tegenwoordig zoveel over xenofobe tendensen praten. De resten van de angst voor het vreemde zijn schandalig geworden. Omdat de xenofobie wezenlijk overwonnen is, concentreert men zich op de overblijfselen."

Wat me opviel in uw beschrijving van de andere, veel kleinere sferen, de zogenaamde 'bellen', is dat u het daar niet heeft over seks, terwijl men dat toch als een bij uitstek gemeenschapsvormende activiteit zou kunnen zien.

"Als platonicus zeg ik dat seksualiteit niet intiem is. Ze is enkel de deur naar intimiteit. De intimiteit komt voor of na de seks. De erotische nabijheid bespeelt een ander register. In de antieke cultuur moest de liefde zich ontdoen van het lichaam. Dat was niet uit angst voor het lichaam, maar omdat het lichaam andere dingen doet. Het lichaam spiegelt een bevrediging voor die niet altijd goed is voor de ziel. Dat is een merkwaardige zaak. Seks kan enkel het voor- of naspel zijn van wat ik bedoel met intimiteit. Een intimiteit die uiteindelijk verwijst naar de prenatale nabijheid, die drie of vier regressiestadia dieper is dan de genitale intimiteit: voor het genitale, voor het anale, voor het orale. Als men het over intimiteit heeft moet men seks opzijschuiven. Trouwens, er bestaat ook geen paradijs met seks. Enkel onze moslimvrienden zijn de mening toegedaan dat er seks is in het paradijs, maar hoogstwaarschijnlijk berust die idee op een vergissing, op een vertaalfout."

U zegt?

"Wel, de zogenaamde Houris (die in de koraninterpretatie vaak worden gelezen als maagden die aan hemelvaarders worden beloofd, BB) met 'zwellende borsten' gaan terug op een Syrisch-Aramese uitdrukking die eigenlijk 'witte druif' betekent, een symbool van orale bevrediging. De originele passage in de koran brengt het effect van wijn in herinnering, en heeft wellicht niets te maken met rondborstige maagden. Het gaat erom dat ze zich niet in de taverne van de wereld bedrinken, maar in het paradijs. Alles wijst erop dat de Arabische mannen het slachtoffer zijn geworden van slechte filologie. In de islam is er even weinig seks in het paradijs als bij alle andere godsdiensten. Dat kan ook niet anders want paradijsconcepten vertrekken ofwel van het beeld van de orale homeostase (op elkaar afgestemde processen, BB) - bijvoorbeeld wanneer men genoeg gedronken heeft, wanneer men tevreden is omdat men zijn dorst gelest heeft of zijn honger gestild - of van de prenatale homeostase: een volkomen objectloos zweven, een extatische bevrijding. Waarbij alles vervuld is, vol van vreugde. Dat blijft natuurlijk een beetje vaag (lacht)."

De terroristen van 11 september zijn bedrogen?

"(ernstig) Het zijn slachtoffers van een slechte vertaling."

Als u het in uw boek heeft over prenatale en postnatale intimiteit dan vindt u het bijna nodig om u te verontschuldigen. Hoe is het zover kunnen komen?

"We leven in een tijdperk waarin de intellectueel gevangen zit in een realismewedstrijd. Wie zich op de markt van de wereldverklaringen begeeft zegt: 'ik begrijp meer van de realiteit dan een ander'. Realiteit wordt daarbij in de regel geïnterpreteerd als dat wat hard, zwaar, noodzakelijk, onuitsprekelijk is, wat grenst aan de catastrofe, het misdrijf, het trauma. Dat is het reële. We leven in tijden van zwart realisme en dat zwart realisme heeft zich in de laatste twintig, dertig jaar getransformeerd tot een leeglopend pessimisme, tot een ineenklappende machine van zwarte kitsch die zichzelf bedient en zijn eigen vormen herhaalt. Ik vind ook dat we het over het reële moeten hebben, maar ik geloof dat de strijd om het reële met andere middelen gevoerd moet worden. Het is een misverstand dat alles in de vorm van het verhevene gevat moet worden. Het gaat niet zozeer om het sublieme maar om het subtiele."

Heeft dat gevoel voor lichtheid iets te maken met de optimistische toon van uw trilogie?

"Niet noodzakelijk, nee. De lucht is niet noodzakelijk een medium van optimisme. Men mag niet vergeten dat het terrorisme in de eerste plaats erop gericht is de mensen te treffen in of via de lucht. Terroristen zijn mensen die anderen verscheuren met behulp van lucht: ofwel met gifgas, ofwel met bommen. Een explosie is een bijzonder boosaardige manipulatie van het luchtruim."

Nu we het over terrorisme hebben: zijn onze macrosferen wel bestand tegen de huidige terreurgolven?

"Ik zie het terrorisme vandaag als een synergie van bommen en massamedia. Eigenlijk is het terrorisme een auto-immuunziekte (ziekte waarbij antistoffen zich tegen het eigen lichaam keren, BB) van het Westen. Een terreuraanslag is een terreuraanslag. Een melding van een terreuraanslag is een aanslag op de mentale sfeer van een hele bevolking. Terrorisme vergiftigt de lucht van een hele maatschappij. De vergiftiging gebeurt echter niet via de aanslag maar via de overdrachtsmedia waardoor de aanslag kan binnenbreken in elke levenscel van elk huis. De analogie met de auto-immuunziekte berust hierop dat we niet langer kunnen beslissen wat 'eigen' en 'vreemd' is aan onze cultuur. Wanneer in ons systeem het verschil tussen het eigene en het vreemde verloren gaat, dan keren de antistoffen zich tegen het eigen lichaam. Dat creëert een enorm slagveld voor innerlijke debatten. Het terrorisme is een endogene stressmachine die een hysterie in het hele systeem veroorzaakt."

Maar de huidige golf van moslimterrorisme komt toch van buitenaf?

"Het islamitische terrorisme is marginaal. Het normale terrorisme komt van binnenuit. Men mag niet vergeten dat de grootste terreur in de twintigste eeuw door regeringen tegenover hun bevolking werd georganiseerd. Het huidige terrorisme is iets anders: het is een strijd van de fundamentalistische islam met sterke religieus-fascistische elementen tegen de westerse way of life. Dat is een confrontatie die men niet tot terrorisme kan herleiden. Het terrorisme is in kunsthistorische zin een performance, een soort van installatiekunst die hele gemeenschappen in angst doet verkeren. Maar de belangrijkste terreur is de afgelopen eeuw de staatsterreur van reguliere oorlogen geweest, die met lucht- en gasoorlogen het leven vernietigt. In de Eerste Wereldoorlog was het gas een zeer belangrijk element; de Tweede was vooral een oorlog van vuur en in de finale ook een vorm van nucleaire stralenoorlog, de ultieme vorm van het terrorisme. Dat is de laatste, hoogste ontwikkelingsvorm van de terreur - niet die kleine low-tech criminelen die eigenlijk nog met de methoden van het begin van de late negentiende eeuw gemediatiseerde maatschappijen op hun zwakke plaatsen kietelen."

Om naar een zonniger onderwerp terug te gaan: uw beschrijving van de liefde valt te lezen als een verdediging van het begrip 'liefde op het eerste gezicht'. Hoe past dat romantische idee in de sferologie?

"Dat is niet mijn persoonlijke interpretatie. Ik geef gewoon een beschrijving van de belangrijkste Europese liefdestheorieën vóór de psychoanalyse. De analyse van het gescheiden liefdespaar dat elkaar terugvindt, is eigenlijk een duister platonisme: liefde is anamnese, is herinnering."

Maar is het niet meer dan een loutere beschrijving? U beschrijft het met veel sympathie.

"Ik beschrijf het op die manier dat de gedachte een kans heeft om duidelijk te worden. Ik beschrijf ook verschrikkelijke dingen met sympathie. Als het gaat over de luchtoorlog dan verplaats ik mij in een generaal van de Royal Air Force die op het einde van de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland is gestuurd en probeer ik zijn zorgen te begrijpen. Ik probeer me in zijn gedachten te verplaatsen: hoe kan ik een stad in een vuurstorm herscheppen? Hoe moet ik de bommen werpen, hoe moet ik ze verdelen, hoe moet ik ervoor zorgen dat alle kleine brandjes zich tot één grote brand samenvoegen die alle leven vernietigt? Dan schrijf ik als iemand die een probleem moet oplossen. Wanneer ik de liefde beschrijf, dan richt ik mij op het soort modellen die vroeger aanwezig waren."

Is het werkelijk allemaal zo afstandelijk?

"Geloof wat u wilt. U bent vrij, het boek is ook vrij. Ik ben als auteur niet belangrijker dan iemand anders. Het boek doet met zijn lezer wat het kan. Als u de manier waarop ik mij uitdruk zo interpreteert, dan heb ik daar niets tegen. Maar ik denk niet dat het boek romantisch is. Integendeel: het is een heel hard boek, dat zeer voorzichtig en zeer respectvol met deze oude ideeën omgaat omdat ik van mening ben dat we dezer dagen niets beters hebben. Een grote nacht van onverschilligheid werpt zijn schaduw op de oude gedachten. Ik lees die dingen met minstens zoveel ironie als andere verhalen. Ik wantrouw de ironie net zoveel als ik het slachtoffer van de ironie wantrouw en daarom geef ik het slachtoffer een kans. Wat is voor u de centrale gedachte van het boek?"

Ik denk het vitalisme dat uit bijna elke bladzijde spreekt.

(De filosoof geeft zuinig een teken van begrip)

Het lijkt zelfs dat uw boeken de lezer in een roes brengen.

"Mijn theorie is een gezongen theorie. Het staat er allemaal in rustige zinnen, maar het is eigenlijk een rapsodie. Het is zoals Homeros die zijn Ilias begint met een aanroeping van de muzen opdat zij hem zouden helpen om de sferen te bezingen zoals, euh, zoals ze zijn (lacht smakelijk). Of zoals bij Lucretius, nietwaar: hij is de laatste grote auteur van de antieke verlichting die over de natuur in hexameters heeft geschreven. We zijn opnieuw op een punt gekomen waarop men sociale feiten moet bezingen. De zuivere propositionele tekst kan de toestand niet meer uitdrukken."

Beschouwt u het als een compliment als uw boeken mensen tipsy maken?

"Ik weet niet in welke toestand u graag wilt zijn. Ik wil de lezer aanspreken. De meeste lezers kunnen ze niet lezen omdat ze na twee, drie bladzijden zoveel gehoord hebben dat ze moeten nadenken en niet verder komen. Als men zeer veel in één keer leest wordt men duizelig, dat klopt. Dat is inderdaad een kenmerk van mijn boeken. Het is iets dat je ook bij sterke romans ervaart: daar wordt men ook naar een ander werkelijkheidsniveau getrokken en dan moet men beslissen of men daar kan, of wil zijn, of niet. Ook de Kritiek van de cynische rede was een zeer tonale, gezongen theorie."

Niet iedereen is daar gelukkig mee. Hoe kijkt u eigenlijk terug op de controverse van de Elmauer Rede?

"Dat heeft natuurlijk in zekere zin mijn zichtbaarheid vergroot. De media kunnen namelijk geen verschil maken tussen roem en schandaal. Ze tasten een lichaam af waar een naam bij hoort, als een identificatiemachine. Maar voor de verkoop van mijn boeken maakt de controverse geen verschil."

Echt niet?

"Nee. Er is bijna geen relatie tussen het niveau van de intelligentie en het niveau van de massamedia. Wanneer een nieuwslezer een boek schrijft over zijn ervaringen in de media, dan kan hij een bestseller maken omdat dat boek volkomen in zijn 'vorm van zijn prominentie' past. Mijn boeken passen helemaal niet bij het cliché dat van mij in de media bestaat. Ik ben bekend geworden met 'gevaarlijke' thesen over eugenetica en dat kan dus geen effect hebben op de verkoop van dit nieuwe, dikke, raadselachtige boek. Wat meteen ook bewijst dat de mensen niet werkelijk geïnteresseerd zijn in schandalen."

Hoe belangrijk is die bekendheid

voor u?

"Het is in die zin belangrijk dat ik ook een publiek figuur wil zijn. Het gaat over een training. Prominenten vormen eigenlijk een groep van openbaarheidsatleten. Als men zich in de publieke ruimte begeeft moet men zich uitdrukken, net zoals men de 10.000 meter moet lopen."

Beschouwt u dat als een plicht?

"Als ik een goed mens zou willen zijn, dan zou ik dat wellicht als een plicht beschouwen. Jazeker (lacht). Veel mensen verlangen ernaar prominent te zijn, maar willen er de prijs niet voor betalen. Ze willen de premie van de bekendheid verwerven, maar er niet de prijs voor betalen."

U hebt geen moeite die te betalen?

"Ik heb die al tien keer betaald. Ik zou, omgekeerd, kunnen proberen om opnieuw vergeten te worden. Maar dat interesseert me niet omdat ik werkelijk geloof dat mijn werken tot de belangrijkste zaken behoren die er in het veld van de filosofie te krijgen zijn. Een filosoof die niet in zijn werk gelooft, kan beter thuis blijven. Meer nog: ik ben ervan overtuigd dat mijn werk het volgende paradigma wil zijn. Daarom doe ik dit soort tournees, met interviews van 's ochtends tot 's avonds."

U sprak daarnet met ironie over de wil een goed mens te zijn. Bent u definitief voorbij goed en kwaad?

"Laat ik het zo zeggen: ik denk daar niet meer over na. In het oog van de cycloon is het stil. Goed en kwaad zijn externe predikaten. Maar dat gezegd zijnde, betaal ik natuurlijk gewoon mijn belastingen en ben ik een family man. Ik heb me nu zelfs voorgenomen geen boetes voor overdreven snelheid meer op te lopen. Anders raak ik mijn rijbewijs kwijt. Maar op papier en in mijn gedachte-associaties overtreed ik uiteraard nog steeds alle snelheidsbeperkingen. Daar rijd ik nog steeds tweehonderd per uur."

Tweehonderd?

"(met overtuiging) Ja ja. (buldert)"

Vreemd dat u zich op snelheid laat voorstaan. U bent in vroegere boeken uitgevaren tegen de gevolgen van onze 'versnellingscultuur'.

"Ik ben ondertussen een ander mens geworden. De auteur van de Kritiek van de cynische Rede was een, euh, bohémien en de auteur van Sferen is een hardrijdende manager. Ik ben een ondernemer geworden. Een firma die boeken en teksten produceert en daar hoort een zekere spoed bij. Vroeger had ik veel tijd, nu heb ik weinig tijd. In die mate dat ik nog niet zo lang geleden zo arrogant was dat ik vond dat ik het recht had om de snelheidslimieten te overschrijden (lacht)."

Maar dat vindt u nu niet meer.

"Nee, omdat ik merkte dat iedereen die te snel reed vond dat hij dat recht had. Ook de meest eenvoudige mensen willen geloven dat zij een uitzondering vormen. Ik vind dat een uitzondering een échte uitzondering moet zijn, en geen chronische uitzondering. Nu rijd ik alleen nog te snel als er een zwangere vrouw in de koffer zit. Maar ik denk niet dat dit zo snel nog eens zal gebeuren."

Tijdens de lectuur van Sferen dacht ik: dit is een andere, zachtere Sloterdijk. Hij moet vader geworden zijn.

"Dat klopt wel. Het is een heel andere levenssituatie. De bohémien is natuurlijk kinderloos. Het is een levensvorm van 'de laatste mens' (In Nietzsches Also sprach Zarathustra is dat de verachtelijke, decadente, posttheologische mens, BB). Dat zie je vaker bij de laatste mensen: ze zijn het erover eens dat ze geen kinderen willen. De grote ketting van het leven moet zich wel voortzetten, maar 'niet via mij'. Dat is wat je vaak ziet bij mensen van 30 à 40 jaar. Maar voor mij heeft het kind, nu, een zeer centrale plaats, en vooral het kleine kind, omdat het hier een volkomen asymmetrische relatie betreft. Niet de jonge man met wie men gewoon kan spreken, maar het zeer jonge kind met zeer specifieke behoeften. Het herinnert er ons aan dat wellicht alle werkelijk belangrijke relaties in het leven een asymmetrische structuur hebben. Gaat u maar na: de relatie tussen ouder en kind is volkomen asymmetrisch, net als de relatie tussen leraar en leerling. Alle wezenlijke betrekkingen zijn asymmetrisch."

En man en vrouw dan?

"De relatie tussen man en vrouw is in onze cultuur symmetrisch en misschien ook omkeerbaar. Maar het is een relatie tussen laatste mensen. Man en vrouw zullen wellicht verdwijnen als ze niet in asymmetrische vorm gaan samenleven."

Zijn er eigenlijk filosofische redenen om kinderen op de wereld te zetten?

"Nee, dat kan men zo niet zeggen. De filosofie kan niet voor of tegen kinderen argumenteren. Wellicht eerder nog tegen kinderen. In de negentiende eeuw bestond het dictum dat een getrouwde filosoof een soort van komedie speelde. En voor de getrouwde filosofen die ik gezien heb klopt dat nog steeds (lacht luid). Maar waarom ook geen komedie?"

Maar u besloot niettemin toch kinderen te hebben?

"Nee, dat was geen beslissing, dat was een gebeurtenis. (steekt een sigaar op) De vrouwen hebben altijd al de keuze gehad om een kind te houden of af te drijven. En de mannen hebben altijd kunnen kiezen: ervan weglopen of bij het kind blijven. De filosofie heeft daar niets mee te maken tenzij het een levensfilosofie is. Vanuit een reflectie op de vitaliteit is er veel te zeggen voor het krijgen van kinderen. Maar: dat moet men zingen. De argumenten vóór kinderen kan men het beste zingen. Dat houdt een bekentenis tot een biologisch-muzikale way of life in. Het ideaal van het kind, van de ketting van het leven, van de asymmetrie tussen verleden en toekomst past dan in die wereldbeschouwing."

Plots kijkt Sloterdijk even om zich heen en vraagt dan hoe laat het is. We hebben de ons toegemeten tijd al met een half uur overschreden. Steeds bekommerd om de verspreiding van het Vlaamse culturele erfgoed, geef ik hem nog snel een dichtbundel cadeau, Hartswedervaren van Dirk Van Bastelaere - onder meer omdat de filosoof in Sferen een paar mooie bladzijden aan de functie van de hartmetafoor in het Westen wijdt. Hij is blij verrast door het geschenk. Ik zeg hem dat het de belangrijkste Vlaamse dichter van het moment is en tracht de titel te vertalen. Na het afscheid vindt het paarse boekje zijn bestemming in Sloterdijks vestzakje. De titel steekt nog net boven de rand uit. Het ware een mooie foto geweest.

Bert Bultinck

'Enkel onze moslimvrienden menen dat er seks is in het paradijs, maar hoogstwaarschijnlijk berust die idee op een vergissing, op een vertaalfout'

'Man en vrouw zullen wellicht verdwijnen als ze niet in asymmetrische vorm gaan samenleven'

'Terrorisme vergiftigt de lucht van een hele maatschappij. De vergiftiging gebeurt echter niet via de aanslag maar via de media'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234