Vrijdag 18/06/2021

'De boeken moeten naar mij toe komen'

Vertaalrechten aan twaalf taalgebieden verkocht, waaronder het Pools en het IJslands: het is een zeldzaamheid, zeker voor een eerste roman. De Britse Trezza Azzopardi (39) bewees echter dat het kan. Haar debuut The Hiding Place, nu in het Nederlands vertaald als De schuilplaats, werd zelfs prompt genomineerd voor de Booker Prize. Saillant detail is dat Azzopardi zich bekwaamde in dezelfde cursus creatief schrijven die ook Booker Prize-winnaar Ian McEwan heeft gevormd.

door Jean-Paul Mulders

Trezza Azzopardi

Uit het Engels vertaald door May van Sligter De Bezige Bij, Amsterdam, 304 p., 799 frank

De schuilplaats is een rauw boek, waarin de ellende van zowat elke bladzijde afspat. Het droefgeestige verhaal van een Maltese immigrantenfamilie in Engeland, verteld uit het kikvorsperspectief van de jongste dochter Dolores, wier linkerhand zwaar verminkt werd bij een brand. De vingers is ze kwijt, maar ze ziet het als een kunstwerk, "een gesloten witte tulp in de regen". Het verhaal begint als Mary zwanger is van Dolores en haar man Frank zit te gokken aan de kaarttafel. Hij wedt op alles wat beweegt, deze vrolijke Frans, maar na vijf meisjes moet zijn zesde kind absoluut een jongen zijn. Als blijkt dat de kleine Dolores alweer onmiskenbaar feminiene kenmerken vertoont, moet haar moeder haar 's nachts in een sjaal wikkelen en voor haar vader verborgen houden opdat ze niet zou worden afgemaakt als een ordinaire asielkat. "Als ik aan het baby'tje in de kist denk, zie ik mijn vader als een reus uit een sprookje de kamer binnensluipen," herinnert Dolores zich. "Hij tilt zijn benen heel hoog op en zet zijn ene glimmende spijkerlaars langzaam voor de andere neer. Hij heeft een in elkaar gedrukt kussen in zijn handen en snuift onderzoekend de lucht op. 'Maar kon hij me dan niet horen?' vraag ik en mijn moeder glimlacht. 'Niet als ik het deksel dichtdeed. Jij gaf geen kik.'"

Azzopardi zoomt vervolgens uit van de morose microkosmos van de familie Gauci en tekent een beklemmend beeld van Cardiff in de jaren zestig. De camera zwenkt weg over groezelige bars en cafés, over bouwvallen en goktenten. De walm van ranzig frituurvet slaat je in de neus, scherven zwart glas steken als een dreigend memento uit raamkozijnen. De stank van de kolenmijn drijft tussen loodkleurige gebouwen in het doffe, parelgrijze licht. Niet bepaald the place to be voor jonge meisjes en zeker niet als je een dochter bent van Frank Gauci, wiens handen loszitten en die er niet voor terugschrikt zijn meisjes te verpatsen aan kapitaalkrachtige heerschappen van middelbare leeftijd.

Zelf heeft de ranke, knap uitziende Azzopardi allesbehalve het air van een verpauperde arbeidersdochter als ik haar in Amsterdam ontmoet. Ze krult geamuseerd haar mondhoeken als ik peil naar het autobiografische gehalte van haar boek.

An unhappy youth is a writer's goldmine, is het cliché dat in me opkwam bij het lezen van uw boek. Iemand die zo treffend de goorheid van de achterbuurten kan beschrijven moet zelf wel te midden van de hondepoep en het verroeste prikkeldraad hebben gewoond?

Trezza Azzopardi: "Die vraag is me al wel vaker gesteld. En niet alleen door journalisten. Blijkbaar heeft men nogal de neiging mij te vereenzelvigen met Dolores. Toen ik de eerste keer de kantoren van Picador betrad, mijn Engelse uitgever, merkte ik dat enkele redacteurs door de glazen wanden kwamen gluren van het lokaal waar we zaten. Opeens had ik het door: ze hadden het manuscript gelezen en wilden zien of ik mijn hand nog wel had.

"De setting van het boek is natuurlijk wel op mijn persoonlijke ervaringen gebaseerd. De locaties, Cardiff en de Docklands, zijn plekken die ik erg goed ken. Mijn vader kwam ook echt uit Malta en mijn moeder uit Wales. En ze hadden zes kinderen. Dat is allemaal puur autobiografisch, maar daar houdt het dan ook bij op. De plot van mijn roman is volledig fictief: mijn zussen noch ik werden geslagen, er was geen brand bij ons thuis. De intriges zijn volledig verzonnen, de verminking van mijn hoofdpersonage is meer symbolisch bedoeld dan iets anders: het zinnebeeld van iets dat verloren gaat en niet vervangen kan worden. Ik hoop dat die verbrande hand de lezer niet al te veel in het oog springt, want dat zou ik best jammer vinden."

Maar als u het zelf niet hebt meegemaakt, hoe kunt u dan zo treffend de psychologie van zo'n verpauperd gezin beschrijven? Wat voor research kon u daarvoor doen?

"Research, euh... Ik heb alleen een paar plekken bezocht die in het boek een sleutelrol spelen, en die in de loop der jaren enorm zijn veranderd. De Londense Docklands bijvoorbeeld, waar ik als kind vaak kwam en die er toen heel verlaten en onwerelds mooi bij lagen. Af en toe zag je er een verdwaald Russisch schip dat een likje verf kon gebruiken, en dat was het dan. Dagen kon ik doorbrengen in dat droogdok, urenlang zat ik te kijken naar de arbeiders die de boten verfden. Nu zijn de Docklands compleet gemoderniseerd en de biotoop van yups geworden. Dat ik daar ben gaan rondlopen kun je dus als een soort research beschouwen, maar ik heb me niet verdiept in de psychologie van kansarme gezinnen. Ik geloof daar niet zo in. Zelfs al zou ik een boek schrijven dat zich afspeelt in de wereld van de schoonheidskoninginnen, dan nog zou ik vooral op mijn verbeelding vertrouwen. Het kan me niet zoveel schelen of het allemaal wel klopt. Dan behoort het maar tot de wonderlijke wereld van de fictie."

Opmerkelijk is wel dat u een cursus creatief schrijven hebt gevolgd aan de University of East Anglia, de school die onder meer ook Booker Prize-winnaar Ian McEwan heeft doorlopen. Leerde u daar goochelen met plots en subplots, hyperbolen en flashbacks?

"Die lessen hebben een heel goede reputatie. Elk jaar weer zijn er honderden kandidaten, waarvan er uiteindelijk maar zo'n vijftien worden toegelaten. Er zijn grote schrijvers uit voortgekomen. Maar het is geen wiskunde of zo, niemand heeft mij daar het geheim van de ideale openingszin ontsluierd. Van De schuilplaats zelf is mijn docenten en medecursisten bijzonder weinig onder ogen gekomen. Het belang van de cursus was voor mij vooral dat ik gedwongen werd naar buiten te komen met wat ik geschreven had. Al die kritiek die je daarop te verduren krijgt, maakt je ontzettend taai. Ik denk dat zo'n cursus je helpt om te gaan met kritiek en afwijzing, verplicht als je bent om elke pagina die je schrijft meteen door veertien 'concurrenten' te laten beoordelen.

"Je kunt echt wel zeggen dat die lessen mijn leven hebben veranderd. Ik leerde er ook mijn levensgezel Stephen Foster kennen. Hij is ook schrijver maar zijn stijl is heel anders dan de mijne, zoveel lichter van toon. Hij kan bijvoorbeeld een heel boek schrijven over een man die problemen heeft met zijn broek. Een personage dat geobsedeerd is door ritsen en maten, snit en knopen. Terwijl ik meer van verhalen hou die hele decennia omspannen."

Sommige rauwe passages uit uw boek doen sterk denken aan De vrouw die tegen de deur aan liep van Roddy Doyle. Anderen vergeleken u al met Frank McCourt, de schrijver van De as van mijn moeder.

(slaakt een kreetje van welbehagen) "Frank McCourt vind ik een fantastische schrijver, dus die vergelijking is erg flatterend voor mij. Ik wou maar dat ik zo grappig kon schrijven als hij, zelfs de droevigste dingen in zijn leven kan hij grappig maken. Roddy Doyle vind ik ook erg goed, maar het boek dat u daar noemt heb ik niet gelezen."

Ik vond uw manier van schrijven ook erg filmisch.

"Ook dat vind ik een groot compliment. Tijdens het schrijven zag ik vaak hele passages aan mijn geestesoog voorbijtrekken, alsof ze in een film gebeurden. Ik denk dat dat komt doordat ik cinematografie gestudeerd heb. Film is mijn eerste liefde. Vooral op oude prenten ben ik verkikkerd, met hun ijzersterke verhaallijnen en verrassende plots, en ongetwijfeld werkt die passie door in mijn boek. Het is geschreven als een opeenvolging van scènes die telkens door een cut van elkaar worden gescheiden. Ik heb dat bewust zo gelaten. Ik had vooraf ook geen schema of structuur opgesteld. Sommige personages gingen onder het schrijven een eigen leven leiden en kwamen me op de schouder tikken om te zeggen: hé, ik ben er ook nog. Ik veronderstel dat het dat is wat ze met 'muze' bedoelen."

Ondanks dat filmische is De schuilplaats ook een complex boek.

"De structuur is inderdaad ingewikkeld, ik zag me verwikkeld in een kleverig kluwen van draden en tijdslijnen. Ik was begonnen in de eerste persoon, in de tegenwoordige tijd. Dat leek me toen heel natuurlijk, Dolores drong zich zo sterk vanuit mijn onderbewuste aan mij op. Maar door de complexe structuur zag ik mij onder het schrijven voor grote technische problemen gesteld. Hoe moest ik met het verleden en het heden omgaan, en tussen die twee schakelen? Ik geef toe dat ik daar enorm mee geworsteld heb. Maar samen met de uitgever ben ik toch nog tot een goed compromis gekomen, al zijn sommige dingen inderdaad nog altijd ver van zonneklaar. Ik zou het wel doorzichtiger gemaakt willen hebben, maar zo was het nu eenmaal gegroeid. Het zou een oppervlakkige indruk gemaakt hebben als ik het achteraf nog helemaal had omgegooid."

Ik moet toegeven dat ik De schuilplaats, ondanks de stilistische kracht die er bij momenten van uitgaat, een beetje hermetisch en steriel vond, terwijl een vriendin van mij er wel meteen van onder de indruk was. Zou het kunnen dat uw boek eerder vrouwen aanspreekt?

"Als ik heel eerlijk ben, denk ik dat wel, ja. Al mag je dat niet als een waarschuwing opvatten, want ik zou natuurlijk graag hebben dat ook mannen het lezen. Voor mij is de heldin duidelijk Dolores. Maar toen de eerste mannelijke recensent het boek besprak, viel me op dat hij niet Dolores maar haar gokverslaafde vader Franky als hoofdpersoon aanzag. Zelf had ik dat zo niet bekeken, maar ik vond het wel een interessante visie."

'Azzopardi is een tovenaar als het eropaan komt de lezer bladzij na bladzij te doen omslaan...' 'Een buitengewoon instinctief schrijfster met een verfijnd taalgevoel...' Een paar reacties die in buitenlandse kranten verschenen. Is het moeilijk bescheiden te blijven onder zoveel loftuitingen?

"Bescheiden, och... ik denk wel dat ik erg bekwaam ben, hoor. Maar voor de rest geloof ik niet dat ik naast mijn schoenen ga lopen. (glimlacht) Ik heb een nieuwe jas gekocht, dat wel. Gelukkig is dat succes geleidelijk gekomen. De bal ging aan het rollen toen ik een hoofdstuk van mijn roman naar de uitgeverij British Council & Vintage stuurde. Die hebben een vrij prestigieuze publicatie, New Writing, waarin ze elk jaar een selectie publiceren van wat zij het puikje van de nieuwe Engelse schrijvers vinden. De recensies die ik daarop kreeg waren erg lovend. De volgende stap was dat ik op het Hay-Festival mocht gaan lezen, wat ik een enorme eer vond. Het was meteen ook mijn eerste publieke lezing, hoewel de mensen natuurlijk niet voor mij alleen kwamen.

"Ook toen het boek verscheen waren de reacties overwegend positief, al vielen hier en daar natuurlijk ook wat kritische kanttekeningen. Maar daar viel best mee te leven, vooral omdat de recensenten elkaar hoofdzakelijk tegenspraken. Zo vond de een dat ik niet subtiel genoeg schreef, terwijl de ander juist opmerkte dat ik te subtiel was en de dingen best wat meer mocht uitleggen voor de lezer. En dan was er de prijs voor het beste debuut van de krant The Guardian. Dat ik op de longlist ervan bleek te staan was een heerlijke verrassing."

En als klap op de vuurpijl werd u toen genomineerd voor de Booker Prize.

"Vooral de manier waarop dat is gegaan was heel bijzonder. De schuilplaats stond namelijk niet op het lijstje met boeken dat de leden van het comité moesten lezen, maar op een alternatief lijstje met nog een vijftal werken die ze mòchten lezen en die dan eventueel in aanmerking konden komen voor een nominatie. Zo hebben ze mijn boek opgevist en bij mijn weten is het de eerste keer in de geschiedenis dat zoiets gebeurd is. Ze moeten dus best wel onder de indruk zijn geweest. Het Booker Prize-comité lijkt dit jaar trouwens een stuk alternatiever dan anders. Tussen de zes genomineerden zitten drie relatief onbekende schrijvers. Margaret Atwood en Kazuo Ishiguro zijn natuurlijk erg bekend, Matthew Kneale ook nog wel, maar van Michael Collins of Brian O'Doherty had ik nog niet eerder gehoord.

"Eigenlijk was het zelfs geen droom van me, die Booker-nominatie. Ik denk ook niet dat ik echt nerveus zal zijn. Met die nominatie voor de shortlist heb ik mijn prijs eigenlijk al binnen. Het wordt nog best leuk, denk ik, die avond van de uitreiking."

U bent 39, wat - neemt u me niet kwalijk - vrij oud is voor een debutante. Sinds wanneer weet u dat u schrijfster wilt worden?

(giechelt) "Pas sinds mijn zesendertigste. Tien jaar lang heb ik lesgegeven, English media studies, en ik heb altijd wel graag brieven geschreven. Grappige brieven dan. Maar ik dacht nooit dat ik een serieuze schrijfster wilde worden. Tot ik opeens het gevoel kreeg dat ik iets te vertellen had, dat er een verhaal in me zat en dat het moment was gekomen om dat op te schrijven. Ik heb toen prompt mijn baan opgegeven en een lening van tienduizend pond afgesloten om die lessen creative writing te kunnen volgen. De bank had op dat moment een speciaal soort lening, career development loan heette dat, maar ik denk wel dat het de eerste keer was dat die bankdirecteur iemand voor zich had zitten die zo'n lening wilde afsluiten om schrijver te kunnen worden. Maar hij zag dat wel zitten, vermoedelijk omdat hij wist dat ik altijd nog naar het onderwijs terug kon en mijn schulden dus zeker wel zou terugbetalen.

(mijmerend) "Nu lijkt het me geen grote gok meer, maar op dat moment was het dat best wel. Nogal wat mensen verklaarden me gek. Gelukkig heb ik geen kinderen, zodat ik alleen voor mezelf moest zorgen. Met de verantwoordelijkheid voor kinderen zou dat een stuk moeilijker geweest zijn. Maar de lening is intussen al terugbetaald, met het geld dat ik voor de vertaalrechten heb gekregen."

Hebt u al een volgend manuscript in de lade liggen? Of gaat u straks gewoon weer voor de klas staan?

"Ik heb nog een boek in gedachten, dat ik eigenlijk alleen maar hoef uit te schrijven. En daarna misschien nog een, want terwijl ik De schuilplaats schreef was er een personage dat me voortdurend lastig kwam vallen, maar waarvoor in dat boek geen plaats was. Dus daar komt misschien ook nog wel een boek van. Maar als op een dag blijkt dat ik niets meer te vertellen heb, dan stop ik er gewoon mee. Ik hou te veel van bomen om nutteloze boeken op de wereld los te laten. Niet zo van: 'Eigenlijk heb ik niks meer te vertellen maar ik heb nu eenmaal een uitgever en het is een fatsoenlijke manier om je brood te verdienen.' Ach, we zien wel. De boeken moeten in elk geval naar mij toe komen, en niet omgekeerd."

De winnaar van de Booker Prize wordt op 7 november bekendgemaakt. De andere genomineerden zijn: Margaret Atwood (The Blind Assassin), Kazuo Ishiguro (When We Were Orphans), Michael Collins (The Keepers of Thruth), Matthew Kneale (English Passengers) en Brian O'Doherty (The Deposition of Father McGreevy).

Meer informatie over de MA creative writing aan The University of East Anglia vindt u op de webplek http://www.uea.ac.uk/menu/acad_depts/eas/cw/cwcourse/cwma.htm

'Als op een dag blijkt dat ik niets meer te vertellen heb, dan stop ik er gewoon mee. Ik hou te veel van bomen om nutteloze boeken op de wereld los te laten''Ik heb me niet verdiept in de psychologie van kansarme gezinnen. Ik geloof daar niet zo in'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234