Dinsdag 12/11/2019

De blues van een schilder

Tot 6 mei in het Ropsmuseum, Rue Fumal 12, Namen. Open van dinsdag tot zondag, van 10u tot 18u. Inkom 3 €.

n elke overzichtstentoonstelling over het fin de siècle tref je wel een paar schilderijen aan van William Degouve de Nuncques (1867-1935). De discrete symbolist krijgt in het Naamse Ropsmuseum een passend retrospectief: bescheiden en mysterieus, maar sprankelend.

De naam Degouve de Nuncques doet tegenwoordig nauwelijks nog een belletje rinkelen, maar het was ooit anders. Op een overzichtstentoonstelling van zijn oeuvre bij de Brusselse galerie Giroux in 1926 stak hij zelfs James Ensor met zijn verkoopprijzen naar de kroon. Al rond de eeuwwisseling was zijn internationale renommee verzekerd, met exposities in Parijs, Dresden, Barcelona, Wenen en de belangrijkste steden van Nederland. Zelfs in Buenos Aires kenden ze de mysterieuze landschappen van de Franse Belg.

Op advies van kunstkenner Bremmer verzamelde de gefortuneerde Helene Kröller-Müller heel wat schilderijen van Degouve de Nuncques. Het retrospectief dat vandaag in het Ropsmuseum te zien is, reist in mei door naar haar Kröller-Müller- museum op de Hoge Veluwe, waar heel wat van deze werken thuis zijn. Dat de fijne catalogus ook in het Nederlands beschikbaar is, heeft daar alles mee te maken.

Degouve de Nuncques was een kind van zijn tijd en zijn omgeving. Als zoon van rijke Franse ouders die zich in Brussel hadden gevestigd, kwam hij nog voor zijn twintigste in contact met avant-gardeschilders als de Nederlander Jan Toorop, die in de kunstenaarskolonie van Machelen verbleef, en de flamboyante Henry de Groux, met wie hij een atelier deelde. Lange tijd bewoog hij zich in kringen van de artistieke genootschappen 'Les Vingt' en 'La Libre Esthétique', waar hij uiteindelijk zou exposeren. In 1894 trouwde hij met Juliette Massin, kunstenares en zus van mevrouw Émile Verhaeren. Samen met Eugène Demolder was de grote volksdichter zelfs getuige op de huwelijksplechtigheid.

Het was een kleine wereld: Demolder was innig bevriend met James Ensor en trouwde met de dochter van Félicien Rops. Als inleiding tot de expositie worden al deze lui opgevoerd in een galerij van portretten. Met priemende ogen boven een pluizige baard kijkt Degouve de Nuncques ons aan, als een boeteprediker of een Russische nihilist. Dat de man een voorliefde had voor de blauwige mist van het symbolisme, samenwerkte met dichter en toneelauteur Maurice Maeterlinck en van 1907 tot 1912 in een heuse mystieke crisis verzeilde, zal niemand verbazen. Het hoorde erbij, in die dagen.

Nachtelijk blauw

Als Degouve de Nuncques al een spoor in de kunstgeschiedenis heeft achtergelaten, dan is het blauw - nachtblauw, iets tussen kobalt en ultramarijn. Alleen al de donker geverfde wand waarop zeven van zijn beste blauwe schilderijen oplichten, is de uitstap naar Namen meer dan waard. Het zijn nocturnes die zich afspelen in Venetië en bij het Comomeer of in de parken van Brussel en Milaan. In deze onderwaterwereld is alles diepblauw, met wat groen en hier en daar een spaarzaam contrasterend accent. Zelden werden de geesten van het symbolisme efficiënter opgeroepen dan in deze pastels en olieverfschilderijen.

Af en toe is de grens met de kitsch flinterdun. Dan is de voorbij dobberende zwaan er teveel aan, omdat zij van het schilderij een anekdote dreigt te maken. Effet de nuit is echter een heerlijke kijkervaring, want in het hoofd van de dromer blijkt ook een technisch knap vakman te wonen. Vooral rond de eeuwwisseling zijn het coloriet, de compositie en het langwerpige, Japans aandoende formaat van enkele werken in een perfect evenwicht. Met zijn 'literaire' schilderijen en tekeningen vormde Degouve de Nuncques een dankbare inspiratiebron voor de Belgische surrealisten Magritte en Delvaux. La maison aveugle uit 1892, tevens het affichebeeld van de expositie, zou een rechtstreekse voorouder van Magrittes L'empire des lumières (1954) kunnen zijn.

De eerste Degouve de Nuncques is de beste, dat is ook zo voor Spilliaert en Ensor. Na de eeuwwisseling en vooral vanaf zijn mystieke crisis worden zijn palet en thematiek wolliger. Nog even ziet hij het aardse licht in Spanje, waar hij samen met Juliette enkele jaren woont en exposeert. Zijn landschappen op de Balearen herinneren aan Monet, Cross en Van Rysselberghe, met af en toe een pointillistische toets. Na de dood van zijn vrouw trekt hij zich terug in de Ardennen. In de lege winterlandschappen voel je de snijdende kou - sneeuwvlokken waaien voorbij. De dreigende stad is veraf: de echte nacht kan nu intreden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234